Schild om me heen

( geschereven op 1 juli 2022) Ik voel me goed en sterk terwijl het met jou steeds minder goed gaat. In de auto zing ik mee met alle nummers op de radio, verwonder me over de mooie wolken en het groen van het gras en de bomen. Mooi hè, de donker groene blaadjes aan de bomen die veranderen in een soort silver groene kleur als ze waaien in de wind?!

Ik herken dit gevoel van Eva’s afscheidsdienst. Toen deed ik er ook alles aan om me ‘groot’ te houden. Alsof er op een knop is gedrukt waardoor er een soort schild om me heen zit. Een schild dat alle emoties tegenhoudt naar buiten te treden en zoveel mogelijk prikkels zoekt om maar niet te hoeven nadenken bij wat er aan de hand is. Het is mijn overlevingmechanisme denk ik.

Of denk ik diep van binnen dat ik me niet zo mag voelen? Er zijn ergere dingen toch? ‘Het lijkt alsof je pas laat zien wat je voelt als anderen je gevoel bevestigen, alsof het dan pas goed is dat je verdrietig bent’, zei mijn psycholoog. Daar zit een kern van waarheid in denk ik.

In werkelijkheid denk ik elke minuut aan je. En hoor ik je weer spelen op de piano, zie ik je lopen in je gele zwembroek op het strand en zwoegen in een bezweet ’t shirt in de tuin. Ik wil dat je eeuwig bij ons blijft. Ik weet dat dat niet kan en op deze manier is er ook niet veel aan. Ik hoop dat je diep van binnen weet en voelt dat ik je dochter ben en aan je denk. Dag lieve pap.

Lees ook: Misschien weet ze de weg niet

Vergeef me

(Geschreven op 2 juli 2022) Sinds je niet meer thuis woont maar in een verzorgtehuis, dacht ik vaak aan jouw afscheid. Soms vaker dan de andere keer maar het speelde altijd in mijn achterhoofd. Ik heb meerdere bewoners van jouw afdeling zien komen en vervolgens weer zien gaan. Ook mensen die na jouw binnen kwamen, waren er bij mijn volgende bezoek soms niet meer.

Vooral als het minder goed met je ging, soms was er zo’n periode, spookte de gedachte de hele dag door mijn hoofd. Hoe zou je eruit zien in je kist? Zou je een blouse dragen of toch een trui? Wie zouden er naar je afscheid komen? Wat zouden we op je kaart zetten en welke foto hoort daar dan bij? Welke muziek zouden we draaien? Wilde of zou ik iets kunnen zeggen? Op welk moment zou ik hèt belletje krijgen, waar zou ik dan zijn en wat zou ik doen?

Zomaar wat gedachten ’s ochtends onder de douche. Nou ja, niet zomaar wat gedachten merkte ik aan mijn hoge ademhaling, zenuwen, brandende ogen en trillende handen.

Op een dag dat ik me goed voelde dacht ik dat ik het aankon om muziek uit te kiezen voor jouw afscheid. Ik zat in de auto en zette mijn Spotify lijst ‘Papa’ aan. Na nog geen tien seconden stroomde de tranen over mijn wangen. Snel zette ik de radio weer aan en droogde mijn tranen. Als het zover zou zijn, zou het heus wel goed komen.

Vaak schreef ik in gedachten mijn gevoelens op maar iets posten over jouw afscheid terwijl je er nog was, voelde oneerlijk en niet goed. Je was er immers nog, en misschien nog wel jaren!

Lieve pap, vergeef me dat ik met je dood bezig was voordat je ging. Ik mis je.

Lees ook: In het Duits

Een slopende dag

De dag na je crematie ben ik kapot. Zo emotioneel moe van de afgelopen periode. Van afgelopen week. Een week waarin ik in een soort andere wereld leefde. Er moesten dingen geregeld worden. Hoe zou het afscheid eruit zien? Foto’s verzamelen, video’s bij elkaar zoeken, wie zou wat zeggen en meer van die praktische zaken.

Het was alsof ik buiten mezelf was getreden en ‘gewoon’ maar alles deed. Verdriet voelde ik niet echt. En bovendien was het goed zo. Je was ingeslapen en een lijdensweg was je bespaard gebleven.

Pas op je crematie kwam het besef dat het allemaal om jou ging. Om mijn vader. Een vader die ik al een tijdje geleden kwijt was geraakt maar nu ook definitief uit ons leven verdwenen was.

De volgende dag was slopend. Alsof ik de dagen (maanden eigenlijk al) ervoor een berg beklommen had met de gedachte “dit kan ik heus wel!” om vervolgens in een ravijn te storten. De klim was iets zwaarder geweest dan ik had gedacht. Het had meer energie gekost dan ik misschien wilde toegeven.

Ook de ontvangen liefde raakte me. Zoveel lieve appjes, berichtjes, kaartjes en andere vorm van liefde. Zoveel. Het voelde overweldigend en ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest. Zoveel liefde voor mijn vader, voor mij. Totaal overprikkeld was ik door alles wat er was gebeurd en op me af kwam.

Lezen lukte niet, de woorden dansten door elkaar over het papier. Ik wilde een aantal batterijen tellen en pas na drie keer goed concentreren zag ik dat het er zes waren. Ze lagen gewoon in mijn hand. Ik stond op van de bank maar had geen idee meer waarom.

Ik verlang naar rust. Dit heeft tijd nodig en ik weet zeker dat ik dit weer ga vinden. Want hoewel ik je vreselijk ga missen, weet ik dat het beter is zo. Dag lieve pap.

Lees ook: Het leven gaat door

Dag pap, bedankt voor alles

Daar was ‘ie, het telefoontje waar ik al weken bang voor was. Mijn dagen begonnen al tijden lang vol zenuwen, snelle ademhaling en brandende ogen. Zo’n gevoel wat je ook hebt wanneer je echt teveel koffie hebt gehad, een mega spannend sollicitatiegesprek hebt of een nacht niet geslapen hebt.

Elke dag vroeg ik me af wat de dag zou brengen. Mijn telefoon legde ik soms bewust bij me uit de buurt, anders zou ik er naar blijven staren. Maar wel zo dichtbij dat ik ‘m zou kunnen horen. Wat zou ik denken als het zover zou zijn? Wanneer zou ik gebeld worden?

Ik schreef er niet eerder over omdat dat niet goed voelde. Niet tegenover mezelf en niet tegenover jou. Ik wilde niet op de zaken vooruit lopen. Niemand had een glazen bol. Je was er nog. Maar ik was elke dag in gedachten bezig met jouw overlijden.

Het ging de laatste drie weken steeds minder goed met je. Vallen, moeilijk lopen, steeds vaker incontinent, wegvallende ademhaling, onrustig, niet of nauwelijks eten en drinken, pijn. De zorgen groeiden. Ondanks dit alles bleef je dankbaar voor alle hulp die je kreeg.

Ineens was het dan toch zover. Geen telefoontje maar een appje in de vroege ochtend van zondag 17 juli 2022. Je was die nacht rustig ingeslapen. Twee dagen ervoor zijn we nog bij je geweest. Die ochtend was je erg onrustig, had je veel pijn en greep je soms naar je borst.

Toen wij er waren, aan het einde van de middag, had je morfine en slaapmedicatie gehad en lag je heel rustig te slapen. Je had geen pijn meer en kreeg niets meer mee van alles om je heen. Je ademhaling was soms heel diep en dan weer even weg. De zogenaamde cheyne stokes ademhaling, die van de laatste levensfase. Dit heb ik moeten Googlen toen ik het in je rapportage las.

Ik had bloemen voor je meegenomen, zoals ik vaker deed. Je knuffel kat en hond, waar je zoveel plezier van had gehad, stonden aan je voeteneinde. Een lieve medewerker zat naast je bed toen we aankwamen. Je was de hele dag niet alleen geweest. Er werd goed op je gelet. Ik wilde bij je blijven, voor altijd.

Die volgende ochtend checkte ik mijn telefoon bijna voordat ik m’n ogen had open gedaan. Geen nieuws. De dag bestond uit afleiding zoeken, afwachten en appen met mam. We zijn ’s avond nog naar het strand gegaan, een plek waar ik het liefste ben. In gedachten heb ik een paar keer tegen je gezegd dat het goed was. Dat je mocht gaan. Intussen zakte de zon achter de horizon in zee.

Daarna met een onbestemd gevoel in bed gestapt, niet wetende wat de nacht zou brengen. Om 2 uur die nacht heb je het leven losgelaten.

Het was alsof er een last van mijn schouders viel toen ik het beruchte appje de volgende ochtend las. Je hoefde niet meer te lijden en ik heb gezien hoe vredig je lag te slapen. Je was verdwaald in je eigen hoofd, niemand wist waar je was en wat er allemaal in je omging.

Ik was je al drie jaar kwijt, maar nu ben je echt weg. En hoewel het altijd verdrietig blijft om iemand voor altijd kwijt te zijn, is het goed zo. Wie weet kom je Eva tegen. Geef je haar een knuffel van me? Dag pap, bedankt voor alles.

(Geschreven op 17 juli 2022)

Lees ook: Het laatste stukje

Ballonnen en gebakjes

Gister was mijn verjaardag en werd ik 42 jaar.
D en N hadden beneden versierd met slingers, ballonnen en zelfs een mooie opblaasvlinder. Ik werd enorm verwend met cadeautjes, een lieve kaart en een enorme bos bloemen. Ze deden zelfs de boodschappen voor die middag. Ik voelde me helemaal jarig.

Ook via de post kwam er een bos bloemen, kaartjes en een pakketje. Een paar dagen eerder had ik al een bijzonder cadeau ontvangen van een lieve vriendin. Mijn telefoon stond vol berichtjes. Zoveel liefde. Ik waardeer het enorm dat mensen aan me denken en soms is dat gevoel zo overweldigend. Zo warm. Dan weet ik niet zo goed wat ik ermee aan moet. Soms vraag ik me gewoon af waaraan ik dit allemaal verdien.

Samen met mam, haar vriend en onze broer hebben we gevaren door de wateren in onze nieuwe woonplaats. Onderweg aten we een meegebracht gebakje. De vogels zongen, het fluisterbootje gleed zachtjes door het gladde wateroppervlak en onze gasten genoten van de mooie rustige omgeving met veel groen.

Daarna gingen we eten aan het strand. Daar moest ik natuurlijk even geweest zijn op mijn verjaardag. Het eten was lekker, de zon scheen en iedereen kreeg gelijk een vakantiegevoel. Daar deed ik het voor.

Op zo’n dag als gister is het gemis van jou en pap net een beetje erger. Een verjaardag vier je met familie, dat deed ik tenminste wel altijd. De foto van onze broer, mam en mij die gister is gemaakt vond ik confronterend om te zien. Het is een mooi waardevol plaatje en ik ga deze zeker laten afdrukken om in een lijstje te doen. Maar er missen twee mensen.

Ondanks het grote gemis wat ik voelde, was het een mooie dag en een perfecte fijne verjaardag. Ik ben enorm dankbaar voor D en N die deze dag bij de start ervan al bijzonder hebben gemaakt. Ik ben dankbaar dat ik een jaar ouder mocht worden, voor alle lieve mensen en voor alle liefde die ik mocht ontvangen.

In m’n hart waren jij en pap er de hele dag bij. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: 35+4

Ongegronde angsten

‘Morgenochtend ga ik naar het strand fietsen’, zei ik tegen mezelf voordat ik ging slapen. Iets wat ik eigenlijk beter niet kan doen, een planning maken voor de volgende dag. Ik weet immers niet hoe m’n pet staat of met welk been ik het bed uitstap de volgende ochtend. Mocht m’n plan om een of andere reden niet lukken, voelt dat als falen en voelt de dag ‘verloren’.

Die ochtend vond ik het echter nog steeds een goed plan. M’n spullen stonden klaar, de fiets stond al buiten en de route stond op een papiertje in m’n broekzak. Ik moest nog even wachten op de bestelde Hello Fresh box en dan zou ik gaan.

Om de tijd te doden scrolde ik door de apps op mijn telefoon. Een slecht idee want negen van de tien keer is dat niet iets waar ik blij van word. Ik las de headlines van het nieuws in binnen- en buitenland. Het enige positieve bericht ging over de supermaan aangevuld met mooie foto’s. De rest zal ik niet eens noemen want het was een en al ellende.

Via social media zag ik foto’s van gezonde ontbijtjes, sportievelingen die al om 6 uur buiten waren en gedouched en al klaar waren voor een nieuwe werkdag, de mooiste outfits en meer ‘mijn leven is perfect’ beelden. ‘Fijn voor ze’, dacht ik op een niet positieve manier.

Op een ander platform kwam ik ook geen opbeurende dingen tegen. Ik las een artikel over een man die zijn vrouw en zoontje verloor bij de bevalling. Verschrikkelijk… Daarna stuitte ik op een video van een bn’er die een ongeluk had gehad. Een naar gevoel bekroop me. Hij lag gehavend in het ziekenhuis en besefte weer even hoe kwetsbaar het leven is. Hij had gelijk.

De angst nam de overhand. Waar was N?! Oh ja, veilig op school. En D was gelukkig goed op z’n werk aangekomen. Maar wat als ik zou vallen met mijn fiets, precies met m’n hoofd op het harde asfalt?! Wat als een automobilist me over het hoofd zou zien bij een rotonde?! Wat als er een kwaadwillig persoon op het fietspad zou springen en me zou meesleuren de bosjes in?! Wat als m’n fietstassen tussen de spaken zouden komen en ik over de kop zou slaan?! Misschien kon ik toch beter thuisblijven. Dit soort angsten zijn me niet onbekend, ik heb ze dagelijks. Een donkere wolk pakte zich samen boven mijn hoofd.

Toen dacht ik aan een hoofdstuk in het boek ‘Eenvoudiger leven in onrustige tijden’ van Mark Verhees (aanrader!). Toevallig had ik dat net gelezen en dus zat het nog vers in mijn geheugen. ‘Zodra ik me zorgen maak, neem ik een mentale pauze. Ik onderbreek mijn gedachten. Ik benoem expliciet over welke tijdsperiode ik nadacht.’ En ‘Als ik me zorgen maak over de toekomst, denk ik na over hoe zeker ik weet wat er gaat gebeuren. Ik kan de toekomst niet voorspellen. Ik heb geen glazen bol.’

De deurbel haalde me uit de digitale wereld. Terwijl ik de bestelde maaltijden in de koelkast zette, besloot ik tóch naar het strand te gaan. Ik kan toch niet m’n verder leven op de bank blijven zitten?! Ik schakelde mijn activiteit ‘fietsen’ in op mijn sporthorloge en ging op avontuur.

Onderweg keek ik m’n ogen uit. Zoveel natuur, water, groen begroeide gebieden, prachtige huizen en huisjes. Het leek wel of ik op vakantie was. Het was een hele mooie route, er stond niet veel wind en de temperatuur was precies goed. Lang leve fietspunten want daardoor was de route makkelijk te volgen. Weer een zorg minder.

En toen was daar de zee. Mijn ultieme plek van vrijheid. Het geluid van de golven, de wind in je gezicht en het zand onder je voeten. Bij een strandtent bestelde ik een koffie en een smoothie. Ik genoot bewust van dit moment. Zó fijn, ik kan het nog.

Eigenlijk wilde ik niet terug naar huis maar de fietstocht was ook geen straf. En dus sprong ik na twee uur weer op de fiets naar huis. Zonder angst maar met een ontspannen gevoel. Ik had mezelf vandaag de figuurlijke schop onder m’n kont kunnen geven. Het was een fijne ochtend. Mijn angsten waren, zoals bijna altijd, ongegrond. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: offline

Acceptatie

‘Volgens mij heb je geaccepteerd dat je even niet functioneert zoals je zou willen, je bent rustiger’, zei D tegen me. En dat voel ik inderdaad ook.

Ruim twee maanden ben ik nu thuis en werk ik niet. Ik voelde me enorm schuldig, checkte nog regelmatig mijn mail en bekeek de website van mijn werk om te zien wat er allemaal speelde. Loslaten vond ik heel moeilijk. Maar ik wist ook dat ik even niet anders kon.

Ik belandde in een nog dieper dal dan ik al zat. Kon dat überhaupt? ‘Er komt een dag dat je dingen weer doet zonder dat ze heel zwaar voelen’, zei een collega van me die ook een tijdje thuis had gezeten. ‘Het komt goed’, zei de huisarts. Ik kon het me niet voorstellen. Er was bar weinig wat ik nog leuk vond, mensen om me heen kon ik amper verdragen, ik zag alleen negatieve punten en stond ’s ochtends op omdat dat van me verwacht werd. Ik was onrustig, wilde alles tegelijk doen en was het liefst alleen. Lichtpuntjes? Voor mij was alles donker.

Ik vraag me nu af hóe ik de laatste jaren heb kunnen functioneren. Op de automatische piloot denk ik. Alsof het altijd regende en de ramen al jaren niet gewassen waren. Daar wen je ook wel weer aan blijkbaar. Maar nu, ruim twee maanden later, durf ik weer te geloven dat het goed gaat komen. Stiekem zie ik hier en daar weer wat lichtpuntjes.

