Een dag zonder zorgen

Ik heb je geknuffeld in mijn slaap. Het was een mooie dag, de zon scheen. We waren op een festival en we hadden plezier. Je droeg een zwart shirt met roze opdruk boven een lichtblauwe spijkerbroek. Je blonde haar wapperde in de wind, je straalde.

We lachten, luisterde naar muziek en renden spelend achter elkaar aan. We waren ergens in de twintig. Twee zussen op een mooie lentedag. We hadden alleen elkaar nodig.

Ik bedankte je voor de fijne dag en gaf je een dikke knuffel. Ik schrok ervan, dit kon toch niet? Je gaf me een knipoog en ineens was je verdwenen. Ik werd wakker en het voelde even alsof ik je echt gevoeld had. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Koud

Offline

Wat voelde ik me slecht op oudejaarsavond. Ik zat in een donker gat en wilde niets liever dan onder de dekens kruipen en slapen. Ik lag lamlendig op de bank, vechtend tegen m’n tranen, wachtend tot de klok 12 uur sloeg en ik naar bed ‘mocht’. En hierom voelde ik me schuldig, waardoor ik me nog slechter voelde. Ik verpestte de avond. Ik vond mezelf de allerstomste persoon op aarde.

Ik weet niet precies waardoor het kwam. Ik miste jou, papa, het was geen leuk jaar geweest. Ik trok alle nieuwjaarswensen, goede voornemens en blije mensen op social media en Whatsapp niet. Ik zette nog voor de jaarwisseling mijn telefoon uit. Ik had geen zin in sociale interactie op welke manier dan ook.

Op de eerste dag van het nieuwe jaar vertrokken we naar de zon. Even een kleine week ertussenuit. Mijn telefoon bleef uit totdat we weer thuis waren. Niet gepland, maar alles kon me even gestolen worden. Wat heerlijk. Geen afleiding van de buitenwereld. Want waar draait het nou eigenlijk om? Om je eigen leven en alles daarom heen. En zodra je niet blij wordt van alle ‘perfecte’ plaatjes van anderen, het nieuws uit de wereld en ‘zinnige’ tijdrovende apps kun je er beter even afstand van doen.

Ik had het thuis al vaker geprobeerd maar faalde elke keer. Nu kostte het me geen enkele moeite. Tijdens de vakantie keek ik één keer op een nieuwssite op de telefoon van m’n vriend. Ik las niets dan ellende en roddels, ik had niets gemist.

Als er iets met pap zou zijn, dan wisten ze me wel te bereiken via m’n vriend. En ik ging er voorzichtig vanuit dat het die zes dagen goed zou blijven gaan. En natuurlijk was in benieuwd of mijn collega al bevallen was, wilde ik bepaalde mensen appen om te vragen hoe het met ze gaat en af en toe m’n mail checken. Maar dat kon wachten. Ik voelde niet meer de drang om alles meteen te moeten weten.

Ik merkte dat ik rustiger was in m’n hoofd. Ik heb het posten, liken en andere online bezigheden geen seconde gemist. Dus dit hele ‘offline’ gebeuren wil ik graag doorzetten. Ik ga m’n best doen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Een nieuw jaar

Je was de eerste

Tien jaar geleden lag ik in het ziekenhuis met m’n pasgeboren dochter in m’n armen. Ik was zo blij dat ik het gelijk met iedereen wilde delen. Maar ja, het was half vier in de ochtend en ik wilde niemand wakker bellen of appen. Jij had gezegd dat ik het je meteen moest laten weten zodra ‘de baby’ er was. Ik twijfelde heel even maar pakte al snel m’n telefoon om je te bellen.

Met een slaperige stem zei je meteen: ‘Jaaaa! Heb je een kindje?!’. En zo was jij de eerste die wist dat je opnieuw tante was geworden en ik voor het eerst moeder. Pas toen het buiten licht werd heb ik de rest van de familie ingelicht.

Diezelfde middag heb je je nichtje voor het eerst ontmoet. Ik heb altijd gedacht dat onze kinderen laten met elkaar zouden spelen, terwijl wij vanachter een kopje thee zouden toekijken. Helaas heb jij geen kinderen mogen krijgen en heb je je nichtje niet vaak genoeg gezien. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Vaderdag

Leven met een hoofdletter

Laatst zei iemand tegen me; ‘Jij bent niet meer de persoon die je was. Jij bent nu de persoon die een zusje heeft verloren en haar vader kwijt is’. Deze uitspraak zette me aan het denken. In eerste instantie dacht ik dat het wel mee viel. Maar ik voel me inderdaad in veel opzichten anders.

Een deel van mij is voorgoed verdwenen denk ik. Sommige eigenschappen die ik al had zijn versterkt. Ik denk anders en hecht meer waarde aan kleine dingen die voorheen onbelangrijk leken. Het hoeft niet meer groots. Ik ben nog introverter, empathischer en gevoeliger geworden. Ik ben graag alleen, heb meer moeite met sociale aangelegenheden, hou van slapen en luister veel naar muziek. Ik luister liever dan dat ik praat. Mijn ‘batterij’ kan soms ineens leeg zijn, soms zonder duidelijke reden. Ik stoor me nog meer aan mensen die oordelen en anderen niet in hun waarde laten. Ik hou nog minder van mijn spiegelbeeld.

Maar ik wil uit het gat komen. Het leven is echt te kort om in een put te zitten. Ik weet het. Soms vind ik het verdraaid moeilijk om alleen al over de rand van de put te kijken. Mijn gevoel kan ik niet uitschakelen. En m’n gevoel zit me vaak in de weg. Ik moet mezelf een andere mindset aanleren om op een positieve manier met m’n gevoel om te gaan. Ik wil sporten, wandelen, dansen, lachen, zingen alsof ik het kan, goede gesprekken voeren, genieten van de natuur. Ik wil mezelf weer leuk vinden. En nu lukt het me vaak niet om het beste uit de dag te halen. Een kleine gebeurtenis of opmerking kan me weer in de put trekken.

Voor het nieuwe jaar heb ik één goed voornemen: me richten op positiviteit. In de breedste zin van het woord. Want er is ook zoveel moois in mijn leven. Ik bekijk het per dag. Jij kan het niet meer, ik wel. En daarom wil ik LEVEN in plaats van geleefd worden. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: ik herken mezelf niet

Een plekje voor jou

Jouw as zit in een ‘doos’ met een nummer. Het staat bij mam thuis. En daar ben ik nu, zij is op vakantie. Ik heb het kaarsje bij je foto aangestoken, je as staat erachter.

Het is misschien raar, je bent immers niet meer dan een bergje grijze massa, maar je voelt ineens dichtbij. Ik heb een mooi steentje laten maken waar ik uiteindelijk wat as van je in wil doen zodat ik thuis ook wat heb om neer te zetten. Maar het voelt ook gek om je te ‘splitsen’.

We zoeken nog steeds een plekje voor je. Een plekje waar wij en je vrienden en vriendinnen naar toe kunnen als we daar behoefte aan hebben. Het liefst een plekje bij een strand zodat we tegelijkertijd even kunnen uitwaaien. Een plekje waar we een monumentje voor je kunnen maken. Ik vind het een lastige zoektocht maar verlang echt naar zo’n plekje. We doen ons best. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: The day after

Kerst 2019

Kerst. Tja wat zal ik erover zeggen. Zonder pap, mam en jou. En ik weet dat het voor sommige mensen om me heen ook geen fijne dagen waren omdat ze bepaalde mensen enorm missen. Eigenlijk waren het voor mij gewone dagen maar dan met ‘verplichtingen’. Het kerstgevoel, wat dat dan ook precies mag zijn, had ik niet.

Samen met onze broer hebben we op kerstavond gezellig gegeten in ons ouderlijk huis. Het was fijn om daar te zijn met hem en z’n gezin. Maar het was ook raar om daar zonder jullie te zijn. En waarschijnlijk was dit de laatste keer dat we daar op deze manier samen waren.

Eerste kerstdag zat ik in een heel andere setting aan tafel. In gezelschap van een warme familie waar iedereen met elkaar door een deur kan en waarbij iedereen aanwezig was. En soms vind ik dat dan ineens heel confronterend. Daarnaast heb ik steeds vaker moeite met groepen mensen. Maar het was fijn en ik mag mezelf gelukkig prijzen met zo’n schoonfamilie.

Tweede kerstdag waren we gewoon thuis. M’n vriend had een ontbijtje verzorgd en er lagen een paar kadootjes onder de boom. Ik heb een extra kaarsje voor je aangestoken. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Uitgegumd

Grenzen aangeven

Al een paar dagen keek ik op tegen het weekend. ’s Ochtends 2 uur werken, daarna naar een ochtend kerstshow in Ziggo Dome om vervolgens door te rijden naar een vriend in Den Haag. Bij thuiskomst meteen op de fiets naar een café voor een drankje met vriendinnen. Dan snel slapen zodat ik de volgende dag weer uitgeslapen naar pap kon gaan. Voorheen deed ik dit gewoon. Maar tegenwoordig raak ik, alleen al van de gedachte van zo’n weekend, lichtelijk in paniek. En op een of andere manier zitten de dagen soms ineens helemaal vol.

