Dé afspeellijst

Muziek kan bepalend zijn met hoe je dingen doet of ziet. Zo doe ik bijvoorbeeld net even harder m’n best in de sportschool met harde up-beat muziek. Muziek kan me ook uit, of in, een emotie trekken. Soms als ik m’n dag niet heb, verdrietig ben of het even niet meer zie zitten zet ik expres vrolijke muziek op. Niet omdat ik daar dan zin in heb, want als je alles ‘zwart’ ziet, heb je geen zin in vrolijk gedoe. Maar toch ‘dwing’ ik mezelf het toch te doen. Dit helpt me om niet in het negatieve te blijven hangen. Soms geef ik me wel gewoon over aan het gevoel en zet ik juist rustige, wat verdrietigere muziek op. En dan blijft het even ‘zwart’ en dat is dan goed.

Ik kan ook ineens geraakt worden door een nummer. Dan heb ik een goede dag die ineens kan omslaan door het horen van bepaalde muziek, of andersom. Misschien durf ik daarom de speciale Spotify lijst die gemaakt is voor jouw afscheid, nog niet aan te zetten. Het zijn allemaal nummers die jij mooi vond, waar je een speciale herinnering bij had of die iets voor je betekenden. Ik luister elke dag muziek, en jouw afspeellijst komt elke dag voorbij. Soms twijfel ik, maar ik durf het nog niet. Slaap lekker lief zusje.

De laatste foto

Ik scrolde door de foto’s op m’n telefoon toen ik ze tegenkwam. Foto’s van mam, onze broer, ik… en jij. Niets klopte aan de plaatjes. We stonden met z’n drieën aan de rand van jouw kist, armen om elkaar heen en tranen in onze ogen. Naast de kist waar je nooit meer uit zou komen. Ik weet nog dat ik het best raar vond, op de foto met m’n dode zusje. Maar ik wist ook dat het wel eens een waardevol plaatje kon zijn.

Het laatste levende beeld van jou dat in m’n hoofd zit, is die ene keer in het ziekenhuis. Ik denk dat het zo’n twee jaar geleden is. Je was ‘van de trap gevallen’ en zag bont en blauw. Ik weet ook nog goed hoe ik me toen voelde. Ik stond te trillen op m’n benen, voelde me machteloos en voor de zoveelste keer door jou in de maling genomen. Ik wilde boos op je zijn en je flink de waarheid vertellen. En tegelijkertijd wilde ik je vasthouden en zeggen dat alles goed zou komen. Dit was de laatste keer dat ik je levend zag.

Een zoektocht naar de laatste foto samen is onbegonnen werk. En hoewel ik verlang naar weer een foto samen, een aanraking van jou, kijk ik graag naar de foto’s van toen alles nog ‘goed’ was. En de foto van jou in je kist is me nu zóveel waard. Ik hou ‘m voor mezelf en kijk er niet graag naar. Maar ik ben heel blij dat ‘ie is gemaakt. Hoe raar, bizar en intens verdrietig ook.. Slaap lekker lief zusje.

Zoveel verhalen

Een hond met een bal in z’n bek staat tot z’n middel in het water. Twee kraaien pikken aan een aangespoelde vis. Een groep mensen verzamelt zich rond een zeehondje die het strand is opgekomen. Een homostel maakt ‘fashion’ foto’s van elkaar. Een vrouw met krukken ploetert zich door het zand. Een andere vrouw is met een metaaldetector aan de weer en lijkt iets gevonden te hebben.

Een vrouw met hoofddoekje geniet samen met haar man en kind van een portie verse kibbeling. Een kindje valt van het klimrek en wordt getroost door een ander kindje. Een moeder gallopeert met haar zwarte paard over het strand. Achter haar hobbelt een klein meisje op een kleine witte pony.

Een man fotografeert met een grote telelens de meeuwen die met hun pootjes in de branding staan, op zoek naar voedsel. Voor me loopt een topmodel met haar vriend, ik herken haar via social media. Bovenaan de boulevard zit een vrouw te werken achter haar Macbook in haar huis met uitzicht op zee.

Een toerist probeert uit te vinden hoe de parkeermeter werkt. In een strandtent zit een gezin bestaande uit vader, moeder en drie kinderen. Ze zijn allemaal bezig op hun telefoon. Een oudere man bekijkt vanuit zijn electrische wagentje op de boulevard de mensen op het strand. Een opa ontvangt zijn aanrennende kleinkind met een dikke knuffel.

Zoveel mensen. Zoveel verhalen. Jij had ook een verhaal. Een verhaal dat je nooit hebt kunnen vertellen. Slaap lekker lief zusje.

De dag van de liefde

Liefde is iets moois. Maar ook iets geks. Zo kon ik mijn liefde voor jou de laatste twee jaar niet goed uiten. Onze relatie was niet meer in balans. We wilden beiden dat we gewoon fijn zussen konden zijn, maar het lukte niet. Ik ben boos, wanhopig, teleurgesteld, bang en verdrietig geweest. En ook jij bent boos, wanhopig, teleurgesteld, bang en verdrietig geweest omdat het even niet werkte. Maar allebei voelden we dit vanuit hetzelfde gevoel: liefde. Haat is er nooit geweest.

Nu je er niet meer bent, kan ik mijn liefde voor jou beter kwijt. Zonder dat negatieve gevoelens de overhand nemen. Ik heb je graag om me heen. Jouw kleding, sieraden, foto’s en andere spullen. Ik vind het fijn om je op die manier nu dichtbij me te hebben.

Liever had ik je fysiek bij me en had ik een echte zussen relatie met je gehad. Had ik je de liefde gegeven die je verdiende als zus. Vandaag, op Valentijnsdag, had je vast en zeker verschillende liefdesbetuigingen gehad. Van vriendinnen, vrienden en stille aanbidders. Want geliefd, dat was je bij iedereen. Slaap lekker lief zusje.

Rust

De meeste praktische zaken die komen kijken bij een overlijden, zijn nu afgehandeld. Kerst is geweest, het nieuwe jaar is ingeluid. Het gesprek met de arts is geweest, iets wat toch spanning met zich mee bracht. En ook je eerste verjaardag zonder jou is achter de rug. Er is even ‘rust’.

Ik denk nog steeds 24/7 aan je. Maar niet meer machteloos, met zorgen, wanhoop en angst. Het zijn nu rustige gedachtes. Ik zweef tussen heden en verleden. Haal herinneringen op van vroeger en vraag me af hoe het zou zijn als alles weer goed was gekomen. Soms zijn het fijne gedachtes met een glimlach, soms overspoeld ineens het verdriet.

Ik zie je foto’s, draag je trui en lees mailtjes terug. Op straat zie ik dingen en mensen die me aan jou doen denken en ik praat met vrienden van je. Ik slaap sinds jouw overlijden als een blok. Ineens. Na járenlang ’s nachts wakker te worden en niet meer te kunnen slapen. Misschien heeft het iets te maken met de zorgen die weg zijn, ik weet het niet. Ik voel rust en had dat jou ook zo gegund. Slaap lekker lief zusje.

36 kaarsjes

Het is jouw dag. Vandaag zou je 36 kaarsjes uitblazen. Ik wilde je een kaart sturen, zoals ik elk jaar nog deed. Maar er is geen adres. Ik wilde je appen en bellen, maar je nummer geeft geen gehoor. Er is nog geen plekje voor jou waar ik heen kan. Deze dag voelt daardoor een beetje onbestemd. Ik wil je liefde geven, maar kan het niet kwijt. Het voelt leeg.

Ik heb behoefte om samen met onze broer en moeder te zijn. Behoefte aan fijne familie om me heen. Pap beseft het niet meer. Ik moet accepteren dat de situatie anders is zoals het plaatje dat ik vroeger in m’n hoofd had. Vandaag kiezen we ervoor om op onze eigen manier stil te staan bij jouw verjaardag. We hebben het alledrie moeilijk op onze eigen manier en hebben onze rust nodig. Het is goed zo en het komt vast weer goed.

Ik wilde en kon deze dag niet zomaar aan me voorbij laten gaan. Ik voel me fijn op het strand en daar wilde ik heen. De wind, de zee. Ik word er rustig van.

“Grief is like the ocean. It comes in waves, ebbing and flowing. Sometimes the water is calm, and sometimes it’s overwhelming. All we can do is learn how to swim.” Vandaag was de zee kalm maar de golven overwhelming.

Twee februari was jouw dag. Vroeger, nu en voor altijd. Ik steek een extra kaarsje voor je aan. Gefeliciteerd lief zusje.

Dé arts

Daar liepen we weer. In het ziekenhuis waar jij bent overleden. De laatste keer staat nog in m’n geheugen gegrift. Toen liep ik de deur uit en was alles ineens anders. Je was dood. Nu hadden we een gesprek met de arts die geprobeerd had je te redden. Het was vreemd om die aardige man weer te zien, maar tegelijkertijd ook fijn. Hij was degene die zich over je had ontfermd en je tot de laatste adem meegemaakt had. Zijn aanblik bracht me even terug in de tijd. Het maakte me verdrietig. Weer een bevestiging dat het écht geen nare droom is maar de harde werkelijkheid. Je komt niet meer terug.

Wat was de reden van je overlijden? Eigenlijk wisten we het wel. En deze aardige arts had daarom geen verrassingen voor ons. Je lever werkte niet meer. En dat is het begin van het einde geweest. Een paar jaar terug kwam het probleem met je lever al aan het licht. Je deed er niets mee en vertelde ons er niet over. Had het anders kunnen gaan als je wel ingegrepen had? Waarschijnlijk niet. Daarvoor was je al te ziek. Je hield veel voor ons verborgen. Het had niet gehoeven. We wilden alles voor je doen, we deden alles voor je. We hielden van je. En nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Schuldgevoel

Ik lig in bed en lees een boek. Er is een personage overleden. Ineens voel ik een soort paniekscheut. Je was niet meer bij toch, de laatste twee dagen in het ziekenhuis voordat je overleed? Ik was er namelijk ook, natuurlijk was ik er. Een paar deuren verderop. Want als je wel bij was, was ik toen zeker naar je toe gegaan.

Ik durfde niet naar je toe. Het was geen prettig gezicht zei mam. Ik kon het niet. Ik weet nog wat ik dacht: ‘hoe dan ook, ik wil haar snel weer zien’. Als ik het opnieuw kon doen, had ik het niet anders gedaan. Maar ik had je moeten bezoeken toen je nog wel bij was.

En ineens voel ik me ontzettend schuldig. Je hebt nooit geweten hoeveel ik aan je dacht. Ik zocht je niet op omdat je voor de zoveelste keer in het ziekenhuis lag. Elke keer kwam je er weer uit. Ik kon het niet aan. Ook deze keer dacht ik dat het met een ‘sisser’ zou aflopen. De ernst van de situatie zag ik niet in. Zag iemand dat in? Ik kwam te laat. Ik had moeten gaan. Ik wil je zo graag een knuffel geven, je aanraken. Ik had je moeten zeggen dat ik van je hou. Toen, nu en voor altijd. Slaap lekker lief zusje.

Ik begreep je

We waren allebei op zoek naar hetzelfde. Allebei op onze eigen manier. Waar jij ‘schreeuwde’ om aandacht, trok ik juist in m’n schulp. Ik wist op jonge leeftijd van je zoektocht. Ik had je door. Misschien omdat we meer op elkaar leken dan iedereen dacht.