Nog steeds heb ik moeite met concentreren als ik een boek lees of tv kijk. Nog steeds kan ik wakker liggen van een afspraak, sociale aangelegenheden vind ik nog steeds lastig, nog steeds gieren soms de zenuwen zonder verklaarbare redenen door m’n lijf. Nog steeds kan mijn batterij ineens leeg zijn, nog steeds is een drukke supermarkt overweldigend en nog steeds kan ik bang zijn voor vanalles.

Ik moet mijn grenzen goed bewaken. Het voelt alsof ik op een koord dans en er alles aan moet doen om niet te vallen. Maar dat gaat me steeds iets beter af en ik geloof dat ik op een dag de overkant bereik. Desnoods met vallen, maar ik leer om dan ook weer op te staan en door te lopen.

Ik zie de zon vaker schijnen en de ramen worden stukje voor stukje gewassen. Ik leer elke dag en voorzichtig geloof ik weer dat ik er kan komen. Op de plek waar vaker de zon schijnt dan dat het bewolkt is, dat ik een paraplu kan pakken in plaats van zieknat te worden en een schuilplek kan vinden in een storm. Slaap lekker lief zusje.

‘Je kan de golven niet stoppen, maar je kan wel leren surfen.’

Lees ook: In mijn eigen bubbel

Een open wond


Jouw ziekte voelt als een open wond. Soms groeit het een beetje dicht maar zodra ik je zie, aan je denk of iets over je hoor gaat de wond weer open. Eigenlijk is het al drie jaar steeds weer een beetje meer afscheid nemen van jou. Tijd om te helen heeft de wond daardoor niet.

Ik zoek nog altijd naar een pleister die de pijn kan verzachten. Want hoe ga je met zoiets om? Het loslaten van iemand die er nog is? Ik wil je niet loslaten maar je bent al weg. Ik zie je maar herken je nauwelijks meer.

Ik kan alleen maar lijdzaam toezien hoe jij steeds verder verdwaald. Gelukkig ben jij nog altijd tevreden. De wond zal nooit genezen maar stiekem zal ik blij zijn als het een litteken wordt. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Elke dag koffie

Stilstaan

Het overlijden van jou en alles wat daaraan vooraf ging. Het wachten op de IC in het ziekenhuis, een hoopvolle nacht maar dan tot dat ene appje van mam. Je na twee jaar weer zien. In je kist. Een kaart ontwerpen, een lint uitzoeken. Het afscheid zonder pap maar met een andere man aan mams zijde. Het plaatsen van de deksel op je kist. Het in een sneltreinvaart leeghalen van je appartement. De sleutel in de brievenbus gooien voor de huisbaas. Je fiets zoeken om mee te nemen, hij moest daar ergens staan. En nog zoveel meer momenten waarvan ze nu lijken alsof ik ze niet bewust heb meegemaakt.

Gewoon maar doorgaan
Ook als ik even stil had moeten staan
Simpelweg omdat ik niet anders weet
En zo even m’n zorgen vergeet
Of doe ik maar alsof ze er niet zijn?
Masker op, ook al doet het van binnen pijn.

Nog geen half jaar later. Pap, de man die altijd alles wist en die voor zijn beroep mensen beter maakte. Diezelfde man die ineens mijn naam niet meer wist. Mam verhuizen naar haar eigen plekje. De laatste wandeling met pap om hem af te leiden terwijl zijn spullen uit huis werden gehaald, wat voelde ik me schuldig. Het meelokken van pap zijn eigen huis uit. Het moment waarop hij nieuwe woning binnenliep en zijn eigen spullen niet herkende. De verwarring bij hem, de onrust, de angst die daarop volgde. De afstand was nog nooit zo groot. Ons oude huis in de verkoop en alle emoties die daarbij kwamen. Wie zou er gaan wonen? Zou het erg veranderen? Oh toch niet in de verkoop, dus ik zou er nog blijven komen. Maar pap is daar niet meer en jullie sporen worden langzaam gewist.

M’n hoofd werd voller, m’n tranen bleven komen
M’n toekomst was me deels afgenomen
De bubbel van ‘een gelukkig leven’ was geknapt
Zomaar ineens van me afgepakt
Ik kon steeds moeilijker gewoon maar doorgaan
Maar het lukte niet om tóch even stil te staan.

En toen onze verhuizing van de stad naar een dorp. Van een stevig appartement naar een oud huis. Van een huurwoning naar een eigen plek. We moesten dingen uitzoeken en regelen. Een enorme lekkage. Elk weekend op en neer om te verbouwen. We kregen meer rust en natuur om ons heen en zelfs een eigen oprit en tuin. Allemaal heel fijn en ik ben dankbaar dat dat allemaal gelukt is. Maar even omschakelen was het wel.

‘Je hebt nogal wat meegemaakt’
Een zin die me plotseling raakt
Want ook al had ik zorgen, angst en verdriet
Zo erg is het nou toch ook weer niet?
Muurtje om me heen en gewoon maar doorgaan
Ook toen ik allang even stil had moeten staan
.

In tussentijd brak er een pandemie uit. Alle corona perikelen, de verdeeldheid, de onrust, de onzekerheid en alle andere ellende in de wereld gingen me niet in de koude kleren zitten. Ik ben gevoelig en ik trek het me aan. Ik kan me er moeilijk voor afsluiten al probeer ik dat steeds meer. Ik probeer mezelf nu te zien als piepklein puntje op de aarde. En dat piepkleine puntje moet zich focussen op haar eigen omgeving. De rest is te groot voor dat piepkleine puntje. De wereld draait toch wel door. Hier en nu, dat is wat telt. Makkelijker gezegd dan gedaan maar ik doe mijn best.

Zo zijn er nog een aantal gebeurtenissen
En ook echt wel dingen die ik niet had willen missen
Alles bij elkaar bleek toch een beetje veel
En rust nemen blijkt nu essentieel
Want niemand kan altijd maar doorgaan
Zonder af en toe even stil te staan.

