Een maand vol emoties

Ik loop in de Spaanse zon op heel fijn zand naar een blauwe zee met witte schuimkragen van de golven. Ik denk aan de golven van het leven en hoe je deze niet kan stoppen. Soms zijn ze hoog en onstuimig, soms komen ze in setjes en soms zijn ze zacht en aardig en spoelt er af en toe eentje aan. Ze zullen er altijd zijn, in welke hoedanigheid dan ook. Het enige wat je kunt doen is leren surfen zodat zelfs de hoogste golven je niet of nauwelijks van je stuk kunnen brengen.

Het is precies een maand geleden dat jij het leven liet. Soms lijkt een maand stilletjes voorbij te gaan. Deze maand zat vol met golven van emoties. Ze wisselden elkaar in sneltreinvaart af.

Ons laatste bezoek aan jou was verdrietig en tegelijkertijd was het goed om te zien hoe je er bij lag. Je lag heerlijk te slapen en het gaf me, naast vele tranen, ook een soort rustig gevoel. De ochtend waarop ik las dat je die nacht je laatste adem had uitgeblazen. Uiteraard een gevoel van verdriet maar ook opluchting dat een verdere lijdensweg je bespaard was gebleven. De zorgen waren weg. De roes van het regelen van je crematie, het leek alsof ik buiten mezelf was getreden. En het afscheid zelf. Pas toen leek het door te dringen dat je écht weg was. De liefde die ik voelde van alle aanwezigen, van de appjes en kaarten die ik ontving.

En toen de leegte van jouw eeuwige afwezigheid. Het besef dat we van vijf naar drie zijn gegaan. Alleen mam, P en ik zijn nog over.

Meteen daarna het inpakken en de voorpret voor de vakantie. Het inrichten van de camper en het bedenken waar we heen zouden rijden. Het opruimen van ons huis, het maken van een overdracht voor de mensen die in ons huis zouden komen. Lichte spanning, drukte van de boel regelen maar ook enorm uitkijken naar het niets moeten en het avontuur met z’n drietjes.

In de Spaanse zon voel ik rust, ik voel me minder gehaast en het leven zonder klok of verplichtingen doet me goed. Ik hoop dat ik dit kan vasthouden als we straks thuis zijn en dat dit niet een ‘vlucht’ is voor alles wat er afgelopen maand gebeurd is. Ik ben namelijk erg goed in het onderdukken van mijn gevoel.

Ik ga uit van het positieve. De golven zullen blijven komen en gaan maar ik heb het gevoel dat ik een klein beetje heb leren surfen. Dag pap, bedankt voor alles.

Lees ook: Geen herkenning

Schild om me heen

( geschereven op 1 juli 2022) Ik voel me goed en sterk terwijl het met jou steeds minder goed gaat. In de auto zing ik mee met alle nummers op de radio, verwonder me over de mooie wolken en het groen van het gras en de bomen. Mooi hè, de donker groene blaadjes aan de bomen die veranderen in een soort silver groene kleur als ze waaien in de wind?!

Ik herken dit gevoel van Eva’s afscheidsdienst. Toen deed ik er ook alles aan om me ‘groot’ te houden. Alsof er op een knop is gedrukt waardoor er een soort schild om me heen zit. Een schild dat alle emoties tegenhoudt naar buiten te treden en zoveel mogelijk prikkels zoekt om maar niet te hoeven nadenken bij wat er aan de hand is. Het is mijn overlevingmechanisme denk ik.

Of denk ik diep van binnen dat ik me niet zo mag voelen? Er zijn ergere dingen toch? ‘Het lijkt alsof je pas laat zien wat je voelt als anderen je gevoel bevestigen, alsof het dan pas goed is dat je verdrietig bent’, zei mijn psycholoog. Daar zit een kern van waarheid in denk ik.

In werkelijkheid denk ik elke minuut aan je. En hoor ik je weer spelen op de piano, zie ik je lopen in je gele zwembroek op het strand en zwoegen in een bezweet ’t shirt in de tuin. Ik wil dat je eeuwig bij ons blijft. Ik weet dat dat niet kan en op deze manier is er ook niet veel aan. Ik hoop dat je diep van binnen weet en voelt dat ik je dochter ben en aan je denk. Dag lieve pap.

Lees ook: Misschien weet ze de weg niet

Vergeef me

(Geschreven op 2 juli 2022) Sinds je niet meer thuis woont maar in een verzorgtehuis, dacht ik vaak aan jouw afscheid. Soms vaker dan de andere keer maar het speelde altijd in mijn achterhoofd. Ik heb meerdere bewoners van jouw afdeling zien komen en vervolgens weer zien gaan. Ook mensen die na jouw binnen kwamen, waren er bij mijn volgende bezoek soms niet meer.

Vooral als het minder goed met je ging, soms was er zo’n periode, spookte de gedachte de hele dag door mijn hoofd. Hoe zou je eruit zien in je kist? Zou je een blouse dragen of toch een trui? Wie zouden er naar je afscheid komen? Wat zouden we op je kaart zetten en welke foto hoort daar dan bij? Welke muziek zouden we draaien? Wilde of zou ik iets kunnen zeggen? Op welk moment zou ik hèt belletje krijgen, waar zou ik dan zijn en wat zou ik doen?

Zomaar wat gedachten ’s ochtends onder de douche. Nou ja, niet zomaar wat gedachten merkte ik aan mijn hoge ademhaling, zenuwen, brandende ogen en trillende handen.

Op een dag dat ik me goed voelde dacht ik dat ik het aankon om muziek uit te kiezen voor jouw afscheid. Ik zat in de auto en zette mijn Spotify lijst ‘Papa’ aan. Na nog geen tien seconden stroomde de tranen over mijn wangen. Snel zette ik de radio weer aan en droogde mijn tranen. Als het zover zou zijn, zou het heus wel goed komen.

Vaak schreef ik in gedachten mijn gevoelens op maar iets posten over jouw afscheid terwijl je er nog was, voelde oneerlijk en niet goed. Je was er immers nog, en misschien nog wel jaren!

Lieve pap, vergeef me dat ik met je dood bezig was voordat je ging. Ik mis je.

Lees ook: In het Duits

Een slopende dag

De dag na je crematie ben ik kapot. Zo emotioneel moe van de afgelopen periode. Van afgelopen week. Een week waarin ik in een soort andere wereld leefde. Er moesten dingen geregeld worden. Hoe zou het afscheid eruit zien? Foto’s verzamelen, video’s bij elkaar zoeken, wie zou wat zeggen en meer van die praktische zaken.

Het was alsof ik buiten mezelf was getreden en ‘gewoon’ maar alles deed. Verdriet voelde ik niet echt. En bovendien was het goed zo. Je was ingeslapen en een lijdensweg was je bespaard gebleven.

Pas op je crematie kwam het besef dat het allemaal om jou ging. Om mijn vader. Een vader die ik al een tijdje geleden kwijt was geraakt maar nu ook definitief uit ons leven verdwenen was.

De volgende dag was slopend. Alsof ik de dagen (maanden eigenlijk al) ervoor een berg beklommen had met de gedachte “dit kan ik heus wel!” om vervolgens in een ravijn te storten. De klim was iets zwaarder geweest dan ik had gedacht. Het had meer energie gekost dan ik misschien wilde toegeven.

Ook de ontvangen liefde raakte me. Zoveel lieve appjes, berichtjes, kaartjes en andere vorm van liefde. Zoveel. Het voelde overweldigend en ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest. Zoveel liefde voor mijn vader, voor mij. Totaal overprikkeld was ik door alles wat er was gebeurd en op me af kwam.

Lezen lukte niet, de woorden dansten door elkaar over het papier. Ik wilde een aantal batterijen tellen en pas na drie keer goed concentreren zag ik dat het er zes waren. Ze lagen gewoon in mijn hand. Ik stond op van de bank maar had geen idee meer waarom.

Ik verlang naar rust. Dit heeft tijd nodig en ik weet zeker dat ik dit weer ga vinden. Want hoewel ik je vreselijk ga missen, weet ik dat het beter is zo. Dag lieve pap.

