Stilstaan

Het overlijden van jou en alles wat daaraan vooraf ging. Het wachten op de IC in het ziekenhuis, een hoopvolle nacht maar dan tot dat ene appje van mam. Je na twee jaar weer zien. In je kist. Een kaart ontwerpen, een lint uitzoeken. Het afscheid zonder pap maar met een andere man aan mams zijde. Het plaatsen van de deksel op je kist. Het in een sneltreinvaart leeghalen van je appartement. De sleutel in de brievenbus gooien voor de huisbaas. Je fiets zoeken om mee te nemen, hij moest daar ergens staan. En nog zoveel meer momenten waarvan ze nu lijken alsof ik ze niet bewust heb meegemaakt.

Gewoon maar doorgaan
Ook als ik even stil had moeten staan
Simpelweg omdat ik niet anders weet
En zo even m’n zorgen vergeet
Of doe ik maar alsof ze er niet zijn?
Masker op, ook al doet het van binnen pijn.

Nog geen half jaar later. Pap, de man die altijd alles wist en die voor zijn beroep mensen beter maakte. Diezelfde man die ineens mijn naam niet meer wist. Mam verhuizen naar haar eigen plekje. De laatste wandeling met pap om hem af te leiden terwijl zijn spullen uit huis werden gehaald, wat voelde ik me schuldig. Het meelokken van pap zijn eigen huis uit. Het moment waarop hij nieuwe woning binnenliep en zijn eigen spullen niet herkende. De verwarring bij hem, de onrust, de angst die daarop volgde. De afstand was nog nooit zo groot. Ons oude huis in de verkoop en alle emoties die daarbij kwamen. Wie zou er gaan wonen? Zou het erg veranderen? Oh toch niet in de verkoop, dus ik zou er nog blijven komen. Maar pap is daar niet meer en jullie sporen worden langzaam gewist.

M’n hoofd werd voller, m’n tranen bleven komen
M’n toekomst was me deels afgenomen
De bubbel van ‘een gelukkig leven’ was geknapt
Zomaar ineens van me afgepakt
Ik kon steeds moeilijker gewoon maar doorgaan
Maar het lukte niet om tóch even stil te staan.

En toen onze verhuizing van de stad naar een dorp. Van een stevig appartement naar een oud huis. Van een huurwoning naar een eigen plek. We moesten dingen uitzoeken en regelen. Een enorme lekkage. Elk weekend op en neer om te verbouwen. We kregen meer rust en natuur om ons heen en zelfs een eigen oprit en tuin. Allemaal heel fijn en ik ben dankbaar dat dat allemaal gelukt is. Maar even omschakelen was het wel.

‘Je hebt nogal wat meegemaakt’
Een zin die me plotseling raakt
Want ook al had ik zorgen, angst en verdriet
Zo erg is het nou toch ook weer niet?
Muurtje om me heen en gewoon maar doorgaan
Ook toen ik allang even stil had moeten staan
.

In tussentijd brak er een pandemie uit. Alle corona perikelen, de verdeeldheid, de onrust, de onzekerheid en alle andere ellende in de wereld gingen me niet in de koude kleren zitten. Ik ben gevoelig en ik trek het me aan. Ik kan me er moeilijk voor afsluiten al probeer ik dat steeds meer. Ik probeer mezelf nu te zien als piepklein puntje op de aarde. En dat piepkleine puntje moet zich focussen op haar eigen omgeving. De rest is te groot voor dat piepkleine puntje. De wereld draait toch wel door. Hier en nu, dat is wat telt. Makkelijker gezegd dan gedaan maar ik doe mijn best.

Zo zijn er nog een aantal gebeurtenissen
En ook echt wel dingen die ik niet had willen missen
Alles bij elkaar bleek toch een beetje veel
En rust nemen blijkt nu essentieel
Want niemand kan altijd maar doorgaan
Zonder af en toe even stil te staan.

‘Zo kun je niet door, sta nu even stil
Ook al is dat iets wat je liever niet wil
Want je bent veel te lang gewoon maar doorgegaan
En nu zet je jezelf even bovenaan.

Slaap lekker lief zusje

Lees ook: Een dag zonder zorgen

Boem

Ik hou van m’n werk. Nog nooit ben ik een dag met tegenzin gaan werken. En dat terwijl ik dit werk toch al heel wat jaar doe. Elke dag vind ik het nog steeds leuk om te doen. Ook in moeilijke tijden was m’n werk altijd een goede afleiding.

Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en wil altijd iedereen helpen. Ik voel me betrokken en ben gedreven. Sterke punten die nu m’n valkuil zijn geworden.

We zijn een fijn hecht team maar ineens ging het mis. Er vielen mensen uit, er gingen mensen weg, er waren nieuwe gezichten en we waren met z’n allen de weg een beetje kwijt. Toen er weer iemand uitviel en er weer taken verdeeld moesten worden, brak ik. De stabiele factor van m’n werk was ineens niet meer zo stabiel.

De energie die ik altijd kreeg van m’n werk bleef uit, ik kon me niet meer concentreren. Zocht items in verkeerde mappen, moest drie keer een video bekijken voordat ik wist wat ik nou gezien had en bladerde door de verkeerde mappen om iets op te slaan. Waar ik altijd gestructureerd en georganiseerd te werk ging, liep nu alles door elkaar. En steeds vaker opende ik m’n laptop met tranen in m’n ogen. Dit kon zo niet langer.

En dus moet ik, met pijn in m’n hart, een stap terug zetten. Een grote moeilijke stap terug om straks weer op volle kracht vooruit te kunnen. De komende tijd staat in het teken van niets moeten. Focussen op dingen die me energie geven, het niet erg vinden als ik niets doe omdat dat op dat moment zo voelt en zorgen voor mezelf.

Ik ben iemand die nog doorloopt met een gebroken been en ik kan moeilijk accepteren dat ik me zo voel. Maar dit uitspreken en deze stap zetten is denk ik al een goed begin. Ik wéét dat ik zoveel heb om dankbaar voor te zijn, ik vóel het alleen niet. Ik wil het leven weer vóelen. En daar ga ik aan werken. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het leven vieren

Teveel spanning

De uitslag weten voordat de wedstrijd begonnen is, weten wie nog bij elkaar is voordat je aan een realityshow over daten begint en voor de eerste aflevering op tv is, willen weten wie toch de Mol is. De laatste bladzijde van een boek lezen voordat je aan de eerste begint en de cliffhanger van een spannende serie of film weten voordat je eraan begint. Kortom, de uitkomst al weten voordat iets begonnen is. Niet uit nieuwsgierigheid maar omdat de spanning gewoon teveel is en je het kijken of lezen daardoor als minder leuk ervaart. Of gewoon ronduit vervelend.

Als je dit vertelt verklaren veel mensen je vaak voor gek. ‘Dan is er toch niets meer aan?!’. Voor mij dus wel. Ik geniet veel meer van de weg naar het einde toe. Ik heb meer aandacht voor alles wat er gebeurt onderweg en bovendien scheelt het me heel wat ongename gierende zenuwen door mijn hele lichaam. En nagels.

Lang dacht ik dat ik de enige was en omdat zoiets niet ‘hoort’ deed ik maar wat iedereen doet. Ik weet heus dat meer mensen dit hebben en ik echt niet de enige ben, alleen die spreken zich blijkbaar niet graag uit. En dat snap ik want mensen verklaren je voor gek of nemen je niet serieus.

Vorige week las ik een column van iemand die precies schreef zoals ik het ook ervaar. Het was oprecht een opluchting. ‘Ha, ik ben dus niet raar!’. En dat is iets waar ik steeds vaker achterkom. Iedereen is anders, iedereen is uniek. En iedereen heeft zijn of haar ‘eigenaardigheden’. Zoals er jàren geleden door de organisatie ingestampt werd toen ik voor een jaar High School naar California vertrok: ‘Het is niet goed, het is niet fout, het is gewoon anders’.

Dus laatst keek ik een serie op mijn manier, ik zocht op internet wie van de koppels nog bij elkaar waren. En toen ik dat uitgeplozen had kon ik met een gerust hart aan de realityshow beginnen. Met een ontspannen gevoel en aandacht voor alles wat er gebeurde. Heerlijk. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon

Liefde voor het strand

De wind aait langs mijn gezicht, de zon verwarmt mijn wangen. Er vliegt een vrolijk schreeuwende meeuw over die iets verderop in de rustige zee neerstrijkt. Aan de rand van het water staan vier scholeksters te wachten tot hun moeder ze iets lekkers brengt. Zij wroet wild met haar oranje snavel in het natte zand op zoek naar voedsel. Achter haar kabbelen de golfjes van de zee. Ze maken een kalmerend geluid.

De grote vlakte met zand strekt zich voor me uit. Hier en daar loopt een baasje met een hond. Het dier vrolijk rennend over het strand, kop in de wind en snuffelend aan alles wat op zijn pad komt. Ik geniet van het eindeloze uitzicht over de enorme zee en probeer het leven te snappen. Hier moet ik even niets en ik loop tot ik geen zin meer heb.

De structuur van het zand is om de paar meter anders. Ik zie sporen van voetstappen, van de zandschuiver die in de verte aan het werk is, van vogels, honden en teruggetrokken water. Ik loop langs aangespoelde schatten van de zee. Tussen de afdrukken van hondenpootjes in het zand, over vele schelpjes die in een lange rij langs de waterlijn liggen. Ze knisperen onder mijn schoenen. De wind aait langs mijn gezicht, de zon verwarmt mijn wangen. Ik hou van het strand. Slaap lekker lief zusje, tot snel lieve pap.

Klik hier voor 2 foto’s van vandaag

Lees ook: Tranen van het lachen

Jouw medische kennis

Toen ik tijdens het sporten in mijn tienerjaren last had van mijn knie, wist jij me te vertellen dat dat Osgood-Schlatter was. Jaren daarvoor had de huisarts een knobbeltje uit mijn hand gesneden en jij haalde later de hechtingen eruit, thuis op de bank. Bij het aanzien van de zwelling op mijn hand na een val op het ijs wist jij meteen, hiermee moeten we naar het ziekenhuis.

En zo kan ik nog tig voorbeelden bedenken van de keren dat ik jouw medische kennis vroeg of goed kon gebruiken. Als ik vroeger ergens last van had, wist jij me gerust te stellen. Naar de huisarts gingen we zelden.

Nog steeds wil ik jouw bellen als ik iets wil weten op medisch gebied. In een split second denk ik dan; even pap vragen! Maar dat kan niet meer. Wonderbaarlijk genoeg gebruik je nog best veel medische termen. Niet in de juiste context maar ergens in je hoofd zijn ze er nog en op compleet random momenten gebruik je ze.

De vroegere hoofdverpleegkundige, waar je veel me hebt samengewerkt, kwam een paar maanden geleden bij je op de afdeling. Er was geen blik van enige herkenning. Ook zij had dementie. Inmiddels is ze overleden. Wie had vroeger ooit kunnen bedenken dat jullie elkaar in deze situatie weer zouden tegenkomen. En dat notabene naast de plek waar jullie jarenlang vele mensen hebben geholpen als arts.

De laatste dagen ben je wat onrustig en wil je weg. Waarheen weet niemand. Je liep op de andere kant van de afdeling en zocht de weg naar naar beneden. Later wilde je naar boven om zeker te weten dat ik sliep en weer een andere keer moest je naar de auto. Gelukkig weten ze je altijd liefdevol af te leiden en zit je vervolgens weer tevreden op je bank. Tot snel lieve pap.

Lees ook: jouw mening over het virus

Boos op de situatie

Soms heb ik helemaal geen zin om naar je toe te gaan. Wel om je te zien, maar niet om naar je toe te gaan. 148 kilometer heen om diezelfde kilometers niet veel later weer terug te rijden. Je zit niet op me te wachten, je hebt geen idee wie ik ben en een gesprek met je voeren is niet te doen. Soms vind ik dat gewoon heel stom en ben ik zelfs een beetje boos op de situatie.

Vandaag was zo’n dag. Ik had geen zin om te gaan. Ik wilde thuis blijven bij m’n gezin. Even een dag niets. Maar omdat ik door de afstand niet zomaar even bij je langs kan gaan, moet ik het plannen. En omdat ik de komende twee weekenden niet kan, zou ik vandaag gaan.

Een bezoekje aan jou vind ik emotioneel beladen. Ik vind het nog altijd moeilijk om te zien hoe jij in je eigen wereld zit en van mijn bestaan niets meer weet. Maar ik ging toch, met lichte tegenzin. Het leek alsof ik een blok beton achter de auto meesleepte.

Maar als je dan zegt dat je het gezellig vind dat ik er ben, je gezellig kletst met je twee vrienden en geniet van een stukje frikadel en een glas ‘heerlijk zoet goedje’ dan ben ik alles weer vergeten. En als je met twee armen naar me staat te zwaaien van achter het raam als ik weer ga, dan weet ik weer waar ik het voor doe en is het blok beton spontaan kwijt. Ik mis je pap, tot snel.

Lees ook: platte groene bergen

Vinkjes

Ik ben ‘blij’ dat je de waanzin die momenteel speelt in het land niet meekrijgt. Mensen lijken het volkomen normaal te vinden dat andere mensen niet welkom zijn in een restaurant, bioscoop, sportclub of het theater. Alleen omdat ze geen groen vinkje willen of kunnen tonen in een app.

Beloond worden met een geldige code om deel te nemen aan iets wat altijd normaal was. We doen alles om zo’n vinkje te bemachtigen. Niet voor onze gezondheid maar zodat we op vakantie mogen, elk restaurant binnenkomen en naar het theater kunnen. Dit heeft niets meer te maken met onze gezondheid. Dit gaat over gedragsbeinvloeding en we lijken er massaal in te trappen.

Het gemak waarmee een groep mensen nu omgaat met het buitensluiten van een andere groep mensen, vind ik schokkerend. Het raakt me enorm en maakt me verdrietig. Ik hoop van harte dat íedereen snel weer welkom is, óveral.

En om af te sluiten met iets positiefs en iets waar je wel om zou kunnen lachen: vandaag vindt het NK Tegenwindfietsen plaats. En met windsnelheden van maar liefst 80 kilometer per uur, zijn de omstandigheden perfect. Slaap lekker lief zusje.

Ps. Heb je de fotopagina al ontdekt?

Lees ook: Gewoon even mee wapperen

35+4

Tijdens een van mijn wandelingen luisterde ik een podcast over rouw en van jezelf houden. Alles wat ik hoorde was zo herkenbaar dat ik de tranen moeilijk kon inhouden.

Ik dacht dat je na 3 jaar toch wel genoeg verdriet zou moeten hebben gehad. Dat je ‘gewoon’ weer door kon met je leven. Maar het voelt helemaal niet zo. Soms flitst er ineens een gedachte voorbij of hoor ik een nummer waardoor het verdriet ineens weer bovenkomt. En soms komt het uit het niets.

‘Maar je wil mensen ook niet meer tot last zijn met je verdriet’. Ik wil niet wéér zeggen dat ik je mis, weer m’n tranen laten zien. De verteller zei dat dat allemaal heel begrijpelijk is en juist niet raar. Je verdriet mag er zijn, ook na zoveel jaar. Laat het er zijn, geef er aan over.

Want ‘rouw is liefde die zijn oorspronkelijke adres is kwijtgeraakt’. En op deze dag, de dag dat je 39 zou zijn geworden, voel je zoiets sterker. Je kan je liefde niet meer kwijt in een knuffel, een kaartje of op welke andere manier dan ook. Precies dat voel ik, ik zou je zó graag willen zien. Met je willen praten en lachen. Ik wil je vertellen hoeveel je voor me betekent en hoe blij ik ben dat jij m’n zusje bent. Ik wil je warmte weer even voelen, je lach horen en selfies met je maken.

Maar dat gaat niet meer en zal nooit meer kunnen. Vandaag vier ik jouw leven omdat je het zelf niet meer kan. Gefeliciteerd lief zusje, 39!

