Schild om me heen

( geschereven op 1 juli 2022) Ik voel me goed en sterk terwijl het met jou steeds minder goed gaat. In de auto zing ik mee met alle nummers op de radio, verwonder me over de mooie wolken en het groen van het gras en de bomen. Mooi hè, de donker groene blaadjes aan de bomen die veranderen in een soort silver groene kleur als ze waaien in de wind?!

Ik herken dit gevoel van Eva’s afscheidsdienst. Toen deed ik er ook alles aan om me ‘groot’ te houden. Alsof er op een knop is gedrukt waardoor er een soort schild om me heen zit. Een schild dat alle emoties tegenhoudt naar buiten te treden en zoveel mogelijk prikkels zoekt om maar niet te hoeven nadenken bij wat er aan de hand is. Het is mijn overlevingmechanisme denk ik.

Of denk ik diep van binnen dat ik me niet zo mag voelen? Er zijn ergere dingen toch? ‘Het lijkt alsof je pas laat zien wat je voelt als anderen je gevoel bevestigen, alsof het dan pas goed is dat je verdrietig bent’, zei mijn psycholoog. Daar zit een kern van waarheid in denk ik.

In werkelijkheid denk ik elke minuut aan je. En hoor ik je weer spelen op de piano, zie ik je lopen in je gele zwembroek op het strand en zwoegen in een bezweet ’t shirt in de tuin. Ik wil dat je eeuwig bij ons blijft. Ik weet dat dat niet kan en op deze manier is er ook niet veel aan. Ik hoop dat je diep van binnen weet en voelt dat ik je dochter ben en aan je denk. Dag lieve pap.

Lees ook: Misschien weet ze de weg niet

Vergeef me

(Geschreven op 2 juli 2022) Sinds je niet meer thuis woont maar in een verzorgtehuis, dacht ik vaak aan jouw afscheid. Soms vaker dan de andere keer maar het speelde altijd in mijn achterhoofd. Ik heb meerdere bewoners van jouw afdeling zien komen en vervolgens weer zien gaan. Ook mensen die na jouw binnen kwamen, waren er bij mijn volgende bezoek soms niet meer.

Vooral als het minder goed met je ging, soms was er zo’n periode, spookte de gedachte de hele dag door mijn hoofd. Hoe zou je eruit zien in je kist? Zou je een blouse dragen of toch een trui? Wie zouden er naar je afscheid komen? Wat zouden we op je kaart zetten en welke foto hoort daar dan bij? Welke muziek zouden we draaien? Wilde of zou ik iets kunnen zeggen? Op welk moment zou ik hèt belletje krijgen, waar zou ik dan zijn en wat zou ik doen?

Zomaar wat gedachten ’s ochtends onder de douche. Nou ja, niet zomaar wat gedachten merkte ik aan mijn hoge ademhaling, zenuwen, brandende ogen en trillende handen.

Op een dag dat ik me goed voelde dacht ik dat ik het aankon om muziek uit te kiezen voor jouw afscheid. Ik zat in de auto en zette mijn Spotify lijst ‘Papa’ aan. Na nog geen tien seconden stroomde de tranen over mijn wangen. Snel zette ik de radio weer aan en droogde mijn tranen. Als het zover zou zijn, zou het heus wel goed komen.

Vaak schreef ik in gedachten mijn gevoelens op maar iets posten over jouw afscheid terwijl je er nog was, voelde oneerlijk en niet goed. Je was er immers nog, en misschien nog wel jaren!

Lieve pap, vergeef me dat ik met je dood bezig was voordat je ging. Ik mis je.

Lees ook: In het Duits

Een slopende dag

De dag na je crematie ben ik kapot. Zo emotioneel moe van de afgelopen periode. Van afgelopen week. Een week waarin ik in een soort andere wereld leefde. Er moesten dingen geregeld worden. Hoe zou het afscheid eruit zien? Foto’s verzamelen, video’s bij elkaar zoeken, wie zou wat zeggen en meer van die praktische zaken.

Het was alsof ik buiten mezelf was getreden en ‘gewoon’ maar alles deed. Verdriet voelde ik niet echt. En bovendien was het goed zo. Je was ingeslapen en een lijdensweg was je bespaard gebleven.

Pas op je crematie kwam het besef dat het allemaal om jou ging. Om mijn vader. Een vader die ik al een tijdje geleden kwijt was geraakt maar nu ook definitief uit ons leven verdwenen was.

De volgende dag was slopend. Alsof ik de dagen (maanden eigenlijk al) ervoor een berg beklommen had met de gedachte “dit kan ik heus wel!” om vervolgens in een ravijn te storten. De klim was iets zwaarder geweest dan ik had gedacht. Het had meer energie gekost dan ik misschien wilde toegeven.

Ook de ontvangen liefde raakte me. Zoveel lieve appjes, berichtjes, kaartjes en andere vorm van liefde. Zoveel. Het voelde overweldigend en ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest. Zoveel liefde voor mijn vader, voor mij. Totaal overprikkeld was ik door alles wat er was gebeurd en op me af kwam.

Lezen lukte niet, de woorden dansten door elkaar over het papier. Ik wilde een aantal batterijen tellen en pas na drie keer goed concentreren zag ik dat het er zes waren. Ze lagen gewoon in mijn hand. Ik stond op van de bank maar had geen idee meer waarom.

Ik verlang naar rust. Dit heeft tijd nodig en ik weet zeker dat ik dit weer ga vinden. Want hoewel ik je vreselijk ga missen, weet ik dat het beter is zo. Dag lieve pap.

Lees ook: Het leven gaat door

Applaus op je eigen crematie

Het was een mooi en fijn afscheid op donderdag 21 juli. Je lag tussen de bloemen uit je eigen tuin, deze hadden we vlak daarvoor geplukt en op je kist ‘gestrooid’. Foto’s van jouw leven werden getoond. Beelden van jou als vader, familie man, bergbeklimmer, arts en uiteraard van jou tussen de boeken en achter de piano. Op de achtergrond klonk zachtjes pianomuziek, net als dat thuis altijd aanstond.

Aan het begin van de dienst werden twee stukjes voorgelezen die ik geschreven had over jou en de piano. Daarna werd een video getoond met een compilatie van jou achter de toetsen. Het was zo mooi om je te horen en zien spelen. Je kreeg zelfs applaus van alle lieve aanwezigen in de zaal. Wát bijzonder, applaus op je eigen crematie. Een cadeautje voor ons, voor jou. De kracht van muziek.

En hoewel je al drie jaar ‘weg’ was door de dementie was je er nog wel altijd. Ik had nog een vader. Nu niet meer. Dag pap, bedankt voor alles.

Lees ook: Daar ga je

Dag pap, bedankt voor alles

Daar was ‘ie, het telefoontje waar ik al weken bang voor was. Mijn dagen begonnen al tijden lang vol zenuwen, snelle ademhaling en brandende ogen. Zo’n gevoel wat je ook hebt wanneer je echt teveel koffie hebt gehad, een mega spannend sollicitatiegesprek hebt of een nacht niet geslapen hebt.

Elke dag vroeg ik me af wat de dag zou brengen. Mijn telefoon legde ik soms bewust bij me uit de buurt, anders zou ik er naar blijven staren. Maar wel zo dichtbij dat ik ‘m zou kunnen horen. Wat zou ik denken als het zover zou zijn? Wanneer zou ik gebeld worden?

Ik schreef er niet eerder over omdat dat niet goed voelde. Niet tegenover mezelf en niet tegenover jou. Ik wilde niet op de zaken vooruit lopen. Niemand had een glazen bol. Je was er nog. Maar ik was elke dag in gedachten bezig met jouw overlijden.

Het ging de laatste drie weken steeds minder goed met je. Vallen, moeilijk lopen, steeds vaker incontinent, wegvallende ademhaling, onrustig, niet of nauwelijks eten en drinken, pijn. De zorgen groeiden. Ondanks dit alles bleef je dankbaar voor alle hulp die je kreeg.

Ineens was het dan toch zover. Geen telefoontje maar een appje in de vroege ochtend van zondag 17 juli 2022. Je was die nacht rustig ingeslapen. Twee dagen ervoor zijn we nog bij je geweest. Die ochtend was je erg onrustig, had je veel pijn en greep je soms naar je borst.

Toen wij er waren, aan het einde van de middag, had je morfine en slaapmedicatie gehad en lag je heel rustig te slapen. Je had geen pijn meer en kreeg niets meer mee van alles om je heen. Je ademhaling was soms heel diep en dan weer even weg. De zogenaamde cheyne stokes ademhaling, die van de laatste levensfase. Dit heb ik moeten Googlen toen ik het in je rapportage las.

Ik had bloemen voor je meegenomen, zoals ik vaker deed. Je knuffel kat en hond, waar je zoveel plezier van had gehad, stonden aan je voeteneinde. Een lieve medewerker zat naast je bed toen we aankwamen. Je was de hele dag niet alleen geweest. Er werd goed op je gelet. Ik wilde bij je blijven, voor altijd.

Die volgende ochtend checkte ik mijn telefoon bijna voordat ik m’n ogen had open gedaan. Geen nieuws. De dag bestond uit afleiding zoeken, afwachten en appen met mam. We zijn ’s avond nog naar het strand gegaan, een plek waar ik het liefste ben. In gedachten heb ik een paar keer tegen je gezegd dat het goed was. Dat je mocht gaan. Intussen zakte de zon achter de horizon in zee.

Daarna met een onbestemd gevoel in bed gestapt, niet wetende wat de nacht zou brengen. Om 2 uur die nacht heb je het leven losgelaten.

Het was alsof er een last van mijn schouders viel toen ik het beruchte appje de volgende ochtend las. Je hoefde niet meer te lijden en ik heb gezien hoe vredig je lag te slapen. Je was verdwaald in je eigen hoofd, niemand wist waar je was en wat er allemaal in je omging.

Ik was je al drie jaar kwijt, maar nu ben je echt weg. En hoewel het altijd verdrietig blijft om iemand voor altijd kwijt te zijn, is het goed zo. Wie weet kom je Eva tegen. Geef je haar een knuffel van me? Dag pap, bedankt voor alles.

(Geschreven op 17 juli 2022)

Lees ook: Het laatste stukje

Op een berg in Oostenrijk

Lieve pap, wat gebeurt er allemaal? De laatste tijd ben je vaker in de war, onrustig en uit je doen. Al een tijdje geeft dit me een onbehagelijk gevoel. Ik druk het weg, tegen beter weten in.

Laatst werd je gevonden op de grond. Je kamer was een zooi las ik in de rapportage. Maar wat er precies gebeurd was, was niet duidelijk. Je werd geholpen bij het douchen en aankleden, daarna zakte je voorover. Daarna was je wel goed aanspreekbaar en je gaf aan geen pijn te hebben.

Een paar dagen later vonden ze je midden in de nacht op de grond. ‘Ik lig op een berg in Oostenrijk’, zei je lachend. Lag je maar op een berg in de natuur, in je tentje zoals je vroeger deed tijdens wandelvakanties. In plaats daarvan lag je op de koude vloer van je kamer in een verzorgtehuis. Wat gaan je hersenen met je aan de haal. Alles loopt door elkaar, verbindingen kloppen niet meer, niemand weet waar je bent.

Je slaapt veel, moet ondersteunt worden bij het lopen en je bent erg emotioneel. Ik huil met je mee. Ik denk aan je pap, elke dag.

Lees ook: wat maakt het ook uit

Op het puntje van de bank

Terwijl je kleindochter achter de piano zit en wat liedjes probeert, zie ik je bedenkelijk kijken. Je schudt je hoofd en kijkt me aan met een blik van: ‘dat klinkt nergens naar.’

Ik zie dat je heel graag zelf achter de piano wil zitten om te laten zien hoe het moet. Maar je blijft zitten en laat haar spelen. Intussen schudt je nog een paar keer met je hoofd. Dan verplaats je naar het puntje van de bank, je vingers jeuken om de toetsen over te nemen. Maar beleefd zoals je bent, zeg je niets.

Als het te lang duurt sta je dan toch op en loop je langzaam richting piano. ‘Ik geloof dat opa ook even wil spelen’, zeg ik. Ze staat op en jij gaat zitten. En daar gaan je vingers weer over de toetsen en klinken de bekende klanken. Je linker hand werkt al een tijdje niet mee maar dat lijk je je niet te realiseren.

Even vergeet ik dat een groot deel van je hersenen niet meer werkt zoals het hoort, maar dit kleine deel van je hersenen werkt nog uitstekend. De kracht van muziek. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Het laatste stukje

Fotopagina

Liefde blijf je voelen


Mensen met dementie zijn oud en staren apathisch voor zich uit. Ze kwijlen en kijken niet op of om. Om heel eerlijk te zijn was dat mijn beeld van mensen met dementie. Wist ik veel. Ik had er nooit mee te maken gehad. Totdat papa dementie kreeg…

Ik heb nu twee boeken geluisterd met als thema ‘dementie’. ‘Verpleegthuis’ van Teun Toebes en ‘Het zal je moeder maar wezen’ van schrijfster Karin Bruers. Dit heeft me geraakt.

Teun Toebes is student verpleegkunde en woont op een gesloten afdeling in een verzorgtehuis voor mensen met dementie. Hij wilde zelf ervaren hoe het is om daar te wonen. Hoe het is aan de kant van de cliënten. De dingen die hij meemaakt en omschrijft zijn naast grappig vaak ook schrijnend.

‘Het zal je moeder maar wezen’ gaat over een moeder die dementie krijgt. Haar kinderen dikken het een beetje aan zodat ze een indicatie krijgt om uit huis te kunnen worden geplaatst. Eén dochter is het er niet mee eens. Bij het aantreffen van haar doodongelukkig moeder op haar nieuwe woonplek, besluit ze haar in huis te nemen. Een beslissing waarvan ze de gevolgen niet had kunnen voorzien. Het ontwricht niet alleen de familie maar ook de zorg voor haar moeder had ze onderschat.

Van allebei de boeken werd ik verdrietig. Ze zijn ook geschreven met humor maar ik besefte me dat pap véél verder is dan de mensen omschreven in deze twee boeken. Niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal.

Wel zag ik een overeenkomst met hoe deze mensen veranderden toen ze het huis uit moesten. Ze voelden zich verdwaald, alleen en verdrietig. Ze waren in de war. Dat was bij pap ook het geval.

Thuis scharrelde hij wat rond. Liep van zijn stoel naar de keuken voor een kopje koffie, ging even buiten in de tuin kijken, ‘las’ de krant en ‘studeerde’ aan de eettafel in een boek. Hij luisterde muziek, neuride wat of lag te suffen op de bank.

De mensen omschreven in de boeken herkenden hun spullen nog toen ze in hun nieuwe leefomgeving kwam. Pap niet. In zijn nieuwe thuis herkende hij niets van zijn spullen die we hadden meegenomen. Boeken raakte hij op de eerste dag al niet meer aan, kranten verzamelde hij in de la van zijn bureau en hij vroeg elke willekeurig persoon die hij tegenkwam of ze de deur naar buiten open konden maken. Het duurde even maar inmiddels zit hij op zijn plek en is hij weer rustig.

Een andere overeenkomst met de twee boeken zag ik in het feit dat mensen met dementie nog steeds mensen zijn maar vaak niet zo behandeld worden. Ze worden in een soort stramien geduwd. Maar ook mensen met dementie hebben gevoelens, verlangens en belangen. Gelukkig gaat het bij pap, voor zover ik meekrijg, anders. Hij heeft een eigen ruime kamer en hoeft geen toilet of badkamer te delen. Hij mag op zijn kamer eten, iets wat hij prettig vindt, en zijn verzorgers weten inmiddels dat als hij iets echt niet wil, ze de strijd beter niet aan kunnen gaan. Zoals je weet kan pap erg koppig zijn.

