35 + 3

Het is vandaag je verjaardag. Vandaag word je 35 + 3. Wat doe je op zo’n dag nu er niets te vieren valt? Het is eigenlijk een ‘gewone’ dinsdag. Een werkdag, vanaf de bank.

Ik dacht eraan om een taartje te kopen. Maar jij hield niet zo van taart, en ik eigenlijk ook niet. Om jouw dag toch niet helemaal ‘zomaar’ voorbij te laten gaan, eet vandaag een ‘zoen’, op jou.

‘Ohhh zo lekker!’, zou je zeggen. Ik zie ons nog zitten. Twee kleine meisjes met hun voetjes net over de rand van de bank. Soms zaten we tegen elkaar aangeplakt in de grote stoel van papa, wachtende op mama. Zij was in de keuken iets lekker aan het maken. In het weekend mochten we opblijven en kregen we een ‘lekker schoteltje’.

Twee kleine meisjes met ieder een schoteltje op schoot. Een schoteltje met een spekje, twee snoepjes van het een of ander, een stukje chocola en een handje chipjes. Het hoogtepunt was toch wel de ‘zoen’, vroeger heetten ze anders. We keken eerst naar al het lekkers om vervolgens te overleggen wat we als eerste zouden eten. Soms ruilden we een snoepje. Feest was het, zoveel lekkers op dat schoteltje. Allemaal voor ons! De ‘zoen’ bleef vaak als laatste over, die vonden we het lekkerst. Meestal aten we het chocola topje eraf en lepelden we de binnenkant eruit met onze vingers.

Vanochtend stak ik je kaarsje aan, zoals ik elke ochtend doe. Vandaag denk ik aan je, zoals ik elke dag doe. Vandaag eet ik een ‘zoen’, zoals ik vaak met jou deed. Voor altijd 35. Gefeliciteerd lief zusje.


Lees ook: Gefeliciteerd met je verjaardag

Zorgeloze meisjes

Steeds vaker ga ik in gedachten terug naar vroeger. Dan denk ik niet meer aan jouw laatste jaren en wat ik allemaal anders had kunnen/moeten doen. Ik denk dan aan vroeger, toen we twee kleine meisje waren. Jij met je springerige krulletjes en ik met m’n keurige kapseltje.

We groeiden op in een klein dorp in een groot huis waar alles gelijkvloers was, behalve de kamer boven de koude grote bijkeuken, dat was mama’s naaikamer. Het huis had een grote tuin met gras, bosjes en veel mooie bloemen. Via het pad met houtschilfers kon je een rondje lopen om het huis. Langs de garage, over het smalle pad vanwaar je naar de buren kon gluren. Onderweg kwam je langs een composthoop en via grote tegels met stukjes gras ertussen kwam je bij de vijver.

Ik zie hem nog staan, papa met kaplaarzen aan in het water om de vijver schoon te maken en de sproeier te ontdoen van de begroeiing waardoor hij het minder goed deed. We vonden het altijd heel interessant, papa in de vijver. We stonden dan hand in hand te kijken, ik met m’n beertje in m’n andere hand.

Achterin de tuin was een zandbak. Eentje waar we op de houten rand ’taartjes bakten’ en soms een emmer water in een zelf gegraven gat leeg gooiden. Naast de zandbak stond de schommel waarbij je, als je hard ging, met je voeten de bosjes achter je kon raken. En als je geluk had zag je de koeien van de buurman in het weiland grazen. Er is een foto die altijd weer tevoorschijn kwam, jij van achteren met je blote billetjes op het houten plankje. Naast de zandbak stond een lage glazen kas. Als we er stiekem zand op hadden gegooid, kraakten de glazen schuifdeurtjes als je deze open wilde doen.

Het grasveld lag tussen het huis en de zandbak. Het gras waar we op picknickten, door de tuinsproeier renden op een warme dag en waarop menig spelletje is gespeeld tijdens een van onze kinderfeestjes. Waar onze broer zijn eigen winkeltje had gemaakt inclusief geknutselde kassa, mama met de tuinstoel met de zon mee verplaatste en pap het onkruid wiedde van de planten ernaast.

Ook binnen gingen we weleens op avontuur. Op papa’s studeerkamer was een vide. Ik herinner me de grote, zwarte leren stoel die onder de trap stond met de grote stapel platen die ernaast stond, de enorme hoeveelheid boeken in kasten tegen de muren, en het imposante bureau met in een van de lades het witte bakje met gele deksel waar hij kleingeld in bewaarde. Soms kregen we een muntje. Ik herinner me de enorme rieten prullenbak naast het bureau waar we ons weleens in verstopt hebben. En de kapstok in de hoek waar zijn witte doktersjas aan hing. Ik hoor de klassieke muziek die altijd op stond als papa er was.

Ik denk aan de ochtenden in het weekend waarop je bij me in bed kroop, waar we samen hand in hand de gang op gingen, de keuken en eetkamer door slopen om de deur van de huiskamer langzaam te openen om daar stilletjes tv te kijken. Spannend vonden we dat altijd, in het grote huis in onze pyjama wachtend tot de rest wakker zou worden.

Of die keren dat ik van onder m’n dekbed met je probeerde te praten via een Walkie-talkie. Onze slaapkamers lagen ver uit elkaar. Ik geloof niet dat we bereik hadden. We hebben het eens geprobeerd met blikjes aan een touwtje, van jouw slaapkamer door de lange gang naar mijn kamer. Volgens mij werkte dat beter.

We hadden het er fijn en het plaatje was nog zoals het hoort te zijn. We hebben er veel meegemaakt maar we waren daar vooral kleine zorgeloze meisjes. Ik heb altijd een fijn gevoel als ik aan dat dorp, het huis en ons tweeën denk.

Ik denk aan vroeger, ik denk aan jou. Elke dag, overal en altijd. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het stokoude boerinnetje

Lees ook: terug naar vroeger

Twee meisjes uit hetzelfde nest

Je noemde me altijd Sellie, ik hoor het je nog zeggen. Ik noemde jou Eef. Twee meisjes uit hetzelfde nest en toch zo verschillend.
Ik was rustiger, kon stilletjes in een hoekje de boel om me heen observeren, ik keek de kat uit de boom. Jij ging juist op ontdekking, was nieuwsgierig. Ik had steil haar netjes vastgezet met een speldje, jij had ‘onhandelbare’ krullen. Iets waar ik altijd jaloers op was.

Waar ik altijd netjes deed wat er van me gevraagd en verwacht werd, trok jij meer je eigen plan. Een piercing in je navel was not done volgens mam. Je deed het toch, stiekem. Een tattoo was voor ‘asociale mensen’. Je liet er toch eentje zetten om deze vervolgens jarenlang met armbandjes zorgvuldig te bedekken als je thuis kwam. Bij een sollicitatie durfde je te bluffen, ik niet. Je haarkleur veranderde met de seizoenen. Ik wou dat ik dat alles gedurfd had.

Omdat ik ‘de verantwoordelijke’ was, mocht ik een jaar naar het buitenland. Jij wilde dit ook, maar dat was ‘niet verstandig’. Je keek tegen me op, wilde vaak wat ik ook had. Jij lag regelmatig in de clinche met mam, simpelweg omdat je je eigen plan trok of voor jezelf opkwam. Ik had nooit ruzie thuis.

We hebben het er een keer over gehad. ‘Jij hebt makkelijk praten want jij doet altijd alles goed’, zei je tegen me. ‘Maar daar heb ik nu juist last van. Ik heb geen eigen mening, ik weet niet wat ik denk, ik weet niet wie ik ben’, was mijn antwoord. Ik wilde juist ook dingen durven en gewoon doen. Doen wat ík wilde. Ik vertelde je dat ik graag wat eigenschappen van jou zou willen. Ik keek ook tegen jou op. Je had meer lef en stapte makkelijker op het onbekende af. Dat wilde ik ook. ‘Zo heb ik er nooit over nagedacht’, zei je.

