De dag van de liefde

Liefde is iets moois. Maar ook iets geks. Zo kon ik mijn liefde voor jou de laatste twee jaar niet goed uitten. Onze relatie was niet meer in balans. We wilden beiden dat we gewoon fijn zussen konden zijn, maar het lukte niet. Ik ben boos, wanhopig, teleurgesteld, bang en verdrietig geweest. En ook jij bent boos, wanhopig, teleurgesteld, bang en verdrietig geweest omdat het even niet werkte. Maar allebei voelden we dit vanuit hetzelfde gevoel: liefde. Haat is er nooit geweest.

Nu je er niet meer bent, kan ik mijn liefde voor jou beter kwijt. Zonder dat negatieve gevoelens de overhand nemen. Ik heb je graag om me heen. Jouw kleding, sieraden, foto’s en andere spullen. Ik vind het fijn om je op die manier nu dichtbij me te hebben.

Liever had ik je fysiek bij me en had ik een echte zussen relatie met je gehad. Had ik je de liefde gegeven die je verdiende als zus. Vandaag, op Valentijnsdag, had je vast en zeker verschillende liefdesbetuigingen gehad. Van vriendinnen, vrienden en stille aanbidders. Want geliefd, dat was je bij iedereen. Slaap lekker lief zusje.

Rust

De meeste praktische zaken die komen kijken bij een overlijden, zijn nu afgehandeld. Kerst is geweest, het nieuwe jaar is ingeluid. Het gesprek met de arts is geweest, iets wat toch spanning met zich mee bracht. En ook je eerste verjaardag zonder jou is achter de rug. Er is even ‘rust’.

Ik denk nog steeds 24/7 aan je. Maar niet meer machteloos, met zorgen, wanhoop en angst. Het zijn nu rustige gedachtes. Ik zweef tussen heden en verleden. Haal herinneringen op van vroeger en vraag me af hoe het zou zijn als alles weer goed was gekomen. Soms zijn het fijne gedachtes met een glimlach, soms overspoeld ineens het verdriet.

Ik zie je foto’s, draag je trui en lees mailtjes terug. Op straat zie ik dingen en mensen die me aan jou doen denken en ik praat met vrienden van je. Ik slaap sinds jouw overlijden als een blok. Ineens. Na járenlang ’s nachts wakker te worden en niet meer te kunnen slapen. Misschien heeft het iets te maken met de zorgen die weg zijn, ik weet het niet. Ik voel rust en had dat jou ook zo gegund. Slaap lekker lief zusje.

36 kaarsjes

Het is jouw dag. Vandaag zou je 36 kaarsjes uitblazen. Ik wilde je een kaart sturen, zoals ik elk jaar nog deed. Maar er is geen adres. Ik wilde je appen en bellen, maar je nummer geeft geen gehoor. Er is nog geen plekje voor jou waar ik heen kan. Deze dag voelt daardoor een beetje onbestemd. Ik wil je liefde geven, maar kan het niet kwijt. Het voelt leeg.

Ik heb behoefte om samen met onze broer en moeder te zijn. Behoefte aan fijne familie om me heen. Pap beseft het niet meer. Ik moet accepteren dat de situatie anders is zoals het plaatje dat ik vroeger in m’n hoofd had. Vandaag kiezen we ervoor om op onze eigen manier stil te staan bij jouw verjaardag. We hebben het alledrie moeilijk op onze eigen manier en hebben onze rust nodig. Het is goed zo en het komt vast weer goed.

Ik wilde en kon deze dag niet zomaar aan me voorbij laten gaan. Ik voel me fijn op het strand en daar wilde ik heen. De wind, de zee. Ik word er rustig van.

“Grief is like the ocean. It comes in waves, ebbing and flowing. Sometimes the water is calm, and sometimes it’s overwhelming. All we can do is learn how to swim.” Vandaag was de zee kalm maar de golven overwhelming.

Twee februari was jouw dag. Vroeger, nu en voor altijd. Ik steek een extra kaarsje voor je aan. Gefeliciteerd lief zusje.

Dé arts

Daar liepen we weer. In het ziekenhuis waar jij bent overleden. De laatste keer staat nog in m’n geheugen gegrift. Toen liep ik de deur uit en was alles ineens anders. Je was dood. Nu hadden we een gesprek met de arts die geprobeerd had je te redden. Het was vreemd om die aardige man weer te zien, maar tegelijkertijd ook fijn. Hij was degene die zich over je had ontfermd en je tot de laatste adem meegemaakt had. Zijn aanblik bracht me even terug in de tijd. Het maakte me verdrietig. Weer een bevestiging dat het écht geen nare droom is maar de harde werkelijkheid. Je komt niet meer terug.

Wat was de reden van je overlijden? Eigenlijk wisten we het wel. En deze aardige arts had daarom geen verrassingen voor ons. Je lever werkte niet meer. En dat is het begin van het einde geweest. Een paar jaar terug kwam het probleem met je lever al aan het licht. Je deed er niets mee en vertelde ons er niet over. Had het anders kunnen gaan als je wel ingegrepen had? Waarschijnlijk niet. Daarvoor was je al te ziek. Je hield veel voor ons verborgen. Het had niet gehoeven. We wilden alles voor je doen, we deden alles voor je. We hielden van je. En nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Schuldgevoel

Ik lig in bed en lees een boek. Er is een personage overleden. Ineens voel ik een soort paniekscheut. Je was niet meer bij toch, de laatste twee dagen in het ziekenhuis voordat je overleed? Ik was er namelijk ook, natuurlijk was ik er. Een paar deuren verderop. Want als je wel bij was, was ik toen zeker naar je toe gegaan.

Ik durfde niet naar je toe. Het was geen prettig gezicht zei mam. Ik kon het niet. Ik weet nog wat ik dacht: ‘hoe dan ook, ik wil haar snel weer zien’. Als ik het opnieuw kon doen, had ik het niet anders gedaan. Maar ik had je moeten bezoeken toen je nog wel bij was.

En ineens voel ik me ontzettend schuldig. Je hebt nooit geweten hoeveel ik aan je dacht. Ik zocht je niet op omdat je voor de zoveelste keer in het ziekenhuis lag. Elke keer kwam je er weer uit. Ik kon het niet aan. Ook deze keer dacht ik dat het met een ‘sisser’ zou aflopen. De ernst van de situatie zag ik niet in. Zag iemand dat in? Ik kwam te laat. Ik had moeten gaan. Ik wil je zo graag een knuffel geven, je aanraken. Ik had je moeten zeggen dat ik van je hou. Toen, nu en voor altijd. Slaap lekker lief zusje.

Verkeerd geprogrammeerd

Even over pap, je zou willen weten hoe het met hem gaat. Je kon goed met hem praten en voelde je prettig bij hem. Zoals je weet heeft hij FTD, een vorm van dementie. De laatste weken gaat hij erg hard achteruit. Hij herkent de buurvrouw niet meer, de thuiszorg niet en zelfs als ik voor hem sta gaat er geen lichtje branden. Ook mam herkent hij niet meer en hij ontkent dat ze zijn vrouw is. Hij gaat aan het einde van de middag al naar bed. Overdag slaapt hij veel op de bank. Hij staat soms ’s nachts op en gaat dan douchen, aankleden en ontbijten in de veronderstelling dat het ochtend is. Soms gaat hij in het holst van de nacht naar buiten om de container te checken. De verhalen die hij vertelt zijn onsamenhangend en niet juist.

Ik vind het heel verdrietig. Onze sterke, intelligente en hardwerkende vader is er niet meer. Alleen zijn lijf is er nog. Wat gaat er in hem om? Heeft hij zelf iets in de gaten? Volgens mij niet, dat stelt me een beetje gerust. Zo bizar als je hersenen afsterven. Pap lijkt een verkeerd geprogrammeerd iemand. Er missen verbindingen, er gaat heel veel mis in zijn hoofd. Hij denkt nu dat hij in maart jarig is, terwijl hij in september geboren is. Ach ja, dan eten we een taartje in maart.

