Door merg en been

Op de dag voordat je overleed, zaten we met familie in een speciale kamer op de intensive care. Het was een rare dag. We zaten te wachten. Op een wonder, op je laatste adem. Ik hoopte op het eerste. Je laatste adem zou je pas uitblazen als je oud en grijs zou zijn.

Mama liet een filmpje zien aan A. Een filmpje van twee dagen eerder, van jou. Ik zag je niet maar hoorde je wel. Het leek alsof je halicuneerde en zei tegen mam dat ze niet weg mocht gaan. Ik herkende je stem bijna niet, je klonk angstig en in de war. Ik hoorde slechts een paar seconden maar het ging door merg en been. Ik vroeg mam direct of ze alsjeblieft het geluid uit wilde zetten. Dit kon ik niet aan. Tot op de dag van vandaag hoor ik je soms ineens, een kort fragment wat me intens verdrietig maakt.

Vandaag appte ik mam om te vragen hoe het met haar ging. Ze troost zich met de gedachte dat je nu eindelijk rust hebt. Ze zei dat ze de filmpjes van jou had teruggekeken. “Ze was zó ziek… <3”. Gelijk hoorde ik je angstige stem weer. Ik wou dat ik je kon vasthouden om te vertellen dat alles goed zou komen… Slaap lekker lief zusje.

Sporen van liefde

Wat een dag. Ik ben voor het eerst in je appartement geweest waar je al ruim een jaar woonde. Het liefst wilde ik op de bank wachten met een kopje thee. Ik wilde kaarsjes aansteken, een beetje opruimen en je verrassen met een schoon en opgeruimd huis voor als je straks thuis zou komen. Maar ik kwam niet voor een gezellig kopje thee. Je huisje moest leeg zodat er iemand anders kan wonen. Jij komt nooit meer thuis.

Het was een bende. Dat is niet zo gek omdat je vrij onverwachts naar het ziekenhuis moest. Tijd om op te ruimen was er niet en is er voor jou nooit gekomen. Ik moest even slikken toen ik in jouw domein stond. Moedeloos tussen alle spullen van mijn dode zusje.

De knop ging om. We wisten allemaal dat dit een klus was die nou eenmaal gedaan moest worden. De opruimwoede kwam in ons naar boven en op een soort automatische piloot gingen we door je kleding, je laatjes, je douchespullen, de keukenkastjes. Door ál jouw spullen. En dat was raar, verdrietig, confronterend en toch ook fijn. Eventjes voelde je heel dichtbij.

Veel spullen hebben een mooie nieuwe bestemming gekregen. Veel spullen zijn in de prullenbak beland. De kersttrein met lampjes, die jij blijkbaar het hele jaar had staan, staat nu bij ons in de vensterbank. Spuuglelijk is hij, maar dat maakt me niet uit. Hij was van jou. En zo zijn er nu meer tastbare ‘sporen’ van jou in ons huis. Net als ik die van mij bij jou thuis vond. Ik noem ze sporen van liefde. En dat voelt fijn. Je was me niet vergeten.

Mijn foto stond op het dressoir en je had mijn agenda uit de brugklas bewaard. Er lag een hangertje van een engeltje die de eerste letter van mijn naam vasthoudt, tussen je sieraden. Veertien jaar geleden schreef ik een boekje vol met grappige verhaaltjes, lieve zinnetjes, puzzeltjes en gekke foto’s voor je reis naar een ver eiland. Ik was dat alweer vergeten maar jij had het boekje nog altijd in je kast. Ik schreef toen dat je me niet moest vergeten en dat je het liefste, mooiste en stoerste zusje ooit was. En dat blijf je.

We hebben alles in een sneltreinvaart opgeruimd en het netjes achtergelaten. En hoewel ik het moeilijk vond om jouw fijne huisje uit handen te geven, is het klaar voor een nieuwe start en nieuwe bewoners.

Het was een rare dag. Jouw leven ging letterlijk door m’n vingers en herinneringen volgenden elkaar op. Ik lig moe in bed en hoor de regen tegen het raam tikken. Ik huil. De hemel huilt. Slaap lekker lief zusje.