Ik leer steeds beter mijn grenzen aan te geven. Al gaat dat vaak gepaard met een schuldgevoel, ik moet het doen om bij mezelf te blijven.

En zo besloot ik deze bewuste dag niet mee te gaan naar Den Haag. Ik zat ermee in m’n maag om het aan te geven en stelde dit ook uit. Toch deed ik het, en het was goed. Ik kon een uurtje langer slapen, en ging na de kerstshow aan het werk. Daarna had ik tijd voor mezelf en kon ik ’s avonds met een redelijk rustig hoofd met vriendinnen wat drinken.

Ik weet dat jij ook vaak dingen deed om anderen niet teleur te stellen. Jij was er ook goed in om jezelf op de laatste plek te zetten. Maar je hoorde op de eerste plek. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: engeltje

Een nare droom

Ik speelde scrabble met m’n moeder, op een ouderwets bord van karton. Op zich al merkwaardig want we speelden eigenlijk zelden spelletjes thuis. Ik legde een moeilijk woord en legde uit dat het ‘iemand missen’ betekende. En zo ging het gesprek over jou.

Over dat we je zo misten, wat er toch allemaal gebeurd was. Ik vroeg me af waar het ‘mis’ gegaan was. Hoe ik tot je door had kunnen dringen, dat het toch zo jammer was dat het je nooit gelukt was beter te worden. Dat het zo zonde was, je was zo’n geliefd mens die dat zelf helaas niet zo zag.

Ineens werd mam heel boos en zei dat ik zulke dingen niet mocht zeggen. Je zou een schuldgevoel kunnen krijgen. Mijn hart ging sneller kloppen. Een schuldgevoel? Was je dan toch niet echt dood?!

En toen schrok ik wakker. Ik was in de war en moest even nadenken hoe het nou zat. Toen realiseerde ik me dat ik je nooit meer kan vertellen dat je het zó waard was om te blijven leven. Slaap lekker lief zusje.

Mijn plekje

Zo’n anderhalf jaar geleden vroeg een collega aan me of het wel goed met me ging. Ik word vaker ‘de stille kracht’ genoemd maar nu voelde ze dat er iets was. Dat klopte. Ik zat in een put en had geen idee hoe ik daar uit kon komen.

Ik wist me geen raad met mijn zorgen, angsten en tegelijkertijd liefde voor jou. Ik wilde je vasthouden en tegelijkertijd slaan. We hadden al een tijdje geen contact maar ik had de deur weer open gezet gezien de omstandigheden. Papa wist voor het eerst niet meer wie ik was. Hij woonde inmiddels alleen en ik checkte elke dag klokslag 12uur het verslag van de thuiszorg. Elke ochtend zat ik in spanning of hij er nog zou zijn en niet onderaan de trap gevonden zou worden. Mama had alweer een nieuwe vriend. Het plaatje van een gelukkig gezin, wat ik altijd voor me had, was nu compleet verscheurd.

Inmiddels heeft iedereen z’n plekje gevonden. Jij bent dood en pap zit in een huis met andere dementerenden. Niet de plekken die ik voor ogen had voor jullie. Mam heeft een fijne man aan haar zijde waar ze hopelijk nog een lange liefdevolle en gezonde tijd mee mag doorbrengen. Precies het plekje wat ik haar zo gun.

En ik? Ik moet mijn plekje nog vinden. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Bang

De linten

De dag dat we je kamer in het mortuarium gingen ‘versieren’ voor het moment dat mensen afscheid van je konden nemen, kan ik me nog goed herinneren. Het was een rare tijd waarin ik in de welbekende roes leefde.

Wat ik nog goed weet is het gevoel dat me bekroop toen ik de witte linten van pap en mam op je kist zag. Er stond op ‘In de armen van een engel, liefs pap en mam‘. En juist die laatste woorden raakten me. ‘Liefs pap en mam‘. Pap had niet meer door wat er aan de hand was. Hij had geen idee waar we doorheen gingen, hij had geen idee dat hij een dochter had verloren. Hij was er niet bij. Er was al tijden geen ‘Pap en mam’. Maar toen ik die woorden op het lint zat, was het net alsof alles even ‘normaal’ was, net als vroeger. Vroeger is voorbij en niets is meer ‘normaal’. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Kaarsjes en een hartjes ballon

Het leven vieren

Na jouw overlijden ontstond het plan om samen met onze broer het leven te vieren. Het werd een stedentrip en afgelopen weekend was het zover. Het was fijn om dit samen te kunnen doen.

Op de datum van je crematie, een jaar later, zaten we samen in Kopenhagen aan het ontbijt in een hippe koffietent. Er brandde een kaarsje op tafel en we genoten van de bijzondere kleine gerechtjes die stuk voor stuk lekker smaakten. We kletsen wat en bedachten een plan voor die dag.

Op een gegeven moment keek ik uit het raam en zag aan de overkant van de straat een winkel met jouw naam. Dat kon geen toeval zijn. Als jouw dood dan toch iets goed heeft gebracht, zoals ze wel eens zeggen na een verdrietige gebeurtenis, dan was het dit weekend samen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Daar ga je

De zee kunnen huilen

Tijdens je afscheidsborrel, nu een jaar geleden, heb ik geen traan gelaten terwijl ik de zee had kunnen huilen. Ik was een paar weken geleden bezig met een fotoboek van die dag en zag mezelf terug. Ik weet nog goed hoe ik me voelde. Ik leefde in de bekende roes. Fysiek was ik aanwezig maar eigenlijk was ik er helemaal niet bij.

Ik wilde er niet zijn, ik wilde onder een deken liggen en er niet meer onder vandaan komen. Ik geloofde het gewoon niet, wilde niet geloven dat je echt weg was. Maar ik moest er zijn en wilde me groot houden. Al die mensen die speciaal voor jou kwamen, ze condoleerden ons en gaven ons allemaal een hand. Sommigen gaven een knuffel, de een met tranen in de ogen, de ander zonder woorden.

We hadden allemaal een ding gemeen, jouw aanwezigheid in ons leven. Op welke manier dan ook. Oude vrienden, verre familie, klasgenootjes van vroeger, collega’s, ex vriendjes, buren. Allemaal waren ze naar je afscheid gekomen.

Het voelde als een warme deken en ik had tranen in overvloed. Ik hield me in, moest een paar keer flink slikken, wegkijken of hard nadenken over boodschappen die ik nog moest doen. Alles om afleiding te zoeken van de eindeloze tranen die ik had. Ik weet nog goed hoe hard ik m’n best deed om ze tegen te houden. Ik droeg een masker, zoals ik het mezelf door de jaren heen heb aangeleerd.

Ik wist dat als ik zou ‘knappen’, ik niet meer zou kunnen stoppen met huilen. Ik had niemand meer fatsoenlijk te woord kunnen staan. Misschien was ik wel op m’n knieën op de grond beland. En dus hield ik me met veel moeite ‘sterk’. Het masker kan ik nog altijd goed dragen al lukt het steeds ietsje minder. Die tranen heb ik inmiddels ruimschoots gelaten. Op m’n kussen voordat ik ga slapen, midden in de nacht als ik wakker wordt, en soms zomaar ineens. Bijna altijd als ik alleen ben, dan hou ik het gewoon niet meer. Ze zullen nooit opraken want jij komt nooit meer terug. Slaap lekker lief zusje.

Die bewuste datum

Voordat de dood van een dierbare zo dichtbij kwam, had ik geen idee hoe je de sterfdag later zou beleven. Ik dacht dat het gewoon een verdrietige dag was, en daarna ging je gewoon maar weer door.

Maar nu weet ik dat het de hele periode om de bewuste dag heen verdrietig en zwaar kan zijn. Je beleeft alles opnieuw. Tenminste, zo heb ik het ervaren nu je een jaar dood bent.

De dagen voorafgaand aan jouw echte sterfdag zag ik mezelf weer op m’n werk zitten, om de minuut m’n telefoon checken of er een update van je was. Ik voel weer mijn zorgen en angst die ik toen om je had, ik weet nog dat onze broer me appte, dat we halsoverkop naar het ziekenhuis vertrokken. Dat ik besloot, hoe moeilijk ook, je niet meer te willen zien in het ziekenhuisbed. De vele tranen, het wanhopige gevoel en het intense verdriet.

Tussen je overlijden en de crematie zat een week. Ik herbeleef in gedachten alles. Het bestellen van een rouwboeket, het verzamelen van adressen en het ontwerpen van de kaart die ik helemaal niet wilde maken. Je had ineens een einddatum.

Ik herbeleef de moeilijkste dag in m’n leven. De dag waarop ik je voor het eerst sinds twee jaar weer zag. Niet in levende lijve, maar als koud lichaam in een kist. Ik zie mezelf weer op de afscheidsborrel staan, met m’n ‘masker’ op.

Ik weet nog hoe we de deksel op je kist legden, en hoe ik weigerde de pinnen erin te stoppen omdat dat té definitief was. Ik weet nog dat ik tijdens de speeches van vrienden en vriendinnen naar je kist wilde lopen om deze niet meer los te laten, maar het toch maar niet deed.

Ik herbeleef het lege gevoel dat ik had toen je voorgoed bij ons vandaan was. Hoe we je appartement opruimden en ik de sleutel door de brievenbus gooide voor de nieuwe bewoners. Jij zou nooit meer thuiskomen.

Elke dag zonder jou is er een teveel. Maar een jaar na alle gebeurtenissen doet alles net even meer pijn dan op andere dagen. En niet alleen op die bewuste datum dat je je laatste adem uitblies. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Daar ga je

Een dag erbij

Ineens hebben we er een dag bij, jouw sterfdag. Vandaag was het alweer een jaar geleden dat het onwerkelijke werkelijkheid werd. Onze broer en ik hebben gewandeld. Over verharde paden, door de duinen, via omweggetjes, tussen de koeien door en in de regen naar het strand.

We schreven je naam in een groot hart in het zand, iets wat je doet voor het thuisfront als je op vakantie bent. Het was fijn om deze dag samen te zijn. Heb je het gevoeld? Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Zes lange maanden

Ik geloof het gewoon

Vandaag een jaar geleden stuurde ik je drie hartjes via Whatsapp. Ik wist niet wat ik nog meer kon zeggen. Je lag in het ziekenhuis en al niet meer goed aanspreekbaar. Elke seconde dacht ik aan je. Maar geen seconde dacht ik dat je dood zou gaan. Je hebt het berichtje nooit gelezen denk ik. De vinkjes blijven grijs.

Mijn verstand zegt dat je er niet meer bent. Je bent niets meer of minder dan een hoopje as in een doos met een nummer. Je bent dood, weg.

Maar mijn hart hoopt stiekem dat je nog ergens bent en met ons meekijkt. Dat je de hartjes in mijn appje gezien hebt. Dat je met me mee leest. Dat je voelt dat ik aan je denk, dat ik je mis. Ik wíl het geloven. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Uitgegumd

Mijn laatste woorden

Email, 14 oktober 2018

Lief zusje,

Ik vind het vervelend dat ik het idee heb wéér te moeten uitleggen waarom ik op dit moment geen contact met je kan hebben. Ik heb dit meerdere keren aangegeven, maar blijkbaar moet je het nog een keer horen.

Tot voor kort wilde ik niets over je weten, ook niet via mam of onze broer. Niet uit desinteresse maar uit zelfbescherming. Ik kan niet meer omgaan met de manier waarop jij je leven leidt. Het bezorgt me teveel zorgen, brengt me uit balans en maakt me intens verdrietig. Ik maak me mijn hele leven al zorgen om jou. Mijn emoties vliegen alle kanten op waardoor ik vaak letterlijk sta te shaken op mijn benen als ik weer iets over jou hoor. Dit alles heeft zo’n grote impact op mijn leven dat ik totaal in de war raak. Ik kon niet anders dan mijn handen van je af trekken. Ik ben niet verantwoordelijk voor jouw keuzes en kan jouw problemen niet oplossen. Dat moet je zelf doen. Ik weet dat je hard je best doet en daar ben ik blij om. Tegelijkertijd hoor ik dat je nog altijd niet helemaal eerlijk bent. En dat maakt me van streek en houdt mijn deur voor jou dicht.

Toen ik hoorde dat je weer in het ziekenhuis lag en het ernstig was, stond ik in tweestrijd. Ik voelde het in mijn hele lijf, voelde weerstand, verdriet, boosheid, angst, zorgen. Ik besloot mezelf, wederom, aan de kant te zetten en jou mijn medeleven te tonen. Daarom stuurde ik je bloemen met een kaartje. Ik zocht op Marktplaats naar kasten omdat mam aangaf dat je meer kastruimte nodig had. Je zat weer 24/7 in mijn gedachten. Vervolgens hoor ik dat je mam niet met de arts laat praten en doet alsof het allemaal meevalt. Ik voel me dan, wederom, voor de gek gehouden.

Via mam en onze broer vroeg ik informatie. De reden waarom ik dit niet direct aan jou vraag is omdat je een vertekend beeld geeft. Je hebt mij nooit verteld welke diagnose je had, aangeboden hulp greep je niet aan en over je ziekte nu zwijg je ook.

Maar wat moet je als je zusje ernstig ziek is? En daarom stond de deur weer op een kier en gaf ik antwoord op je berichtjes. Als ik je vraag hoe het gaat, zeg je dat je ‘ontsnapt bent uit het ziekenhuis’ omdat je het daar een ‘raar gedoe’ vindt. Dat je niet kon slapen en thuis lekker gaat bijslapen, ‘verder gaat alles goed’. Over wat er echt aan de hand is, zeg je niets. Ze maken je niet voor niets wakker om te checken hoe het met je is. Ik vind het jammer en zorgelijk dat je dit blijkbaar niet inziet. Je bent ziek, geef je daaraan over. Hoe moeilijk en verdrietig dat ook is.

Ik weet ook niet of ik het allemaal goed doe maar ik weet wel dat contact met jou me overstuur maakt en totaal uit balans brengt. Dit heeft invloed op mijn werk, op mijn relatie en de kijk op mezelf. Helaas gaat dit niet zomaar over, dit is er in de loop der jaren ingesleten. Als er een knop bestond had ik die allang ingedrukt.

Fijn om te horen dat je je best doet, ik hoop oprecht dat het snel beter met je gaat. Ik vind het intens verdrietig wat er met je aan de hand is en het breekt mijn hart. Ik wou dat ik je kon helpen maar helaas ben ik daar nu niet toe in staat. Ik moet mezelf beschermen en daar laat ik het voor nu bij. Ik wens je alle sterkte van de wereld en ooit komt het allemaal goed.

Liefs

Het kwam nooit meer goed. Als ik dat had geweten was is meteen naar je toe gekomen om je niet meer los te laten. Het spijt me zo. Slaap lekker lief zusje.

Offline

13 oktober 2018. Je zocht contact via Whatsapp. Ik antwoordde en vroeg hoe het met je ging. Je zei dat je even opgenomen was maar dat nu alles weer goed ging. Ik wenste je sterkte en zei dat ik het er voor nu even bij liet. Je werd boos. Je appte dat je me miste, geen hoogte van me kreeg. “Wat doe ik verkeerd? Wat kan ik doen om weer dichter bij elkaar te komen? Of wil jij dat niet? Ik wil alles doen om weer fijn zusjes te zijn… X”, appte je. Natuurlijk wilde ik dat ook, maar ik kon het niet. Toen ik niet snel genoeg antwoord gaf, praatte je me een schuldgevoel aan.

Ik kookte van binnen. Niet van woede, maar uit onmacht, verdriet en frustratie. Ik wilde schreeuwen, hard wegrennen, schoppen, weg van hier. Je vasthouden. Ik had je meerdere keren uitgelegd waarom ik afstand had genomen. Ik wilde het ook zo graag allemaal anders.

Ik besloot om je, nogmaals, een mail te sturen en het uit te leggen. Ik heb de mail vaak teruggelezen. Gelukkig was het geen boze mail, het waren mijn laatste woorden aan jou bleek later. Ik staar naar onze laatste appjes en hoop dat je online komt, tegen beter weten in. Je bent voor altijd offline. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Mijn laatste woorden

Koud

Ik verlang naar een warme aanraking van je. De laatste keer dat ik je aanraakte was je koud, je kwam net uit een koelcel. Ik kan het nog steeds voelen, daarvoor hoef ik mijn ogen niet eens te sluiten.

Had ik toch niet even naar je toe gemoeten toen ik twee deuren verderop zat te huilen in het ziekenhuis terwijl er werd gevochten je in leven te houden? Ik weet dat ik op dat moment niet anders kon. Maar nu kan ik je nooit meer aanraken en blijft jouw koude lichaam mijn laatste herinnering aan jou. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Dit hoort niet

Eindeloos gesprek

Hij zit rustig op de bank als ik binnenkom. Op de grote tv is André Rieu met zijn orkest te zien. Hij vraagt niet wie ik ben als ik hem begroet. “Wat kom je eigenlijk doen?”, vraagt hij. Ik zeg dat ik even op bezoek kom en nieuwe bloemen kom brengen. Hij vindt ze mooi en helpt me zoeken naar een vaas. We gaan weer zitten en kijken naar de enthousiaste Rieu op televisie. Het is een tijdje stil.
“Op welke kamer zit jij eigenlijk?”
Ik zit niet hier, ik woon in Amsterdam.
“Oh woon je daar? Maar wie ben je dan?”
Ik ben je dochter.
“Oh. Ben jij mijn dochter? Dus je bent niet mijn vrouw?”
Nee, ik ben je dochter en jij bent mijn vader.
“Heb ik dan met jouw moeder geslapen en jou gemaakt? Daar kan ik me helemaal niets van herinneren hoor.”
Ja, en je hebt nog een dochter maar zij is overleden.
“Oh. En hoe heet jij dan?”
Ik ben… En mijn zus heet… Maar zij is overleden.
“… Oh. … Nooit van gehoord, ik weet niet wie dat is. Dus je bent niet mijn vrouw?”
Nee, ik ben je dochter. Je hebt twee dochters. Jij bent mijn vader.
“Nou ik weet niet wat ik daarvan vind hoor. Dat heb ik nooit geweten. Daar moet ik even over nadenken.”
….
“Maar wie zijn dan jouw vader en moeder? Hoe heet jij eigenlijk?”
Het lijkt een eindeloos gesprek en tegelijk zo eindig. Ik weet dat het niet tot hem doordringt, ik weet dat het niet veranderen zal. Wie weet herkent hij me over een tijdje als ‘de vrouw met de bloemen’. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Bloemen voor papa

Boze brief

Zo’n drie jaar geleden liep ik bij een psycholoog omdat het even teveel werd. Ze vroeg me een boze brief aan je te schrijven. Eentje waarin ik schreef hoe jij mijn leven beïnvloedde en wat voor effect dat op mij had. Ik moest schrijven zonder na te denken wat jij daarvan zou vinden. De brief zou je nooit te lezen krijgen. Het ging erom dat ik m’n gevoel ongecensureerd van me af schreef, dat de pijn voelbaar was. Schelden, tieren, alles mocht.

De eerste poging mislukte. Ik schreef wel een brief, maar boos was die niet. Hoe kon ik je dingen verwijten terwijl ik ergens diep van binnen begreep wat er in je om ging? Ik wist zeker dat je het allemaal niet verkeerd bedoelde en ik wilde niet kwaad over je spreken.

Naar mijn mening handelt iemand met een bepaalde reden. Hoe ‘slecht’, gemeen of onaardig iemand ook is, ik vind altijd wel een verklaring waarom diegene zo doet. Misschien zit er diep van binnen iets dwars uit hun jeugd wat ze al jaren meeslepen of is er iets anders aan de hand. Ik geloof dat een mens uit zichzelf geen slechte of kwade bedoelingen heeft maar soms meegesleurd wordt door een emotie of onverwerkt gevoel. Of ze worden geleid door hun ‘rugzakje’.

Heel mooi dat je zo empatisch bent en kunt meeleven met anderen, maar dat betekent niet dat ze over jouw grenzen mogen gaan‘, zei mijn psycholoog. Maar dat ligt dan toch meer aan mij, dat ik dat toelaat, dan aan de ander? Dacht ik. Ik moest leren m’n grenzen aan te geven en leren dat andermans problemen niet de mijne werden. Ik vind het nog steeds lastig.

Ik moest de brief opnieuw schrijven. Ik deed hard mijn best om in ieder geval maar aan de opdracht te voldoen. Ze vond het een betere versie maar ik mocht nog meer voor mezelf opkomen. Maar het voelde niet eerlijk tegenover jou en ik liet het er maar bij.

Eigenlijk is deze blog een lange brief aan jou. Kon je het maar lezen. Slaap lekker lief zusje.

Het spijt me zo

Ik zapte langs het programma Het Spijt Me en kreeg gelijk tranen in mijn ogen. Ik moest even flink slikken om niet in huilen uit te barsten. In een nagebouwde ‘studio’ op een plein in een stad namen mensen plaats op een kruk om vervolgens een videoboodschap in te spreken voor iemand tegen wie ze ‘het spijt me’ wilden zeggen.

Wat had ik graag nog de kans gehad om dat tegen je te zeggen. Desnoods op een kruk ergens op een plein. Want lief zusje, het spijt me zo. Het spijt me zo dat ik je niet kon redden. Dat ik er niet meer voor je kon zijn dan dat ik was. Dat ik je niet meer heb kunnen knuffelen, vasthouden, in de ogen kon kijken. Dat ik je nooit heb verteld wat je voor me betekende. Dat ik je een rotgevoel gaf terwijl je me zo nodig had.

Het spijt me zo. Slaap lekker lief zusje.

Liegen of zwijgen

Tot vlak voor zijn verhuizing zag ik dat hij genoot van het leven. Hij kon nog goed voor zichzelf zorgen en zag er altijd netjes en verzorgd uit. Oké, soms sloeg hij een maaltijd of twee over en stond hij midden in de nacht onder de douche. Maar ik zie het nog goed voor me, papa die al nuriënd op zijn pantoffels naar de keuken loopt om zijn kopje opnieuw te vullen met koffie. Onderweg stopte hij dan bij de piano om een deuntje te spelen. Hij gaf de vogeltjes in de tuin en de vissen in de vijver te eten. Hij liep wat heen en weer.

Nu, op zijn nieuwe plekje, mis ik dat stukje levenslust in zijn ogen. Hij weet dat hij niet thuis is, hij voelt dat het zijn huis niet is, dat alles anders is. Hij ‘studeert’ niet meer, leest geen boeken meer en zit maar wat op de bank. Ik mis een boek op tafel, met lineaal en potlood ernaast. Eten doet hij altijd op z’n kamer omdat hij dat liever wil dan met ‘al die oude dames’. Zijn begeleiders zijn erg tevreden en vinden dat hij het heel goed doet. Dat geloof ik ook, maar toch. Het hoort niet zo te gaan.

Ik voel me schuldig als hij aan me vraagt of hij een sleutel van zijn huis mag hebben. Als hij zegt dat er in z’n studeerkamer spullen liggen die hij nodig heeft. Als hij zegt maandag of dinsdag naar huis te gaan. Als hij zegt dat hij z’n kranten gaat lezen als hij thuis is. Als hij zegt zo graag zijn leven voort te zetten in z’n eigen huis. Als hij me vraagt waar mama blijft om hem op te halen. Ik sla dicht en weet niet wat ik moet zeggen. Hij weet het adres en zelfs het huisnummer te benoemen.

Hij weet niet dat z’n huis opgeruimd is, dat een deel van z’n spullen in dozen zit, dat er boeken in de afvalcontainer zijn beland. Dat het misschien niet lang meer in ons bezit is. Hij heeft geen idee, en ik lieg erover of zwijg omdat ik weet niet wat ik kan zeggen en probeer hem maar af te leiden. Het liefst zou ik hem meenemen naar huis, hem zijn pantoffels geven en een kopje koffie brengen.

Hij is op een fijne plek en krijgt de juiste verzorging, maar wat gaat er in hem om? Wat zou hij denken? Het moet beangstigend zijn, verwarrend? Maar als je hersenen letterlijk zijn afgestorven, wat denk je dan nog? Hoe beleef je alles en vooral de mensen om je heen? Pap leeft, maar hoe?

Als je hem vijf jaar geleden gevraagd zou hebben of hij zou willen leven zoals hij er nu aan toe is, wat zou hij dan gezegd hebben? Slaap lekker lief zusje.

Kop in het zand?

Toen het niet goed met je ging, stuurde mam me soms berichtjes van je door. Precies een jaar geleden ging dat zo.

appje-eva.jpg

De dag ervoor had ik je sterkte gewenst en stuurde ik twee hartjes mee. Je antwoordde dat je het allemaal maar stom vond en dat je hoopte dat je snel weg mocht. Dat hoopte ik ook zei ik.

Twee dagen na dit berichtje van mij verliet je het ziekenhuis, tegen het advies van de artsen in. Je was eigenlijk te ziek maar je was het ‘gedoe’ aan je lijf zat. Mij appte je blij dat je weg mocht terwijl ik van mam wist dat het verhaal anders was.

Stak je je kop in het zand of had je niet door hoe ernstig het was? Wilde je de schijn ophouden, anderen niet ‘lastig vallen’? Of dacht je dat het wel weer goed zou komen?

Eerlijk gezegd dacht ik dat laatste, dat het allemaal goed zou komen. Het ging uiteindelijk altijd weer beter met je, zo ging dat ons leven lang al. Hoe vaak ik niet in zak en as zat omdat het niet goed met je ging. Ik voelde me altijd machteloos, boos, verdrietig. Om vervolgens een week later te horen dat alles weer prima was.

Nooit had ik gedacht dat je het niet zou redden. Of wilde ik er niets van weten en stak ik ook m’n kop in het zand? Slaap lekker lief zusje.

 

Tranen van het lachen

We waren dit weekend weer bij papa. Hij zag er verzorgd uit en was relaxed. ’s Ochtends had hij gewandeld met een vriend. Toen wij kwamen was hij aan het eten.

Het is zo leuk om te zien dat hij zijn gevoel voor humor nog heeft. Zo zei hij dat hij elke ochtend z’n haren kamt met een grote dikke vork en vroeg hij al vrij snel wanneer we weer foetsie gingen. Toen de buurvrouw even kwam kijken, bood hij haar een beker melk aan. Koffiemelk. Later keek hij met verbazing naar het oor van je nichtje en zei: ‘Jeetje je hebt een pukkel op je oor!’. Ze lag in een deuk, hij bedoelde haar oorbel.

In gedachten zag ik jou ook hardop lachen. Zoals je dat zo goed kon. Ik weet zeker dat jij ook enorm had gelachen om zijn grappige opmerkingen. Met tranen van verdriet en tranen van het lachen. Slaap lekker lief zusje.

De wens

In december 2018 mocht jouw kleinste nichtje drie wensen doen op school. Ze schreef ze netjes op een zelf uitgeknipte papieren ster. Nietsvermoedend las ik de wensen, nieuwsgierig naar wat er in haar 8-jarige hoofdje zou omgaan.

De ene wens was dat ze haar lievelingsknuffel nooit kwijtraakt omdat ze zo aan hem is gehecht. De andere wens was dat haar knuffels konden leven. Dat leek haar zo leuk want dan konden ze gezellig met elkaar praten en spelen.

Bij het lezen van de derde wens schoten de tranen in m’n ogen. Er stond: “Deze wens is voor mijn moeder: Dat mijn tante nog leeft, omdat mijn moeder daar heel verdrietig over is en ik ook best wel.” Slaap lekker lief zusje.

Wakker worden met jou

Gisteravond ging ik om 21uur slapen, iets wat ik elke dag zou kunnen. Slapen vind ik zó fijn. Als ik slaap, wat dat is ook elke nacht weer de vraag. Vannacht ging het goed. Na een lange nacht werd ik wakker met jou als eerste in mijn gedachten.

Ik dacht aan het nummer van je crematie, aan wat er onder je trui zat toen je in de kist lag. Ik zag toen iets glinsteren. Dat kwam vast door de obductie die ze hadden gedaan. En wat zat er onder het laken die over je benen lag? Ik had ineens weer zoveel vragen en voelde me verdrietig.

Ik dacht aan hoe en waar we een plekje voor je kunnen maken. Een plekje waar iedereen heen kan om even bij je te zijn. Ik mis dat. Slaap lekker lief zusje.

De dag redden

Ik besloot naar het zwembad te gaan om baantjes te zwemmen. En terwijl ik door het water gleed, keek ik om me heen. Het zwembad is eigenlijk een liefdevolle plek, zo op de vroege ochtend. De meeste vrouwen, en sommige mannen, voelen zich wat onzeker als ze in badkleding naar het bad lopen. Ze kijken wat schichtig om zich heen, zoekende naar een plek om zo onopvallend en snel mogelijk het water in te kunnen. Eenmaal met hun lijf onder water, zie ik een stiekeme opluchting.

Niemand draagt make-up, bij niemand zit het haar in de krul. We geven ons allemaal letterlijk, bijna bloot. Ik voel me kwetsbaar en kan me nergens achter verschuilen. Dus ook ik slaak een zachte zucht als ik veilig in het water lig.

We komen er allemaal om te werken aan onszelf. Op welke manier dan ook. De een komt er om te herstellen van een blessure, maak ik op uit de krukken die bij de douche staan. De ander heeft duidelijk overgewicht en wil wat kilootjes kwijt en weer een ander komt er vooral om te socializen. In de ‘borstcrawl baan’ zwemmen vooral de gespierde mannen, de sporters die meters moeten maken. In de ‘langzame baan’ zwemmen de ouderen die hun stramme lijf in beweging willen houden.

Ik ben er om de dag te redden. Het begon niet helemaal lekker en ik dwong mezelf te gaan zwemmen. Bewegen doet me altijd goed, dus na het zwemmen werd de dag vast beter. En dat was zo. Een kleine overwinning op mezelf. Een fijn gevoel. Slaap lekker lief zusje.

Bloemen voor papa

Papa is vandaag jarig, hij is 80 geworden. Ik ben zaterdag langs gegaan en was lang daarvoor al aan het twijfelen of ik iets zou meenemen voor z’n verjaardag. Een taartje, een kadootje? Ik was bang dat het hem nog meer in de war zou brengen. In zijn beleving is hij al ver boven de 80 en jarig in maart. Hij wordt een beetje kribbig als je zegt dat hij nu jarig is en wil er niets van weten. Waarom zou ik dan volhouden dat vandaag toch echt zijn verjaardag is?

Er zijn soms dagen waarop ik denk: ‘Heeft dit wel zin?’. Anderhalf uur heen én terug is een behoorlijke aanslag op je dag. En na een half uurtje bij papa te zijn, vraagt hij wanneer ik weer ga omdat hij ‘dingen te doen heeft’. Daarbij heeft hij geen idee wie ik ben. Maar weet je, ik mag blij zijn dat ik het nog kan.

Zaterdag zag ik eenzaamheid. Hij zat op de bank, netjes gedouched een aangekleed, en keek beleef tv. Dat is een groot scherm waar de begeleiding urenlange YouTube filmpjes laat afspelen van verschillende landschappen met pianomuziek eronder gemonteerd. Heel rustgevend. Pap geniet er altijd van maar zei ook een aantal keer stilletjes: ‘Daar heb je weer diezelfde vogel, met hetzelfde visje in z’n bek’. Pap was timide en had gehoopt voor het weekend thuis te zijn. Hij begreep niet waar mam bleef, zij zou hem thuisbrengen.

We zaten samen te kijken naar de branding, ondergaande zon en vogels op tv. We zeiden niets maar keken en luisterden. Hoe energiek hij vorige week was, zo stil was hij nu. Af en toe vroeg pap iets of vertelde hij wat. Ook speelde hij nog een liedje op de piano omdat ik dat vroeg. Het was fijn.

Ik geloof dat mensen ‘onthouden’ wat voor gevoel je ze geeft. En ook al heeft hij geen idee wie ik ben en is hij de volgende dag vergeten dat ik er was, ik vind het fijn om hem te zien en hoop hem een veilig gevoel te geven. En daarom ga ik zo vaak ik kan langs papa, uit liefde.

En hoewel hij zelf niet meer weet dat hij jarig is vandaag voelde het toch een beetje raar om helemaal niets mee te nemen. En daarom nam ik bloemen mee. Omdat ik dat vorige keer heb beloofd, voor wat vrolijke kleuren op z’n kamer, voor z’n verjaardag, Gewoon voor pap. Toen ik ze gaf zei ik in mezelf: ‘Gefeliciteerd met je 80ste verjaardag lieve pap’. Hij vond ze mooi zei hij. Gefeliciteerd met papa, slaap lekker lief zusje.

BloemenPapa

Kunnen we de tijd terugdraaien?

Er zijn dagen dat alles lijkt zoals het was. Dan leven we ons leven, jij de jouwe en ik de mijne. Het is niet allemaal goed, we willen het graag allemaal anders maar dat gaat even niet. Uit liefde hebben we even geen contact maar ooit komt het allemaal goed. Dan gaan we samen op stedentrip, spelen onze kindjes met elkaar en zijn we echte zussen zoals we dat beiden graag willen.

En dan komt er soms zomaar ineens weer het besef dat dat helemaal niet meer aan de orde is. Ik probeer mijn leven te leven terwijl jij geen leven meer hebt. Ik vind het ingewikkeld. En dan is er weer het verdriet, het ongeloof en het gemis. Ik wil je terug. Kunnen we de tijd even terugdraaien? Zo hoorde het niet te gaan. Slaap lekker lief zusje.

Van een lieve vriendin

Gisteravond was een bijzondere avond op Mallorca. Ik was er niet bij, maar hoorde dat het warm en liefdevol was van onder andere onze broer, hij was er wel bij. Er werd aan je gedacht, over je gepraat en voor en over je gezongen door een oude schoolvriendin van je. Wat bijzonder.

Ze is een goede zangeres en een bijzonder liefdevol mens. Jouw overlijden heeft haar, net als velen, geraakt. Haar gevoelens kan ze goed verwoorden en uitten via muziek. Haar muziek en stem raken me elke keer.

Vanochtend las ik onderstaand bericht, recht uit het hart, op haar FB pagina en sindsdien heb ik moeite mijn tranen te bedwingen.

Jij had vast en zeker haar muziek graag opgezet. Slaap lekker lief zusje.

Zo ver weg

Vakantie 2018. De vraag of je kon worden toegevoegd aan de vakantie groepsapp. Ik twijfelde en weet nu niet meer of je er uiteindelijk in zat.

Vakantie 2019. Wat had ik je graag toegevoegd aan de vakantie groepsapp. Alles wat me thuis doet denken aan jou, is er niet op vakantie. Dat voelt gek, alsof je nog verder weg bent dan je al was. Oh wat ben ik blij met m’n tattoo voor jou. Het klinkt misschien gek maar daardoor heb ik het gevoel dat je toch een beetje bij me bent. Ik kijk er vaak naar en denk dan even aan je.

En ik heb een mooie foto van je aan de muur van de camper gehangen. En zo ben je toch een beetje met ons mee dit jaar. Slaap lekker lief zusje.

Het is me gegund

Vandaag ben ik jarig. Vandaag geen kaart van jou in de brievenbus zoals je die, ondanks alles, altijd trouw stuurde. Ik ben een jaar ouder, maar geen jaar wijzer. Ik zit niet lekker in m’n vel. Elk goed voornemen die ik elke dag opnieuw maak, loopt elke dag weer op niets uit. Ik ben te streng voor mezelf, sta vaker op de overlevingsstand dan dat ik geniet. Ik ben gewoon niet blij met mezelf.

Er is zoveel gebeurd. Zoveel waar ik mee moet dealen, waar ik mee moet leren omgaan. Er is veel naar boven gekomen wat al jaren, al dan niet onbewust, in de weg zat. En soms weet ik het gewoon niet meer. Ik wil alles goed doen, zelfs de kleinste dingen. En als er dan iets niet lukt voelt dat als falen. Keihard falen. Ik sta elke keer weer op maar soms wil ik blijven liggen.

Nu ben ik een jaar ouder en heb ik het gevoel vanalles gemist te hebben. Op je 39ste heb je toch alles wel op een rijtje, dacht ik vroeger. Niets is minder waar. Ik ben niet eerder zo verdwaald geweest. Ik zou een reset knop willen.

Maar weet je, ik mócht een jaar ouder worden. En ik beloof je dat ik m’n best ga doen om er wat van te maken. Dat ben ik aan je verplicht. Want ouder worden moeten we natuurlijk zien als iets moois. Rimpels, stijfheid, een hangend lijf, en andere ouderdoms ongemakjes horen er nu eenmaal bij. En ach, hoe erg is dat nu eigenlijk?

Ik ben vandaag overspoeld met lieve berichtjes. En daarvoor ben ik heel dankbaar. Dat is een fijn gevoel. Jarig zijn is leuk en ouder worden zo gek nog niet.

We moeten blij zijn als ouder worden ons gegund is. En daarom ben ik blij een jaar ouder te zijn en hoop ik minstens 80 te worden op een fijne manier. Ik weet zeker dat jij ook ouder had willen worden. Maar jij blijft altijd 35. Slaap lekker lief zusje.

Een bijzondere naam

Normaal gesproken had ik het van jou gehoord, nu hoor jij het van mij. Een van je beste vriendinnen heeft een dochter gekregen. Het meisje heeft als tweede naam jouw voornaam gekregen. Zo bijzonder. Fijn om te weten hoe geliefd je was en hoe je voortleeft in ieders gedachten. Het is een warm en rustgevend gevoel.

Dat ik dit juist vandaag hoorde maakt het extra mooi. Ik was vanochtend erg verdrietig. Op de fiets vroeg ik mezelf wederom af of het allemaal echt is gebeurd. En besefte ik weer dat er geen enkele opties meer zijn om je aan te raken, je te bellen, je te zien. Slaap lekker lief zusje.

Een waardevol plaatje

Ik besloot wat foto’s van m’n telefoon te verwijderen. Uiteraard na eerst een backup te hebben gemaakt. Ik scrolde door de vele foto’s van de stad, van eten, van dagjes uit, verjaardagen en alledaagse dingen die blijkbaar ooit genoeg aandacht hadden getrokken dat ik er een foto van wilde maken.

Ik zag ook veel foto’s van jou. Van ons van toen we klein waren. Allemaal foto’s van foto’s. Onze laatste foto samen moet een paar jaar geleden zijn. Ik weet het niet meer, ik wil zo graag weten wanneer onze laatste foto samen is gemaakt…

Ook zag ik de foto van jou in je kist. Ik sta er huilend naast. Op het moment dat die werd gemaakt voelde dat raar. Was het wel gepast, een foto maken van een overledene in haar kist? Maar wat ben ik blij dat hij is gemaakt. Hoewel ik er erg verdrietig van word, je hoort niet in een kist, kijk ik er soms toch even naar. Zo dichtbij je was ik heel lang niet geweest en zal ik nooit meer zijn. Slaap lekker lief zusje.

Jouw passie

Paardrijden was je hobby en passie, al van kleins af aan. In het dorp waar we opgroeiden had je een verzorgpony. Elke dag ging je, zodra je kon, naar de manege aan het einde van de straat. Je bracht er uren door. Soms ging ik mee maar eigenlijk vond ik die paarden maar eng. Ik bleef liever op gepaste afstand, was de held op sokken. Jij maakte buitenritten, ging het bos in en maakte zelfs pony’s zadelmak.

Later zaten we samen op paardrijles op de manege waar mijn toenmalige beste vriendinnetje woonde. Voordat de les begon, ging ik minstens drie keer naar de wc voor een ‘zenuw plasje’. De zenuwen gierden door m’n lijf als we te horen kregen op welke pony we mochten rijden. Opzadelen ik de box bij de pony vond ik eng en ik verzon daarom regelmatig smoesjes om er onderuit te komen.

Jij daarentegen, kon niet wachten tot je weer mocht. Zelfverzekerd liep je door de stallen en hielp je waar je kon. Angst leek je niet te hebben. Ik was wel eens jaloers op de manier waarop je dat allemaal deed. Zonder moeite stapte jij op welke pony dan ook, mak of niet. Je genoot er zo van. Ik wou altijd dat ik ook zo’n stukje durf had. Je kreeg het zelfs voor elkaar dat we samen op ponykamp gingen. Eigenlijk helemaal niet mijn ding, maar ik wilde toch graag met je mee. Je was een voorbeeld voor me en ik had bewondering voor jouw passie.

Vandaag verkocht ik de paardrijbroek die we vonden bij het opruimen van je appartementje. Je hebt ‘m nooit gedragen, het kaartje zat er nog aan. Je keek vast uit naar de dag dat je ‘m zou aantrekken. Slaap lekker lief zusje.

Bang

Er is iets veranderd sinds jouw overlijden. Ik ben bang. We zijn zo kwetsbaar. Sinds jouw overlijden ben ik bang om dood te gaan en mijn geliefden achter te laten zonder ze te hebben laten weten hoe belangrijk ze voor me zijn.

Bij elke vage klacht denk ik dat ik iets onder de leden heb wat ik niet overleef. Elk moedervlekje vind ik verdacht, elke keer dat ik buiten adem ben weet ik zeker dat ik iets ernstigs heb en waarom heb ik ineens een blauwe plek?! Ik probeer mezelf niet gek te maken. Maar ik heb bij jou gezien hoe snel het kan gaan. Ik denk niet dat jij ooit gedacht hebt zo jong dood te gaan. We zijn toch onsterfelijk? Helaas zijn we dat niet. En pas als de dood zo dichtbij komt beseffen we het pas echt.

Ik zou een reset willen. En een duidelijke handleiding over hoe je je leven volop kan benutten en met een optimale gezondheid. Hoe je elke dag leeft zonder zorgen. Dit ‘proces’ waar ik in zit vind ik vermoeiend en zwaar. Ik voel me best vaak alleen, heb het gevoel dat ik niet kan uitleggen wat ik voel. Ik weet het zelf niet eens, het is zoveel, zo verwarrend soms. Ik denk dat jij dit zou snappen, we leken meer op elkaar dan we dachten. Zoals ik eerder al eens schreef. Elke dag heb ik goede voornemens en stapje voor stapje ga ik vast de goede richting op. Slaap lekker lief zusje.

Zomer in Nederland

Zodra het warm weer wordt in Nederland, denk ik terug aan de tijd dat we elkaar appten elke keer als de weerman zei dat het ‘prachtig zomers weer’ zou worden. ‘Sellie! Heb je het gehoord?! Oh noooo!’, appte je dan. We hielden niet zo van de zomer in Nederland. Van het ‘verplicht’ naar buiten moeten, van de overdreven vrolijke mensen op kleedjes in het park. De zomerkleding komt uit de kast en dat betekent, blote benen, dunne ”t shirtjes en zwierige jurkjes.

Je hield, net als ik, meer van koude winterdagen. Volgens mij verstopte jij je liever, net als ik, in dikke truien veilig onder een dekentje op de bank. Dat is wat we altijd zeiden tegen elkaar. Dus zodra de weerman’ koude, natte dagen’ aankondigde waren wij in onze nopjes. Op een warme zomerdag lijkt het alsof ik de enige ben die het niet erg vind om binnen te zitten. Ik mis dan m’n metgezel die me begrijpt. Slaap lekker lief zusje.

Ik vind het fijn

Af en toe krijg ik berichtjes van je vriendinnen. De een maakt je favoriete recept, de ander kijkt oude foto’s terug. Op je Facebookpagina komt ook nog regelmatig een berichtje voor je. Je leeft in onze gedachten. Ik vind het fijn.

Je mailbox blijft akelig leeg. Ik check ‘m nog vaak. Ik zie het als een soort plicht naar jou om het in de gaten te houden. Soms meld ik je af voor een van de vele nieuwsbrieven. Ik vind het fijn. Je bent bij ons, we missen je allemaal zo ontzettend. Slaap lekker lief zusje.

Altaartje

Ons neefje en nichtje gaven een feestje. Vorig jaar was jij op hun verjaardag, was ik er ook maar geweest. Dit jaar was ik er, jij had er ook moeten zijn. Het is niet meer hetzelfde, we missen je enorm. Ik voel steeds meer de behoefte om je dichtbij me te hebben, voor zover dat kan. Daarom liet ik een kettinkje graveren met jouw naam. En met m’n tattoo ben ik nog altijd zó blij.