‘Zo kun je niet door, sta nu even stil
Ook al is dat iets wat je liever niet wil
Want je bent veel te lang gewoon maar doorgegaan
En nu zet je jezelf even bovenaan.

Slaap lekker lief zusje

Lees ook: Een dag zonder zorgen

Boem

Ik hou van m’n werk. Nog nooit ben ik een dag met tegenzin gaan werken. En dat terwijl ik dit werk toch al heel wat jaar doe. Elke dag vind ik het nog steeds leuk om te doen. Ook in moeilijke tijden was m’n werk altijd een goede afleiding.

Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en wil altijd iedereen helpen. Ik voel me betrokken en ben gedreven. Sterke punten die nu m’n valkuil zijn geworden.

We zijn een fijn hecht team maar ineens ging het mis. Er vielen mensen uit, er gingen mensen weg, er waren nieuwe gezichten en we waren met z’n allen de weg een beetje kwijt. Toen er weer iemand uitviel en er weer taken verdeeld moesten worden, brak ik. De stabiele factor van m’n werk was ineens niet meer zo stabiel.

De energie die ik altijd kreeg van m’n werk bleef uit, ik kon me niet meer concentreren. Zocht items in verkeerde mappen, moest drie keer een video bekijken voordat ik wist wat ik nou gezien had en bladerde door de verkeerde mappen om iets op te slaan. Waar ik altijd gestructureerd en georganiseerd te werk ging, liep nu alles door elkaar. En steeds vaker opende ik m’n laptop met tranen in m’n ogen. Dit kon zo niet langer.

En dus moet ik, met pijn in m’n hart, een stap terug zetten. Een grote moeilijke stap terug om straks weer op volle kracht vooruit te kunnen. De komende tijd staat in het teken van niets moeten. Focussen op dingen die me energie geven, het niet erg vinden als ik niets doe omdat dat op dat moment zo voelt en zorgen voor mezelf.

Ik ben iemand die nog doorloopt met een gebroken been en ik kan moeilijk accepteren dat ik me zo voel. Maar dit uitspreken en deze stap zetten is denk ik al een goed begin. Ik wéét dat ik zoveel heb om dankbaar voor te zijn, ik vóel het alleen niet. Ik wil het leven weer vóelen. En daar ga ik aan werken. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het leven vieren

Teveel spanning

De uitslag weten voordat de wedstrijd begonnen is, weten wie nog bij elkaar is voordat je aan een realityshow over daten begint en voor de eerste aflevering op tv is, willen weten wie toch de Mol is. De laatste bladzijde van een boek lezen voordat je aan de eerste begint en de cliffhanger van een spannende serie of film weten voordat je eraan begint. Kortom, de uitkomst al weten voordat iets begonnen is. Niet uit nieuwsgierigheid maar omdat de spanning gewoon teveel is en je het kijken of lezen daardoor als minder leuk ervaart. Of gewoon ronduit vervelend.

Als je dit vertelt verklaren veel mensen je vaak voor gek. ‘Dan is er toch niets meer aan?!’. Voor mij dus wel. Ik geniet veel meer van de weg naar het einde toe. Ik heb meer aandacht voor alles wat er gebeurt onderweg en bovendien scheelt het me heel wat ongename gierende zenuwen door mijn hele lichaam. En nagels.

Lang dacht ik dat ik de enige was en omdat zoiets niet ‘hoort’ deed ik maar wat iedereen doet. Ik weet heus dat meer mensen dit hebben en ik echt niet de enige ben, alleen die spreken zich blijkbaar niet graag uit. En dat snap ik want mensen verklaren je voor gek of nemen je niet serieus.

Vorige week las ik een column van iemand die precies schreef zoals ik het ook ervaar. Het was oprecht een opluchting. ‘Ha, ik ben dus niet raar!’. En dat is iets waar ik steeds vaker achterkom. Iedereen is anders, iedereen is uniek. En iedereen heeft zijn of haar ‘eigenaardigheden’. Zoals er jàren geleden door de organisatie ingestampt werd toen ik voor een jaar High School naar California vertrok: ‘Het is niet goed, het is niet fout, het is gewoon anders’.

Dus laatst keek ik een serie op mijn manier, ik zocht op internet wie van de koppels nog bij elkaar waren. En toen ik dat uitgeplozen had kon ik met een gerust hart aan de realityshow beginnen. Met een ontspannen gevoel en aandacht voor alles wat er gebeurde. Heerlijk. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon

Boos op de situatie

Soms heb ik helemaal geen zin om naar je toe te gaan. Wel om je te zien, maar niet om naar je toe te gaan. 148 kilometer heen om diezelfde kilometers niet veel later weer terug te rijden. Je zit niet op me te wachten, je hebt geen idee wie ik ben en een gesprek met je voeren is niet te doen. Soms vind ik dat gewoon heel stom en ben ik zelfs een beetje boos op de situatie.

Vandaag was zo’n dag. Ik had geen zin om te gaan. Ik wilde thuis blijven bij m’n gezin. Even een dag niets. Maar omdat ik door de afstand niet zomaar even bij je langs kan gaan, moet ik het plannen. En omdat ik de komende twee weekenden niet kan, zou ik vandaag gaan.

Een bezoekje aan jou vind ik emotioneel beladen. Ik vind het nog altijd moeilijk om te zien hoe jij in je eigen wereld zit en van mijn bestaan niets meer weet. Maar ik ging toch, met lichte tegenzin. Het leek alsof ik een blok beton achter de auto meesleepte.

Maar als je dan zegt dat je het gezellig vind dat ik er ben, je gezellig kletst met je twee vrienden en geniet van een stukje frikadel en een glas ‘heerlijk zoet goedje’ dan ben ik alles weer vergeten. En als je met twee armen naar me staat te zwaaien van achter het raam als ik weer ga, dan weet ik weer waar ik het voor doe en is het blok beton spontaan kwijt. Ik mis je pap, tot snel.