Tijdschrijften

Mama gaf ons altijd de stapel tijdschriften die zij al had gelezen. Soms gingen ze via mij naar jou of andersom. In het ziekenhuis, de dag van je overlijden, kreeg ik weer een tas vol tijdschriften. Dit keer via jou naar mij.

Thuis heb ik de bladen in een hoekje gelegd. Normaal gesproken blader ik ze gelijk door, de roddelbladen het eerst. Maar nu durfde ik het niet. Jouw vingerafdrukken staan op elke pagina. Gister, twee weken later, pakte ik de stapel erbij en bladerde er voorzichtig doorheen. Ik kwam door jou ingevulde puzzels tegen. Tussen de stapel zaten een paar puzzelboekjes, om de tijd in het ziekenhuis door te komen. Ook vond ik een informatiefolder van een of ander onderzoek die je hebt ondergaan.

Het is een heel raar gevoel. Die simpele tijdschriften hebben nu ineens een extra lading gekregen. De puzzels waar jij aan begonnen bent probeer ik af te maken. Je bent overal. Slaap lekker lief zusje.

Je moest eens weten

‘De telefoon stond roodgloeiend’, ik weet nu wat dat betekent. Ongelooflijk, zóveel berichtjes via allerlei kanalen zowel offline als online. Prachtige bossen bloemen, stapels kaartjes, zoveel mooie lieve woorden en zoveel steunbetuigingen. Oók uit onverwachte hoeken en uit het verre verleden. Hartverwarmend. Ik ben er nog steeds stil van. Ik voel de liefde en dat is overweldigend. Maar zo fijn.

Je zal gemist worden bij zovelen. Je moest eens weten. Slaap lekker lief zusje.

Papa

We zijn bij papa geweest. Lichtelijk gespannen zat ik in de auto, niet wetende hoe we hem zouden aantreffen. Gelukkig deed hij zelf de deur open en omdat ik hem niet in de war wilde brengen zei ik maar meteen wie ik was. Hij stond op het punt te gaan wandelen. Maar we konden wel even blijven voor een kopje thee.

Papa vertelde dat hij met jou ook vaak wandelde. Hij vond het ’toch heel jammer dat je er niet meer bent. Je genoot zo van het leven en was een mooie meid’. Daarna ging hij verder met z’n verhaal over filosofen, wetenschap en natuur. Je weet hoe hij is. Het is raar om hem te moeten missen terwijl hij er lichamelijk nog is.

Jouw rouwkaart staat op de piano met twee mooie kaarsjes erbij. Tussen een paar andere foto’s. Die met ons drieën. En die van jou en mij in de tuin. Foto’s van toen we nog een familie waren. Je kent ze wel. Slaap lekker lief zusje.

Een ‘weggegooide’ dag

Gisternacht kon ik de slaap niet vatten, zoals zo vaak. Ik was onrustig en dacht alleen maar aan jou. ‘Wat als? Had ik maar..’ Ik heb zoveel vragen voor je. Wilde je nog zoveel duidelijk maken, uitleggen en vertellen. Dit kan nooit meer. Mijn vragen zullen nooit helemaal beantwoord worden en mijn liefde voor jou kan ik nooit meer naar jou uitspreken. Daar moet ik mee leren leven, dat moet ik leren accepteren.

Overdag lag ik lamlendig op de bank. Ik wilde zoveel, maar had geen energie. Ik ben zo moe. Dus liet ik de boel de boel, iets wat ik heel lastig vind. Ik wil weer vrolijk zijn, weer werken, weer productief zijn. Maar diep van binnen weet ik dat ik nu rust nodig heb om straks verder te kunnen. Als ik meer dan twee dingen op een dag ‘moet’ beangstigt me dat, ik word er onrustig van. Dus hoewel gister een ‘weggegooide’ dag lijkt, was deze ook nuttig. Vanaf het moment dat ik mijn bed uit stapte, had ik moeite mijn tranen in te houden. Overdag vocht ik een paar keer tegen mijn verdriet. Totdat ik ’s avonds de tranen niet meer tegen kon houden. En misschien is dat goed, ik mag verdrietig zijn en hoef dat gevoel niet tegen te houden zeg ik maar tegen mezelf.

Vannacht heb ik beter geslapen en de wereld ziet er weer een beetje zonniger uit. Vandaag heb ik twee verplichtingen en ik voel dat ik die aankan. Ik hoop vannacht weer lekker te slapen. You are always on my mind. Slaap lekker lief zusje.

Voor altijd op m’n pols

Ik wilde het al langer. Een bewijs van mijn liefde voor jou. Een bewijs dat ik echt om je gaf en dat je echt in m’n hoofd en hart zat. Want ook al zagen we elkaar niet, op mijn initiatief, je zat 24/7 in m’n hoofd.

Je wilde het niet geloven, je snapte me niet, je wilde me niet snappen. Maar lief zusje, je was áltijd bij me. Ik kon je niet helpen, niemand kon je helpen, je liet je niet helpen, ik ging er zelf aan onderdoor. Ik wilde zó zó graag dat het beter met je ging. Maar ik voelde me machteloos. Ik was er van overtuigd dat het ooit goed zou komen. Dat we weer als zussen aan tafel konden zitten, thee konden drinken en lachen om gekke foto’s. En dat het goed met je zou gaan. Dat het leven je weer toe zou lachen.

En om je te laten zien dat het menens was, wilde ik een tattoo. Voor jou. Voor mij. Helaas wachtte ik te lang en heb ik ‘m je nooit kunnen laten zien. Ik kan alleen maar hopen dat je diep van binnen mijn liefde voor jou gevoeld hebt.

Maar hij staat er, op m’n pols, een hartje met de eerste letter van je naam. Daar achter een punt-komma, als teken voor hoop en liefde voor diegenen die worstelen met mentale problemen. Speciaal voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Ik herken mezelf niet

Hoe het met me gaat? Ik weet het niet. In de war, lijkt het meest passend. Mijn emoties vliegen alle kanten op, ik leg dingen terug op rare plekken. Wil koffie zetten maar pak de theepot, zet de pindakaas in de koelkast, laat de sleutels in de deur zitten en meer van dat soort rare dingen. En dat terwijl ik altijd pietjes precies ben, weet waar alles ligt en nooit iets kwijt ben. Nu ben ik vergeetachtig en reageer niet zoals ik zou willen. Ik herken mezelf niet meer.

Ik heb werkelijk geen idee hoe het met me gaat. En dat beangstigt me. Hoe doe je zoiets? Verder gaan na het verlies van een dierbare? De ene keer branden de tranen achter m’n ogen, de andere keer ben ik er met m’n hoofd niet bij en dan weer lijkt alles goed te gaan. Ik ben moe, moe van m’n gedachtes, m’n slingerende emoties.

Soms lijkt het alsof ik gek word. We hadden nog een toekomst samen, ik was nog niet klaar met je. Maar je bent weg, voor altijd. Wat moet ik nou? Slaap lekker lief zusje.

Stilte

Tot voor kort luisterde ik altijd en overal muziek. Als ontsnapping aan de realiteit, als afleiding voor mijn gedachten of juist om mijn emoties te laten gaan. Na jouw overlijden heb ik nog geen muziek aangezet. Het is te pijnlijk als er een nummer voorbij komt wat me aan jou doet denken.

Ik voel een soort angst. Voor met m’n neus op de feiten te worden gedrukt door de melodie of een songtekst.

Er is een speciale Spotify lijst gemaakt met nummers die jij vaak luisterde. Waar je blij van werd, waar je jezelf in herkende of die je gewoon heel mooi vond. Ik heb het nog niet aangedurfd om deze lijst af te spelen.
Ik kan het niet goed uitleggen maar voorlopig kies ik voor stilte. Slaap lekker zusje.

Het leven gaat door

De crematie is geweest en ik denk dat het leven gewoon door moet gaan. Tot mijn verbazing voel ik me best goed. De nare drukke periode waarin alles onwerkelijk leek, is voorbij. Ik duik weer in het ‘normale’ leven. Ik spreek af met vriendinnen, ga sporten, doe boodschappen en breng en haal m’n kind naar school en allerlei clubjes. Alles lijkt normaal.

Maar er is één groot verschil. Je bent weg en komt nooit meer terug. En dat verwart me. Niets is meer hetzelfde. In een tv serie hebben ze een lijk gevonden. Ik weet nu hoe een lijk eruit ziet. “Mijn vader is dood”, lees ik en ik weet nu precies wat dood zijn is. Natuurlijk wist ik dat wel, maar nu ik zo aan de rand van je kist heb gestaan, weet ik het ineens écht. Quotes die ik tegenkom lijken allemaal over jou te gaan en als iemand het over zijn of haar zusje heeft, heeft dat ineens een heel andere lading voor mij.

De bloemen die we hebben ontvangen en meegenomen van de crematie gaan langzaam dood. Er ligt al een bos in de vuilnisbak. En zo wordt de hele periode langzaam maar pijnlijk afgesloten. Alsof er niets is gebeurd.

Ik ben moe, in de war. Ik wil te snel weer ‘normaal’ leven, maar niets is meer hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.

The day after

Daar zit ik dan. Op de bank, kijkend naar alle bloemen en kaartjes. Ik voel een leegte. Letterlijk en figuurlijk. We hoeven niet meer naar je toe, we kunnen niet meer naar je toe. We hoeven even niets meer te regelen. We moeten verder met ons leven.

Ik zie je foto en het lijkt echt alsof we twee weken in een andere wereld hebben geleefd. De gedachtes ‘Het komt goed, je komt straks gewoon weer terug’ en ‘Je bent dood, ik kan je nooit meer iets vertellen, nooit meer aanraken’ wisselen elkaar af.

Ik zet koffie en maak een ontbijtje. Langzaam beginnen aan deze eerste dag écht zonder jou. Slaap lekker lief zusje.

Daar ga je

De wekker gaat, ik wil niet uit bed. Maar ik moet. Ik blijf net iets te lang onder de douche staan waardoor ik moet haasten. Ik wil niet dat deze dag begint. Tegelijkertijd wil ik niet dat deze dag voorbij gaat. Vandaag nemen we definitief afscheid van je.

Bij het Uitvaartcentrum wachten we in de familiekamer op de begrafenisondernemer. Als hij er is bespreken we wat praktische zaken. Wie zit naast wie? In welke volgorde lopen we naar binnen? Een rare situatie.

Dan gaan we als familie samen de aula in en daar lig jij in je kist. Nog altijd even vredig. Nog altijd even pijnlijk stil. Je ligt te midden van een prachtige bloemenzee. We gaan naast je kist staan en als we er klaar voor zijn mogen we de deksel erop leggen. Voor dit moment ben je nooit klaar. Alles in me schreeuwt dat ik je bij me wil houden, dit gaat zó tegen m’n gevoel in. Maar er is geen weg terug. Ik raak je voor de laatste keer aan en dan gaat de kist dicht. We mogen de schroeven er zelf indraaien maar dat wil ik niet. Ik kan het niet. Dit is zó definitief. Tranen rollen over m’n wangen als ik vervolgens een ballon aan je kist vast maak.

We leggen de prachtige boeketten netjes neer, geven elkaar nog eens een stevige knuffel, proberen de tranen te drogen en trekken ons weer even terug in de familiekamer. De gasten lopen inmiddels de aula in en niet veel later volgen wij.

Er worden foto’s getoond. Foto’s van jou als klein meisje, van jou met vriendjes, grappige foto’s, gekke foto’s, lieve foto’s en ontroerende foto’s. Je leven in een notendop. Er worden mooie woorden gesproken, er klinkt passende muziek en er worden vele tranen gelaten. Papa is er niet bij vanwege zijn gezondheid maar op een video zien we hem piano spelen. Dat is heel bijzonder.

Ik voel de liefde die jij zovelen bezorgd hebt. Ik voel de liefde voor jou van de aanwezigen. Ik voel pijn, intens verdriet maar ook rust.

Niet veel later zitten we met de familie te lunchen. We zijn blij met het mooie afscheid. Het leven gaat verder, maar wat zal je gemist worden. Ik kan en wil het nog steeds niet geloven. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het moet

Kaarsjes en een hartjes ballon

We hebben je ‘kamer’ versierd. We hebben bloemen neergelegd, degene die je vast en zeker mooi had gevonden. We hebben geurkaarsjes neergezet, daar was je altijd dol op. Er staat een buddha beeldje naast je, net als naast je bed in je eigen appartement. Er staat een hartjes ballon, die je ook bij je had in het ziekenhuis. Gekregen van een lieve vriendin.

Je had ons voor gek verklaard als je ons bezig had gezien. Zoveel aandacht had je verlegen gemaakt. ‘Dat hoeft niet joh!’, had je gezegd. Maar we doen het graag, met alle liefde die we voor je hebben.

Ik hoopte dat je er vandaag anders bij zou liggen. Dat je toch stiekem je hoofd had gedraaid of je handen anders had gelegd. Maar dat was niet zo. Je lag er exact hetzelfde bij als gister. En dat maakt het weer een stukje definitiever. Slaap lekker lief zusje.

Raar hoe zoiets werkt

Ik weet dat het niet kan. Je bent dood. En toch denk en hoop ik dat ik een berichtje krijg van mam. ‘Het gaat weer goed hoor, ze is wakker!’. Dat je me belt om je te verontschuldigen voor de flauwe grap.

Ik heb je gezien. Ik heb van dichtbij gezien dat je niet meer ademt. Ruim een kwartier heb ik er naast je op gewacht, maar het gebeurde niet. Ik heb van dichtbij gezien hoe dood eruit ziet. Ik heb je koele levenloze lichaam gevoeld. Maar iets in mij kan en wil het niet geloven en hoopt op een teken van leven. Raar hoe zoiets werkt. Slaap lekker lief zusje

Dit hoort niet

‘Goedemorgen, met het Uitvaartcentrum. Waarmee kan ik u helpen?’. ‘Goedemorgen, ik zou graag m’n zusje bezoeken’.

We zitten in de auto. Mijn vriend en ik. Ik ben extreem zenuwachtig maar probeer het maar over luchtige dingen te hebben. ’s Ochtends heb ik nog gesport, een fijne afleiding en wat positieve energie.

We zijn op weg naar m’n zusje. Naar het Uitvaartcentrum. Een aardige mevrouw wijst ons de weg. Als ze een deur opent van een kamer, raak ik lichtelijk in paniek. Ik sta toch niet zomaar ineens voor m’n dode zusje?!

We lopen naar binnen en gelukkig zit er een muurtje tussen ons en mijn zusje. Ik zie een puntje van de kist en deins achteruit. Ik begin te trillen, heb m’n ademhaling niet onder controle. Mijn handen trillen als de mevrouw me een glas water geeft. Tranen biggelen over m’n wangen.

Mijn vriend gaat eerst kijken. Ik blijf achter het muurtje op een stoel zitten en probeer rustig te worden. Mijn vriend komt terug en ik vraag hoe ze eruit ziet, wat ze aan heeft en of het eng is. Ik ben wat gekalmeerd en weet dat ik het moet doen. Makkelijker wordt het niet. En een tweede kans is er ook niet.

Voorzichtig loop ik aan de arm van m’n vriend mee en spiek om het hoekje. Ze ligt er echt. Mijn zusje. In een doodskist. Ik kijk weg en moet weer hard huilen.

Ik kijk toch nog een keer. En nog een keer. Ze ligt er eigenlijk heel vredig bij. Haar kleding klopt, ze heeft een mooie sjaal om zoals ze altijd had, ze heeft oorbellen in, een armbandje om en zelfs een elastiekje voor haar haar om haar pols. Precies mijn zusje.

Het is zó bizar. Ik wacht tot ze zich omdraait. Tot ze me begroet met een vrolijke ‘Hoi!’. Tot er iemand tevoorschijn komt met een verborgen camera, tot ze ademhaalt. Maar niets van dit alles. Mijn zusje is dood en ligt in een kist. Zoals je in films ziet.

Ik ben steeds rustiger en kan m’n ogen eigenlijk niet van haar afhouden. Langzaam lopen we dichterbij. We staan naast de kist en na een tijdje durf ik haar aan te raken. Ze voelt koud maar het is fijn om mijn zusje voor de aller allerlaatste keer te kunnen voelen. Ze heeft eindelijk de rust die ze altijd zocht. En die aanblik geeft mij op dit moment ook een soort van rust. Slaap lekker lief zusje.

Bang voor de nacht

Overdag lukt het me langer om niet te huilen. Ik zoek afleiding en kijk veel tv. Soms zie ik de flitsende beelden op het beeldscherm maar komen ze niet binnen. Mijn gedachten dwalen af. Maar overdag lukt het aardig om heel eventjes niet aan je te denken. Als het avond wordt, ben ik bang voor de nacht. Het liefst blijf ik op de bank zitten. Series kijken, films wat mij betreft. Afleiding.

Maar ik ben zo moe en zou toch moeten slapen. Zodra ik in bed lig, val ik in een diep zwart gat. Ik kan aan niets anders denken dan aan jou. In gedachten zie ik je in het ziekenhuis liggen, zie ik je thuis zitten op je bank, zie ik je voorzichtig wandelen naar de dichtstbijzijnde supermarkt, zie ik je liggen slapen in een ziekenhuis bed, zie ik je liggen in een kist, in een koelcel. En dat terwijl ik je al twee jaar niet live heb gezien. Je staat in m’n geheugen gegrift.

Ik probeer aan iets anders te denken maar al snel zie ik je weer voor me. Tranen dringen door m’n gesloten oogleden. Ik haal een keer diep adem en probeer nogmaals te slapen. Het lukt me niet en ik kan m’n draai niet vinden. Ik blijf woelen, speel een spelletje op m’n telefoon ter afleiding en probeer nogmaals de slaap te vatten. Na een paar uur lukt dat dan toch.

Niet veel later word ik wakker voor het standaard nachtelijke toilet bezoek. En weer ben jij het eerste waar ik aan moet denken. Wat zal je je eenzaam gevoeld hebben, wat ging er door je heen? Het kan toch niet waar zijn dat je nu in een koelcel ligt? In het donker, in de kou, alleen. Terwijl ik onder een warme deken lig en me nog eens kan omdraaien.

Ik probeer m’n tranen tegen te houden. Slaap lekker lief zusje.

Het moet

Na een redelijke nacht word ik wakker en hoor de regen op het raam tikken. Ik check mijn telefoon, al doe ik dat liever niet. De berichtjes geven me steun maar trekken me ook direct weer naar de harde werkelijkheid. Ik lees twee berichtjes van praktische aard. ‘Heb jij nog ideeën voor de opbaring?’ en ‘Wil jij iets zeggen op de crematie?’. Ik wil er niet over nadenken. Maar het moet.

Ook moet ik nog een boeket bestellen en een lint. Ik Google naar rouwboeket en rouwlinten. Naar voorbeelden rouwteksten en aankleding opbaring. Ik wil dit niet maar het moet. Tranen lopen over m’n wangen. Met het dekbed veeg ik ze af.

Hoe kies je een rouwboeket? Groot of juist klein? Kleurrijk of rustig? Wat past bij de kist? Wat past bij de andere boeketten? Wat zet ik op het lint? Ik wil m’n telefoon in de hoek gooien. Ik wil onder de dekens kruipen en daar voorlopig niet onder vandaan komen. Maar ik moet. En dus bestel ik met tranen in m’n ogen een rouwlint en een boeket. Ik hoop dat je ze mooi vindt. Slaap lekker lief zusje.