Ondanks onze verschillen hadden we allebei een diep verlangen, liefde en gezien worden. Twee zussen, zo verschillend en toch hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Een nare droom

Alleen maar liefde

Het is 31 december, een dag waarop er massaal teruggeblikt wordt op het afgelopen jaar. 2020 zal niet de boeken ingaan als een goed jaar. Velen zullen niet met veel plezier terugkijken op dit toch wel onwerkelijke jaar waarin een virus de wereld op z’n kop zette.

Corona veranderde levens. Soms voorgoed, soms tijdelijk maar iedereen kreeg ermee te maken. Jong, oud, arm rijk, groot of klein. Winkels moesten hun deuren sluiten, de horeca mocht niet open, sportscholen gingen dicht. Feestjes waren verboden, sociale contacten werden tot een minimum beperkt en uitjes waren er niet meer bij. Het hele sociale- en buitenleven werd aan banden gelegd.

Mensen verloren hun baan, ondernemers probeerden met moeite hun hoofd boven water te houden, bedrijven gingen failliet. Iedereen zat ineens thuis. Ouders moesten onderwijs geven en ondertussen hun werk afkrijgen. Want kinderen konden niet naar school. Klasgenootjes zagen ze alleen via een scherm, sporten met leeftijdsgenoten mocht niet meer en een bezoekje aan opa en oma was ineens ‘gevaarlijk’. Kinderen werden ‘onzichtbaar’ voor scholen en juffen en meesters moesten alle zeilen bijzetten. Ook de zorg kreeg het zwaar te verduren. Werkelijk iedereen zag verdriet, wanhoop en angst.

Ik word verdrietig door al het leed in dit land, in de wereld. En ik hoop oprecht dat er in 2021 weer concerten mogen worden bezocht, er weer onbeperkt geknuffeld mag worden en de angst voor het virus wegebt. Dat ondernemers hun omzet weer zien groeien, dat de horeca weer mag doen waar ze goed in zijn en we weer mogen reizen. Dat sporten weer gewoon mag, dat kinderen weer kunnen samenwerken in de klas en dat we onze opa’s en oma’s weer gewoon kunnen bezoeken. Dat we weer naar de film kunnen, weer live kunnen praten met collega’s en feestjes weer mogen worden gegeven. Dat er meer aandacht wordt besteed aan gezond blijven, aan aandacht voor elkaar en aan het welzijn van de aarde. Dat de anderhalve meter verdwijnt.

Ik wens voor iedereen gezondheid en wijsheid. Geen machtsspelletjes meer, niet oordelen als je het verhaal niet kent en iedereen in z’n waarde laten. Luister naar elkaar en respecteer een andere mening. Probeer door de chaos het licht te zien. Want lichtpuntjes waren er zeker weten ook. Mij persoonlijk gaf dit jaar me rust en het thuiswerken bevalt me meer dan goed. Ik heb veel tijd met mijn dochter mogen doorbrengen en de stad op een andere manier kunnen ontdekken.

Maar voor het nieuwe jaar wens ik vooral liefde in deze tijden van verdeeldheid. Want liefde is de basis van alles. Zonder liefde geen pijn, zonder pijn geen liefde. Ik wens liefde voor de natuur, liefde voor je lijf en mentale gezondheid. Ik wens liefde voor jezelf, voor wat je doet en vooral ook liefde voor elkaar.

”Jij kon geen boze brief naar je zusje schrijven omdat je geen boosheid voelde. Jij voelde liefde.” Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: De boze brief

Met m’n neus op de feiten

Vannacht was weer zo’n nacht, als altijd. Tussen 3 en 4 uur word ik wakker om te plassen. Daarna gaat mijn hoofd ‘aan’ en lig ik wakker en te piekeren. Rond 6 uur val ik weer in slaap en een half uur later gaat de wekker. En zo word ik elke ochtend gebroken wakker en tel ik de uren af totdat ik weer naar bed kan. Heel af en toe lukt het om na het plassen weer in slaap te vallen, wauw wat een heerlijkheid!

Vannacht gingen mijn gedachten weer naar jou, naar pap, naar mam. Naar hoe alles ‘ingestort’ is. Het plaatje wat ik vroeger zo graag wilde zien, is weg. Ik kon mijn tranen niet bedwingen. Om afleiding te zoeken om niet in een totale huilbui uit te breken, pakte ik na een uur woelen mijn telefoon. Ik weet het, dat is niet slim. Ik zou dat ding niet moeten meenemen naar bed. Vaak doe ik dat ook niet, soms dus wel.

Het was alsof het universum mijn gedachten kon lezen, niet om ze beter te maken maar om me met de neus op de feiten te drukken. Ik stuitte op een aantal artikelen die voor mij herkenbaar zijn. Via Facebook kwam ik op een stuk over emotionele vermoeidheid. Daarin stond onder andere; ‘Misschien kun je een emotioneel dagboek bijhouden om jezelf uit te drukken en je gedachten op een rij te zetten.’ Dat is eigenlijk wat ik doe met dit blog. Via diezelfde site stuitte ik op een artikel over omgang met giftige mensen.

Een andere link bracht me naar een artikel over een vervette lever. Precies wat het einde van jouw leven betekende… Waarom kreeg ik deze Tweet te zien, midden in de nacht? Toeval?

Als laatste las ik in een artikel met de titel ‘De wond van verwaarlozing’: ‘Om niet langer gevangenen te zijn van onze wonden uit het verleden, is het van essentieel belang dat we voor onszelf leren zorgen, dat we onszelf elke dag weer tot prioriteit maken zodat we beetje bij beetje losgekoppeld raken van alle woede en wrok. We kunnen het verdriet van het verleden niet uitwissen, maar we kunnen het wel een plekje geven. Visualiseer al je verdriet als een kalme en vredig stromende rivier: alles gebeurt en hoewel de koudste, donkerste stenen altijd op de boden zullen blijven liggen, zal het water dat over hen heen stroomt helder en puur zijn. We kunnen opnieuw beginnen…

Met tranen in mijn ogen legde ik mijn telefoon weg, draaide me om en viel uiteindelijk toch nog in slaap. Ik mis jou, ik mis pap, ik mis het leven. Het was mijn vrije dag dus ik had me ’s ochtends nogmaals om kunnen draaien toen de rest uit huis was, maar dat besloot ik niet te doen. Ik heb een vrolijke playlist via Spotify opgezet en besloot er een mooie dag van te maken. Ik kan opnieuw beginnen, jij kan het niet meer. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Leven met een hoofdletter

Een uniek bankje

Een bankje in de natuur. In de winter zal het er koud en rustig zijn, de lentebloemen op de hei zullen het kleur geven, de zomerzon zal het opwarmen en de herfstbladeren zullen het bedekken. Het zal de seizoenen trotseren.

Er zullen wandelaars op rusten, een gesprek voeren of juist genieten van de rust. Er zullen onbekenden langslopen, sommigen zullen het *plaatje lezen en er even over nadenken. Er zullen vriendinnen, vrienden en familie van je op gaan zitten om stil te staan bij herinneringen die ze met je hadden. Ongetwijfeld zal het ze een glimlach op hun gezicht toveren.

Er zit een beetje as van je in verwerkt, en dat maakt het uniek. Een bankje in de natuur, speciaal voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Een plekje voor jou

* Lieve Eef, je verdiende nog zoveel meer. We missen je.

Niet alleen maar verdriet

Als je met me meeleest, wat ik graag zou willen geloven, denk je misschien dat ik elke dag verdrietig ben. Je zou willen zien dat ik blij was. En natuurlijk mis ik je elke dag, en vind ik het allemaal nog steeds onwerkelijk. Maar verdriet en blijdschap kunnen ook naast elkaar voorkomen weet ik nu.

Ik schijf nou eenmaal het makkelijkst over de minder leuke dingen in het leven. Dat is altijd zo geweest en daarom vind ik het ook erg leuk om heftige persoonlijke verhalen op te schrijven, zoals ik veel voor mijn werk heb gedaan. Ik kan me er mijn empathie en gevoel in kwijt.