In een dagboekje van jou, vergeef me, las ik stukjes waarin dat bevestigd werd. En, vergeef me ook, ik ben door je mailbox gegaan. Ik herken mezelf in de dingen die je schreef. Ik dacht vragen te hebben over jouw leven, misschien wel omdat dat zo hoort als iemand overlijdt. Want wat ging er om in het hoofd van de overledene? En daarom ging ik op zoek naar antwoorden.

Nu weet ik dat ik geen antwoorden zocht en kreeg, maar bevestiging. Ik begreep je meer dan je dacht. Slaap lekker lief zusje.

Verleden tijd

Het is alsof je op een lange vakantie bent. Ik praat niet over je in de verleden tijd, heel soms als ik ineens besef hoe het zit en dan ben ik me er akelig bewust van. Ik weet niet hoe zoiets gaat, wanneer wordt iemand ‘verleden tijd’? Nu voelt dat nog zo onwerkelijk.

Zo ben je binnenkort jarig en word je 36, lees ik jouw boek en leven mijn plannen voor ons samen nog. In werkelijkheid zal je nooit ouder worden, hoef ik je boek niet terug te geven en zullen m’n plannen nooit uitgevoerd worden. Maar je bent en blijft mijn zus. Daar bestaat geen verleden tijd in. Slaap lekker lief zusje.

‘Laat me’

Ik heb een Spotify lijst met Nederlandse nummers. Een nummer die op je crematie werd gespeeld staat ertussen. Dat stond ‘ie altijd al. Maar na je crematie wilde ik hem niet meer horen. Elke keer als het nummer begon, klikte ik snel door naar de volgende.

Vandaag in de auto terug naar huis kwam ie weer voorbij. Deze keer liet ik hem aan en zette het volume hoger. Ik zong luidkeels mee met ‘Laat me’. In gedachten was ik weer op je crematie en zag ik je kist tussen de vele prachtig bossen vrolijk gekleurde bloemen weer voor me. De tranen liepen over m’n wangen. Slaap lekker lief zusje.

Niet eerlijk

Ik zit in de sportschool aan de bar. Ik heb een les gevolgd en ben aan het bijkomen. Het was een fijne les en even dacht ik niet aan jou. Ik ging op in de muziek en de bewegingen. Het gaf me een voldaan gevoel. Het was fijn even ‘uit mijn hoofd’ te zijn.

En dan ineens overvalt het me. Een soort schuldgevoel dat ik hier zit, bezweet en met een glimlach op m’n gezicht. In gedachten zie ik je weer in je kist liggen. Levensloos. Het is niet eerlijk. Slaap lekker lief zusje.

Twee maanden

Je bent alweer twee maanden niet meer bij ons. De eerste maand vloog voorbij. Er moesten praktische dingen geregeld worden. Het was hectisch, onwerkelijk. Een emotionele achtbaan. Zorgen, ongeloof, verdriet, boosheid, verwarring. Ik vond het niet leuk dat de tijd zonder jou blijkbaar zo snel voorbij ging. Stonden we wel genoeg stil bij jouw vertrek? We kregen er de kans niet echt voor.

Maar de tweede maand was anders en daardoor ging de tijd langzamer. Het werd rustiger. Ook in mijn hoofd. Er hoefden geen grote praktische dingen meer geregeld te worden. Er kwamen geen dagelijkse appjes meer binnen, de brievenbus bleef leeg en ik hoefde niet meer tig keer te vertellen wat er was gebeurd en hoe het met me ging. Dat deed ik met liefde, maar ik werd er wel letterlijk heel moe van.

Ik sta nu meer stil bij de gevolgen van jouw overlijden en het feit dat ik nooit meer iets samen met jou, mijn zusje, kan ondernemen. Het verdriet is niet minder. Ik had je zo graag álles gegeven waar je naar zocht. Ik had zoveel plannen samen met jou voor als je beter was. “Ooit komt het allemaal goed”, zoals ik in mijn laatste mail aan jou schreef. Maar ooit is niet gekomen.

Twee verdrietige maanden verder. Ik mis jou. Ik mis de toekomst die ik in gedachten met je had. Maar ik mis de zorgen die ik om je had niet. En dat geeft verlichting en ruimte in mijn hoofd. Ruimte voor mezelf, ruimte voor mensen om me heen. Gek hoe zo’n verdrietige gebeurtenis, die natuurlijk nooit had moeten plaatsvinden, toch rust geeft. Zorgen maken is een enorme last geweest. Die last ben ik kwijt. Slaap lekker lief zusje.

Je bent overal

De wekker op jouw oude telefoon maakt me wakker. Ik sta op met jou in m’n gedachten. Ik stap onder de douche en was mijn haar met jouw shampoo, mijn ontbijt eet ik van een bord van jou en voordat ik de deur uit ga doe ik je luchtje op. Ik fiets op jouw fiets door de drukke stad. Ik schrijf mijn to-do lijstje met jouw pennen en ’s avonds op de bank draag ik je warme vest. Voordat ik ga slapen lees ik in een boek uit jouw boekenkast.

Ik kan en wil je niet loslaten. Ik wil je dichtbij, ookal doet dat veel verdriet omdat ik weet dat het nooit meer kan. Je bent overal.

Ik staar naar je foto en steek een kaarsje aan in een kaarsenstandaard van jou. Een kaarsje voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Een nieuw jaar

Een ‘nieuw’ jaar. Het moet een ‘gelukkig nieuwjaar’ worden, zoals we elkaar bijna nietszeggend toewensen. Iedereen lijkt terug te blikken en vooruit te kijken. Hoogte- en dieptepunten worden benoemd. Goede voornemens worden gemaakt, we gaan het allemaal anders doen.

Maar ik kan niet het ‘nieuwe’ jaar beginnen alsof er een schone lei is. Het verdriet blijft niet achter, dat neem ik voor altijd met me mee. Ik kan alleen maar hopen en m’n best doen om er een beter jaar van te maken. Het was een turbulent, chaotisch en verdrietig jaar waarin ik mezelf kwijt ben geraakt. Waarin jij jezelf kwijt raakte. Waarin ik jou verloor. Ik had je zo graag een gezond en liefdevol nieuwjaar gewenst. Desnoods een nietszeggend gelukkig nieuwjaar. Slaap lekker lief zusje.

Wat als…

Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Ik dacht aan jou. Aan ons. Aan hoe het geweest had moeten zijn. Ik had je moeten opzoeken. Al had het niets uitgemaakt. Ik weet het. Je was er niet beter van geworden. Ik was er niet beter van geworden. Misschien had het dingen juist nog ingewikkelder gemaakt dan dat ze voor ons beiden al waren. Waarschijnlijk had het ons verder uit elkaar gedreven. Was het verdriet groter geworden.

Maar wat nou als dat niet zo was? Ik had het op z’n minst kunnen proberen. Nu ben je dood en wil ik je meer dan ooit vasthouden en vertellen dat alles goed komt. Nu is het verdriet niet te stoppen. Hier had ik geen rekening mee gehouden. Slaap lekker lief zusje.

Uitgegumd

De dood van zo zichtbij zien vond ik heftig. Ik heb het onderschat, de dood. Natuurlijk weet je dat een dode nooit meer terugkomt. Maar het definitieve gemis daadwerkelijk voelen, is een heel ander verhaal. Dat gevoel kan ik nog steeds niet onder woorden brengen. Maar in mijn laatste beeld van jou was je nog tastbaar. Ik kon je nog aanraken, nog voelen. Je gezicht nog zien. Je wimpers, je lipgloss, je haren. Ook al was je weg, je was er nog.

Nu ben je niets meer dan een hoopje as in een doos. En dat vind ik echt een heel raar idee. Alsof je bent uitgegumd, letterlijk een mens minder op aarde. Mijn zusje. Er was al geen weg terug, maar nu helemaal nooit meer. Herinneringen blijven bestaan. Hopelijk voor altijd. Want dat heb ik gezien bij pap, is ook niet vanzelfsprekend. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Je bent overal

Engeltje

We zijn samen met mama en de rest voor het kerstdiner. Ik kijk naar onze broer en besef dat we vanaf nu met z’n tweeën zijn. En dat raakt me. Je hoort erbij. We zijn een drietal. Je bent er niet meer bij.

Mama overhandigd me zonder aankondiging een best zwaar tasje en ik pak het zonder na te denken aan en kijk haar vragend aan. “Dat is je zusje”, zegt ze. Snel geef ik het tasje terug. Dit is raar. Dit klopt niet. Je krijgt een mooi plekje in de kamer bij je foto en omringd door kaarsjes. Op de eettafel staat een zilveren kaars in de vorm van een engel. Zo ben je er toch een beetje bij. Slaap lekker lief zusje.

Een andere rugtas

Het was in de auto onderweg van m’n werk naar huis. Ik weet niet hoe het kwam maar ineens zag ik een voorzichtig figuurlijk zonnetje. Een zonnetje die ik al jaren niet had gezien en gevoeld.

Van jongs af aan droeg ik een rugtas. Een fijne rugtas die ik graag met me meedroeg. Ik wilde niet zonder de rugtas, we hoorden bij elkaar. Jij en ik. Zussen. Opgegroeid in hetzelfde nest. Gaandeweg werd de rugtas gevuld met steentjes; zorgen om jou. Door de jaren heen werd deze tas zwaarder en zwaarder en raakte ik er meer en meer onder gebukt. Wat ik ook probeerde, het lukte maar niet om de tas lichter te krijgen of naast me neer te zetten. Uiteindelijk lukte het me eventjes om de rugtas in ieder geval niet zwaarder te maken. Maar dit was van korte duur. De tas was een last die ik 24/7 met me meedroeg. Het beperkte me in alles en zorgde voor een dikke wolk voor de zon die maar niet wegging.

Nu, in de auto, besefte ik ineens dat ik de tas kwijt was. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het voelde fijn. Opgelucht.
Ik draag nu een andere tas. Niet meer gevuld met zorgen maar met intens verdriet en een groot gemis. En hoe gek dat ook klinkt, deze tas voelt lichter. Natuurlijk had ik liever met jou de oude tas leeggemaakt. Maar het liep anders. Ik zal de nieuwe tas nooit afdoen maar met deze tas kan ik verder. Slaap lekker lief zusje.

Schrale troost

Rust is slechts een schrale troost in jouw geval. Ja, het is fijn dat je nu rust hebt. Je had moeite met het leven. Negatieve gedachtes overheersten vaak. Maar het is slechts een schrale troost dat je nu eindelijk rust hebt. Wat heb jij er nou aan? Dit was niet de bedoeling. Deze soort van rust was het laatste wat ik je toewenste.

Ik fantaseerde vaak over de toekomst. Ik hoopte dat je ooit moeder mocht worden. Ik was nieuwsgierig hoe onze kinderen dan samen zouden spelen. De mijne had het fantastisch gevonden om nog een klein neefje of nichtje te hebben. Ik vroeg me af hoe het zou zijn als we op onze veelbesproken zussen-vakantie zouden gaan. Niet meer als jonge meiden, maar als oudere vrouwen. Lekker naar een warm oord, wij samen. We hadden het er vroeger vaak over. Het is er nooit van gekomen.

Ik hoopte zó dat je de kracht kon vinden om te rust te creëren die je nodig had. En verdiende. De rust die je nu hebt kwam niet in mijn toekomstbeeld voor. Je verdiende zoveel meer. Slaap lekker lief zusje.

Door merg en been

Op de dag voordat je overleed, zaten we met familie in een speciale kamer op de intensive care. Het was een rare dag. We zaten te wachten. Op een wonder, op je laatste adem. Ik hoopte op het eerste. Je laatste adem zou je pas uitblazen als je oud en grijs zou zijn.

Mama liet een filmpje zien aan A. Een filmpje van twee dagen eerder, van jou. Ik zag je niet maar hoorde je wel. Het leek alsof je halicuneerde en zei tegen mam dat ze niet weg mocht gaan. Ik herkende je stem bijna niet, je klonk angstig en in de war. Ik hoorde slechts een paar seconden maar het ging door merg en been. Ik vroeg mam direct of ze alsjeblieft het geluid uit wilde zetten. Dit kon ik niet aan. Tot op de dag van vandaag hoor ik je soms ineens, een kort fragment wat me intens verdrietig maakt.

Vandaag appte ik mam om te vragen hoe het met haar ging. Ze troost zich met de gedachte dat je nu eindelijk rust hebt. Ze zei dat ze de filmpjes van jou had teruggekeken. “Ze was zó ziek… <3”. Gelijk hoorde ik je angstige stem weer. Ik wou dat ik je kon vasthouden om te vertellen dat alles goed zou komen… Slaap lekker lief zusje.

Sporen van liefde

Wat een dag. Ik ben voor het eerst in je appartement geweest waar je al ruim een jaar woonde. Het liefst wilde ik op de bank wachten met een kopje thee. Ik wilde kaarsjes aansteken, een beetje opruimen en je verrassen met een schoon en opgeruimd huis voor als je straks thuis zou komen. Maar ik kwam niet voor een gezellig kopje thee. Je huisje moest leeg zodat er iemand anders kan wonen. Jij komt nooit meer thuis.

Het was een bende. Dat is niet zo gek omdat je vrij onverwachts naar het ziekenhuis moest. Tijd om op te ruimen was er niet en is er voor jou nooit gekomen. Ik moest even slikken toen ik in jouw domein stond. Moedeloos tussen alle spullen van mijn dode zusje.

De knop ging om. We wisten allemaal dat dit een klus was die nou eenmaal gedaan moest worden. De opruimwoede kwam in ons naar boven en op een soort automatische piloot gingen we door je kleding, je laatjes, je douchespullen, de keukenkastjes. Door ál jouw spullen. En dat was raar, verdrietig, confronterend en toch ook fijn. Eventjes voelde je heel dichtbij.

Veel spullen hebben een mooie nieuwe bestemming gekregen. Veel spullen zijn in de prullenbak beland. De kersttrein met lampjes, die jij blijkbaar het hele jaar had staan, staat nu bij ons in de vensterbank. Spuuglelijk is hij, maar dat maakt me niet uit. Hij was van jou. En zo zijn er nu meer tastbare ‘sporen’ van jou in ons huis. Net als ik die van mij bij jou thuis vond. Ik noem ze sporen van liefde. En dat voelt fijn. Je was me niet vergeten.

Mijn foto stond op het dressoir en je had mijn agenda uit de brugklas bewaard. Er lag een hangertje van een engeltje die de eerste letter van mijn naam vasthoudt, tussen je sieraden. Veertien jaar geleden schreef ik een boekje vol met grappige verhaaltjes, lieve zinnetjes, puzzeltjes en gekke foto’s voor je reis naar een ver eiland. Ik was dat alweer vergeten maar jij had het boekje nog altijd in je kast. Ik schreef toen dat je me niet moest vergeten en dat je het liefste, mooiste en stoerste zusje ooit was. En dat blijf je.

We hebben alles in een sneltreinvaart opgeruimd en het netjes achtergelaten. En hoewel ik het moeilijk vond om jouw fijne huisje uit handen te geven, is het klaar voor een nieuwe start en nieuwe bewoners.

Het was een rare dag. Jouw leven ging letterlijk door m’n vingers en herinneringen volgenden elkaar op. Ik lig moe in bed en hoor de regen tegen het raam tikken. Ik huil. De hemel huilt. Slaap lekker lief zusje.

Tijdschrijften

Mama gaf ons altijd de stapel tijdschriften die zij al had gelezen. Soms gingen ze via mij naar jou of andersom. In het ziekenhuis, de dag van je overlijden, kreeg ik weer een tas vol tijdschriften. Dit keer via jou naar mij.

Thuis heb ik de bladen in een hoekje gelegd. Normaal gesproken blader ik ze gelijk door, de roddelbladen het eerst. Maar nu durfde ik het niet. Jouw vingerafdrukken staan op elke pagina. Gister, twee weken later, pakte ik de stapel erbij en bladerde er voorzichtig doorheen. Ik kwam door jou ingevulde puzzels tegen. Tussen de stapel zaten een paar puzzelboekjes, om de tijd in het ziekenhuis door te komen. Ook vond ik een informatiefolder van een of ander onderzoek die je hebt ondergaan.

Het is een heel raar gevoel. Die simpele tijdschriften hebben nu ineens een extra lading gekregen. De puzzels waar jij aan begonnen bent probeer ik af te maken. Je bent overal. Slaap lekker lief zusje.

Je moest eens weten

‘De telefoon stond roodgloeiend’, ik weet nu wat dat betekent. Ongelooflijk, zóveel berichtjes via allerlei kanalen zowel offline als online. Prachtige bossen bloemen, stapels kaartjes, zoveel mooie lieve woorden en zoveel steunbetuigingen. Oók uit onverwachte hoeken en uit het verre verleden. Hartverwarmend. Ik ben er nog steeds stil van. Ik voel de liefde en dat is overweldigend. Maar zo fijn.

