Boos

Ergens ben ik een beetje boos op pap. Dat ik wederom moet uitleggen wie ik ben, dat hij steeds vraagt naar zijn ouders, dat hij denkt dat ik z’n echtgenote ben. Dat hij regelmatig praat over zijn overleden buurman alsof hij nog leeft en van jouw bestaan niets meer weet. Dat hij kribbig wordt als je naar de wc gaat en de deur dicht doet, hij is er namelijk van overtuigd dat je de deur dan niet meer open krijgt. En dus wacht je maar op het juiste moment om te plassen, als hij achter de piano zit bijvoorbeeld.


Boos over dat ik een fotoboek voor hem heb gemaakt maar hij in z’n hoofd heeft het terug te moeten geven. Dat hij niets wil ondernemen, niet eens een boek wil lezen. Dat hij nooit gezellig bij de andere bewoners gaat eten.

Boos dat we weer bijna de hele dag in de auto zitten. Maar goed, het kan nog. Hij kan er zelf niets aan doen, ik weet zeker dat hij dit nooit gewild heeft. Maar pap is tevreden en zit op z’n plek. Hij voelt zich goed en vindt het altijd leuk als we er zijn.

Ik zie de hersenen nu als iets heel abstracts, eigenlijk is het heel simpel. In paps hersenen zitten gaten, hersencellen zijn letterlijk afgestorven. En dus is het niet raar dat hij veel niet meer weet en snapt. Complete verbindingen zijn weggevallen. Sommige cellen zijn aangetast en werken voor de helft. Andere delen van zijn hersenen werken nog prima en daarom kan hij nog zo goed pianospelen.

En als je het zo bekijkt, kan je niet boos zijn dat ben ik natuurlijk ook niet, maar soms is gewoon zo moeilijk en gek allemaal. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Eindeloos gesprek

%d bloggers liken dit: