‘Het is goed’

Elke dag zeg ik tegen mezelf dat het goed is. Het is goed dat je niets doorhebt van alles wat er gaande is, het is goed dat je tevreden bent, het is goed dat je niet wacht tot het bezoek weer komt. Het is goed dat je veilig bent, het is goed dat er op je gelet wordt. Het is goed dat er niemand op bezoek mag komen zolang het virus er is. Het is goed dat het risico op verspreiding bij jou, je medebewoners en verzorgers zo klein mogelijk gehouden wordt.

Maar zodra ik wat langer aan je denk, komen de tranen. Er is natuurlijk niets goed. Ik kan je bellen en zien via het schermpje. Maar ik vind dat moeilijk. Ik word er te verdrietig van. Je bent dan even dichtbij maar zó ver weg. Ik wil je zien in het echt, je energie voelen, je kunnen aanraken. Ik wil langs kunnen komen wanneer ik wil. Ik wil je een banaan zien eten, chocola zien snoepen en piano horen spelen. Liever bel ik zonder beeld. Tegelijkertijd ben ik zó benieuwd wat jij met je medische kennis vindt van het coronavirus. Maar ik weet dat ik daar nooit een antwoord op zal krijgen.

Vandaag kreeg ik een filmpje doorgestuurd van het programma Danny op Straat. Het ging over hoe de situatie in de verpleeghuizen is voor mantelzorgers van demente mensen. Je ziet een man die zijn vader bezoekt. Ze mogen elkaar zien maar gescheiden door een hek. Een andere man mocht vanaf de straat zijn vrouw op het balkon zien. Hij wilde haar zó graag knuffelen. Ik hield het niet droog. Hopelijk tot snel lieve pap.

Lees ook: Lieve pap

%d bloggers liken dit: