Voor altijd op m’n pols

Ik wilde het al langer. Een bewijs van mijn liefde voor jou. Een bewijs dat ik echt om je gaf en dat je echt in m’n hoofd en hart zat. Want ook al zagen we elkaar niet, op mijn initiatief, je zat 24/7 in m’n hoofd.

Je wilde het niet geloven, je snapte me niet, je wilde me niet snappen. Maar lief zusje, je was áltijd bij me. Ik kon je niet helpen, niemand kon je helpen, je liet je niet helpen, ik ging er zelf aan onderdoor. Ik wilde zó zó graag dat het beter met je ging. Maar ik voelde me machteloos. Ik was er van overtuigd dat het ooit goed zou komen. Dat we weer als zussen aan tafel konden zitten, thee konden drinken en lachen om gekke foto’s. En dat het goed met je zou gaan. Dat het leven je weer toe zou lachen.

En om je te laten zien dat het menens was, wilde ik een tattoo. Voor jou. Voor mij. Helaas wachtte ik te lang en heb ik ‘m je nooit kunnen laten zien. Ik kan alleen maar hopen dat je diep van binnen mijn liefde voor jou gevoeld hebt.

Maar hij staat er, op m’n pols, een hartje met de eerste letter van je naam. Daar achter een punt-komma, als teken voor hoop en liefde voor diegenen die worstelen met mentale problemen. Speciaal voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Ik herken mezelf niet

Hoe het met me gaat? Ik weet het niet. In de war, lijkt het meest passend. Mijn emoties vliegen alle kanten op, ik leg dingen terug op rare plekken. Wil koffie zetten maar pak de theepot, zet de pindakaas in de koelkast, laat de sleutels in de deur zitten en meer van dat soort rare dingen. En dat terwijl ik altijd pietjes precies ben, weet waar alles ligt en nooit iets kwijt ben. Nu ben ik vergeetachtig en reageer niet zoals ik zou willen. Ik herken mezelf niet meer.

Ik heb werkelijk geen idee hoe het met me gaat. En dat beangstigt me. Hoe doe je zoiets? Verder gaan na het verlies van een dierbare? De ene keer branden de tranen achter m’n ogen, de andere keer ben ik er met m’n hoofd niet bij en dan weer lijkt alles goed te gaan. Ik ben moe, moe van m’n gedachtes, m’n slingerende emoties.

Soms lijkt het alsof ik gek word. We hadden nog een toekomst samen, ik was nog niet klaar met je. Maar je bent weg, voor altijd. Wat moet ik nou? Slaap lekker lief zusje.

Stilte

Tot voor kort luisterde ik altijd en overal muziek. Als ontsnapping aan de realiteit, als afleiding voor mijn gedachten of juist om mijn emoties te laten gaan. Na jouw overlijden heb ik nog geen muziek aangezet. Het is te pijnlijk als er een nummer voorbij komt wat me aan jou doet denken.

Ik voel een soort angst. Voor met m’n neus op de feiten te worden gedrukt door de melodie of een songtekst.

Er is een speciale Spotify lijst gemaakt met nummers die jij vaak luisterde. Waar je blij van werd, waar je jezelf in herkende of die je gewoon heel mooi vond. Ik heb het nog niet aangedurfd om deze lijst af te spelen.
Ik kan het niet goed uitleggen maar voorlopig kies ik voor stilte. Slaap lekker zusje.

Het leven gaat door

De crematie is geweest en ik denk dat het leven gewoon door moet gaan. Tot mijn verbazing voel ik me best goed. De nare drukke periode waarin alles onwerkelijk leek, is voorbij. Ik duik weer in het ‘normale’ leven. Ik spreek af met vriendinnen, ga sporten, doe boodschappen en breng en haal m’n kind naar school en allerlei clubjes. Alles lijkt normaal.

Maar er is één groot verschil. Je bent weg en komt nooit meer terug. En dat verwart me. Niets is meer hetzelfde. In een tv serie hebben ze een lijk gevonden. Ik weet nu hoe een lijk eruit ziet. “Mijn vader is dood”, lees ik en ik weet nu precies wat dood zijn is. Natuurlijk wist ik dat wel, maar nu ik zo aan de rand van je kist heb gestaan, weet ik het ineens écht. Quotes die ik tegenkom lijken allemaal over jou te gaan en als iemand het over zijn of haar zusje heeft, heeft dat ineens een heel andere lading voor mij.

De bloemen die we hebben ontvangen en meegenomen van de crematie gaan langzaam dood. Er ligt al een bos in de vuilnisbak. En zo wordt de hele periode langzaam maar pijnlijk afgesloten. Alsof er niets is gebeurd.

Ik ben moe, in de war. Ik wil te snel weer ‘normaal’ leven, maar niets is meer hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.

The day after

Daar zit ik dan. Op de bank, kijkend naar alle bloemen en kaartjes. Ik voel een leegte. Letterlijk en figuurlijk. We hoeven niet meer naar je toe, we kunnen niet meer naar je toe. We hoeven even niets meer te regelen. We moeten verder met ons leven.

Ik zie je foto en het lijkt echt alsof we twee weken in een andere wereld hebben geleefd. De gedachtes ‘Het komt goed, je komt straks gewoon weer terug’ en ‘Je bent dood, ik kan je nooit meer iets vertellen, nooit meer aanraken’ wisselen elkaar af.

Ik zet koffie en maak een ontbijtje. Langzaam beginnen aan deze eerste dag écht zonder jou. Slaap lekker lief zusje.

Daar ga je

De wekker gaat, ik wil niet uit bed. Maar ik moet. Ik blijf net iets te lang onder de douche staan waardoor ik moet haasten. Ik wil niet dat deze dag begint. Tegelijkertijd wil ik niet dat deze dag voorbij gaat. Vandaag nemen we definitief afscheid van je.

Bij het Uitvaartcentrum wachten we in de familiekamer op de begrafenisondernemer. Als hij er is bespreken we wat praktische zaken. Wie zit naast wie? In welke volgorde lopen we naar binnen? Een rare situatie.

Dan gaan we als familie samen de aula in en daar lig jij in je kist. Nog altijd even vredig. Nog altijd even pijnlijk stil. Je ligt te midden van een prachtige bloemenzee. We gaan naast je kist staan en als we er klaar voor zijn mogen we de deksel erop leggen. Voor dit moment ben je nooit klaar. Alles in me schreeuwt dat ik je bij me wil houden, dit gaat zó tegen m’n gevoel in. Maar er is geen weg terug. Ik raak je voor de laatste keer aan en dan gaat de kist dicht. We mogen de schroeven er zelf indraaien maar dat wil ik niet. Ik kan het niet. Dit is zó definitief. Tranen rollen over m’n wangen als ik vervolgens een ballon aan je kist vast maak.

We leggen de prachtige boeketten netjes neer, geven elkaar nog eens een stevige knuffel, proberen de tranen te drogen en trekken ons weer even terug in de familiekamer. De gasten lopen inmiddels de aula in en niet veel later volgen wij.

Er worden foto’s getoond. Foto’s van jou als klein meisje, van jou met vriendjes, grappige foto’s, gekke foto’s, lieve foto’s en ontroerende foto’s. Je leven in een notendop. Er worden mooie woorden gesproken, er klinkt passende muziek en er worden vele tranen gelaten. Papa is er niet bij vanwege zijn gezondheid maar op een video zien we hem piano spelen. Dat is heel bijzonder.

Ik voel de liefde die jij zovelen bezorgd hebt. Ik voel de liefde voor jou van de aanwezigen. Ik voel pijn, intens verdriet maar ook rust.

Niet veel later zitten we met de familie te lunchen. We zijn blij met het mooie afscheid. Het leven gaat verder, maar wat zal je gemist worden. Ik kan en wil het nog steeds niet geloven. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het moet

Kaarsjes en een hartjes ballon

We hebben je ‘kamer’ versierd. We hebben bloemen neergelegd, degene die je vast en zeker mooi had gevonden. We hebben geurkaarsjes neergezet, daar was je altijd dol op. Er staat een buddha beeldje naast je, net als naast je bed in je eigen appartement. Er staat een hartjes ballon, die je ook bij je had in het ziekenhuis. Gekregen van een lieve vriendin.

Je had ons voor gek verklaard als je ons bezig had gezien. Zoveel aandacht had je verlegen gemaakt. ‘Dat hoeft niet joh!’, had je gezegd. Maar we doen het graag, met alle liefde die we voor je hebben.

Ik hoopte dat je er vandaag anders bij zou liggen. Dat je toch stiekem je hoofd had gedraaid of je handen anders had gelegd. Maar dat was niet zo. Je lag er exact hetzelfde bij als gister. En dat maakt het weer een stukje definitiever. Slaap lekker lief zusje.

Raar hoe zoiets werkt

Ik weet dat het niet kan. Je bent dood. En toch denk en hoop ik dat ik een berichtje krijg van mam. ‘Het gaat weer goed hoor, ze is wakker!’. Dat je me belt om je te verontschuldigen voor de flauwe grap.

Ik heb je gezien. Ik heb van dichtbij gezien dat je niet meer ademt. Ruim een kwartier heb ik er naast je op gewacht, maar het gebeurde niet. Ik heb van dichtbij gezien hoe dood eruit ziet. Ik heb je koele levenloze lichaam gevoeld. Maar iets in mij kan en wil het niet geloven en hoopt op een teken van leven. Raar hoe zoiets werkt. Slaap lekker lief zusje

Dit hoort niet

‘Goedemorgen, met het Uitvaartcentrum. Waarmee kan ik u helpen?’. ‘Goedemorgen, ik zou graag m’n zusje bezoeken’.

We zitten in de auto. Mijn vriend en ik. Ik ben extreem zenuwachtig maar probeer het maar over luchtige dingen te hebben. ’s Ochtends heb ik nog gesport, een fijne afleiding en wat positieve energie.

We zijn op weg naar m’n zusje. Naar het Uitvaartcentrum. Een aardige mevrouw wijst ons de weg. Als ze een deur opent van een kamer, raak ik lichtelijk in paniek. Ik sta toch niet zomaar ineens voor m’n dode zusje?!

We lopen naar binnen en gelukkig zit er een muurtje tussen ons en mijn zusje. Ik zie een puntje van de kist en deins achteruit. Ik begin te trillen, heb m’n ademhaling niet onder controle. Mijn handen trillen als de mevrouw me een glas water geeft. Tranen biggelen over m’n wangen.

Mijn vriend gaat eerst kijken. Ik blijf achter het muurtje op een stoel zitten en probeer rustig te worden. Mijn vriend komt terug en ik vraag hoe ze eruit ziet, wat ze aan heeft en of het eng is. Ik ben wat gekalmeerd en weet dat ik het moet doen. Makkelijker wordt het niet. En een tweede kans is er ook niet.

Voorzichtig loop ik aan de arm van m’n vriend mee en spiek om het hoekje. Ze ligt er echt. Mijn zusje. In een doodskist. Ik kijk weg en moet weer hard huilen.

Ik kijk toch nog een keer. En nog een keer. Ze ligt er eigenlijk heel vredig bij. Haar kleding klopt, ze heeft een mooie sjaal om zoals ze altijd had, ze heeft oorbellen in, een armbandje om en zelfs een elastiekje voor haar haar om haar pols. Precies mijn zusje.

Het is zó bizar. Ik wacht tot ze zich omdraait. Tot ze me begroet met een vrolijke ‘Hoi!’. Tot er iemand tevoorschijn komt met een verborgen camera, tot ze ademhaalt. Maar niets van dit alles. Mijn zusje is dood en ligt in een kist. Zoals je in films ziet.

Ik ben steeds rustiger en kan m’n ogen eigenlijk niet van haar afhouden. Langzaam lopen we dichterbij. We staan naast de kist en na een tijdje durf ik haar aan te raken. Ze voelt koud maar het is fijn om mijn zusje voor de aller allerlaatste keer te kunnen voelen. Ze heeft eindelijk de rust die ze altijd zocht. En die aanblik geeft mij op dit moment ook een soort van rust. Slaap lekker lief zusje.

Bang voor de nacht

Overdag lukt het me langer om niet te huilen. Ik zoek afleiding en kijk veel tv. Soms zie ik de flitsende beelden op het beeldscherm maar komen ze niet binnen. Mijn gedachten dwalen af. Maar overdag lukt het aardig om heel eventjes niet aan je te denken. Als het avond wordt, ben ik bang voor de nacht. Het liefst blijf ik op de bank zitten. Series kijken, films wat mij betreft. Afleiding.

Maar ik ben zo moe en zou toch moeten slapen. Zodra ik in bed lig, val ik in een diep zwart gat. Ik kan aan niets anders denken dan aan jou. In gedachten zie ik je in het ziekenhuis liggen, zie ik je thuis zitten op je bank, zie ik je voorzichtig wandelen naar de dichtstbijzijnde supermarkt, zie ik je liggen slapen in een ziekenhuis bed, zie ik je liggen in een kist, in een koelcel. En dat terwijl ik je al twee jaar niet live heb gezien. Je staat in m’n geheugen gegrift.

Ik probeer aan iets anders te denken maar al snel zie ik je weer voor me. Tranen dringen door m’n gesloten oogleden. Ik haal een keer diep adem en probeer nogmaals te slapen. Het lukt me niet en ik kan m’n draai niet vinden. Ik blijf woelen, speel een spelletje op m’n telefoon ter afleiding en probeer nogmaals de slaap te vatten. Na een paar uur lukt dat dan toch.

Niet veel later word ik wakker voor het standaard nachtelijke toilet bezoek. En weer ben jij het eerste waar ik aan moet denken. Wat zal je je eenzaam gevoeld hebben, wat ging er door je heen? Het kan toch niet waar zijn dat je nu in een koelcel ligt? In het donker, in de kou, alleen. Terwijl ik onder een warme deken lig en me nog eens kan omdraaien.

Ik probeer m’n tranen tegen te houden. Slaap lekker lief zusje.

Het moet

Na een redelijke nacht word ik wakker en hoor de regen op het raam tikken. Ik check mijn telefoon, al doe ik dat liever niet. De berichtjes geven me steun maar trekken me ook direct weer naar de harde werkelijkheid. Ik lees twee berichtjes van praktische aard. ‘Heb jij nog ideeën voor de opbaring?’ en ‘Wil jij iets zeggen op de crematie?’. Ik wil er niet over nadenken. Maar het moet.

Ook moet ik nog een boeket bestellen en een lint. Ik Google naar rouwboeket en rouwlinten. Naar voorbeelden rouwteksten en aankleding opbaring. Ik wil dit niet maar het moet. Tranen lopen over m’n wangen. Met het dekbed veeg ik ze af.

Hoe kies je een rouwboeket? Groot of juist klein? Kleurrijk of rustig? Wat past bij de kist? Wat past bij de andere boeketten? Wat zet ik op het lint? Ik wil m’n telefoon in de hoek gooien. Ik wil onder de dekens kruipen en daar voorlopig niet onder vandaan komen. Maar ik moet. En dus bestel ik met tranen in m’n ogen een rouwlint en een boeket. Ik hoop dat je ze mooi vindt. Slaap lekker lief zusje.