Lees ook: 35+3

Angst voor dode personen

De buurman was overleden en lag thuis opgebaard. Drie jaar geleden had ik dat doodeng gevonden. Het idee van een lijk in een huis, dat hoorde gewoon niet. Lijken horen in de koelcel, veilig in een mortuarium. Maar zo denk ik er na jouw overlijden niet meer over. Dan is een lijk niet zomaar een dood persoon, dan is het iemand van wie je houdt, waar je herinneringen aan hebt. Jij, of iemand anders die de overledene heeft gekend.

Ik dacht dat ik het heel eng zou vinden, een dood persoon in het echt zien. Ik had dat niet eerder meegemaakt. Maar ik moest het doen, ik wilde je nog één keer zien. Dat was ik je verschuldigd en dit was m’n allerlaatste kans.

Het was het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan, jou na twee jaar weer zien. Niet in levende lijve maar in je kist, levenloos en koud. Maar ook heel mooi en rustig.

Het was helemaal niet eng. Vrijwel meteen na mijn eerste blik op jouw wilde ik niet meer weg. Het was juist heel erg fijn om bij je te zijn. Mijn gedachte bij ‘een lijk’ was meteen anders. En dus vond ik de dode buurman ook niet meer eng.

Ik weet dat het praktisch niet zou kunnen maar ik wou dat je bij me thuis had gelegen. Dan was ik misschien wel naast je gaan liggen. Dan was ik elke minuut van de dag bij je geweest. Door je haar gestreken, je handen vastgepakt. Dan had ik je van alles verteld. Misschien had je het stiekem nog gehoord, mijn aanwezigheid gevoeld.

Maar je was niet bij me. Je lag in een koelcel tussen andere overledenen. Als ik het over kon doen, zou ik het anders hebben gewild. Maar we kunnen het niet over doen, en ik wil zoiets nooit meer overdoen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Dit hoort niet

N. 8 jaar

Liefde blijf je voelen


Mensen met dementie zijn oud en staren apathisch voor zich uit. Ze kwijlen en kijken niet op of om. Om heel eerlijk te zijn was dat mijn beeld van mensen met dementie. Wist ik veel. Ik had er nooit mee te maken gehad. Totdat papa dementie kreeg…

Ik heb nu twee boeken geluisterd met als thema ‘dementie’. ‘Verpleegthuis’ van Teun Toebes en ‘Het zal je moeder maar wezen’ van schrijfster Karin Bruers. Dit heeft me geraakt.

Teun Toebes is student verpleegkunde en woont op een gesloten afdeling in een verzorgtehuis voor mensen met dementie. Hij wilde zelf ervaren hoe het is om daar te wonen. Hoe het is aan de kant van de cliënten. De dingen die hij meemaakt en omschrijft zijn naast grappig vaak ook schrijnend.

‘Het zal je moeder maar wezen’ gaat over een moeder die dementie krijgt. Haar kinderen dikken het een beetje aan zodat ze een indicatie krijgt om uit huis te kunnen worden geplaatst. Eén dochter is het er niet mee eens. Bij het aantreffen van haar doodongelukkig moeder op haar nieuwe woonplek, besluit ze haar in huis te nemen. Een beslissing waarvan ze de gevolgen niet had kunnen voorzien. Het ontwricht niet alleen de familie maar ook de zorg voor haar moeder had ze onderschat.

Van allebei de boeken werd ik verdrietig. Ze zijn ook geschreven met humor maar ik besefte me dat pap véél verder is dan de mensen omschreven in deze twee boeken. Niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal.

Wel zag ik een overeenkomst met hoe deze mensen veranderden toen ze het huis uit moesten. Ze voelden zich verdwaald, alleen en verdrietig. Ze waren in de war. Dat was bij pap ook het geval.

Thuis scharrelde hij wat rond. Liep van zijn stoel naar de keuken voor een kopje koffie, ging even buiten in de tuin kijken, ‘las’ de krant en ‘studeerde’ aan de eettafel in een boek. Hij luisterde muziek, neuride wat of lag te suffen op de bank.

De mensen omschreven in de boeken herkenden hun spullen nog toen ze in hun nieuwe leefomgeving kwam. Pap niet. In zijn nieuwe thuis herkende hij niets van zijn spullen die we hadden meegenomen. Boeken raakte hij op de eerste dag al niet meer aan, kranten verzamelde hij in de la van zijn bureau en hij vroeg elke willekeurig persoon die hij tegenkwam of ze de deur naar buiten open konden maken. Het duurde even maar inmiddels zit hij op zijn plek en is hij weer rustig.

Een andere overeenkomst met de twee boeken zag ik in het feit dat mensen met dementie nog steeds mensen zijn maar vaak niet zo behandeld worden. Ze worden in een soort stramien geduwd. Maar ook mensen met dementie hebben gevoelens, verlangens en belangen. Gelukkig gaat het bij pap, voor zover ik meekrijg, anders. Hij heeft een eigen ruime kamer en hoeft geen toilet of badkamer te delen. Hij mag op zijn kamer eten, iets wat hij prettig vindt, en zijn verzorgers weten inmiddels dat als hij iets echt niet wil, ze de strijd beter niet aan kunnen gaan. Zoals je weet kan pap erg koppig zijn.

