Zo dichtbij, zo ver weg

Ik zou graag met je praten. Vertellen hoe het met me gaat. Dat zou ik zeggen dat ik mijn werk nog altijd leuk vind, dat ik een wandeling heb gemaakt door de stad en dat je kleindochter nu alleen op de fiets naar school gaat. Ik zou jouw medische kijk op het corona virus willen horen. Je zou me kunnen geruststellen, of juist extra waakzaam kunnen maken. Ik hechtte altijd veel waarde aan jouw kennis.

De realiteit is dat je geen idee meer hebt van mijn bestaan. Je hersenen zijn aangetast en hebben je herinneringen gewist. Je gesprekken gaan over de bomen die je ziet waaien in de wind, over de auto’s die in de verte voorbij rijden en over de vuilnisbak die jij aanziet voor een hondje. ‘Kijk, dan zwaai ik zo naar hem en dat vindt ie altijd leuk als ik dat doe!, vertel je dan enthousiast. Ik luister terwijl mijn gedachten afdwalen. Ik denk aan vroeger en hoop ergens in je ogen de oude jij te zien. Tevergeefs.

Ik mis je pap, het is zo gek dat je er bent maar ik je niets kan vertellen. Tot snel lieve pap.