Maar er zijn echt ook goede dagen en leuke dingen. Ik word blij van m’n dochter, die me laat kijken door de ogen van een kind en dingen ziet die wij niet meer zien. Die me soms een confronterende spiegel voorhoudt en me zoveel liefde en knuffels geeft.

Ik word blij van m’n vriend die me een knuffel geeft en zorgt voor het avondeten. Hoe hij op z’n gitaar speelt. Ik word blij van lieve vrienden en collega’s. Van de warmte die ik voel van mensen om me heen. Van ons konijn die rare sprongen maakt, van de duiven die ‘lachen’ en van het geluid als ze met hun snaveltjes door de bodembedekking van hun kooi wroeten. Van wandelen met z’n drietjes en m’n veilige thuis.

Jij kon ook genieten van kleine dingen. Zoals met een kopje thee op de bank Friends kijken, een kaarsje aan of lekker in bad. Ik zal je altijd blijven missen, ook als ik blij ben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het leven vieren

Een pilletje

Er is overal een pilletje voor. Maar die om je gedachten stop te zetten heb ik nog niet gevonden. Overdag is er genoeg afleiding door werk, tv, telefoon, dingen die ik moet doen, mensen en geluiden om me heen etc.

Maar ‘s nachts ben ik alleen met m’n gedachten. En die gaan alle kanten op. Van kleine dingen die totaal niet belangrijk zijn, tot de vraag des levens. Soms hou ik het zelf amper bij.

Mijn holistische massagetherapeute gaf me een tip: elke keer als je gedachten afdwalen en je gaat piekeren, roep je jezelf terug naar een bepaalde plek waar je het fijn vindt. En zo zit ik tig keer per nacht een paar seconden op een bankje aan het water om me vervolgens weer af te vragen of er nog mozerella in huis is en wat jouw laatste gedachten waren.

In de stilte van de nacht vallen er tranen op m’n kussen en ben ik alleen met m’n gedachten. Dat is enorm vermoeiend. Dan denk ik aan jouw profielfoto op WhatsApp: ‘kon ik de stilte af en toe maar wat luider zetten’. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de wens

Schuldig

Ik heb dit lang niet durven zeggen maar ik zeg het nu toch omdat het gevoel aan me knaagt. Helemaal nu jouw sterfdag dichterbij komt. Ik heb me vaak schuldig gevoeld over mijn verdriet om jou. Tijdens jouw afscheidsborrel, de dag voor je crematie, voelde ik me schuldig en was ik bang. Bang voor wat anderen van me zouden vinden.

Mocht ik wel verdrietig zijn? Had ik wel het recht daar aanwezig te zijn? Daar samen met zoveel lieve mensen die speciaal voor jou gekomen waren. Sommigen hadden je een week eerder nog gesproken, met anderen was je datzelfde jaar nog op vakantie geweest, met weer anderen had je elke dag contact en er waren mensen die meer van je wisten dan ik. Misschien had ik daarom mijn ‘masker’ op…

Ik had jou twee jaar eerder gezegd dat ik geen contact met je kon hebben. Ik had je twee jaar niet gezien, slechts een paar keer via de App ‘gesproken’. Ik had geen leuke selfies met jou, geen leuke recente herinneringen en ik had geen idee hoe je huisje eruit zag want ik was er nog nooit geweest.

En toch stond ik daar. Natuurlijk stond ik daar, je bent en blijft mijn zusje. Maar toen het te laat was, was ik er ‘ineens’. En dat gevoel maakt me soms intens verdrietig. En nog altijd voel ik me schuldig. Niet alleen naar jou, maar ook naar iedereen die jou lief heeft. Ik hoop dat ze begrijpen dat je alles voor me was, dat ik vurig hoopte dat we ooit weer echte zussen zouden zijn, dat ik echt elke dag aan je dacht, dat ik het beste met je voor had maar dat ik op dat moment niet anders kon dan voor mezelf kiezen… Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: De zee kunnen huilen