Ik kocht een glazen kistje voor wat spulletjes van jou die ik graag wil bewaren. Een schelpje die ik vond op jouw 36ste verjaardag, het hangertje met mijn letter die jij altijd hebt bewaard, een briefje met een quote die ik vond tussen een boek van jou, mijn laatste kaart aan jou, een armbandje en een stukje die afgebroken is van jouw kerst trein. De rouwkaart heb ik er ook bij gedaan. Het kistje staat bij twee foto’s van jou en mij. Mijn kleine altaartje voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Het berichtje

Vandaag, een half jaar geleden werd ik wakker na een rommelige nacht. Ik kon aan niets anders denken dan aan jou. Het kon toch niet waar zijn? Ik checkte mijn telefoon maar had geen berichtje van mam of onze broer. Huh? Je zou nog hoogstens een paar uur hebben gisteravond, dan zou je lichaam het opgeven. En ik ben nog niet gebeld? Zie je wel! Het ging gewoon weer beter met je! Dacht ik tegen beter weten in…

Ik ging douchen, aankleden, ontbijten. Allemaal in slakkentempo, mijn telefoon dicht bij me. Om 10.40 uur kreeg ik een berichtje van onze broer: ‘Lief, arts gaat nu medicatie stop zetten. Net gesprek gehad. Haar organen storten als een kaartenhuis ineen. Zal 1-2u max duren, voordat ze overlijdt.. 😦 Wat wil je?’

Dus toch… Natuurlijk wil ik er meteen heen. Maar ze hoeven niet te wachten, ik wil er niet bijzijn. Je hoeft niet onnodig lang te lijden. We halen onze dochter van school en gaan richting het ziekenhuis. Ik weet niet meer wat ik dacht of voelde. Niets, en tegelijkertijd alles.

In het ziekenhuis aangekomen ben je al overleden, met geliefden aan je zijde. Om 11.47 uur stopte jouw leven. ‘Ik ben m’n zusje kwijt’, is het eerste wat ik dacht. Het komt nooit meer goed. Dit kan toch niet? In de gang zie ik een bord met de namen van patiënten die op de intensive care liggen. Jouw naam staat er nu nog tussen. Het is onwerkelijk. Je naam is er nog, jij niet meer.

Na niet al te lange tijd komt de arts. Hij moet toch wat praktische zaken doornemen. Er moeten dingen geregeld worden. Gelukkig staan mam en onze broer in een soort overlevingsstand en bespreken ze bepaalde zaken die gedaan moeten worden. Waar ga je naar toe? Willen we een obductie? Je was donor, hoe en wat gaan ze nu doen? Had je een overlijdensverzekering? Ik kan niet veel meer doen dan huilen en ga naar huis. Om ons heen draait de wereld door. Voor mij staat de wereld even stil. Dit kan niet waar zijn. Maar het is waar. Vandaag ben je al een half jaar weg en ik mis je nog elke dag. Slaap lekker lief zusje.

→ Lees ook: Je hebt vast iemand blij gemaakt

Zes lange maanden

Vandaag, een half jaar geleden reed ik nog nietsvermoedend naar m’n werk. Ik had m’n laptop net open geklapt toen onze broer belde. Ik durfde niet op te nemen, contact ging de laatste tijd over jou. Dat hij belde was geen goed teken, ik voelde het. Direct daarna stuurde hij een appje: ‘Ik ga je toch informeren. We gaan nu met z’n allen naar het ziekenhuis om afscheid te nemen, het gaat heel slecht…’

Mijn hart bonkte, ik begon te shaken en smeet al m’n spullen weer in m’n tas. Mijn collega vroeg of het wel ging. Ik wist en kon niets uitbrengen en zei dat ik haar straks zal appen. Ik moest gaan, geen twijfel moelijk. Zo snel mogelijk.

Ik haastte me naar buiten en ook de tweede collega die ik op de gang tegenkwam keek me ietwat verward aan. Ik zal ze later appen. Ik wist even niets te zeggen. Ik belde m’n vriend en vertelde wat er aan de hand was. Gelukkig wilde en kon hij mee. We snelden ons naar het ziekenhuis. Er ging vanalles door me heen. Maar vooral het ongeloof. Het kwam altijd goed met je. Dat zal nu toch ook wel weer zo zijn?

In een soort waas kwamen we aan in het ziekenhuis en omhelsde onze broer me. We waren beiden in tranen. In de familiekamer zat de rest van de familie, een paar vriendinnen en je ex. Ik weet nu niet meer hoe ik me toen staande heb weten te houden.

Jij lag een paar kamers verderop. Ik durfde niet naar je toe. Je was niet meer bij, anders had ik het misschien wel gedaan. Maar omdat ik je twee jaar niet had gezien en je er nu echt heel erg ziek bij lag, met slangen enzo, koos ik ervoor om het niet te doen. Ik kon het niet. Ik weet nog dat ik dacht dat ik je sowieso weer zou zien. Ik hoopte dat de artsen zich vergist hadden. Dit kon gewoon niet waar zijn.

We hebben de hele dag in die kamer gewacht op nieuws. Er zijn vele tranen gevallen. Herinneringen opgehaald, zorgen uitgesproken. Vriendinnen gingen om de beurt naar je toe. We hebben nog een luchtje geschept om even wat te eten. Aan het eind van de dag zei de arts dat hij je nog een paar uur zou geven, in die tijd zou je echt zelf wat stabieler moeten worden anders gaf hij je helaas geen kans.

We konden niets doen. We waren moe. En dus gingen we naar huis met een dubbel gevoel. De arts zou direct bellen als er iets zou veranderen. Wat een rare onwerkelijke dag. Zoveel emoties, zoveel gedachten, zoveel tranen, zoveel onzekerheid. Ik wist het allemaal niet meer. Nu een half jaar later, weet ik het nog steeds niet. Is dit echt allemaal gebeurd? Slaap lekker lief zusje.

Je hebt vast iemand blij gemaakt

Ik kan verdwalen op Pinterest. Zoveel te ontdekken, zoveel te zien. Vandaag kwam ik een quote tegen: I opened two gifts this morning. They were my eyes. Ik moest gelijk aan jou denken.

Je was donor. Ik hoor het je nog zeggen: ‘Nou, als ik dood ben mogen ze alles van me hebben, ik heb er dan toch niets meer aan.’ Direct na je overlijden vertelde de arts dat ze helaas niet veel konden gebruiken maar dat je hoornvlies nog in prima staat was. Het was geschikt voor donatie.

Ik weet niet wat er mee is gebeurd en ergens ben ik heel nieuwsgierig. Maar aan de andere kant wil ik het niet weten en hou ik me graag vast aan een, misschien te mooi beeld. Dat iemand anders de wereld door jouw hoornvlies ziet. Je hebt vast iemand heel blij daarmee gemaakt. Your two gifts, dank je wel. Slaap lekker lief zusje

Pasen

Het is Pasen. We ‘vierden’ dat thuis altijd met een uitgebreide brunch. Inclusief gele servetten, eitjes en brood in de vorm van kippen. Ik vond het altijd gezellig zo met de familie. Toevallig zag ik gister foto’s van Pasen 10 jaar geleden. We waren met de hele familie en aanhang ergens bij een kasteel, als ik het me goed herinner. Er was een wandelroute en onderweg kon je paaseieren zoeken. Ik heb er goede herinneringen aan. Het was een leuke, onbezorgde dag. De foto van ons samen, gemaakt tijdens deze fijne dag, staat bij ons thuis op de kast en ik kijk er elke dag bewust even naar.

Hoe graag ik de familie bij elkaar had willen houden, de realiteit is nu anders. We gaan onze eigen weg. Het is zoals het is. Ik mis je. Slaap lekker lief zusje.

Moe

Alsof je een marathon gaat rennen. Je hebt er zin in en begint vol goede moed. Het gaat goed en het voelt alsof je het klusje wel even gaat klaren. Wow, dit had je niet verwacht! Vrolijk ren je door en je zwaait nog even naar de omstanders.

Maar dan ineens komt de figuurlijke man met de hamer. Je kan niet meer. Het voelt alsof er lood in je schoenen zit en je vraagt je af wanneer de finish in zicht komt. Je hoopt het te halen. Maar nu ben je moe, zo moe.

Ik heb nooit een marathon gelopen. Maar ik denk dat dit een beetje beschrijft hoe ik me nu voel. Jarenlang sliep ik slecht. Nu slaap ik bijna elke nacht goed, alsof ik jaren slaap moet inhalen. En toch ben ik bijna elke avond moe, Moe met een hoofdletter. Ik merk dat ik vaker moeite heb m’n tranen in te houden. Als ik alleen ben en ook maar even aan je denk, word ik erg verdrietig. En ik merk dat ik soms weer een beetje de donkerte in ga. Ik mis je. Slaap lekker lief zusje

In jouw wereld

Ik checkte je mail, dat doe ik wel vaker. Soms komt er nog iets binnen. Zoals laatst een mailtje van de autogarage. Ik heb ze teruggemaild met de vraag je uit het systeem te halen.

Vandaag zat er een mailtje van Icloud in je inbox. Ik dacht dat het spam was maar wilde het toch even checken. En voordat ik het wist bevond ik me in jouw leven. Mijn hart ging sneller kloppen en ik kon m’n tranen amper bedwingen. Ik zag foto’s die jij had gemaakt, screenshots van dingen die jij belangrijk vond en filmpjes. Even wilde ik snel uitloggen, het voelt toch raar om in jou privé leven te snuffelen. Maar eigenlijk wilde ik me heel graag eventjes in jouw wereld bevinden.