Bij het idee alleen al word ik heel verdrietig maar ik kan alleen maar hopen dat, mocht ik ook dementie krijgen, mijn geliefden me blijven zien zoals ik was. Dat ze weten dat ik diep van binnen de liefde voel die ze me altijd hebben gegeven. Dat ze voor me opkomen als ik dat zelf niet meer kan. Dat ze me, met plezier, blijven bezoeken. Dat ze me niet steeds verbeteren als ik iets niet meer weet of denk te weten hoe iets werkt. Dat ze me in m’n waarde laten. Dat ze weten dat ik dingen niet opzettelijk verkeerd doe of zeg.

Ik wil geloven dat papa nog weet wie ik ben, dat hij nog weet dat hij twee dochters heeft. Hij weet het vast, diep van binnen. Want hoewel zijn hersenen aangetast zijn, klopt zijn hart nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Liegen of zwijgen

Een banaantje, sapje en zijn vriendje de kat

Kleine doelen

Ik heb je niets verteld over kerst en oud en nieuw dit jaar. In mijn hoofd krijg ik het niet als een lopend verhaal. En waar ik normaal gesproken mijn gevoelens vrij makkelijk op papier krijg, lukt dat me de laatste tijd minder goed.

Misschien omdat ik minder gevoel heb bij de ‘feestdagen’. Ik voelde me een soort van gevoelloos. Vroeger waren we een gezin en waren jij en pap er nog bij. Die bubbel barstte ineens toen jij overleed en papa niet meer wist wie ik was. Daarbij komt dat ik weet dat het voor een aantal mensen om me heen ook niet meer is wat het ooit geweest was omdat ze geliefden moeten missen.

We zouden naar beide families gaan maar vanwege de maatregelen rondom corona voelde het toch niet goed om met z’n allen bij elkaar te komen. En dus waren we met kerst gewoon thuis. We zijn even naar het strand geweest en verder eigenlijk niets. Ook met oud en nieuw waren we gewoon thuis. En eigenlijk vond ik dat heerlijk. Ik ben dankbaar voor mijn lieve vriend en onze dochter. Ook al voel ik me vaak alleen in m’n gevoel, ze zijn er voor me.

Op social media regent het posts over goede voornemens. Want ‘we gaat het dit jaar allemaal anders doen’. En wat betreft alle ellende op de wereld hoop ik inderdaad dat we het allemaal anders gaan doen. Meer liefde, respect en een luisterend oor naar elkaar. We willen uiteindelijk allemaal hetzelfde en dat is terug naar ‘normaal’.

Er gebeurt zoveel en ik vind het fijn om m’n wereld klein te houden. Mijn hoofd kan al die dingen niet aan dus ik kan me beter focussen op de wereld om me heen. Ik weet dat het beter werkt om kleine doelen te stellen. Doelen per dag, geen grote voornemens voor het hele jaar. Want de kans dat de kleine voornemens me lukken, zijn veel groter dan de doelen op langere termijn. Zo lukt het me al dagen achter elkaar om minstens een uur te wandelen. En daarover voel ik mezelf dan goed. Je herkent het vast. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Alleen maar liefde

Geen keuzestress

Wandelen in onze nieuwe omgeving geeft op veel punten zoveel meer rust dan wandelen in de stad. Als ik dit zo zeg, lijkt het een open deur. Want natuurlijk is een stad drukker dan een dorp. Maar ik ervaar nu wat het met me doet, denk ik. Ik loop vaak ’s ochtends een rustige route. Een fijne start van de dag met frisse lucht en wat beweging, wetende dat ik de rest van de dag op mijn kont achter mijn laptop zit. Onderweg kom ik hooguit vijf honden met hun baasje tegen. (uiteraard zijn er meerdere routes maar deze is precies goed)

Als ik aan deze route begin weet ik dat ik ‘m af moet maken want er is geen shortcut om weer naar huis te gaan. Toen ik door de stad wandelde was er áltijd een shortcut als ik geen zin meer had. Je kon altijd wel links of rechtsaf slaan om eerder thuis te komen. Hier kan dat niet en dat geeft rust. Als ik nu halverwege geen zin meer heb, is de enige optie om door te lopen en het rondje af te maken. Dus ik kan wel moeilijk doen, maar ik wist waar ik aan begon. En dus denk ik er niet eens bij na om eerder terug te gaan dan gepland.

In de stad had ik vaak last van ‘keuzestress’. ‘Zal ik hier links gaan of rechts? Of toch een straat verder? Oh dit is afgesloten, en nu? Zal ik nog een blokje verder gaan, ik ben pas 30 minuten onderweg?’ Hier heb ik dat niet. Er is één pad en die moet je aflopen. De route is zo’n 5 kilometer lang en ik ben ongeveer een uur aan het lopen. Dat klinkt misschien saai maar tot nu toe vind ik dat niet.

De natuur ziet er elke keer anders uit, soms schijnt de zon en soms is het mistig. De ene keer zijn de bladeren rood, de andere keer groen en de andere keer liggen ze allemaal op de grond. Soms waait het, soms is het vele water in de omgeving als een spiegel en soms is het pad blubberig van de regen. Ik zie het en ervaar het zoals het is. Allemaal factoren waar ik geen invloed op heb, waar ik niets aan kan doen. Ik hoef niet te kiezen of na te denken. En dat geeft me rust. Intussen luister ik muziek, een podcast of denk ik na over vanalles.