In de stilte van de nacht

s Nachts word ik standaard wakker om te plassen. Soms lukt het me om daarna weer in slaap te vallen, vaak genoeg ook niet. Mijn hoofd gaat dan ‘aan’ en mijn gedachtes gaan alle kanten op. Jij komt altijd voorbij en in de stilte en donkerte van de nacht branden de tranen in mijn ogen als ik aan je denk. Ik heb nog zoveel vragen, over wat er is gebeurd maar ook hoe het in de toekomst zou zijn geweest. Ik mis je nog altijd, elke dag en elke nacht. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon

Zo dichtbij, zo ver weg

Ik zou graag met je praten. Vertellen hoe het met me gaat. Dat zou ik zeggen dat ik mijn werk nog altijd leuk vind, dat ik een wandeling heb gemaakt door de stad en dat je kleindochter nu alleen op de fiets naar school gaat. Ik zou jouw medische kijk op het corona virus willen horen. Je zou me kunnen geruststellen, of juist extra waakzaam kunnen maken. Ik hechtte altijd veel waarde aan jouw kennis.

De realiteit is dat je geen idee meer hebt van mijn bestaan. Je hersenen zijn aangetast en hebben je herinneringen gewist. Je gesprekken gaan over de bomen die je ziet waaien in de wind, over de auto’s die in de verte voorbij rijden en over de vuilnisbak die jij aanziet voor een hondje. ‘Kijk, dan zwaai ik zo naar hem en dat vindt ie altijd leuk als ik dat doe!, vertel je dan enthousiast. Ik luister terwijl mijn gedachten afdwalen. Ik denk aan vroeger en hoop ergens in je ogen de oude jij te zien. Tevergeefs.

Ik mis je pap, het is zo gek dat je er bent maar ik je niets kan vertellen. Tot snel lieve pap.

Samen thuis

Vanwege de corona crisis werk ik thuis. En dat vind ik heerlijk. Meer rust, flexibelere planning en meer tijd voor andere dingen. Elke ochtend als de rest uit huis is, loop ik naar het keitje en steek ik een kaarsje voor je aan. Zo voelt het alsof we toch een beetje samen zijn de hele dag. Samen thuis. Ik mis je. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een bijzonder keitje

M’n knuffelbeer

Ik slaap met een knuffelbeer. Soms houd ik ‘m stevig vast en soms ligt hij ergens verdwaald onder de dekens.

De beer, jij en ik hebben veel meegemaakt. Elke zaterdagochtend op de bank in pyjama tv kijken, de ochtenden wanneer jij stiekem naar mijn kamer sloop en bij me in bed kwam liggen, de vele zonnige strandvakanties, zandkasteeltjes bouwen in de zandbak in de tuin… Altijd was de beer erbij. We zijn zelfs een keer na een vakantie rechtsomkeert gereden naar Schiphol omdat ik de beer in het vliegtuig had laten liggen.

De beer was m’n vriendje, m’n troost en toeverlaat. Later was het ‘gewoon’ een beer. De beer en ik zijn ook tijden gescheiden geweest. Zo stond hij nog ergens bij pap en mam thuis toen ik uit huis was. Later zat hij ergens in een verhuisdoos. Zo gaat dat soms met knuffelberen, op een gegeven moment raken ze in de vergetelheid.

Misschien is het raar maar sinds jouw overlijden betekend de beer weer iets voor me. Het is niet meer ‘gewoon’ een beer maar eentje met herinneringen aan jou. Er zijn talloze foto’s van jou, de beer en mij. De beer en jij zijn nu onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar knuffelberen raak je kwijt, zusjes niet. Zo hoort het te gaan. Zo ging het niet. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: kunnen we de tijd even terug draaien?

Wat maakt het ook uit

Voorzichtig vraag ik naar je verjaardag. ‘Ja’, zeg je. ‘Ik was 3 september jarig zeiden ze hier’. Dat je die dag bezoek hebt gehad van meerdere mensen kan je je niet herinneren, je rept er met geen woord over. De man op de foto op de taart die je die dag kreeg, had je ook niet herkend, hoewel dit toch al 81 jaar een vertrouwd gezicht in de spiegel moet zijn.