Lees ook: platte groene bergen

Vinkjes

Ik ben ‘blij’ dat je de waanzin die momenteel speelt in het land niet meekrijgt. Mensen lijken het volkomen normaal te vinden dat andere mensen niet welkom zijn in een restaurant, bioscoop, sportclub of het theater. Alleen omdat ze geen groen vinkje willen of kunnen tonen in een app.

Beloond worden met een geldige code om deel te nemen aan iets wat altijd normaal was. We doen alles om zo’n vinkje te bemachtigen. Niet voor onze gezondheid maar zodat we op vakantie mogen, elk restaurant binnenkomen en naar het theater kunnen. Dit heeft niets meer te maken met onze gezondheid. Dit gaat over gedragsbeinvloeding en we lijken er massaal in te trappen.

Het gemak waarmee een groep mensen nu omgaat met het buitensluiten van een andere groep mensen, vind ik schokkerend. Het raakt me enorm en maakt me verdrietig. Ik hoop van harte dat íedereen snel weer welkom is, óveral.

En om af te sluiten met iets positiefs en iets waar je wel om zou kunnen lachen: vandaag vindt het NK Tegenwindfietsen plaats. En met windsnelheden van maar liefst 80 kilometer per uur, zijn de omstandigheden perfect. Slaap lekker lief zusje.

Ps. Heb je de fotopagina al ontdekt?

Lees ook: Gewoon even mee wapperen

35+4

Tijdens een van mijn wandelingen luisterde ik een podcast over rouw en van jezelf houden. Alles wat ik hoorde was zo herkenbaar dat ik de tranen moeilijk kon inhouden.

Ik dacht dat je na 3 jaar toch wel genoeg verdriet zou moeten hebben gehad. Dat je ‘gewoon’ weer door kon met je leven. Maar het voelt helemaal niet zo. Soms flitst er ineens een gedachte voorbij of hoor ik een nummer waardoor het verdriet ineens weer bovenkomt. En soms komt het uit het niets.

‘Maar je wil mensen ook niet meer tot last zijn met je verdriet’. Ik wil niet wéér zeggen dat ik je mis, weer m’n tranen laten zien. De verteller zei dat dat allemaal heel begrijpelijk is en juist niet raar. Je verdriet mag er zijn, ook na zoveel jaar. Laat het er zijn, geef er aan over.

Want ‘rouw is liefde die zijn oorspronkelijke adres is kwijtgeraakt’. En op deze dag, de dag dat je 39 zou zijn geworden, voel je zoiets sterker. Je kan je liefde niet meer kwijt in een knuffel, een kaartje of op welke andere manier dan ook. Precies dat voel ik, ik zou je zó graag willen zien. Met je willen praten en lachen. Ik wil je vertellen hoeveel je voor me betekent en hoe blij ik ben dat jij m’n zusje bent. Ik wil je warmte weer even voelen, je lach horen en selfies met je maken.

Maar dat gaat niet meer en zal nooit meer kunnen. Vandaag vier ik jouw leven omdat je het zelf niet meer kan. Gefeliciteerd lief zusje, 39!

Lees ook: 35+3

Angst voor dode personen

De buurman was overleden en lag thuis opgebaard. Drie jaar geleden had ik dat doodeng gevonden. Het idee van een lijk in een huis, dat hoorde gewoon niet. Lijken horen in de koelcel, veilig in een mortuarium. Maar zo denk ik er na jouw overlijden niet meer over. Dan is een lijk niet zomaar een dood persoon, dan is het iemand van wie je houdt, waar je herinneringen aan hebt. Jij, of iemand anders die de overledene heeft gekend.

Ik dacht dat ik het heel eng zou vinden, een dood persoon in het echt zien. Ik had dat niet eerder meegemaakt. Maar ik moest het doen, ik wilde je nog één keer zien. Dat was ik je verschuldigd en dit was m’n allerlaatste kans.

Het was het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan, jou na twee jaar weer zien. Niet in levende lijve maar in je kist, levenloos en koud. Maar ook heel mooi en rustig.

Het was helemaal niet eng. Vrijwel meteen na mijn eerste blik op jouw wilde ik niet meer weg. Het was juist heel erg fijn om bij je te zijn. Mijn gedachte bij ‘een lijk’ was meteen anders. En dus vond ik de dode buurman ook niet meer eng.

Ik weet dat het praktisch niet zou kunnen maar ik wou dat je bij me thuis had gelegen. Dan was ik misschien wel naast je gaan liggen. Dan was ik elke minuut van de dag bij je geweest. Door je haar gestreken, je handen vastgepakt. Dan had ik je van alles verteld. Misschien had je het stiekem nog gehoord, mijn aanwezigheid gevoeld.

Maar je was niet bij me. Je lag in een koelcel tussen andere overledenen. Als ik het over kon doen, zou ik het anders hebben gewild. Maar we kunnen het niet over doen, en ik wil zoiets nooit meer overdoen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Dit hoort niet

N. 8 jaar

Kleine doelen

Ik heb je niets verteld over kerst en oud en nieuw dit jaar. In mijn hoofd krijg ik het niet als een lopend verhaal. En waar ik normaal gesproken mijn gevoelens vrij makkelijk op papier krijg, lukt dat me de laatste tijd minder goed.

Misschien omdat ik minder gevoel heb bij de ‘feestdagen’. Ik voelde me een soort van gevoelloos. Vroeger waren we een gezin en waren jij en pap er nog bij. Die bubbel barstte ineens toen jij overleed en papa niet meer wist wie ik was. Daarbij komt dat ik weet dat het voor een aantal mensen om me heen ook niet meer is wat het ooit geweest was omdat ze geliefden moeten missen.

We zouden naar beide families gaan maar vanwege de maatregelen rondom corona voelde het toch niet goed om met z’n allen bij elkaar te komen. En dus waren we met kerst gewoon thuis. We zijn even naar het strand geweest en verder eigenlijk niets. Ook met oud en nieuw waren we gewoon thuis. En eigenlijk vond ik dat heerlijk. Ik ben dankbaar voor mijn lieve vriend en onze dochter. Ook al voel ik me vaak alleen in m’n gevoel, ze zijn er voor me.

Op social media regent het posts over goede voornemens. Want ‘we gaat het dit jaar allemaal anders doen’. En wat betreft alle ellende op de wereld hoop ik inderdaad dat we het allemaal anders gaan doen. Meer liefde, respect en een luisterend oor naar elkaar. We willen uiteindelijk allemaal hetzelfde en dat is terug naar ‘normaal’.

Er gebeurt zoveel en ik vind het fijn om m’n wereld klein te houden. Mijn hoofd kan al die dingen niet aan dus ik kan me beter focussen op de wereld om me heen. Ik weet dat het beter werkt om kleine doelen te stellen. Doelen per dag, geen grote voornemens voor het hele jaar. Want de kans dat de kleine voornemens me lukken, zijn veel groter dan de doelen op langere termijn. Zo lukt het me al dagen achter elkaar om minstens een uur te wandelen. En daarover voel ik mezelf dan goed. Je herkent het vast. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Alleen maar liefde

Geen keuzestress

Wandelen in onze nieuwe omgeving geeft op veel punten zoveel meer rust dan wandelen in de stad. Als ik dit zo zeg, lijkt het een open deur. Want natuurlijk is een stad drukker dan een dorp. Maar ik ervaar nu wat het met me doet, denk ik. Ik loop vaak ’s ochtends een rustige route. Een fijne start van de dag met frisse lucht en wat beweging, wetende dat ik de rest van de dag op mijn kont achter mijn laptop zit. Onderweg kom ik hooguit vijf honden met hun baasje tegen. (uiteraard zijn er meerdere routes maar deze is precies goed)

Als ik aan deze route begin weet ik dat ik ‘m af moet maken want er is geen shortcut om weer naar huis te gaan. Toen ik door de stad wandelde was er áltijd een shortcut als ik geen zin meer had. Je kon altijd wel links of rechtsaf slaan om eerder thuis te komen. Hier kan dat niet en dat geeft rust. Als ik nu halverwege geen zin meer heb, is de enige optie om door te lopen en het rondje af te maken. Dus ik kan wel moeilijk doen, maar ik wist waar ik aan begon. En dus denk ik er niet eens bij na om eerder terug te gaan dan gepland.

In de stad had ik vaak last van ‘keuzestress’. ‘Zal ik hier links gaan of rechts? Of toch een straat verder? Oh dit is afgesloten, en nu? Zal ik nog een blokje verder gaan, ik ben pas 30 minuten onderweg?’ Hier heb ik dat niet. Er is één pad en die moet je aflopen. De route is zo’n 5 kilometer lang en ik ben ongeveer een uur aan het lopen. Dat klinkt misschien saai maar tot nu toe vind ik dat niet.

De natuur ziet er elke keer anders uit, soms schijnt de zon en soms is het mistig. De ene keer zijn de bladeren rood, de andere keer groen en de andere keer liggen ze allemaal op de grond. Soms waait het, soms is het vele water in de omgeving als een spiegel en soms is het pad blubberig van de regen. Ik zie het en ervaar het zoals het is. Allemaal factoren waar ik geen invloed op heb, waar ik niets aan kan doen. Ik hoef niet te kiezen of na te denken. En dat geeft me rust. Intussen luister ik muziek, een podcast of denk ik na over vanalles.

Begrijp me niet verkeerd, ik liep met veel plezier door de stad want die is prachtig. Mits het op een ochtend was en er nog niet zoveel mensen op straat waren. De oude panden, de mooie grachten en het ontdekken van straatjes vond ik altijd heel leuk. Maar nu we buiten de stad wonen merk ik pas wat voor invloed dat op me had. De keuzes, de afleidingen, de prikkels. Vanochtend tijdens mijn wandeling in de donkere mist voelde ik me goed en besefte ik dat ik langzaamaan rustiger word. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: mijn armen om je buik

Een welkome afleiding

Sinds een paar dagen hebben we een kleine viervoeter erbij in huis. Ze is een kitten en heet Teddy. Misschien een gekke vergelijking maar kijken naar hoe ze alles ontdekt of heerlijk opgerold ligt te slapen in haar mandje, geeft me hetzelfde gevoel als wanneer ik bij papa ben.

Niets is dan belangrijk, alleen dat moment. Even lijkt dan alle ellende niet te bestaan, en dat is een fijn gevoel. Het leven is bij pap en met Teddy zo lekker simpel. En daarom is ze een welkome afleiding in huis. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een harig vriendje

Hulplijnen

Ik stelde het al uit sinds de verhuizing. In de buurt is een recreatiegebied waar ik nieuwsgierig naar was. Je scheen er een rondje van zo’n 5 kilometer om een mooie plas te kunnen wandelen. Een mooie afstand voor een wandeling. Helaas heb ik thuis geen wandelaars en was ik op mezelf aangewezen.

En dat was nou net het probleem. Want waar was de ingang? Welk pad moest ik volgen? Het was onbekend terrein en daarvoor was ik een beetje bang. Waarom precies? Geen idee. In zo’n geval neem ik graag iemand mee die me, in dit geval letterlijk, de weg wijst. Of met wie ik samen het juiste pad vind.

Ik kan heel goed alleen zijn en zelf dingen ondernemen. Als ik alleen op reis zou gaan, zou ik geen probleem hebben met onbekend terrein. Alleen, als er een ‘hulplijn’ in de buurt is, heb ik daar moeite mee. Iemand die me, in dit geval letterlijk, de weg zou kunnen wijzen. Als zo iemand er is, dan maak ik daar graag ‘gebruik van’, buiten het feit dat het gewoon gezellig is natuurlijk.

Dat is, denk ik, altijd zo geweest. Als ik vroeger in de klas mijn vinger opstak om iets te vragen aan de leraar zei deze bijna altijd: ‘Je weet het wel, als je het na 5 minuten echt nog niet weet dan kom ik bij je terug’. De leraar was in dit geval mijn hulplijn maar ik bleek deze zelden ook echt nodig te hebben.

Vandaag waren mijn hulplijnen ook nutteloos, ik zou ze toch niet zover krijgen om mee te gaan. En dus was ik op mezelf aangewezen. Mijn nieuwsgierigheid naar dit gebied was groot en dus besloot ik gewoon te gaaan.

En uiteraard liep alles vlekkeloos en bleek maar weer dat ik mezelf prima kan redden. Het was een kleine overwinning maar tegelijkertijd voelde ik me stom, had ik hier nou zo moeilijk over gedaan? Ik moet niet zoveel nadenken en gewoon gaan. Maar ja dat is vaak makkelijk gezegd dan gedaan 🙂 Terwijl ik daar liep, eindelijk, voelde ik me enigszins schuldig tegenover jou. Ik kan dit soort dingen nog en dan doe ik er zo moeilijk over.

Onderweg kwam ik 76 gezinnen tegen, 53 stelletjes en 48 honden (ik heb ze niet echt geteld maar zoveel leken het). Het was modderig, winderig en ik kreeg twee buitjes op m’n kop. Maar het was fijn. En het onbekende is nu niet meer onbekend.

De hele weg dacht ik aan jou. Waar zou je zijn? Zou je stiekem met me mee wandelen? Hoe zou het zijn als je er nog was? Tegelijkertijd denk ik dat het ‘goed’ is dat je de ellende in de wereld niet meemaakt. Je zou je er niet beter door gevoeld hebben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: zo dichtbij, zo ver weg

Tranen van het lachen

Daar ga ik. In een kolkende massa wit schuimend zwembadwater. Ik begeef me enorm buiten mijn comfortzone in mijn, voor de gelegenheid aangeschafte, nieuwe zwempak in een subtropisch zwemparadijs. Het is warm, redelijk druk en overal zie ik blote voeten. De laatste plek waar ik wil zijn maar ik heb het N beloofd en ook dat ik alle glijbanen zou proberen. Zonder te zeuren. De disco glijbaan met flitsende lichten en opzwepende muziek en die ene waarvan je alleen af mag met een grote blauwe opblaasband hebben we al gehad. En nu gaan we door de wildwaterglijbaan.

Het eerste stuk is makkelijk en ik glij vrolijk achter N aan. Dan komt er een soort tussenstuk, een rond bad met sterke stroming. Het is de bedoeling dat je door glijdt naar het volgende stuk. Maar ik blijf hangen en drijf, spartel is een beter woord, nog een rondje. En nog een en nog een. Het lukt me gewoon niet om naar het volgende stuk te komen waar N inmiddels allang is. Ze komt teruggelopen, tegen de storming in de glijbaan weer op om te kijken waar ik blijf. Ze ziet mij als een soort spartelende vis en moet keihard lachen. En ik lach met haar mee. Ook andere mensen die voorbij komen drijven moeten lachen om mij, om ons. N pakt mijn hand en probeert me de juiste richting op te trekken als ik weer voorbij drijf, spartel.

We moeten beiden zó hard lachen dat ik van de slappe lach helemaal geen kracht meer heb om me de juiste kant op te manoeuvreren. Even gaat er door mijn hoofd: ik ben de eerste persoon die gered moet worden uit deze wildwaterglijbaan. Ze moeten de stroming stoppen of me een reddingsband toewerpen. Gelukkig zie ik nog een paar mensen die het niet gelijk lukt met de juiste stroomrichting mee te komen.

Uiteindelijk lukt het me dan toch en kan ik weer even ademhalen. Maar dan komt er weer zo’n rond bad en begint N’s reddingspoging opnieuw. N blijft bij me en we kunnen niet meer stoppen met lachen.
Als we eindelijk het einde hebben bereikt zijn we nog steeds aan het lachen. Voor mijn gevoel heb ik een half uur in die glijbaan doorgebracht. Ik laat het er niet bij zitten, dit moet ik toch gewoon kunnen?! Op ‘Mam, kom we gaan nog een keer!’ kan ik dan ook geen nee zeggen.

Natuurlijk lukt het me ook de tweede, derde, vierde en alle andere keren daarna niet maar ik word er iets handiger in. Elke keer moeten we hard lachen om mijn gestuntel. En dan besef ik me ineens: ik heb in tijden niet zo hard gelachen. En die stomme glijbaan begin ik stiekem best leuk te vinden.

Door naar een tropisch zwemparadijs te gaan moest ik een enorme drempel over, om mezelf in badpak onder de mensen te begeven moest ik een nog grotere drempel over. Alles wat ik deed lag ver ver buiten mijn comfortzone en ver weg van ook maar iets wat ik leuk vind. Ik deed het voor N, ik had het haar beloofd. Het was een wens van haar, dat ik ook eens mee ging zwemmen. En ik had mezelf voorgenomen niet te zeuren en gewoon mee te gaan in haar spel, haar ritme. Me compleet over te geven aan de situatie. Iets wat ik lastig vind, helemaal de laatste jaren.

En juist door de controle los te laten belandde ik in deze absurde situatie. En weet je, ik zou het weer doen. Want zelfs die dag, op een plek waar ik het minst graag kom en samen met N in die kolkende massa zwembadwater waar geen einde aan leek te komen, bleek ik nog te kunnen lachen. Mijn tranen van geluk en blijdschap leken op. Maar ik heb ze gelukkig nog. Slaap lekker lief zusje.

Ik maak graag foto’s

Lees ook: dit hoort niet