Bewegend beeld van jou, ik hoorde je stem. Ik zag veel vakantiefotos. Vrolijke, gekke foto’s van jou met vrienden en vriendinnen. Het ‘perfecte’ plaatje. Maar ik zag ook enkele foto’s van medicijnverpakkingen, grote blauwe plekken op je lichaam, foto’s genomen uit een ziekenhuisbed, een infuus in je arm en een screenshot van een medische informatie site. Het verkeerde plaatje.

Ik ging op zoek naar een foto van jou en mij. Zal ik dan toch nog onze laatste foto samen vinden? Ik scrollde door momentopnames van je leven maar zag geen zelfgemaakte foto van ons. Ik kon terug tot 2013 maar vond niet wat ik zo graag wil hebben. Je was wel met me bezig want ik zag een paar foto’s van oude foto’s van ons. Van toen we nog jong en onbevangen waren. Twee weken voor je overlijden maakte je een screenshot van mijn header op Facebook. Je had me opgezocht via de zoekfunctie. We waren geen connecties op Facebook. Maar verbonden aan mij, zal je altijd blijven. Slaap lekker lief zusje.

De klanken van een piano

Jij was ook gek op papa’s pianospel. Hoorde hij een liedje of een medolietje op tv, dan stond hij op uit zijn stoel, dacht even na en ging dan achter de piano zitten. Hij neuride het medolietje nog een keer, zette zijn vingers op de toetsen en speelde het deuntje bijna gelijk foutloos na. Hij genoot ervan. En dat doet hij nog steeds. Hij speelt nu altijd dezelfde nummers maar het gaat hem nog goed af. Ik ben zo blij dat hij dat nog kan en dat hij daar echt plezier aan beleefd.

Toen we klein waren moesten we allebei op pianoles. Jij had best talent en genoot er meer van dan ik. Ik vind de piano een prachtig instrument en ik wou dat ik jullie talent had. Maar ik had het geduld niet om elke keer weer te oefenen. Jij speelde soms met papa samen.

Je wilde een piano aanschaffen en had via internet een tweedehands gevonden. Je had er interesse in en mailde heen en weer over de afmetingen en de staat van de piano. Ik zag een mailtje van de eigenaar langskomen in je mailbox. Hij vroeg zich af waarom hij niets meer van je gehoord had…

In mijn Spotify staan inmiddels een aantal afspeellijsten met pianomuziek. Ik luister het graag in de auto, en dan lekker hard. De klanken brengen me een beetje dichter bij jou en papa. Slaap lekker lief zusje.

Waarom nu wel…

Mijn wereld was donker geworden. Zwarte wolken hingen boven mijn hoofd. Het leven kende amper nog blije onbezorgde momenten. Alles koste me veel energie. Ik wilde het liefst niemand onder ogen komen en had al helemaal geen zin in sociale interacties. Een vriendelijke groet van de kassière bij supermarkt was al te veel, laat staan een afspraak met een vriendin. Ik ben goed in het dragen van een masker maar ook daar werd ik minder goed in. Ik had zoveel om voor te leven, maar ik zag het niet meer. Stilletjes huilde ik. Vaak was ik niet te genieten. Ik mag mezelf gelukkig prijzen met een geduldige lieve vriend want de wereld kon me gestolen worden. Het liefst lag ik de hele dag onder een deken met bergen chocola. Ik wilde alleen zijn, ontsnappen aan alles en iedereen om me heen.

Ik kon niet langer omgaan met jouw struggles in het leven. Ik zag je worstelen maar voelde me machteloos. Het enige wat ik wilde, is dat het goed met je zou gaan. Wat we ook probeerden, jij trok je eigen plan. Mijn continue angst, bezorgdheid en verdriet namen de overhand waardoor ik twee jaar geleden afstand van je moest nemen om mezelf te beschermen. Mijn leven ontspoorde doordat jij de jouwe niet op de rit had. Het is er in de loop der jaren ingeslopen. En hoewel ik je niet meer zag, zat je 24/7 in mijn hoofd.

Ik gunde je de wereld maar je had het moeilijk. Al van kleins af aan was je op zoek naar liefde en erkenning. En ik herken mezelf in je zoektocht, ik begreep het. Je deed zo je best en was bij iedereen geliefd. Toch vond je jezelf niet veel waard en zorgde je liever voor een ander dan voor jezelf. Je stak je kop in het zand als jij hulp nodig had. Of je verzweeg dat je hulp nodig had. We hebben alles geprobeerd maar helaas maakte het niets uit. Je was niet happy met jezelf, iets wat wij als familie en je vrienden ook, moeilijk konden geloven. Je was lief, mooi, grappig en je vrienden konden altijd op je rekenen. Uiteindelijk werd je ziek, iets wat je lange tijd ontkend hebt, niet wilde weten of gewoon echt niet doorhad. Ons vertelde je niets. Tot je eind vorig jaar voor de zoveelste keer in het ziekenhuis belandde. Daar heeft je lichaam het uiteindelijk opgegeven en ben je overleden.

Na vele tranen, ongeloof en intens verdriet durf ik te zeggen dat ik me beter voel. De zon is weer gaan schijnen en ik kijk voorzichtig naar de toekomst. Ik huil mezelf niet meer elke avond in slaap. Ik kan weer uitkijken naar een afspraak met een vriendin en op straat durf ik weer mensen aan te kijken. Op een vrije dag heb ik zelfs zin om iets te ondernemen en mijn korte lontje is er niet meer elke dag. Ik ben er nog niet en ik ben wel eens bang voor een terugval, dat dit een tijdelijke opleving bleek. Maar stapje voor stapje merk ik dat ik weer zin krijg in het leven. Dat gevoel heb ik lang niet gehad en voelt nog wat onwennig.

Het is me de laatste twee jaar spijtig genoeg niet gelukt ditzelfde gevoel te ervaren, al heb ik echt mijn best gedaan. Mijn angst en onzekerheid over jou kon ik geen plekje geven. Ik voel me zo schuldig dat, nu jij dood bent, ik me beter voel. Ik probeer er niet te veel bij stil te staan, het is gegaan zoals het is gegaan en helaas krijg ik je er niet mee terug. Jij mocht niet dood, we horen samen te zijn. We waren nog lang niet klaar. Je had nog zoveel om voor te leven, je wordt nu door zovelen ontzettend gemist. Had ik maar, wat als… Het maakt niet meer uit, je komt nooit meer terug. Waarom is het me niet gelukt sterk genoeg te zijn om samen met jou een weg te vinden in deze wereld? We hadden zoveel gemeen. Mijn liefde voor jou was eindeloos en dat zal het altijd blijven. Slaap lekker lief zusje.

Dat gevoel diep van binnen

Toen het me nog nooit was overkomen, van zo dichtbij, kon ik me er een voorstelling bij maken. Ik dacht te weten hoe het ongeveer moest zijn, als een dierbare overlijdt. Ik kan me goed inleven in anderen en zelfs wakker liggen als er iets naars met iemand gebeurd. Meeleven, al dan niet in stilte, doe ik altijd. Maar het echte gevoel, dat gevoel diep van binnen, dat ken je pas als het je overkomt weet ik nu.

Het gevoel van een leegte die door niets of niemand ooit nog opgevuld kan worden. Een constant gemis, het ontbreken van iemand die er gewoon hoort te zijn. De stille pijn en het verdriet. Ik was vandaag, vier maanden na jouw afscheid, bij een andere verdrietige crematie. Ik steek vandaag drie kaarsjes aan want sinds jouw overlijden zijn er nog twee belangrijke personen van twee dierbaren van mij, te vroeg heen gegaan. Elke situatie is uniek en geen gevoel hetzelfde. Maar ik weet nu een beetje beter hoe het is om iemand te moeten missen die echt nooit meer terug komt. En daarom is het extra verdrietig. Slaap lekker lief zusje

Je leeft

Ik was thee aan het maken toen ik je wilde appen. Zomaar even een blij moment met je delen. Best gek, we hadden amper contact de laatste twee jaren. En dus vroeg ik me af hoe het kwam dat ik je nu ineens wilde appen. Het komt denk ik doordat de negatieve gedachtes, angsten, zorgen en de machteloosheid nu weg zijn. Ik duik in oude foto’s van ons, als echte zussen. Foto’s van vroeger toen we klein waren. Op negen van de tien foto’s heb ik je hand vast of een arm om je heen. Ik zorgde graag voor je. Het zijn fijne herinneringen die nu weer gaan leven.

Misschien raar, maar op sommige momenten denk ik er helemaal niet aan dat je dood bent. Dan leef je gewoon. Het komt denk ik door de goede herinneringen waardoor het nu lijkt alsof er niets gebeurd is. Je leeft in mijn gedachten. En soms komt het dan ineens hard binnen en heb ik er veel meer moeite mee dat je echt niet meer terug komt dan eerst. Ik kan het écht nog niet geloven dat je voor altijd weg bent. Kon ik nog maar een keer je hand vastpakken. Konden we nog maar eens een gekke selfie maken. Slaap lekker lief zusje.