Bij het idee alleen al word ik heel verdrietig maar ik kan alleen maar hopen dat, mocht ik ook dementie krijgen, mijn geliefden me blijven zien zoals ik was. Dat ze weten dat ik diep van binnen de liefde voel die ze me altijd hebben gegeven. Dat ze voor me opkomen als ik dat zelf niet meer kan. Dat ze me, met plezier, blijven bezoeken. Dat ze me niet steeds verbeteren als ik iets niet meer weet of denk te weten hoe iets werkt. Dat ze me in m’n waarde laten. Dat ze weten dat ik dingen niet opzettelijk verkeerd doe of zeg.

Ik wil geloven dat papa nog weet wie ik ben, dat hij nog weet dat hij twee dochters heeft. Hij weet het vast, diep van binnen. Want hoewel zijn hersenen aangetast zijn, klopt zijn hart nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Liegen of zwijgen

Een banaantje, sapje en zijn vriendje de kat

Hoog in de lucht

Volgens mij kreeg je het op je verjaardag, een ballonvaart. Het duurde even voordat het kon want het moest natuurlijk windstil zijn.

Maar toen was het ineens zover. Toen we op de plek kwamen vanwaar de ballon zou vertrekken, mocht ik als verassing ook mee de ballon in!

Wat een ervaring! Bijna geluidloos gleden we over de boomtoppen, weilanden en andere natuur. Het was spannend maar zó bijzonder. Ik ben dankbaar dat ik dat mocht doen met jou en mijn broer.

Op tv zag ik een item over een ballonvaart en ik moest gelijk denken aan deze mooie herinnering. Ik weet zelfs nog wat je aanhad, een grijs-lichtblauwe polo. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Zo dichtbij, zo ver weg

Zo dichtbij, zo ver weg

Ik zou graag met je praten. Vertellen hoe het met me gaat. Dat zou ik zeggen dat ik mijn werk nog altijd leuk vind, dat ik een wandeling heb gemaakt door de stad en dat je kleindochter nu alleen op de fiets naar school gaat. Ik zou jouw medische kijk op het corona virus willen horen. Je zou me kunnen geruststellen, of juist extra waakzaam kunnen maken. Ik hechtte altijd veel waarde aan jouw kennis.

De realiteit is dat je geen idee meer hebt van mijn bestaan. Je hersenen zijn aangetast en hebben je herinneringen gewist. Je gesprekken gaan over de bomen die je ziet waaien in de wind, over de auto’s die in de verte voorbij rijden en over de vuilnisbak die jij aanziet voor een hondje. ‘Kijk, dan zwaai ik zo naar hem en dat vindt ie altijd leuk als ik dat doe!, vertel je dan enthousiast. Ik luister terwijl mijn gedachten afdwalen. Ik denk aan vroeger en hoop ergens in je ogen de oude jij te zien. Tevergeefs.

Ik mis je pap, het is zo gek dat je er bent maar ik je niets kan vertellen. Tot snel lieve pap.

Wat maakt het ook uit

Voorzichtig vraag ik naar je verjaardag. ‘Ja’, zeg je. ‘Ik was 3 september jarig zeiden ze hier’. Dat je die dag bezoek hebt gehad van meerdere mensen kan je je niet herinneren, je rept er met geen woord over. De man op de foto op de taart die je die dag kreeg, had je ook niet herkend, hoewel dit toch al 81 jaar een vertrouwd gezicht in de spiegel moet zijn.

Op het tafeltje voor je staan bloemen en ik zeg dat ik ze mooi vind en benoem de kleuren. Jij vindt ze ‘prachtig’ en zegt dat je geen idee hebt hoe je aan ze komt. Ik vraag hoe oud je bent geworden en ik zie je denken. ‘Ik ben geboren in 1939 en heb 61 jaar geleefd in de vorige eeuw. Plus wat het nu hier is.’ Je loopt naar de klok, deze geeft aan dat het 15 uur is. ‘Drie uur. Dat is dus 61 plus 3.’ Ik zeg dat het nu 2020 is en dat je dus 61 plus 20 jaar oud bent. ‘Ben ik dan 81? Nee, dat klopt niet hoor. Zo voel ik me helemaal niet en daar handel ik ook niet naar. En als je 81 bent kun je dit ook niet meer.’ Je neuriet een riedeltje die je altijd op de piano speelt. Je lacht.

‘Nee hoor, ik ben 61 plus wat het hier is. Maar ja, die dingen veranderen ook altijd dus ik weet het ook niet meer.’ Je wijst naar ‘die dingen’. De klok op de piano en naar de kalender die je, zo lang ik me kan herinneren, elke ochtend handmatig verzet. Nooit sloeg je een dag over. Nu staat ‘ie op donderdag 3 september. Het is zaterdag 5 september. Wat maakt het ook uit. 61 of 81, wat maakt het ook uit. Tot snel lieve pap.

‘It’s me, papa
Can’t you see?
Please wake up
and recognize me.
I search your eyes
So empty and blue
Hoping for a flicker
Of what used to be you.’

Lees ook: Bloemen voor papa

Het laatste stukje

Je bent er nog, maar je bent weg. Ik zie je lichaam, je bewegingen. Ik zie je denken, zoeken naar woorden. Ik hoor je onsamenhangende zinnen, je grapjes. Ik hoor je eindeloze verhalen over, ja waarover eigenlijk? Ik voel je vriendelijkheid, je zachtheid, je liefde. Je bent tevreden, lief en vrolijk. Ik wil je vasthouden en nooit meer loslaten. Ik wil naast je zitten en nooit meer opstaan.

Ik herken je amper, maar achter de piano zie ik je weer. Tranen schieten in je ogen tijdens het pianospelen. Ik probeer aan wat anders te denken om mijn tranen tegen te houden. Ik weet dat als ik ze nu laat lopen, ik niet meer kan stoppen. Achter de piano ben je nog papa zoals ik je ken. Het laatste en enige stukje herkenning. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Geen herkenning

Platte groene bergen

Lieve zus, ik zie pap veel te weinig. Door de coronacrisis kon ik niet meer elke week langs omdat dat simpelweg niet mocht vanwege de veiligheid van de bewoners. Sinds de versoepelingen ben ik twee keer geweest. Het liefst ga ik elke dag even langs. Gewoon bij hem zitten. Naar hem kijken en luisteren. Ik vind het fijn om er te zijn. Hoewel hij weinig doet, is zijn belevingswereld nog groot. Ik maak veel foto’s van hem en heb de laatste keer een ‘gesprek’ opgenomen. Van jou had ik geen recente foto’s en ik had je stem al veel te lang niet gehoord… Ik mis je. Slaap lekker lief zusje.

Luister: Pap vertelt over wandelingen door de weilanden

Luister: Pianospelen gaat nog altijd goed

‘Het is goed’

Elke dag zeg ik tegen mezelf dat het goed is. Het is goed dat je niets doorhebt van alles wat er gaande is, het is goed dat je tevreden bent, het is goed dat je niet wacht tot het bezoek weer komt. Het is goed dat je veilig bent, het is goed dat er op je gelet wordt. Het is goed dat er niemand op bezoek mag komen zolang het virus er is. Het is goed dat het risico op verspreiding bij jou, je medebewoners en verzorgers zo klein mogelijk gehouden wordt.

Maar zodra ik wat langer aan je denk, komen de tranen. Er is natuurlijk niets goed. Ik kan je bellen en zien via het schermpje. Maar ik vind dat moeilijk. Ik word er te verdrietig van. Je bent dan even dichtbij maar zó ver weg. Ik wil je zien in het echt, je energie voelen, je kunnen aanraken. Ik wil langs kunnen komen wanneer ik wil. Ik wil je een banaan zien eten, chocola zien snoepen en piano horen spelen. Liever bel ik zonder beeld. Tegelijkertijd ben ik zó benieuwd wat jij met je medische kennis vindt van het coronavirus. Maar ik weet dat ik daar nooit een antwoord op zal krijgen.

Vandaag kreeg ik een filmpje doorgestuurd van het programma Danny op Straat. Het ging over hoe de situatie in de verpleeghuizen is voor mantelzorgers van demente mensen. Je ziet een man die zijn vader bezoekt. Ze mogen elkaar zien maar gescheiden door een hek. Een andere man mocht vanaf de straat zijn vrouw op het balkon zien. Hij wilde haar zó graag knuffelen. Ik hield het niet droog. Hopelijk tot snel lieve pap.

Lees ook: Lieve pap

Toeval bestaat niet

Ik kan je niet opzoeken. Ik mis je. Ik wil gewoon weer even bij je zijn. Je voelen, je in je ogen kijken. Gewoon bij je zijn, ook al weet je niet meer wie ik ben. Ook al kunnen we niet meer echt een gesprek voeren. We kunnen videobellen, dat is fijn. Maar ik durf vaak niet zo goed te bellen, ik wil je niet in de war brengen. En zelf vind ik het ook best lastig. Je mist me niet. Dat doet pijn, maar ik denk dat ik er inmiddels aan gewend ben. Voor zover je aan zoiets kunt wennen.

Vandaag wandelde ik door de stad en hoorde ik iemand pianospelen. Meteen dacht ik aan jou. Wat zou ik je graag weer zien spelen. Ja, ook dat ene liedje die ik inmiddels meer dan 100x heb gehoord. Nog geen vijf minuten later ontving ik een foto van je. Via een medewerkster via een speciale app. Wat fijn om je weer even te zien. Ik besloot te bellen, zonder beeld.

Je vertelde uitgebreid over het weer, zei dat je het fijn had en je goed voelde. Je haalde woorden door elkaar, meer dan de laatste keer dat ik je zag. Ook vroeg je belangstellend naar hoe het met mij ging. Ik merkte dat je geen idee had wie je aan de lijn had, maar dat maakte niet uit. Je was heel vriendelijk en opgewekt.

Toen ik daarna nog even de medewerkster aan de lijn had om te vragen hoe het met haar ging, was je achter de piano gaan zitten. Ik hoorde je pianospelen, de klanken die ik zo graag hoor. In gedachten zag ik je zitten op de piano kruk. Wat fijn om te weten dat het goed met je gaat en niets meekrijgt van alles wat er ‘daar buiten’ afspeelt. Ik mis je ontzettend. Hopelijk tot snel lieve pap.

Lees ook: de klanken van een piano

In een schermpje

Ik belde je om 16uur maar in jouw gedachten was het al nacht, je sliep. De volgende dag kreeg ik een belletje van je leidster, via de app die het verpleeghuis heeft waarmee je kunt videobellen. En daar was je! Niet in real life maar op het scherm van m’n telefoon. Je snapte niet echt waarom ik in het schermpje zat. Maar toen je me zag raakte je geëmotioneerd. Herkende je me van alle bezoekjes? Ik weet het niet maar iets raakte je. Een gesprek voeren ging lastig omdat je niet echt doorhad dat ik je kon horen en zien geloof ik.

Maar wat fijn om je te zien! Om eventjes een beetje bij je te zijn. Toen we ophingen voelde ik me verdrietig en blij tegelijk. Het is fijn om te zien hoe je daar in je eigen wereldje leeft. Gewoon veilig op je eigen kamer, met lieve mensen om je heen die voor je zorgen.

Vanochtend na het douchen hoorde ik vanuit de woonkamer het nummer ‘Samen zijn’, origineel van Willeke Alberti. En juist dat samen zijn, gaat nu niet. Tranen stroomde over m’n wangen. Ik zou zo graag weer die 130 km afleggen om eventjes bij je te zijn. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Emoties

Zover weg, zo dichtbij

Het onvermijdelijke is gebeurd, het verpleeghuis waar je zit gaat is zogenaamde ‘lock down’. Er mag niemand meer op bezoek komen. Een logische beslissing. Er wonen alleen maar ouderen en mensen met een zwakkere gezondheid. Niemand wil dat het coronavirus daar opduikt, met alle gevolgen van dien.

Natuurlijk zag ik het aankomen. Ik was ook niet van plan om ook maar enig risico te nemen door langs te gaan. Maar de mogelijkheid was er nog wel en de keuze was aan mij. We weten niet wanneer deze storm gaat liggen, ik weet niet wanneer ik je weer kan zien. Het komt toch hard binnen. Het is een beetje zoals vroeger als je een proefwerk heel slecht had gemaakt. Je wist dat je een onvoldoende zou krijgen, maar als je het cijfer dan zwart op wit zag staan, was het toch even een klap.

Wees sterk lieve pap, wees de vrolijke jij. Blijf je verwonderen, verbazen en vermaken. Geniet van je uitzicht over de weilanden, van de takken die waaien in de wind, van de overvliegende ooievaars en de voorbij kruipende wolken. Zwaai naar de auto’s in de verte en naar het ‘hondje’. Geniet van de aandacht van de ‘suikerbossies’ en van je bananen. En speel je af en toe een liedje op de piano? Ik denk aan je. Tot snel lieve pap, ik hoop dat je de bloemen mooi vindt.

Jouw mening over het virus

Er heerst een virus in de hele wereld. Wat eerst een ‘ver van je bed’ situatie was, is nu heel dichtbij. Ik moet twee weken thuis werken, evenementen worden afgelast en wie weet wat er nog allemaal meer gaat gebeuren. Je valt in de risicogroep maar ik maak me geen zorgen. Er wordt vast en zeker goed op je gelet.

Ik had je graag om jouw mening gevraagd. Niet omdat ik bang ben, maar gewoon uit nieuwsgierigheid. Ik vond het altijd leuk om te zien hoeveel jij wist. Met jouw medische achtergrond vroeg ik je wel vaker om raad als het om gezondheid ging. Zoals die keer dat ik me zorgen maakte over een kennis bij wie een tumor was ontdekt. ‘Dat gaat ze niet overleven’, zei je. Helaas kreeg je gelijk. Je wist me vaak gerust te stellen, of liet me de ernst er van inzien.

Je zou ons nu ongetwijfeld meer te vertellen over de impact van dit nieuwe virus. Dat we niet bang hoefden te zijn, of toch juist wel extra moesten opletten. Je zou het nieuws op de voet volgen en ik had veel waarde gehecht aan jouw mening. Het gaat nu allemaal langs je heen. Tot snel pap.

Lieve pap

Had je ooit gedacht dat jij FTD zou krijgen? Dat je herinneringen zouden vervagen en uiteindelijk zouden verdwijnen? Heb je het zien aankomen? Je had zoveel medische kennis, je maakte mensen beter, wist vanalles te vertellen over uiteenlopende onderwerpen. Je wilde zoveel mogelijk kennis tot je nemen, je raakte niet uitgeleerd.

En nu weet je niet eens meer dat je getrouwd bent, dat je kinderen hebt en hoe oud je bent. Je zet een handtekening maar je hebt geen idee waarvoor. Je hebt je leven niet meer in eigen handen.

Je bent tevreden, vriendelijk en lief. Het liefst zeg ik m’n baan op en neem ik je mee naar huis. Dan wandelen we dagelijks door de tuin, geven we de vogels en vissen te eten, zet ik koffie voor je en geef ik je het fruit waar je zo van houdt. Dan neem ik je mee naar het bos, naar het strand of voor een boottochtje over de Vecht. Was het maar zo simpel.

Nu zit je op een gesloten afdeling van een huis voor mensen met dementie en je komt nooit meer thuis. Ik weet zeker dat je dit niet gewild hebt. Maar het is een fijne plek, er wordt goed voor je gezorgd. Ik wou dat het dichterbij was, dan kwam ik elke dag even naast je zitten. Ik mis je pap.

Lees ook: Een arm om hem heen

Wat een toeval

Ik besloot vandaag niet op bezoek te gaan, met pijn in m’n hart. Ik moest even een stapje terug doen om straks weer een stapje vooruit te kunnen.

Gister had je bezoek en vandaag zou mam weer langsgaan. Ik had een dubbel gevoel, ik mis je en ben het liefst elke dag even bij je. Maar aan de andere kant was het fijn om eens een rustig weekend te hebben en niet drie uur in de auto te zitten.

Vandaag zag ik een film in de bioscoop. Over een man die deed alsof hij dement was om verlost te zijn van de bemoeienis van zijn vrouw. In het zorghuis speelde hij piano. Wat een toeval. Tot volgende week pap.