Op het tafeltje voor je staan bloemen en ik zeg dat ik ze mooi vind en benoem de kleuren. Jij vindt ze ‘prachtig’ en zegt dat je geen idee hebt hoe je aan ze komt. Ik vraag hoe oud je bent geworden en ik zie je denken. ‘Ik ben geboren in 1939 en heb 61 jaar geleefd in de vorige eeuw. Plus wat het nu hier is.’ Je loopt naar de klok, deze geeft aan dat het 15 uur is. ‘Drie uur. Dat is dus 61 plus 3.’ Ik zeg dat het nu 2020 is en dat je dus 61 plus 20 jaar oud bent. ‘Ben ik dan 81? Nee, dat klopt niet hoor. Zo voel ik me helemaal niet en daar handel ik ook niet naar. En als je 81 bent kun je dit ook niet meer.’ Je neuriet een riedeltje die je altijd op de piano speelt. Je lacht.

‘Nee hoor, ik ben 61 plus wat het hier is. Maar ja, die dingen veranderen ook altijd dus ik weet het ook niet meer.’ Je wijst naar ‘die dingen’. De klok op de piano en naar de kalender die je, zo lang ik me kan herinneren, elke ochtend handmatig verzet. Nooit sloeg je een dag over. Nu staat ‘ie op donderdag 3 september. Het is zaterdag 5 september. Wat maakt het ook uit. 61 of 81, wat maakt het ook uit. Tot snel lieve pap.

‘It’s me, papa
Can’t you see?
Please wake up
and recognize me.
I search your eyes
So empty and blue
Hoping for a flicker
Of what used to be you.’

Lees ook: Bloemen voor papa

Overspoeld

Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan je denk. Soms schiet je ineens even door m’n gedachten, soms denk ik dat er nooit iets is gebeurd en soms ben je de hele dag bij me. Maar er zijn ook momenten dat ik word overspoeld door een golf van verdriet, gemis, vragen en verlangens.Dan branden de tranen de hele dag achter m’n ogen, soms lukt het niet ze tegen te houden. Dan mis ik je intens, heb ik spijt dat ik je zolang niet had gezien voordat je overleed. Dan komen de vragen; wat als…? Hoe zou je leven eruit zien, zouden we samen op onze veel besproken stedentrip gaan? Zou je ooit kinderen hebben gekregen? Voor eeuwig onbeantwoorde vragen.Tijdens zo’n golf wil ik je vasthouden, horen en zien. Maar dat kan niet meer. De dood is zo definitief. Nooit is echt meer nooit. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een dag zonder zorgen

40

Zus, ik ben 40 geworden. Aan de ene kant baal ik, want zelfs na 40 jaar heb ik nog geen idee wie ik ben. Ik zou graag wat jaren over willen doen met de kennis die ik nu heb. Aan de andere kant mag ik absoluut niet klagen. Ik mocht de 40 aantikken. Iets wat niet vanzelfsprekend is. En daar ben ik dankbaar voor. Cliché maar zo waar. Ik hoor het je zeggen: ‘Zus! Je bent gewoon 40! Dat is echt oud!’.

Ik ben overladen door liefde. Liefde in de vorm van vele lieve berichtjes, kaartjes, een bos bloemen, de mooiste cadeaus, 40 ballonnen, slingers, een lunch met onze broer, avondeten met mijn liefdes. Het was een hele fijne dag en ik voelde me geliefd. En dat deed wel wat met me. Zoveel lieve mensen die de moeite hebben genomen me te feliciteren.

Maar er bleven twee felicitaties uit. Die van jou en pap. En juist die had ik zó graag gewild… Jij had ook ooit 40 moeten worden, dan had ik je kunnen vertellen dat het wel meevalt. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een jaar ouder

Terug naar vroeger

Ik maakte een ongeplande fietstocht in de buurt waar we opgroeiden. Omdat ik er was en er zin in had. Ik hoefde met niemand rekening te houden.

En zo kwam ik langs de plek waar je eens werd aangereden door een scooter, je fiets was bijna dubbelgevouwen. Gelukkig kwam jij er zonder botbreuken vanaf. De plek waar je verzorgpony stond en waar je bijna elke dag te vinden was om te helpen. Je was totaal niet bang voor paarden, dat vond ik altijd stoer van je. Ik was stiekem doodsbang maar wilde toch graag mee. De lange weg waar we zo vaak met mama in de witte Panda reden op weg naar school, of juist naar huis.