Begrijp me niet verkeerd, ik liep met veel plezier door de stad want die is prachtig. Mits het op een ochtend was en er nog niet zoveel mensen op straat waren. De oude panden, de mooie grachten en het ontdekken van straatjes vond ik altijd heel leuk. Maar nu we buiten de stad wonen merk ik pas wat voor invloed dat op me had. De keuzes, de afleidingen, de prikkels. Vanochtend tijdens mijn wandeling in de donkere mist voelde ik me goed en besefte ik dat ik langzaamaan rustiger word. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: mijn armen om je buik

Fijn om te weten

Je wilde nog niet naar bed. Je wilde nog even bij je vriendje zitten, je vriendje de kat. Toen deze naast je op je nachtkastje werd gezet vond je dat erg gezellig.

Gister wilde je nog niet naar bed omdat je op Selma wachtte. Wie Selma is weet je niet meer, je zegt maar wat. Maar mijn naam zit nog ergens in je hoofd. En dat vind ik fijn om te weten.

Ik mis je. Tot snel lieve pap.

Lees ook: die ene blik

Een welkome afleiding

Sinds een paar dagen hebben we een kleine viervoeter erbij in huis. Ze is een kitten en heet Teddy. Misschien een gekke vergelijking maar kijken naar hoe ze alles ontdekt of heerlijk opgerold ligt te slapen in haar mandje, geeft me hetzelfde gevoel als wanneer ik bij papa ben.

Niets is dan belangrijk, alleen dat moment. Even lijkt dan alle ellende niet te bestaan, en dat is een fijn gevoel. Het leven is bij pap en met Teddy zo lekker simpel. En daarom is ze een welkome afleiding in huis. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een harig vriendje

Hulplijnen

Ik stelde het al uit sinds de verhuizing. In de buurt is een recreatiegebied waar ik nieuwsgierig naar was. Je scheen er een rondje van zo’n 5 kilometer om een mooie plas te kunnen wandelen. Een mooie afstand voor een wandeling. Helaas heb ik thuis geen wandelaars en was ik op mezelf aangewezen.

En dat was nou net het probleem. Want waar was de ingang? Welk pad moest ik volgen? Het was onbekend terrein en daarvoor was ik een beetje bang. Waarom precies? Geen idee. In zo’n geval neem ik graag iemand mee die me, in dit geval letterlijk, de weg wijst. Of met wie ik samen het juiste pad vind.

Ik kan heel goed alleen zijn en zelf dingen ondernemen. Als ik alleen op reis zou gaan, zou ik geen probleem hebben met onbekend terrein. Alleen, als er een ‘hulplijn’ in de buurt is, heb ik daar moeite mee. Iemand die me, in dit geval letterlijk, de weg zou kunnen wijzen. Als zo iemand er is, dan maak ik daar graag ‘gebruik van’, buiten het feit dat het gewoon gezellig is natuurlijk.

Dat is, denk ik, altijd zo geweest. Als ik vroeger in de klas mijn vinger opstak om iets te vragen aan de leraar zei deze bijna altijd: ‘Je weet het wel, als je het na 5 minuten echt nog niet weet dan kom ik bij je terug’. De leraar was in dit geval mijn hulplijn maar ik bleek deze zelden ook echt nodig te hebben.

Vandaag waren mijn hulplijnen ook nutteloos, ik zou ze toch niet zover krijgen om mee te gaan. En dus was ik op mezelf aangewezen. Mijn nieuwsgierigheid naar dit gebied was groot en dus besloot ik gewoon te gaaan.

En uiteraard liep alles vlekkeloos en bleek maar weer dat ik mezelf prima kan redden. Het was een kleine overwinning maar tegelijkertijd voelde ik me stom, had ik hier nou zo moeilijk over gedaan? Ik moet niet zoveel nadenken en gewoon gaan. Maar ja dat is vaak makkelijk gezegd dan gedaan 🙂 Terwijl ik daar liep, eindelijk, voelde ik me enigszins schuldig tegenover jou. Ik kan dit soort dingen nog en dan doe ik er zo moeilijk over.

Onderweg kwam ik 76 gezinnen tegen, 53 stelletjes en 48 honden (ik heb ze niet echt geteld maar zoveel leken het). Het was modderig, winderig en ik kreeg twee buitjes op m’n kop. Maar het was fijn. En het onbekende is nu niet meer onbekend.

De hele weg dacht ik aan jou. Waar zou je zijn? Zou je stiekem met me mee wandelen? Hoe zou het zijn als je er nog was? Tegelijkertijd denk ik dat het ‘goed’ is dat je de ellende in de wereld niet meemaakt. Je zou je er niet beter door gevoeld hebben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: zo dichtbij, zo ver weg

Tranen van het lachen

Daar ga ik. In een kolkende massa wit schuimend zwembadwater. Ik begeef me enorm buiten mijn comfortzone in mijn, voor de gelegenheid aangeschafte, nieuwe zwempak in een subtropisch zwemparadijs. Het is warm, redelijk druk en overal zie ik blote voeten. De laatste plek waar ik wil zijn maar ik heb het N beloofd en ook dat ik alle glijbanen zou proberen. Zonder te zeuren. De disco glijbaan met flitsende lichten en opzwepende muziek en die ene waarvan je alleen af mag met een grote blauwe opblaasband hebben we al gehad. En nu gaan we door de wildwaterglijbaan.