Je zal gemist worden bij zovelen. Je moest eens weten. Slaap lekker lief zusje.

Een ‘weggegooide’ dag

Gisternacht kon ik de slaap niet vatten, zoals zo vaak. Ik was onrustig en dacht alleen maar aan jou. ‘Wat als? Had ik maar..’ Ik heb zoveel vragen voor je. Wilde je nog zoveel duidelijk maken, uitleggen en vertellen. Dit kan nooit meer. Mijn vragen zullen nooit helemaal beantwoord worden en mijn liefde voor jou kan ik nooit meer naar jou uitspreken. Daar moet ik mee leren leven, dat moet ik leren accepteren.

Overdag lag ik lamlendig op de bank. Ik wilde zoveel, maar had geen energie. Ik ben zo moe. Dus liet ik de boel de boel, iets wat ik heel lastig vind. Ik wil weer vrolijk zijn, weer werken, weer productief zijn. Maar diep van binnen weet ik dat ik nu rust nodig heb om straks verder te kunnen. Als ik meer dan twee dingen op een dag ‘moet’ beangstigt me dat, ik word er onrustig van. Dus hoewel gister een ‘weggegooide’ dag lijkt, was deze ook nuttig. Vanaf het moment dat ik mijn bed uit stapte, had ik moeite mijn tranen in te houden. Overdag vocht ik een paar keer tegen mijn verdriet. Totdat ik ’s avonds de tranen niet meer tegen kon houden. En misschien is dat goed, ik mag verdrietig zijn en hoef dat gevoel niet tegen te houden zeg ik maar tegen mezelf.

Vannacht heb ik beter geslapen en de wereld ziet er weer een beetje zonniger uit. Vandaag heb ik twee verplichtingen en ik voel dat ik die aankan. Ik hoop vannacht weer lekker te slapen. You are always on my mind. Slaap lekker lief zusje.

Voor altijd op m’n pols

Ik wilde het al langer. Een bewijs van mijn liefde voor jou. Een bewijs dat ik echt om je gaf en dat je echt in m’n hoofd en hart zat. Want ook al zagen we elkaar niet, op mijn initiatief, je zat 24/7 in m’n hoofd.

Je wilde het niet geloven, je snapte me niet, je wilde me niet snappen. Maar lief zusje, je was áltijd bij me. Ik kon je niet helpen, niemand kon je helpen, je liet je niet helpen, ik ging er zelf aan onderdoor. Ik wilde zó zó graag dat het beter met je ging. Maar ik voelde me machteloos. Ik was er van overtuigd dat het ooit goed zou komen. Dat we weer als zussen aan tafel konden zitten, thee konden drinken en lachen om gekke foto’s. En dat het goed met je zou gaan. Dat het leven je weer toe zou lachen.

En om je te laten zien dat het menens was, wilde ik een tattoo. Voor jou. Voor mij. Helaas wachtte ik te lang en heb ik ‘m je nooit kunnen laten zien. Ik kan alleen maar hopen dat je diep van binnen mijn liefde voor jou gevoeld hebt.

Maar hij staat er, op m’n pols, een hartje met de eerste letter van je naam. Daar achter een punt-komma, als teken voor hoop en liefde voor diegenen die worstelen met mentale problemen. Speciaal voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Ik herken mezelf niet

Hoe het met me gaat? Ik weet het niet. In de war, lijkt het meest passend. Mijn emoties vliegen alle kanten op, ik leg dingen terug op rare plekken. Wil koffie zetten maar pak de theepot, zet de pindakaas in de koelkast, laat de sleutels in de deur zitten en meer van dat soort rare dingen. En dat terwijl ik altijd pietjes precies ben, weet waar alles ligt en nooit iets kwijt ben. Nu ben ik vergeetachtig en reageer niet zoals ik zou willen. Ik herken mezelf niet meer.

Ik heb werkelijk geen idee hoe het met me gaat. En dat beangstigt me. Hoe doe je zoiets? Verder gaan na het verlies van een dierbare? De ene keer branden de tranen achter m’n ogen, de andere keer ben ik er met m’n hoofd niet bij en dan weer lijkt alles goed te gaan. Ik ben moe, moe van m’n gedachtes, m’n slingerende emoties.

Soms lijkt het alsof ik gek word. We hadden nog een toekomst samen, ik was nog niet klaar met je. Maar je bent weg, voor altijd. Wat moet ik nou? Slaap lekker lief zusje.

Stilte

Tot voor kort luisterde ik altijd en overal muziek. Als ontsnapping aan de realiteit, als afleiding voor mijn gedachten of juist om mijn emoties te laten gaan. Na jouw overlijden heb ik nog geen muziek aangezet. Het is te pijnlijk als er een nummer voorbij komt wat me aan jou doet denken.

Ik voel een soort angst. Voor met m’n neus op de feiten te worden gedrukt door de melodie of een songtekst.

Er is een speciale Spotify lijst gemaakt met nummers die jij vaak luisterde. Waar je blij van werd, waar je jezelf in herkende of die je gewoon heel mooi vond. Ik heb het nog niet aangedurfd om deze lijst af te spelen.
Ik kan het niet goed uitleggen maar voorlopig kies ik voor stilte. Slaap lekker zusje.

Het leven gaat door

De crematie is geweest en ik denk dat het leven gewoon door moet gaan. Tot mijn verbazing voel ik me best goed. De nare drukke periode waarin alles onwerkelijk leek, is voorbij. Ik duik weer in het ‘normale’ leven. Ik spreek af met vriendinnen, ga sporten, doe boodschappen en breng en haal m’n kind naar school en allerlei clubjes. Alles lijkt normaal.

