“Misschien weet ze de weg niet”

Hij voelt zich niet thuis. Hij herkent zijn eigen spullen niet. Hij wacht tot hij gehaald wordt en weer naar huis gaat. Hij heeft de plastic tasjes met z’n kleren al klaar staan. Hij studeert niet, hij speelt geen piano, hij wacht op mama en ze samen weer naar huis gaan. Hij staart uit het raam in de hoop haar zwarte auto te zien aankomen. Hij is onrustig. Hij zoekt naar de uitgang en snapt niet waarom niemand de deur voor hem open doet. Hij vraagt of we alsjeblieft mama kunnen bellen, misschien weet ze de weg niet.

Ik wil het liefst dag en nacht bij hem zijn. Met hem ‘dat zwarte sapje’ drinken, samen wandelen, pianospelen en zijn verhalen opnieuw horen. Ik wil papa naar huis brengen.

Hij vindt het plekje wel fijn. Hij krijgt er goed te eten en de mensen zijn aardig. En dat is een schrale troost. Je had dit ook zó moeilijk gevonden. Het had ons bij elkaar gebracht denk ik. We hadden ons verdriet misschien kunnen delen maar nu draag ik het verdriet alleen. Slaap lekker lief zusje.