Het eerste stuk is makkelijk en ik glij vrolijk achter N aan. Dan komt er een soort tussenstuk, een rond bad met sterke stroming. Het is de bedoeling dat je door glijdt naar het volgende stuk. Maar ik blijf hangen en drijf, spartel is een beter woord, nog een rondje. En nog een en nog een. Het lukt me gewoon niet om naar het volgende stuk te komen waar N inmiddels allang is. Ze komt teruggelopen, tegen de storming in de glijbaan weer op om te kijken waar ik blijf. Ze ziet mij als een soort spartelende vis en moet keihard lachen. En ik lach met haar mee. Ook andere mensen die voorbij komen drijven moeten lachen om mij, om ons. N pakt mijn hand en probeert me de juiste richting op te trekken als ik weer voorbij drijf, spartel.

We moeten beiden zó hard lachen dat ik van de slappe lach helemaal geen kracht meer heb om me de juiste kant op te manoeuvreren. Even gaat er door mijn hoofd: ik ben de eerste persoon die gered moet worden uit deze wildwaterglijbaan. Ze moeten de stroming stoppen of me een reddingsband toewerpen. Gelukkig zie ik nog een paar mensen die het niet gelijk lukt met de juiste stroomrichting mee te komen.

Uiteindelijk lukt het me dan toch en kan ik weer even ademhalen. Maar dan komt er weer zo’n rond bad en begint N’s reddingspoging opnieuw. N blijft bij me en we kunnen niet meer stoppen met lachen.
Als we eindelijk het einde hebben bereikt zijn we nog steeds aan het lachen. Voor mijn gevoel heb ik een half uur in die glijbaan doorgebracht. Ik laat het er niet bij zitten, dit moet ik toch gewoon kunnen?! Op ‘Mam, kom we gaan nog een keer!’ kan ik dan ook geen nee zeggen.

Natuurlijk lukt het me ook de tweede, derde, vierde en alle andere keren daarna niet maar ik word er iets handiger in. Elke keer moeten we hard lachen om mijn gestuntel. En dan besef ik me ineens: ik heb in tijden niet zo hard gelachen. En die stomme glijbaan begin ik stiekem best leuk te vinden.

Door naar een tropisch zwemparadijs te gaan moest ik een enorme drempel over, om mezelf in badpak onder de mensen te begeven moest ik een nog grotere drempel over. Alles wat ik deed lag ver ver buiten mijn comfortzone en ver weg van ook maar iets wat ik leuk vind. Ik deed het voor N, ik had het haar beloofd. Het was een wens van haar, dat ik ook eens mee ging zwemmen. En ik had mezelf voorgenomen niet te zeuren en gewoon mee te gaan in haar spel, haar ritme. Me compleet over te geven aan de situatie. Iets wat ik lastig vind, helemaal de laatste jaren.

En juist door de controle los te laten belandde ik in deze absurde situatie. En weet je, ik zou het weer doen. Want zelfs die dag, op een plek waar ik het minst graag kom en samen met N in die kolkende massa zwembadwater waar geen einde aan leek te komen, bleek ik nog te kunnen lachen. Mijn tranen van geluk en blijdschap leken op. Maar ik heb ze gelukkig nog. Slaap lekker lief zusje.

Ik maak graag foto’s

Lees ook: dit hoort niet

Drie jaar al niet meer hier

Opstaan op jouw sterfdag voelt raar. Ik voel me eenzaam en niet compleet. Eigenlijk voelt alles wat ik op zo’n dag doe nutteloos. Ik besluit er het beste van te maken want ik kán dat nog. Met een zwaar lijf ga ik uit bed en na wat getreuzel ben ik buiten.

Ik heb me te warm gekleed, het waait hard en met mijn gedachten ben ik bij jou, en pap. Het hardlooprondje begint moeizaam en na 6 minuten besluit ik te stoppen. ‘Wil je deze training echt verwijderen?’, verschijnt op de app. Zonder aarzelen druk ik op ‘ja’.

Bij het meer ga ik op een bankje zitten. De wind waait om mijn oren, het water klotst tegen de steiger en donkere wolken drijven over. En opeens, als een soort bliksemflits, komt het binnen. Wat ben ik nou aan het doen? Opgeven?! Juist op deze dag? Dat voelt zó niet eerlijk tegenover jou. Ik kan alles nog, waar jij bent is een groot raadsel maar dat je nooit meer terugkomt is zeker.

Het lukt me de knop in m’n hoofd om te zetten. Ik start ik de app weer op en selecteer dezelfde training als net. ‘Hup hup met die loopbeentjes’, moedigt de vriendelijke coach Evy me aan. En daar ga ik weer. Ik rond de training, met horten en stoten, af. Voor mezelf, voor jou. Dat is het minste wat ik kan doen.

’s Middags ga ik met onze broer naar jouw herdenkingsbankje in het bos. Het is fijn om samen te zijn op deze dag. Een gevoel van eenzaamheid overvalt me als ik je bankje zie. Hij staat er mooi bij en het voelt als een vertrouwde plek. Maar het is koud in het bos, de gekleurde herfstblaadjes liggen opeengestapeld op de grond, de takken van de bomen zijn grotendeels kaal. Ze gaan heen en weer door de stevige wind. De dagen zijn korter en het wordt vroeg donker.

Ik wil je bankje bedekken, er een paraplu boven houden, het verlichten met kaarsjes en het verwarmen met een zachte deken. We zitten, we praten. We genieten van deze plek en de herinneringen aan jou.