Maar er is één groot verschil. Je bent weg en komt nooit meer terug. En dat verwart me. Niets is meer hetzelfde. In een tv serie hebben ze een lijk gevonden. Ik weet nu hoe een lijk eruit ziet. “Mijn vader is dood”, lees ik en ik weet nu precies wat dood zijn is. Natuurlijk wist ik dat wel, maar nu ik zo aan de rand van je kist heb gestaan, weet ik het ineens écht. Quotes die ik tegenkom lijken allemaal over jou te gaan en als iemand het over zijn of haar zusje heeft, heeft dat ineens een heel andere lading voor mij.

De bloemen die we hebben ontvangen en meegenomen van de crematie gaan langzaam dood. Er ligt al een bos in de vuilnisbak. En zo wordt de hele periode langzaam maar pijnlijk afgesloten. Alsof er niets is gebeurd.

Ik ben moe, in de war. Ik wil te snel weer ‘normaal’ leven, maar niets is meer hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.

The day after

Daar zit ik dan. Op de bank, kijkend naar alle bloemen en kaartjes. Ik voel een leegte. Letterlijk en figuurlijk. We hoeven niet meer naar je toe, we kunnen niet meer naar je toe. We hoeven even niets meer te regelen. We moeten verder met ons leven.

Ik zie je foto en het lijkt echt alsof we twee weken in een andere wereld hebben geleefd. De gedachtes ‘Het komt goed, je komt straks gewoon weer terug’ en ‘Je bent dood, ik kan je nooit meer iets vertellen, nooit meer aanraken’ wisselen elkaar af.

Ik zet koffie en maak een ontbijtje. Langzaam beginnen aan deze eerste dag écht zonder jou. Slaap lekker lief zusje.

Daar ga je

De wekker gaat, ik wil niet uit bed. Maar ik moet. Ik blijf net iets te lang onder de douche staan waardoor ik moet haasten. Ik wil niet dat deze dag begint. Tegelijkertijd wil ik niet dat deze dag voorbij gaat. Vandaag nemen we definitief afscheid van je.

Bij het Uitvaartcentrum wachten we in de familiekamer op de begrafenisondernemer. Als hij er is bespreken we wat praktische zaken. Wie zit naast wie? In welke volgorde lopen we naar binnen? Een rare situatie.

Dan gaan we als familie samen de aula in en daar lig jij in je kist. Nog altijd even vredig. Nog altijd even pijnlijk stil. Je ligt te midden van een prachtige bloemenzee. We gaan naast je kist staan en als we er klaar voor zijn mogen we de deksel erop leggen. Voor dit moment ben je nooit klaar. Alles in me schreeuwt dat ik je bij me wil houden, dit gaat zó tegen m’n gevoel in. Maar er is geen weg terug. Ik raak je voor de laatste keer aan en dan gaat de kist dicht. We mogen de schroeven er zelf indraaien maar dat wil ik niet. Ik kan het niet. Dit is zó definitief. Tranen rollen over m’n wangen als ik vervolgens een ballon aan je kist vast maak.

We leggen de prachtige boeketten netjes neer, geven elkaar nog eens een stevige knuffel, proberen de tranen te drogen en trekken ons weer even terug in de familiekamer. De gasten lopen inmiddels de aula in en niet veel later volgen wij.

Er worden foto’s getoond. Foto’s van jou als klein meisje, van jou met vriendjes, grappige foto’s, gekke foto’s, lieve foto’s en ontroerende foto’s. Je leven in een notendop. Er worden mooie woorden gesproken, er klinkt passende muziek en er worden vele tranen gelaten. Papa is er niet bij vanwege zijn gezondheid maar op een video zien we hem piano spelen. Dat is heel bijzonder.

Ik voel de liefde die jij zovelen bezorgd hebt. Ik voel de liefde voor jou van de aanwezigen. Ik voel pijn, intens verdriet maar ook rust.

Niet veel later zitten we met de familie te lunchen. We zijn blij met het mooie afscheid. Het leven gaat verder, maar wat zal je gemist worden. Ik kan en wil het nog steeds niet geloven. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het moet

Kaarsjes en een hartjes ballon

We hebben je ‘kamer’ versierd. We hebben bloemen neergelegd, degene die je vast en zeker mooi had gevonden. We hebben geurkaarsjes neergezet, daar was je altijd dol op. Er staat een buddha beeldje naast je, net als naast je bed in je eigen appartement. Er staat een hartjes ballon, die je ook bij je had in het ziekenhuis. Gekregen van een lieve vriendin.

Je had ons voor gek verklaard als je ons bezig had gezien. Zoveel aandacht had je verlegen gemaakt. ‘Dat hoeft niet joh!’, had je gezegd. Maar we doen het graag, met alle liefde die we voor je hebben.

Ik hoopte dat je er vandaag anders bij zou liggen. Dat je toch stiekem je hoofd had gedraaid of je handen anders had gelegd. Maar dat was niet zo. Je lag er exact hetzelfde bij als gister. En dat maakt het weer een stukje definitiever. Slaap lekker lief zusje.

Raar hoe zoiets werkt

Ik weet dat het niet kan. Je bent dood. En toch denk en hoop ik dat ik een berichtje krijg van mam. ‘Het gaat weer goed hoor, ze is wakker!’. Dat je me belt om je te verontschuldigen voor de flauwe grap.

Ik heb je gezien. Ik heb van dichtbij gezien dat je niet meer ademt. Ruim een kwartier heb ik er naast je op gewacht, maar het gebeurde niet. Ik heb van dichtbij gezien hoe dood eruit ziet. Ik heb je koele levenloze lichaam gevoeld. Maar iets in mij kan en wil het niet geloven en hoopt op een teken van leven. Raar hoe zoiets werkt. Slaap lekker lief zusje

Dit hoort niet

‘Goedemorgen, met het Uitvaartcentrum. Waarmee kan ik u helpen?’. ‘Goedemorgen, ik zou graag m’n zusje bezoeken’.

We zitten in de auto. Mijn vriend en ik. Ik ben extreem zenuwachtig maar probeer het maar over luchtige dingen te hebben. ’s Ochtends heb ik nog gesport, een fijne afleiding en wat positieve energie.

We zijn op weg naar m’n zusje. Naar het Uitvaartcentrum. Een aardige mevrouw wijst ons de weg. Als ze een deur opent van een kamer, raak ik lichtelijk in paniek. Ik sta toch niet zomaar ineens voor m’n dode zusje?!

We lopen naar binnen en gelukkig zit er een muurtje tussen ons en mijn zusje. Ik zie een puntje van de kist en deins achteruit. Ik begin te trillen, heb m’n ademhaling niet onder controle. Mijn handen trillen als de mevrouw me een glas water geeft. Tranen biggelen over m’n wangen.

Mijn vriend gaat eerst kijken. Ik blijf achter het muurtje op een stoel zitten en probeer rustig te worden. Mijn vriend komt terug en ik vraag hoe ze eruit ziet, wat ze aan heeft en of het eng is. Ik ben wat gekalmeerd en weet dat ik het moet doen. Makkelijker wordt het niet. En een tweede kans is er ook niet.

Voorzichtig loop ik aan de arm van m’n vriend mee en spiek om het hoekje. Ze ligt er echt. Mijn zusje. In een doodskist. Ik kijk weg en moet weer hard huilen.

Ik kijk toch nog een keer. En nog een keer. Ze ligt er eigenlijk heel vredig bij. Haar kleding klopt, ze heeft een mooie sjaal om zoals ze altijd had, ze heeft oorbellen in, een armbandje om en zelfs een elastiekje voor haar haar om haar pols. Precies mijn zusje.

Het is zó bizar. Ik wacht tot ze zich omdraait. Tot ze me begroet met een vrolijke ‘Hoi!’. Tot er iemand tevoorschijn komt met een verborgen camera, tot ze ademhaalt. Maar niets van dit alles. Mijn zusje is dood en ligt in een kist. Zoals je in films ziet.

Ik ben steeds rustiger en kan m’n ogen eigenlijk niet van haar afhouden. Langzaam lopen we dichterbij. We staan naast de kist en na een tijdje durf ik haar aan te raken. Ze voelt koud maar het is fijn om mijn zusje voor de aller allerlaatste keer te kunnen voelen. Ze heeft eindelijk de rust die ze altijd zocht. En die aanblik geeft mij op dit moment ook een soort van rust. Slaap lekker lief zusje.

Bang voor de nacht

Overdag lukt het me langer om niet te huilen. Ik zoek afleiding en kijk veel tv. Soms zie ik de flitsende beelden op het beeldscherm maar komen ze niet binnen. Mijn gedachten dwalen af. Maar overdag lukt het aardig om heel eventjes niet aan je te denken. Als het avond wordt, ben ik bang voor de nacht. Het liefst blijf ik op de bank zitten. Series kijken, films wat mij betreft. Afleiding.

Maar ik ben zo moe en zou toch moeten slapen. Zodra ik in bed lig, val ik in een diep zwart gat. Ik kan aan niets anders denken dan aan jou. In gedachten zie ik je in het ziekenhuis liggen, zie ik je thuis zitten op je bank, zie ik je voorzichtig wandelen naar de dichtstbijzijnde supermarkt, zie ik je liggen slapen in een ziekenhuis bed, zie ik je liggen in een kist, in een koelcel. En dat terwijl ik je al twee jaar niet live heb gezien. Je staat in m’n geheugen gegrift.

Ik probeer aan iets anders te denken maar al snel zie ik je weer voor me. Tranen dringen door m’n gesloten oogleden. Ik haal een keer diep adem en probeer nogmaals te slapen. Het lukt me niet en ik kan m’n draai niet vinden. Ik blijf woelen, speel een spelletje op m’n telefoon ter afleiding en probeer nogmaals de slaap te vatten. Na een paar uur lukt dat dan toch.

Niet veel later word ik wakker voor het standaard nachtelijke toilet bezoek. En weer ben jij het eerste waar ik aan moet denken. Wat zal je je eenzaam gevoeld hebben, wat ging er door je heen? Het kan toch niet waar zijn dat je nu in een koelcel ligt? In het donker, in de kou, alleen. Terwijl ik onder een warme deken lig en me nog eens kan omdraaien.

Ik probeer m’n tranen tegen te houden. Slaap lekker lief zusje.

Het moet

Na een redelijke nacht word ik wakker en hoor de regen op het raam tikken. Ik check mijn telefoon, al doe ik dat liever niet. De berichtjes geven me steun maar trekken me ook direct weer naar de harde werkelijkheid. Ik lees twee berichtjes van praktische aard. ‘Heb jij nog ideeën voor de opbaring?’ en ‘Wil jij iets zeggen op de crematie?’. Ik wil er niet over nadenken. Maar het moet.

Ook moet ik nog een boeket bestellen en een lint. Ik Google naar rouwboeket en rouwlinten. Naar voorbeelden rouwteksten en aankleding opbaring. Ik wil dit niet maar het moet. Tranen lopen over m’n wangen. Met het dekbed veeg ik ze af.

Hoe kies je een rouwboeket? Groot of juist klein? Kleurrijk of rustig? Wat past bij de kist? Wat past bij de andere boeketten? Wat zet ik op het lint? Ik wil m’n telefoon in de hoek gooien. Ik wil onder de dekens kruipen en daar voorlopig niet onder vandaan komen. Maar ik moet. En dus bestel ik met tranen in m’n ogen een rouwlint en een boeket. Ik hoop dat je ze mooi vindt. Slaap lekker lief zusje.