Lees ook: Het leven gaat door

Applaus op je eigen crematie

Het was een mooi en fijn afscheid op donderdag 21 juli. Je lag tussen de bloemen uit je eigen tuin, deze hadden we vlak daarvoor geplukt en op je kist ‘gestrooid’. Foto’s van jouw leven werden getoond. Beelden van jou als vader, familie man, bergbeklimmer, arts en uiteraard van jou tussen de boeken en achter de piano. Op de achtergrond klonk zachtjes pianomuziek, net als dat thuis altijd aanstond.

Aan het begin van de dienst werden twee stukjes voorgelezen die ik geschreven had over jou en de piano. Daarna werd een video getoond met een compilatie van jou achter de toetsen. Het was zo mooi om je te horen en zien spelen. Je kreeg zelfs applaus van alle lieve aanwezigen in de zaal. Wát bijzonder, applaus op je eigen crematie. Een cadeautje voor ons, voor jou. De kracht van muziek.

En hoewel je al drie jaar ‘weg’ was door de dementie was je er nog wel altijd. Ik had nog een vader. Nu niet meer. Dag pap, bedankt voor alles.

Lees ook: Daar ga je

Dag pap, bedankt voor alles

Daar was ‘ie, het telefoontje waar ik al weken bang voor was. Mijn dagen begonnen al tijden lang vol zenuwen, snelle ademhaling en brandende ogen. Zo’n gevoel wat je ook hebt wanneer je echt teveel koffie hebt gehad, een mega spannend sollicitatiegesprek hebt of een nacht niet geslapen hebt.

Elke dag vroeg ik me af wat de dag zou brengen. Mijn telefoon legde ik soms bewust bij me uit de buurt, anders zou ik er naar blijven staren. Maar wel zo dichtbij dat ik ‘m zou kunnen horen. Wat zou ik denken als het zover zou zijn? Wanneer zou ik gebeld worden?

Ik schreef er niet eerder over omdat dat niet goed voelde. Niet tegenover mezelf en niet tegenover jou. Ik wilde niet op de zaken vooruit lopen. Niemand had een glazen bol. Je was er nog. Maar ik was elke dag in gedachten bezig met jouw overlijden.

Het ging de laatste drie weken steeds minder goed met je. Vallen, moeilijk lopen, steeds vaker incontinent, wegvallende ademhaling, onrustig, niet of nauwelijks eten en drinken, pijn. De zorgen groeiden. Ondanks dit alles bleef je dankbaar voor alle hulp die je kreeg.

Ineens was het dan toch zover. Geen telefoontje maar een appje in de vroege ochtend van zondag 17 juli 2022. Je was die nacht rustig ingeslapen. Twee dagen ervoor zijn we nog bij je geweest. Die ochtend was je erg onrustig, had je veel pijn en greep je soms naar je borst.

Toen wij er waren, aan het einde van de middag, had je morfine en slaapmedicatie gehad en lag je heel rustig te slapen. Je had geen pijn meer en kreeg niets meer mee van alles om je heen. Je ademhaling was soms heel diep en dan weer even weg. De zogenaamde cheyne stokes ademhaling, die van de laatste levensfase. Dit heb ik moeten Googlen toen ik het in je rapportage las.

Ik had bloemen voor je meegenomen, zoals ik vaker deed. Je knuffel kat en hond, waar je zoveel plezier van had gehad, stonden aan je voeteneinde. Een lieve medewerker zat naast je bed toen we aankwamen. Je was de hele dag niet alleen geweest. Er werd goed op je gelet. Ik wilde bij je blijven, voor altijd.

Die volgende ochtend checkte ik mijn telefoon bijna voordat ik m’n ogen had open gedaan. Geen nieuws. De dag bestond uit afleiding zoeken, afwachten en appen met mam. We zijn ’s avond nog naar het strand gegaan, een plek waar ik het liefste ben. In gedachten heb ik een paar keer tegen je gezegd dat het goed was. Dat je mocht gaan. Intussen zakte de zon achter de horizon in zee.

Daarna met een onbestemd gevoel in bed gestapt, niet wetende wat de nacht zou brengen. Om 2 uur die nacht heb je het leven losgelaten.

Het was alsof er een last van mijn schouders viel toen ik het beruchte appje de volgende ochtend las. Je hoefde niet meer te lijden en ik heb gezien hoe vredig je lag te slapen. Je was verdwaald in je eigen hoofd, niemand wist waar je was en wat er allemaal in je omging.

Ik was je al drie jaar kwijt, maar nu ben je echt weg. En hoewel het altijd verdrietig blijft om iemand voor altijd kwijt te zijn, is het goed zo. Wie weet kom je Eva tegen. Geef je haar een knuffel van me? Dag pap, bedankt voor alles.

(Geschreven op 17 juli 2022)

Lees ook: Het laatste stukje

Op een berg in Oostenrijk

Lieve pap, wat gebeurt er allemaal? De laatste tijd ben je vaker in de war, onrustig en uit je doen. Al een tijdje geeft dit me een onbehagelijk gevoel. Ik druk het weg, tegen beter weten in.

Laatst werd je gevonden op de grond. Je kamer was een zooi las ik in de rapportage. Maar wat er precies gebeurd was, was niet duidelijk. Je werd geholpen bij het douchen en aankleden, daarna zakte je voorover. Daarna was je wel goed aanspreekbaar en je gaf aan geen pijn te hebben.

Een paar dagen later vonden ze je midden in de nacht op de grond. ‘Ik lig op een berg in Oostenrijk’, zei je lachend. Lag je maar op een berg in de natuur, in je tentje zoals je vroeger deed tijdens wandelvakanties. In plaats daarvan lag je op de koude vloer van je kamer in een verzorgtehuis. Wat gaan je hersenen met je aan de haal. Alles loopt door elkaar, verbindingen kloppen niet meer, niemand weet waar je bent.

Je slaapt veel, moet ondersteunt worden bij het lopen en je bent erg emotioneel. Ik huil met je mee. Ik denk aan je pap, elke dag.

Lees ook: wat maakt het ook uit

Op het puntje van de bank

Terwijl je kleindochter achter de piano zit en wat liedjes probeert, zie ik je bedenkelijk kijken. Je schudt je hoofd en kijkt me aan met een blik van: ‘dat klinkt nergens naar.’

Ik zie dat je heel graag zelf achter de piano wil zitten om te laten zien hoe het moet. Maar je blijft zitten en laat haar spelen. Intussen schudt je nog een paar keer met je hoofd. Dan verplaats je naar het puntje van de bank, je vingers jeuken om de toetsen over te nemen. Maar beleefd zoals je bent, zeg je niets.

Als het te lang duurt sta je dan toch op en loop je langzaam richting piano. ‘Ik geloof dat opa ook even wil spelen’, zeg ik. Ze staat op en jij gaat zitten. En daar gaan je vingers weer over de toetsen en klinken de bekende klanken. Je linker hand werkt al een tijdje niet mee maar dat lijk je je niet te realiseren.

Even vergeet ik dat een groot deel van je hersenen niet meer werkt zoals het hoort, maar dit kleine deel van je hersenen werkt nog uitstekend. De kracht van muziek. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Het laatste stukje

Fotopagina

Liefde blijf je voelen


Mensen met dementie zijn oud en staren apathisch voor zich uit. Ze kwijlen en kijken niet op of om. Om heel eerlijk te zijn was dat mijn beeld van mensen met dementie. Wist ik veel. Ik had er nooit mee te maken gehad. Totdat papa dementie kreeg…

Ik heb nu twee boeken geluisterd met als thema ‘dementie’. ‘Verpleegthuis’ van Teun Toebes en ‘Het zal je moeder maar wezen’ van schrijfster Karin Bruers. Dit heeft me geraakt.

Teun Toebes is student verpleegkunde en woont op een gesloten afdeling in een verzorgtehuis voor mensen met dementie. Hij wilde zelf ervaren hoe het is om daar te wonen. Hoe het is aan de kant van de cliënten. De dingen die hij meemaakt en omschrijft zijn naast grappig vaak ook schrijnend.

‘Het zal je moeder maar wezen’ gaat over een moeder die dementie krijgt. Haar kinderen dikken het een beetje aan zodat ze een indicatie krijgt om uit huis te kunnen worden geplaatst. Eén dochter is het er niet mee eens. Bij het aantreffen van haar doodongelukkig moeder op haar nieuwe woonplek, besluit ze haar in huis te nemen. Een beslissing waarvan ze de gevolgen niet had kunnen voorzien. Het ontwricht niet alleen de familie maar ook de zorg voor haar moeder had ze onderschat.

Van allebei de boeken werd ik verdrietig. Ze zijn ook geschreven met humor maar ik besefte me dat pap véél verder is dan de mensen omschreven in deze twee boeken. Niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal.

Wel zag ik een overeenkomst met hoe deze mensen veranderden toen ze het huis uit moesten. Ze voelden zich verdwaald, alleen en verdrietig. Ze waren in de war. Dat was bij pap ook het geval.

Thuis scharrelde hij wat rond. Liep van zijn stoel naar de keuken voor een kopje koffie, ging even buiten in de tuin kijken, ‘las’ de krant en ‘studeerde’ aan de eettafel in een boek. Hij luisterde muziek, neuride wat of lag te suffen op de bank.

De mensen omschreven in de boeken herkenden hun spullen nog toen ze in hun nieuwe leefomgeving kwam. Pap niet. In zijn nieuwe thuis herkende hij niets van zijn spullen die we hadden meegenomen. Boeken raakte hij op de eerste dag al niet meer aan, kranten verzamelde hij in de la van zijn bureau en hij vroeg elke willekeurig persoon die hij tegenkwam of ze de deur naar buiten open konden maken. Het duurde even maar inmiddels zit hij op zijn plek en is hij weer rustig.

Een andere overeenkomst met de twee boeken zag ik in het feit dat mensen met dementie nog steeds mensen zijn maar vaak niet zo behandeld worden. Ze worden in een soort stramien geduwd. Maar ook mensen met dementie hebben gevoelens, verlangens en belangen. Gelukkig gaat het bij pap, voor zover ik meekrijg, anders. Hij heeft een eigen ruime kamer en hoeft geen toilet of badkamer te delen. Hij mag op zijn kamer eten, iets wat hij prettig vindt, en zijn verzorgers weten inmiddels dat als hij iets echt niet wil, ze de strijd beter niet aan kunnen gaan. Zoals je weet kan pap erg koppig zijn.

Bij het idee alleen al word ik heel verdrietig maar ik kan alleen maar hopen dat, mocht ik ook dementie krijgen, mijn geliefden me blijven zien zoals ik was. Dat ze weten dat ik diep van binnen de liefde voel die ze me altijd hebben gegeven. Dat ze voor me opkomen als ik dat zelf niet meer kan. Dat ze me, met plezier, blijven bezoeken. Dat ze me niet steeds verbeteren als ik iets niet meer weet of denk te weten hoe iets werkt. Dat ze me in m’n waarde laten. Dat ze weten dat ik dingen niet opzettelijk verkeerd doe of zeg.

Ik wil geloven dat papa nog weet wie ik ben, dat hij nog weet dat hij twee dochters heeft. Hij weet het vast, diep van binnen. Want hoewel zijn hersenen aangetast zijn, klopt zijn hart nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Liegen of zwijgen

Een banaantje, sapje en zijn vriendje de kat

Hoog in de lucht

Volgens mij kreeg je het op je verjaardag, een ballonvaart. Het duurde even voordat het kon want het moest natuurlijk windstil zijn.

Maar toen was het ineens zover. Toen we op de plek kwamen vanwaar de ballon zou vertrekken, mocht ik als verassing ook mee de ballon in!

Wat een ervaring! Bijna geluidloos gleden we over de boomtoppen, weilanden en andere natuur. Het was spannend maar zó bijzonder. Ik ben dankbaar dat ik dat mocht doen met jou en mijn broer.

Op tv zag ik een item over een ballonvaart en ik moest gelijk denken aan deze mooie herinnering. Ik weet zelfs nog wat je aanhad, een grijs-lichtblauwe polo. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Zo dichtbij, zo ver weg