En dan komen er twee heel dierbare vrienden van je aan. Wat fijn om ze te zien. We kletsen bij en ze proosten op jou met een meegenomen biertje. Het gaat heel hard regenen en waaien, we schuilen onder de boom achter je bankje. Pas als we na een tijd schuilen echt verkleumd en nat zijn, lopen we terug naar de parkeerplaats. Onderweg komen we nog een goede vriendin van je tegen. Ze is opweg naar het bankje, wat fijn dat ze er is.

Ik wil niet weg, ik wil je niet achterlaten. Want zo voelt het. Voor anderen is het een houten bankje met een gegraveerd plaatje, waarvan de zinnen ongetwijfeld vragen oproepen. Voor mij is het jouw plekje, een plekje met een verhaal en herinneringen.

Ik mis je verschikkelijk. Het voelt gek om zonder je verder te leven. Ook al hadden we niet veel contact de laatste jaren, je hoorde bij me. Voor altijd. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een uniek bankje

Elke euro telt

Soms kom ik niet op een woord, dat heeft iedereen weleens toch? Ik ben me ervan bewust en kom altijd wel weer bij het juiste woord uit. Maar een split second schiet er dan door mijn hoofd: ik krijgt ook dementie! En die gedachte maakt me angstig en ik probeer het snel te vergeten. Ik weet dat het erfelijk kan zijn. Maar zou je het willen weten?

Het enige wat ik vurig hoop is dat, mocht het ooit zover komen, de mensen die ik lief heb me nog steeds kunnen zien en behandelen als volwaardig mens. Dat ze me blijven knuffelen, zien en opzoeken. Dat ik diep van binnen echt wel weet wie ze zijn en wat ze voor me betekenen. Dat ik hun liefde kan blijven voelen en zij het mijne.

Nu ik van dichtbij meemaak hoe het is om dementie te hebben, kreeg ik steeds meer de drang om iets te doen. Maar wat? Mijn dochter kwam op een idee. Er is geld nodig voor onderzoek naar deze hersenziekte. En daarom steun ik Stichting Alzheimer, het minste wat ik kan doen. In mijn webshop staan een aantal kaarten die je kunt bestellen om op te sturen naar iemand die je lief is. Voor elke bestelling gaat er 1 euro naar Stichting Alzheimer, omdat elke euro telt.

Herinneringen blijven bestaan, zeggen ze. Maar ik weet nu dat dat niet altijd het geval is. Mijn vader is er fysiek nog maar mentaal zit hij in een voor ons onbegrijpelijke wereld. Ik hoop dat er iets gevonden wordt zodat meer mensen dit bespaard blijft. Tot snel lieve pap, ik mis je.

Webshop: kaartje als gebaartje

Een bijzondere en rare foto

Ik schreef er al eerder over. Ik heb een bijzondere foto van jou op mijn telefoon. Geen gezellige selfie maar eentje van jou in je kist. Hij staat in de galerij in de map favorieten. Hij staat ook afgedrukt in een fotoboek en opgeslagen in de cloud. Ik ben bang om ‘m ooit kwijt te raken. Hij is me heel dierbaar. Ik deel ‘m met niemand, dat is toch een beetje raar. Eerder vermeed ik de foto omdat het teveel pijn deed. Maar ik kijk er de laatste tijd vaak weer even naar.

Soms met een glimlach omdat ik weer even zie hoe mooi je er bij lag, soms met een traan omdat het dan keihard binnenkomt dat je nooit meer opstaat.

Het is een rare foto. Een foto die nooit gemaakt had moeten worden. Maar ook eentje waarvan ik zo blij ben dat hij gemaakt is. Bij het zien van de foto voel ik je weer even, ook al was je toen al koud. Bij het zien van de foto ben je weer even heel dichtbij me, ook al ben je verder weg dan ooit. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de laatste foto

Lees ook: een waardevol plaatje

In het Duits

Papa in de natuur. Een plek waar hij graag was. Kilometers wandelen in de bossen, in zijn jongere jaren in de bergen. Deze foto is van precies twee jaar geleden. Tegenwoordig komt hij niet meer buiten. Want je weet, papa is koppig. Als hij iets niet wil, dan doet hij het niet. Nu zit hij elke dag op de bank in zijn kamer. Dat vindt hij fijn. Kijkend naar de bomen, de vogeltjes en de wolken. Al is het besef wat hij eigenlijk ziet er niet meer. Zo ziet hij de bomen ‘enorm waaien’ als het windstil is en regen als de zon schijnt.

Sinds kort praat hij veel Duits. Heeft dit met de dementie te maken of heeft het een andere oorzaak? Ik zou zó graag willen weten wat hij denkt, ziet en droomt. De uitleg dat de verbindingen in zijn hersenen weg of beschadigd zijn maakt het iets begrijpelijker. Dan is het niet zo gek dat je dingen door elkaar haalt of überhaupt niet meer weet wie je zelf en je geliefden zijn. Sinds kort lees ik mee met de rapportages over hem. Soms is dit moeilijk, vaak juist heel fijn. Hij lijkt dan een beetje dichterbij.

Ik mis hem zo. Fijn om te lezen dat hij altijd zo vriendelijk is en de hulp die hij krijgt waardeert. Hij geniet dankbaar van het eten en drinken wat hij krijgt. De poes is goed gezelschap, hij praat er graag mee. Hij is vaak vrolijk en opgewekt, dat doet me goed. Waar hij ook mag zijn, hij zit altijd in mijn hart. Net als jij. Slaap lekker lief zusje.

“Fijn hoor. Bedankt, dan ga ik nu slapen.”

Lees ook: een harig vriendje