Ik zou vaker naar hem toe willen. Maar helaas is de afstand te groot om eventjes langs te rijden. Ook vind ik het spannend omdat ik niet weet hoe ik hem zal aantreffen. Mam zegt dat ik ‘m gewoon uit bed moet halen als hij nog slaapt. Maar dat is raar, papa uit bed halen. Dat heb ik nog nooit gedaan, dat voelt gek en een beetje eng.

Als ik een oudere man op straat zie, maakt me dat verdrietig. Vaak kijk ik eventjes langer en besef hoe het ook kan. Papa zal nooit meer zoals ‘normale’ oude mensen kunnen functioneren. Zijn situatie maakt me ook bang. Arme pap, alleen is dat grote huis.

Ze zeggen dat herinneringen blijven bestaan. Maar daar geloof ik helaas niet meer in. Papa herinnert zich ons niet. Dat maakt me verdrietig en bang. Je had het ook heel moeilijk gehad om pap zo te zien. Het is je bespaard gebleven. Slaap lekker lief zusje.

Ik begreep je

We waren allebei op zoek naar hetzelfde. Allebei op onze eigen manier. Waar jij ‘schreeuwde’ om aandacht, trok ik juist in m’n schulp. Ik wist op jonge leeftijd van je zoektocht. Ik had je door. Misschien omdat we meer op elkaar leken dan iedereen dacht.

In een dagboekje van jou, vergeef me, las ik stukjes waarin dat bevestigd werd. En, vergeef me ook, ik ben door je mailbox gegaan. Ik herken mezelf in de dingen die je schreef. Ik dacht vragen te hebben over jouw leven, misschien wel omdat dat zo hoort als iemand overlijdt. Want wat ging er om in het hoofd van de overledene? En daarom ging ik op zoek naar antwoorden.

Nu weet ik dat ik geen antwoorden zocht en kreeg, maar bevestiging. Ik begreep je meer dan je dacht. Slaap lekker lief zusje.

Verleden tijd

Het is alsof je op een lange vakantie bent. Ik praat niet over je in de verleden tijd, heel soms als ik ineens besef hoe het zit en dan ben ik me er akelig bewust van. Ik weet niet hoe zoiets gaat, wanneer wordt iemand ‘verleden tijd’? Nu voelt dat nog zo onwerkelijk.

Zo ben je binnenkort jarig en word je 36, lees ik jouw boek en leven mijn plannen voor ons samen nog. In werkelijkheid zal je nooit ouder worden, hoef ik je boek niet terug te geven en zullen m’n plannen nooit uitgevoerd worden. Maar je bent en blijft mijn zus. Daar bestaat geen verleden tijd in. Slaap lekker lief zusje.

‘Laat me’

Ik heb een Spotify lijst met Nederlandse nummers. Een nummer die op je crematie werd gespeeld staat ertussen. Dat stond ‘ie altijd al. Maar na je crematie wilde ik hem niet meer horen. Elke keer als het nummer begon, klikte ik snel door naar de volgende.

Vandaag in de auto terug naar huis kwam ie weer voorbij. Deze keer liet ik hem aan en zette het volume hoger. Ik zong luidkeels mee met ‘Laat me’. In gedachten was ik weer op je crematie en zag ik je kist tussen de vele prachtig bossen vrolijk gekleurde bloemen weer voor me. De tranen liepen over m’n wangen. Slaap lekker lief zusje.

Niet eerlijk

Ik zit in de sportschool aan de bar. Ik heb een les gevolgd en ben aan het bijkomen. Het was een fijne les en even dacht ik niet aan jou. Ik ging op in de muziek en de bewegingen. Het gaf me een voldaan gevoel. Het was fijn even ‘uit mijn hoofd’ te zijn.

En dan ineens overvalt het me. Een soort schuldgevoel dat ik hier zit, bezweet en met een glimlach op m’n gezicht. In gedachten zie ik je weer in je kist liggen. Levensloos. Het is niet eerlijk. Slaap lekker lief zusje.