De grote oude boerderij waar we samen eitjes haalden. Het huis waarin we geboren zijn. De grote tuin waar we in de zomer onder de sproeier door rende, waar we schommelden en de rand van de zandbak volbouwde met zandtaartjes en kastelen. Waar papa met kaplaarzen aan in de vijver stond om deze schoon te maken. Waar de composthoop stonk. Het bosje waarin we ‘heksje’ speelden en in de winter met de slee de heuvel afgleden. Het huis van je toenmalige vriendinnetje, die met de vlechtjes.

Even terug naar de plek waar we samen groter werden, waar we echte zusjes waren, waar het leven nog onbezonnen en vrolijk was. Ik had deze fietstocht graag samen met je gemaakt. Ik weet zeker dat we niet uitgepraat zouden raken over de vele mooie herinneringen. Ik maakte hem alleen, maar je bent altijd bij me. Slaap lekker lief zusje.

Een bijzonder steentje

Vorige week heb ik een beetje as van je opgehaald bij mam. Al een tijd had ik een keitje in huis, speciaal voor as van een overledene. Maar echt haast om deze te vullen had ik niet. Misschien ook omdat ik het raar vond je ‘uit elkaar’ te halen. Jouw as zit nog altijd in een ‘doos’ en staat weer in ons ouderlijk huis. We zijn nog op zoek naar een gedenkplekje.Maar de zegel van de ‘doos’ is nu verbroken en een deel van jou zit in mijn keitje. Voor anderen is het misschien maar as en een steentje maar voor mij is het dierbaar. Het is een tastbaar stukje van jou. Buiten herinneringen, het enige wat er nog van je over is. En ik vind het fijn je nu hier te hebben, ook al zit je in een steentje. Slaap lekker lief zusje.

Hoe dan ook

Ziekte, de dood, de intensive care en de woorden ‘het komt goed’. Allemaal woorden die we in deze coronatijd veel horen. Ook allemaal woorden die voor mij, voor jouw overlijden, maar abstract klonken. Ver van mijn bed. Echte ziekte had ik niet meegemaakt, de dood kende ik niet écht en met een intensive care was ik gelukkig nog nooit in aanraking geweest.

De woorden ‘het komt goed’ schreef ik in mijn laatste mail naar jou. Maar het kwam niet goed en daarom klinken deze woorden me nu anders in de oren. Het komt goed, dat geloof ik nog wel. Hoe dan ook, het komt altijd goed. Voor jou kwam het niet goed. Of juist wel? Heb je nu de rust die je altijd zocht? Ik hou me er maar aan vast. Het komt goed, hoe dan ook. Ook al voelt dat soms niet zo. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Kunnen we de tijd terugdraaien?

Voordat de wereld ontwaakt

Sinds een paar weken wandel ik elke ochtend. Om 7uur of iets later als ik m’n bed moeilijk uit kan komen. Met m’n slaaphoofd, zonder make-up. Douchen doe ik daarna.

Nu ik thuiswerk heb ik er de tijd voor. Ik weet dat je voor zoiets tijd moet maken, maar in de praktijk werkt dat vaak niet omdat ik word opgeslokt door de waan van de dag. Te snel in de ratrace zit en mezelf erin verlies.

Ik heb een hekel aan opstaan maar zo’n wandeling is zó fijn. Dat is het het waard. Voordat iedereen wakker wordt, de wereld zien ontwaken. Ik luister een podcast of laat m’n gedachten gaan. Het is dan even alsof ik alleen op de wereld ben. Ik ben nu al aan het bedenken hoe ik dit kan volhouden als alles weer zo goed als ‘normaal’ is. En dan weet ik meteen niet hoe ik dat moet doen. Maar tot het zover is, geniet ik van de ochtenden. Ik zet er op een vrije dag zelfs m’n wekker voor. Het zijn momenten helemaal van mezelf. Een een beetje met jou en pap. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon