Een welkome afleiding

Sinds een paar dagen hebben we een kleine viervoeter erbij in huis. Ze is een kitten en heet Teddy. Misschien een gekke vergelijking maar kijken naar hoe ze alles ontdekt of heerlijk opgerold ligt te slapen in haar mandje, geeft me hetzelfde gevoel als wanneer ik bij papa ben.

Niets is dan belangrijk, alleen dat moment. Even lijkt dan alle ellende niet te bestaan, en dat is een fijn gevoel. Het leven is bij pap en met Teddy zo lekker simpel. En daarom is ze een welkome afleiding in huis. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een harig vriendje

Hulplijnen

Ik stelde het al uit sinds de verhuizing. In de buurt is een recreatiegebied waar ik nieuwsgierig naar was. Je scheen er een rondje van zo’n 5 kilometer om een mooie plas te kunnen wandelen. Een mooie afstand voor een wandeling. Helaas heb ik thuis geen wandelaars en was ik op mezelf aangewezen.

En dat was nou net het probleem. Want waar was de ingang? Welk pad moest ik volgen? Het was onbekend terrein en daarvoor was ik een beetje bang. Waarom precies? Geen idee. In zo’n geval neem ik graag iemand mee die me, in dit geval letterlijk, de weg wijst. Of met wie ik samen het juiste pad vind.

Ik kan heel goed alleen zijn en zelf dingen ondernemen. Als ik alleen op reis zou gaan, zou ik geen probleem hebben met onbekend terrein. Alleen, als er een ‘hulplijn’ in de buurt is, heb ik daar moeite mee. Iemand die me, in dit geval letterlijk, de weg zou kunnen wijzen. Als zo iemand er is, dan maak ik daar graag ‘gebruik van’, buiten het feit dat het gewoon gezellig is natuurlijk.

Dat is, denk ik, altijd zo geweest. Als ik vroeger in de klas mijn vinger opstak om iets te vragen aan de leraar zei deze bijna altijd: ‘Je weet het wel, als je het na 5 minuten echt nog niet weet dan kom ik bij je terug’. De leraar was in dit geval mijn hulplijn maar ik bleek deze zelden ook echt nodig te hebben.

Vandaag waren mijn hulplijnen ook nutteloos, ik zou ze toch niet zover krijgen om mee te gaan. En dus was ik op mezelf aangewezen. Mijn nieuwsgierigheid naar dit gebied was groot en dus besloot ik gewoon te gaaan.

En uiteraard liep alles vlekkeloos en bleek maar weer dat ik mezelf prima kan redden. Het was een kleine overwinning maar tegelijkertijd voelde ik me stom, had ik hier nou zo moeilijk over gedaan? Ik moet niet zoveel nadenken en gewoon gaan. Maar ja dat is vaak makkelijk gezegd dan gedaan šŸ™‚ Terwijl ik daar liep, eindelijk, voelde ik me enigszins schuldig tegenover jou. Ik kan dit soort dingen nog en dan doe ik er zo moeilijk over.

Onderweg kwam ik 76 gezinnen tegen, 53 stelletjes en 48 honden (ik heb ze niet echt geteld maar zoveel leken het). Het was modderig, winderig en ik kreeg twee buitjes op m’n kop. Maar het was fijn. En het onbekende is nu niet meer onbekend.

De hele weg dacht ik aan jou. Waar zou je zijn? Zou je stiekem met me mee wandelen? Hoe zou het zijn als je er nog was? Tegelijkertijd denk ik dat het ‘goed’ is dat je de ellende in de wereld niet meemaakt. Je zou je er niet beter door gevoeld hebben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: zo dichtbij, zo ver weg

Tranen van het lachen

Daar ga ik. In een kolkende massa wit schuimend zwembadwater. Ik begeef me enorm buiten mijn comfortzone in mijn, voor de gelegenheid aangeschafte, nieuwe zwempak in een subtropisch zwemparadijs. Het is warm, redelijk druk en overal zie ik blote voeten. De laatste plek waar ik wil zijn maar ik heb het N beloofd en ook dat ik alle glijbanen zou proberen. Zonder te zeuren. De disco glijbaan met flitsende lichten en opzwepende muziek en die ene waarvan je alleen af mag met een grote blauwe opblaasband hebben we al gehad. En nu gaan we door de wildwaterglijbaan.

Het eerste stuk is makkelijk en ik glij vrolijk achter N aan. Dan komt er een soort tussenstuk, een rond bad met sterke stroming. Het is de bedoeling dat je doorglijdt naar het volgende stuk. Maar ik blijf hangen en drijf, spartel is een beter woord, nog een rondje. En nog een en nog een. Het lukt me gewoon niet om naar het volgende stuk te komen waar N inmiddels allang is. Ze komt teruggelopen, tegen de storming in de glijbaan weer op om te kijken waar ik blijf. Ze ziet mij als een soort spartelende vis en moet keihard lachen. En ik lach met haar mee. Ook andere mensen die voorbij komen drijven moeten lachen om mij, om ons. N pakt mijn hand en probeert me de juiste richting op te trekken als ik weer voorbij drijf, spartel.

We moeten beiden zĆ³ hard lachen dat ik van de slappe lach helemaal geen kracht meer heb om me de juiste kant op te manouvreren. Even gaat er door mijn hoofd: ik ben de eerste persoon die gered moet worden uit deze wildwaterglijbaan. Ze moeten de stroming stoppen of me een reddingsband toewerpen. Gelukkig zie ik nog een paar mensen die het niet gelijk lukt met de juiste stroomrichting mee te komen.

Uiteindelijk lukt het me dan toch en kan ik weer even ademhalen. Maar dan komt er weer zo’n rond bad en begint N’s reddingpoging opnieuw. N blijft bij me en we kunnen niet meer stoppen met lachen.
Als we eindelijk het einde hebben bereikt zijn we nog steeds aan het lachen. Voor mijn gevoel heb ik een half uur in die glijbaan doorgebracht. Ik laat het er niet bij zitten, dit moet ik toch gewoon kunnen?! Op ‘Mam, kom we gaan nog een keer!’ kan ik dan ook geen nee zeggen.

Natuurlijk lukt het me ook de tweede, derde, vierde en alle andere keren daarna niet maar ik word er iets handiger in. Elke keer moeten we hard lachen om mijn gestuntel. En dan besef ik me ineens: ik heb in tijden niet zo hard gelachen. En die stomme glijbaan begin ik stiekem best leuk te vinden.

Door naar een tropisch zwemparadijs te gaan moest ik een enorme drempel over, om mezelf in badpak onder de mensen te begeven moest ik een nog grotere drempel over. Alles wat ik deed lag ver ver buiten mijn comfortzone en ver weg van ook maar iets wat ik leuk vind. Ik deed het voor N, ik had het haar beloofd. Het was een wens van haar, dat ik ook eens mee ging zwemmen. En ik had mezelf voorgenomen niet te zeuren en gewoon mee te gaan in haar spel, haar ritme. Me compleet over te geven aan de situatie. Iets wat ik lastig vind, helemaal de laatste jaren.

En juist door de controle los te laten belandde ik in deze absurde situatie. En weet je, ik zou het weer doen. Want zelfs die dag, op een plek waar ik het minst graag kom en samen met N in die kolkende massa zwembadwater waar geen einde aan leek te komen, bleek ik nog te kunnen lachen. Mijn tranen van geluk en blijdschap leken op. Maar ik heb ze gelukkig nog. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: dit hoort niet

Drie jaar al niet meer hier

Opstaan op jouw sterfdag voelt raar. Ik voel me eenzaam en niet compleet. Eigenlijk voelt alles wat ik op zo’n dag doe nutteloos. Ik besluit er het beste van te maken want ik kĆ”n dat nog. Met een zwaar lijf ga ik uit bed en na wat getreuzel ben ik buiten.

Ik heb me te warm gekleed, het waait hard en met mijn gedachten ben ik bij jou, en pap. Het hardlooprondje begint moeizaam en na 6 minuten besluit ik te stoppen. ‘Wil je deze training echt verwijderen?’, verschijnt op de app. Zonder aarzelen druk ik op ‘ja’.

Bij het meer ga ik op een bankje zitten. De wind waait om mijn oren, het water klotst tegen de steiger en donkere wolken drijven over. En opeens, als een soort bliksemflits, komt het binnen. Wat ben ik nou aan het doen? Opgeven?! Juist op deze dag? Dat voelt zĆ³ niet eerlijk tegenover jou. Ik kan alles nog, waar jij bent is een groot raadsel maar dat je nooit meer terugkomt is zeker.

Het lukt me de knop in m’n hoofd om te zetten. Ik start ik de app weer op en selecteer dezelfde training als net. ‘Hup hup met die loopbeentjes’, moedigt de vriendelijke coach Evy me aan. En daar ga ik weer. Ik rond de training, met horten en stoten, af. Voor mezelf, voor jou. Dat is het minste wat ik kan doen.

’s Middags ga ik met onze broer naar jouw herdenkingsbankje in het bos. Het is fijn om samen te zijn op deze dag. Een gevoel van eenzaamheid overvalt me als ik je bankje zie. Hij staat er mooi bij en het voelt als een vertrouwde plek. Maar het is koud in het bos, de gekleurde herfstblaadjes liggen opeengestapeld op de grond, de takken van de bomen zijn grotendeels kaal. Ze gaan heen en weer door de stevige wind. De dagen zijn korter en het wordt vroeg donker.

Ik wil je bankje bedekken, er een paraplu boven houden, het verlichten met kaarsjes en het verwarmen met een zachte deken. We zitten, we praten. We genieten van deze plek en de herinneringen aan jou.

En dan komen er twee heel dierbare vrienden van je aan. Wat fijn om ze te zien. We kletsen bij en ze proosten op jou met een meegenomen biertje. Het gaat heel hard regenen en waaien, we schuilen onder de boom achter je bankje. Pas als we na een tijd schuilen echt verkleumd en nat zijn, lopen we terug naar de parkeerplaats. Onderweg komen we nog een goede vriendin van je tegen. Ze is opweg naar het bankje, wat fijn dat ze er is.

Ik wil niet weg, ik wil je niet achterlaten. Want zo voelt het. Voor anderen is het een houten bankje met een gegraveerd plaatje, waarvan de zinnen ongetwijfeld vragen oproepen. Voor mij is het jouw plekje, een plekje met een verhaal en herinneringen.

Ik mis je verschikkelijk. Het voelt gek om zonder je verder te leven. Ook al hadden we niet veel contact de laatste jaren, je hoorde bij me. Voor altijd. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een uniek bankje

Elke euro telt

Soms kom ik niet op een woord, dat heeft iedereen weleens toch? Ik ben me ervan bewust en kom altijd wel weer bij het juiste woord uit. Maar een split second schiet er dan door mijn hoofd: ik krijgt ook dementie! En die gedachte maakt me angstig en ik probeer het snel te vergeten. Ik weet dat het erfelijk kan zijn. Maar zou je het willen weten?

Het enige wat ik vurig hoop is dat, mocht het ooit zover komen, de mensen die ik lief heb me nog steeds kunnen zien en behandelen als volwaardig mens. Dat ze me blijven knuffelen, zien en opzoeken. Dat ik diep van binnen echt wel weet wie ze zijn en wat ze voor me betekenen. Dat ik hun liefde kan blijven voelen en zij het mijne.

Nu ik van dichtbij meemaak hoe het is om dementie te hebben, kreeg ik steeds meer de drang om iets te doen. Maar wat? Mijn dochter kwam op een idee. Er is geld nodig voor onderzoek naar deze hersenziekte. En daarom steun ik Stichting Alzheimer, het minste wat ik kan doen. In mijn webshop staan een aantal kaarten die je kunt bestellen om op te sturen naar iemand die je lief is. Voor elke bestelling gaat er 1 euro naar Stichting Alzheimer, omdat elke euro telt.

Herinneringen blijven bestaan, zeggen ze. Maar ik weet nu dat dat niet altijd het geval is. Mijn vader is er fysiek nog maar mentaal zit hij in een voor ons onbegrijpelijke wereld. Ik hoop dat er iets gevonden wordt zodat meer mensen dit bespaard blijft. Tot snel lieve pap, ik mis je.

Webshop: kaartje als gebaartje

Een bijzondere en rare foto

Ik schreef er al eerder over. Ik heb een bijzondere foto van jou op mijn telefoon. Geen gezellige selfie maar eentje van jou in je kist. Hij staat in de galerij in de map favorieten. Hij staat ook afgedrukt in een fotoboek en opgeslagen in de cloud. Ik ben bang om ‘m ooit kwijt te raken. Hij is me heel dierbaar. Ik deel ‘m met niemand, dat is toch een beetje raar. Eerder vermeed ik de foto omdat het teveel pijn deed. Maar ik kijk er de laatste tijd vaak weer even naar.

Soms met een glimlach omdat ik weer even zie hoe mooi je er bij lag, soms met een traan omdat het dan keihard binnenkomt dat je nooit meer opstaat.

Het is een rare foto. Een foto die nooit gemaakt had moeten worden. Maar ook eentje waarvan ik zo blij ben dat hij gemaakt is. Bij het zien van de foto voel ik je weer even, ook al was je toen al koud. Bij het zien van de foto ben je weer even heel dichtbij me, ook al ben je verder weg dan ooit. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de laatste foto

Lees ook: een waardevol plaatje

In het Duits

Papa in de natuur. Een plek waar hij graag was. Kilometers wandelen in de bossen, in zijn jongere jaren in de bergen. Deze foto is van precies twee jaar geleden. Tegenwoordig komt hij niet meer buiten. Want je weet, papa is koppig. Als hij iets niet wil, dan doet hij het niet. Nu zit hij elke dag op de bank in zijn kamer. Dat vindt hij fijn. Kijkend naar de bomen, de vogeltjes en de wolken. Al is het besef wat hij eigenlijk ziet er niet meer. Zo ziet hij de bomen ‘enorm waaien’ als het windstil is en regen als de zon schijnt.

Sinds kort praat hij veel Duits. Heeft dit met de dementie te maken of heeft het een andere oorzaak? Ik zou zĆ³ graag willen weten wat hij denkt, ziet en droomt. De uitleg dat de verbindingen in zijn hersenen weg of beschadigd zijn maakt het iets begrijpelijker. Dan is het niet zo gek dat je dingen door elkaar haalt of Ć¼berhaupt niet meer weet wie je zelf en je geliefden zijn. Sinds kort lees ik mee met de rapportages over hem. Soms is dit moeilijk, vaak juist heel fijn. Hij lijkt dan een beetje dichterbij.

Ik mis hem zo. Fijn om te lezen dat hij altijd zo vriendelijk is en de hulp die hij krijgt waardeert. Hij geniet dankbaar van het eten en drinken wat hij krijgt. De poes is goed gezelschap, hij praat er graag mee. Hij is vaak vrolijk en opgewekt, dat doet me goed. Waar hij ook mag zijn, hij zit altijd in mijn hart. Net als jij. Slaap lekker lief zusje.

“Fijn hoor. Bedankt, dan ga ik nu slapen.”

Lees ook: een harig vriendje

Zoek het licht

Zonder donker geen licht, zonder licht geen donker. Zonder liefde geen pijn, zonder pijn geen liefde. En dus probeer ik het licht te zoeken in de donkerte, want dat licht is er altijd.

Mijn all time favorite nummer is Look for the Good van Jason Mraz. En toen ik na flink wat tranen te hebben gelaten wegreed bij mijn coach, was dit het eerste nummer die afspeelde. Dat kan geen toeval zijn, toch?! Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de afspeellijst

Een harig vriendje

Hij is niet echt maar knort en miauwt wel. Je hebt een nieuw vriendje en je vindt het heel gezellig. Het is een neppoes en zit naast je op de bank. Je aait hem, praat tegen hem, neuriet liedjes en maakt je zorgen of hij wel genoeg eten krijgt.

Het is vertederend en verdrietig om te zien, maar ook heel mooi dat je nog kan genieten en zoiets simpels je blij kan maken. Tot snel lieve pap.

Lees ook: alleen maar liefde

Die ene blik

We kijken naar de sluitingsceremonie van de Paralympische Spelen. Een spektakel van dans, vlaggen, muziek en licht. Ik zie het maar het gaat langs me heen. Ik vraag je of je het leuk vindt. Je zegt enthousiast dat dat zo is en dan heb je het over water en dat ze dat in je woonplaats ook hebben. Op tv is geen water te zien.

We kijken weer een tijdje zonder te praten, naar de tv. Dan kijk ik naar jou, in je ogen en vraag me af wat jij ziet. Wat komt er binnen van alle beelden op tv? WƔt zie je precies en wat denk je daarbij? Een groot raadsel.

Je voelt dat ik je aankijk want je kijkt terug. We kijken elkaar Ć©cht in de ogen aan, ik in je helder blauwe ogen. Een lege blik maar zo waardevol. Je lacht naar me, ik lach terug. En dan kijken we weer naar de tv. Even leek het als vanouds. Heel even.  Tot snel lieve pap.

Lees ook: al het andere is niet belangrijk

De storm getrotseerd

Vandaag was ik weer bij je bankje. Het voelde echt als thuiskomen. Ik weet dat het maar een paar planken in een bos zijn, maar voor mij is het alsof ik even bij je ben.

Het bos was duidelijk getroffen door de storm van een paar weken geleden. Overal lagen omgevallen bomen en afgebroken takken. Vaak al in stukken gezaagd en netjes bij elkaar gelegd. Gelukkig was jouw bankje niet getroffen.

Het was er erg groen. Alles stond in bloei. Het uitzicht vanaf je bankje was echt heel mooi. Allerlei kleuren groen met een helder blauwe lucht met witte plukken wolk. Helemaal in de verste stond een kudde witte runderen te grazen. Af en toe liep er een wandelaar langs.

Ik wilde er niet weg. Het was fijn er te zijn. Ik heb een ‘happy stone’ bij je bankje gelegd en ben benieuwd wie ‘m vindt en waar hij terecht komt. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de kracht van de natuur

Mijn armen om je buik

Ik heb over je gedroomd. Mam en ik hadden het over ‘hoe nu verder’. Je woonde nog thuis en had geen idee wat er allemaal speelde. Wij wisten dat je ziek was.

Je kwam aangelopen in een oranje shirt en vroeg wat er was. Ik sloeg mijn armen om je stevige buik, drukte mijn hoofd ertegen en mijn tranen bleven stromen. Ik voelde je warmte en hoorde je hartslag.

Ietwat ongemakkelijk legde je je armen om me heen en wreef over m’n rug. ‘Stil maar het komt goed’, zei je. Tot snel lieve pap.

Lees ook: een dag zonder zorgen

Een afscheid om de hoek

Het afscheid van misdaadjournalist Peter R de Vries was in het theater hier om de hoek. Ik fietste er gister en vandaag toevallig vier keer langs. Een lange rij mensen die hun laatste eer wilden brengen, veel politie en journalisten. Stilte, verdriet en ongeloof.

Vandaag zag ik op tv hoe het er binnen uit zag. Een enorme bloemenzee, een grote foto van hem en zijn kist. ‘Vroeger’ waren dat beelden die ik voorbij zag komen maar ook snel weer vergat door de waan van de dag. Ik had gewoon Ć©cht geen idee hoe het voelt om iemand voorgoed kwijt te zijn.

Sinds jij er niet meer bent, raakt het me enorm. De beelden worden levendiger. Ik weet nu hoe een dood persoon eruit ziet, hoe zo’n kist dicht wordt gemaakt en hoe fijn en warm het voelt als er mensen meeleven. Hoe alleen je je kan voelen, hoe machteloos en hoe intens verdrietig. De liefde kan je niet meer kwijt.

Gister en vandaag spook je de hele tijd door mijn gedachten. Dat doe je elke dag, maar nu weer een beetje meer. Dan denk ik aan jouw afscheid en hoe ik zĆ³ niet klaar was voor dat moment. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: uitgegumd

Twee jaar niet meer thuis

Vandaag, twee jaar geleden verhuisde je naar je nieuwe plek. Weg uit je vertrouwde omgeving, weg bij je tuin, de vogeltjes, de vijver. Je boek lag nog op tafel, met liniaal en potlood waarmee je belangrijke passages onderstreept had.

Ik weet nog goed dat ik met je ging wandelen zodat anderen wat spullen uit huis konden halen om naar je nieuwe plek te brengen. Ik weet nog hoe normaal mogelijk ik deed om je niet van slag te brengen. Ik wilde huilen, wat voelde ik me schuldig. Je had geen idee wat er te wachten stond.

Twee jaar geleden alweer. Uiteindelijk heb je je plek gevonden en voel je je er fijn. Maar je hoorde te blijven op de plek waar je thuis was. Ik wilde ook niet weg en ook nu wil ik elke dag bij je zijn. Bij jou is het fijn. Ik mis je, elke dag. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Weggaan zonder gedag zeggen

Lees ook: Een emotionele dag

Zoveel liefde

Toen ik vanochtend wakker werd had ik er al een stuk of vijf. Vijf lieve berichtjes van lieve mensen die me een fijne verjaardag wensten. Na het douchen zat ik met een kop thee op de bank en de berichtjes bleven komen. Ik voelde zoveel liefde, ik werd er emotioneel van. Liefde is een mooi iets, en kan zo simpel zijn.

Later op de dag vond ik kaartjes en zelfs pakketjes in de brievenbus. Ik kreeg totaal onverwachts een mooie plant en een fles wijn van moeders van vriendinnen van N. Want het was vandaag ook haar dag. Twee gemiste verjaardagen vanwege het virus haalde we in en tegelijkertijd was het een afscheidsfeestje van het schooljaar. Het was een bijzondere dag.

De wereld heeft meer liefde nodig. Het hoeft niet groot, ook in de kleine dingen kan veel liefde schuilen. Het zou de wereld, het leven er zoveel mooier van maken. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het is me gegund

De kracht van de natuur

Vandaag had ik weer een gesprek met m’n coach. Daarna wil ik altijd even rust en ga ik vaak naar je bankje of langs pap. Vandaag had ik ook behoefte om de stilte op te zoeken en reed ik naar het gebied waar je bankje staat.

Maar daar aangekomen bleek het, nog steeds, afgezet. Een week geleden was er een storm die daar flink had huisgehouden. Vanwege omgevallen bomen en mogelijk vallende takken kon je het gebied niet in. En dus reed ik maar weer richting huis. Jammer want ik was graag even bij je geweest.

Toen ik thuis kwam en de schoolmap van N doorbladerde, kwam ik je bankje tegen. Toeval of…? Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: niet alleen maar verdriet

Voor alle vaders

Altijd tevreden en vriendelijk als ik er ben. Je ‘verhalen’ zijn onsamenhangend met geen enkele goedlopende zin meer. Maar je hebt je gevoel voor humor en praat veel over van alles en nog wat en niets.

Sinds twee weken heb je een ‘dropping hand’. De kracht is uit je hand. Waarschijnlijk heb je er op gelegen waardoor er iets afgekneld is. Het kan nog wegtrekken, kan ook niet. Je lijkt er zelf nog niet veel last van te hebben en speelt nog piano, voor zover dat kan. Je hebt twee kleine tia’s gehad maar kwam er weer goed bovenop.

Vandaag is het vaderdag en trakteerden we je op ijskoffie en bloemen. Mijn vader is weg, maar je bent en blijft m’n vader. Het was fijn je weer te zien lieve pap.

Het is een dag waarop ik extra denk aan alle vaders en iedereen die zijn vader moet missen, om wat voor reden dan ook.

Lees ook: Het laatste stukje

Olifanten en vlindertjes

Omdat ik het leven ineens heel ingewikkeld vond, ik niet lekker in mijn vel zat en liever elke dag in bed bleef liggen dan ook maar iets te ondernemen, zocht ik hulp. Na jouw overlijden en pap’s verhuizing naar het zorgtehuis, zag ik het leven vaker niet meer zitten dan wel. Alles was teveel en het lukte me niet meer om de leuke dingen van het leven te zien. Ik had nul zin in sociale contacten, kon mezelf niet zover krijgen de bank af te komen en telde de uren af voordat ik weer mocht gaan slapen. Elke dag was een uitdaging.

Ik dacht dat ik gek was. Hoe kon ik nou kapot zijn na een bezoekje aan de supermarkt of een gesprekje met de buren? Hoe kon het nou zo zijn dat m’n batterij in een paar seconden ineens leeg kon zijn?

Mijn coach laat me inzien dat het goed is wie ik ben. Ze vertelde over olifanten en vlindertjes. De meeste mensen zijn olifantjes. Ze kunnen tegen een stootje, vallen niet zo snel om en gaan stug door. Ook zij staan wel eens stil en krijgen een stootje maar zij weten altijd weer door te gaan.

En dan heb je vlindertjes. Die zijn erg gevoelig voor alles om hun heen. Geluiden, woorden, het nieuws, mensen. Waar een olifant makkelijk tegen een druppeltje water kan, kan een vlinder dat niet. Een druppeltje kan de vleugels al verzwaren waardoor fladderen lastig wordt. Er is niet veel nodig om ze uit balans te halen en dan storten ze snel neer. Dan is het soms extra moeilijk om je vleugels weer te spreiden voor een nieuwe dag. Het voelt dan letterlijk heel zwaar om te vliegen.

Elke dag is nog steeds een uitdaging, maar ik leer ook elke dag hoe om te gaan met mijn ‘nieuwe’ ik. Het is goed. Ik moet alleen leren mijn energie te verdelen, m’n grenzen te bewaken en luisteren naar wat ik voel. En soms betekent dat dat Ć©Ć©n ding doen op een dag genoeg is.

Ik denk dat ik altijd een vlindertje was maar de ruimte niet kreeg, of niet nam, om te fladderen. Ik was een vlinder in een olifantenpakje. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de linten

‘Zeg dat ik voor altijd van d’r houā€¦’

Nooit had ik gedacht dat het mij zou overkomen. Ik stond er gewoon niet bij stil, of wilde dat niet. Het was iets wat je las in tijdschriften en zag in programma’s op tv. De dood kende ik niet, niet Ć©cht. Je zou m’n hele leven bij me blijven en op een dag zouden we weer samen leuke dingen doen. Het was toen gewoon niet de juiste tijd, we moesten beiden onze weg vinden in het leven. Maar het zou goed komen, dat heb ik altijd geloofd.

Twee weken voor je overlijden kreeg ik weer updates van mam over jou. Ze stuurde jouw berichtjes door en hield me op de hoogte omdat het niet goed ging. Je lag in het ziekenhis. Drie dagen voordat je overleed stuurde ik mam een berichtje: ‘Lieve mam, ik trek het even niet meer. Ik zie wazig, vergeet dingen, kan me niet concentreren, haal dingen door elkaarā€¦ Als ik kon, zou ik me ziekmelden op werk. . Ik wil even geen updates meerā€¦ Wil je wel gelijk laten weten als je de arts gesproken hebt en meer weet over hoe nu verder? Dan kijk ik wanneer ik langskom. Sterkste en liefs <3’

Natuurlijk heeft mam nog gebeld en gezegd dat het dit keer echt ernstig was. Op jouw laatste ochtendā€¦
Mam: ‘Ik heb net gebeld, ze is langzaam aan het achteruit krabbelen, ik ga er zo heen.’
Ik: ‘Ok mam, dank je voor je berichtje. Hou me op de hoogte.. Sterkte.. ā¤ Wil je d’r een kus van me geven als dat kan..? ā¤ ā¤
Mam: ‘Ja Sel, doe ik. Ik zal je naam noemenā€¦ Misschien hoort ze hetā€¦<3 ‘
Ik: ‘Zeg dat ik voor altijd van d’r houā€¦ ā¤ ā¤ ‘

Natuurlijk was ik al onderweg naar het ziekenhuis. Maar zelfs de woorden dat ze de beademing gingen stoppen drongen niet tot me doorā€¦ Ze hoefden niet te wachten tot we er waren. Ik kon het niet aan om je te zien. Toen ik aankwam was je overleden en was ik je voor altijd kwijtā€¦

Ik wist niet beter dan dat je weer beter zou worden. Dat was altijd zo geweest. De waarheid en de ernst van de situatie drong niet tot me door. Ik wilde het niet weten. Noem het naĆÆef, ontkenning, te groot om te beseffen. Ik weet het nietā€¦ Lieve Eef, het spijt me zo. Ik denk elke dag aan je. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het moet…

Tortelduifjes

Jij had altijd vogeltjes. Kleine gele vogeltjes. De laatste die ik me kan herinneren heetten Nino en Pip. Soms kreeg ik een filmpje van zo’n beestje op je schouder. Vogeltjes, wat moest je daar nou mee? Je kon ze niet knuffelen en waren door hun gefladder nogal onvoorspelbaar. Ik snapte het niet zo goed, een vogel in een kooitje. Maar jij was dol op ze.

Zo’n 3 jaar geleden waren daar ineens twee kleine witte tortelduifjes. Nou, niet helemaal ineens. Het was een wens van N en we gingen op onderzoek en vonden twee vogeltjes. Het werden onze huisdieren. En ineens snapte ik het. Het gefladder en gescharrel in de kooi was gezellig. De twee duifjes zijn lachduiven en hun geluid en geroekoe klinkt altijd gezellig. Knuffelen kun je er niet mee en eigenlijk gaat het tegen m’n principe, vogels in een kooitje. Maar tja, het is wel echt gezellig.

De twee zijn altijd samen. Samen op een stokje, samen op de eitjes die ze leggen, samen wandelend door de woonkamer en soms zelfs samen in een bad. (lees: een ovenschaal met water) Ze doen hun naam eer aan, het zijn echte tortelduifjes.

De ene is altijd de zwakkere geweest. Hij is kleiner dan de andere, minder ‘mooi’ en niet zo snugger. Een paar maanden geleden werd hij ziek. Hij strompelde wat en zat er maar stilletjes bij. De dierenarts deed een aantal onderzoeken en maakte zelfs een rƶntgenfoto van het diertje. Het werd niet duidelijk wat hij mankeerde maar het zag er niet hoopvol uit. Thuis gaven we hem kaas (?) en hij leek op te knappen. Helemaal de oude werd hij niet maar het ging stukken beter.

Tot een paar weken geleden. Ik schrok me rot toen ik ’s ochtends in de kooi keek, hij lag op z’n rug! Snel draaide ik hem terug en nog wat beduusd scharrelde hij naar een hoekje van de kooi. Dit gebeurde nog een aantal keer die dag, zĆ³ zielig. Een vogeltje hulpeloos op z’n rug, dat is niet goed. De andere snapte er ook niets van en liep wat om ‘m heen.

De volgende avond kwam er bloed uit z’n snaveltje. Druppels bloed werd me verteld. Ik durfde niet te kijken. Het bleef een tijdje bloeden. We dachten dat hij de ochtend niet zou halen maar toen ik zondagochtend voorzichtig in de kooi keek, zat hij stilletjes in een hoekje. Ik moest goed kijken maar zag hem ademhalen.

Hij kwam z’n stokje niet meer op en we hebben de twee duifjes uit elkaar gehaald. Ze konden elkaar nog wel zien. De andere was zichtbaar in de war maar de zieke had echt even rust nodig. Hij heeft nog wat rond gestrompeld maar kon amper op z’n pootjes staan en zat de meeste tijd stilletjes in een hoekje.

Toen het na twee dagen niet echt beter ging, besloten we dat het beter was om het duifje in te laten slapen. De afspraak bij de dierenarts was gemaakt en we hadden al bedacht wat we met het dode duifje zouden doen. Toch wat aangeslagen zei ik het duifje stilletjes gedag toen D en N ermee naar de dierenarts gingen.

Maar de dierenarts had nog hoop. Het duifje had weer een beetje leven in zich en we kregen antibiotica mee. Een soort laatste redmiddel. Elke dag gaven we hem met een klein spuitje medicijnen in z’n snaveltje. En na een paar dagen knapte hij zichtbaar op. Wat was ik opgelucht en blij! Het deed me meer dan ik had gedacht.

Elke dag werk ik met het geluid van de twee duifjes om me heen. Ze zijn zo lief samen. Het zijn maar vogeltjes, maar wel Ć³nze vogeltjes. Jij zou me begrijpen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een bijzonder steentje

Een liefdevolle kaart van pap

Waar je vaak in de clinch lag met mama, vond je een luisterend oor bij pap. Tijdens het opruimen van een doos met spulletjes van jou vond ik een kaart van pap. Van hem voor jou. Hij schreef hem toen je voor een aantal maanden naar Antwerpen ging. Ik las de liefde tussen de regels door.

Lieve Eva,
Zoals je ziet heb ik in-het-vooruit aan je gedacht: ik ben op mijn (hete, zonnige: ‘lekker in de tuin’) vrije studiemiddag met de auto naar… gereden om iets voor je te kopen voor in BelgiĆ«. Als je er elke dag Ć©Ć©n van neemt kun je er de hele vakantie, pardon: werk-tijd wel mee uitkomen!

Ik wens je een heel prettige tijd toe. Flink werken, beetje vrij, beetje geld verdienen, veel mensen zien en spreken: het lijkt me wel iets voor jou. Het zal wel stil zijn zonder jou, we zullen je wel missen.

Nou Eva, keep going! Doorgaan met ademhalen en good luck. Pap.

Ps1. Stuur je een een kaartje naar opa?
Ps2. Bel je eens?
Ps3. Vergeet je beugel niet aan te draaien?
Ps4. Ik denk dat je daar wel veel Frans zal kunnen spreken.

Groetjes, xxx pap

De laatste weken waarin het niet goed met je ging, heeft hij niet meegekregen. Hij begreep het niet en wist amper meer wie je was. Pap was niet fysiek bij je crematie en hij heeft al tijden geen besef meer dat hij ooit kinderen heeft gekregen. Hij is nooit verdrietig geweest om jouw overlijden, simpelweg omdat hij het niet besefte. Jouw naam zei hem niets meer.

Ik vind het bijzonder dat jij deze kaart hebt bewaard, het bewijst dat pap veel om je gaf en jij blij met hem was. Hij zou je vreselijk gemist hebben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Daar ga je

Daar waar de wereld stilstaat

Ze lazen de tekst op je bankje. Ze zeiden je naam hardop. Twee wandelaars die even uitrustte op jouw plekje. Ik kon ze horen omdat ik net kwam aanlopen. Ze waren me voor en dus liep ik maar even een stukje door om even later weer om te keren.

Er zijn twee plekken waar ik me Ć©cht fijn voel. Waar ik mezelf kan zijn zonder bang te zijn voor een oordeel, zonder aanpassingen en zonder energie van anderen. Dat is op jouw bankje en bij pap. Daar staat de wereld even stil en lijkt alles heel eenvoudig. Daar kan m’n hoofd even stil staan, daar kan ik m’n eigen ademhaling voelen, daar laad ik op. Daar kom ik tot rust.

Ik ben blij dat ik vandaag gegaan ben. Het was te lang geleden. Fijn om even op te laden bij jou, in de natuur tussen de vrolijk zingende vogels. Wat zou het fijn zijn om pap eens mee te nemen… Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een uniek bankje

Hoog in de lucht

Volgens mij kreeg je het op je verjaardag, een ballonvaart. Het duurde even voordat het kon want het moest natuurlijk windstil zijn.

Maar toen was het ineens zover. Toen we op de plek kwamen vanwaar de ballon zou vertrekken, mocht ik als verassing ook mee de ballon in!

Wat een ervaring! Bijna geluidloos gleden we over de boomtoppen, weilanden en andere natuur. Het was spannend maar zĆ³ bijzonder. Ik ben dankbaar dat ik dat mocht doen met jou en mijn broer.

Op tv zag ik een item over een ballonvaart en ik moest gelijk denken aan deze mooie herinnering. Ik weet zelfs nog wat je aanhad, een grijs-lichtblauwe polo. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Zo dichtbij, zo ver weg

Twee gaatjes

We hebben een huis gekocht. Ons eerste eigen huis. Niet in de drukte van de stad, maar in de rust van een dorp. ‘Wow, dat is een echt grotemensending!’, zou je hebben gezegd. We hebben de sleutel amper een week er er zijn al vrienden en familie komen kijken. Ze hebben de moeite genomen om een stuk te rijden om ons huis te bekijken, daar ben ik erg dankbaar voor. Het voelt warm en geliefd.

Ik kan het met zĆ³veel lieve mensen delen, en toch blijven er altijd twee missen. Het blijft iets geks. Niemand kan de leegte van jou en pap invullen. Voor pap zal ik altijd in de hoofdstad wonen, vertellen dat we gaan verhuizen heeft geen zin. Misschien ga ik het toch zeggen, maar snappen zal hij het niet. Er zitten voor altijd twee gaatjes in mijn hart die niet op te vullen zijn door wat of wie dan ook. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Hoe dan ook

‘Gewoon even mee wapperen!’

Ijspret in Nederland! Het heeft een aantal dagen en nachten flink gevroren en dat betekent dat de schaatsen weer ‘uit het vet’ kunnen.

De beelden van schaatsende mensen maken me blij. Het geluid van glijdende schaatsen over het ijs en de lachende gezichten. Iedereen is ontspannen en de gedachten zijn even weg bij corona. Eindelijk kunnen we het ijs weer op.

Ikzelf waag me er niet meer aan. Ik heb het nooit gekund en daardoor vond ik het niet echt leuk. Ik weet nog dat mam en onze broer eindeloze tochten maakten over natuurijs als wij klaar waren met spelen. Ik zie ons twee nog staan met dikke skipakken aan, we leken wel twee michellin poppetjes.

Met kerst 1996 lag er ook ijs. We konden op de sloot achter ons huis heen en weer schaatsen. Vanaf de bank hoorde ik het geschaatst en gelach van de buurtkinderen. Jij was ook op de schaats. Ik wilde er toch graag bijhoren en het klonk zo gezellig dat ik dan ook maar een poging moest wagen. Van de buren kon ik schaatsen lenen, kunstschaatsen. Ik kwam er niet onderuit.

Eenmaal op het ijs durfde ik eigenlijk geen kant op. Om me heen gleed iederen moeiteloos over het ijs. Vanuit stilstand probeerde ik een rondje te draaien, of zoiets. Ik weet niet precies wat er gebeurde maar voor ik het wist lag ik met m’n kont op het ijs. Ik was op mijn pols geland en ik voelde meteen dat het niet goed was. Jij kwam aangeschaatst, heel vrolijk want je had het naar je zin, en vroeg wat er was. ‘Gewoon even mee wapperen!’, zei je toen ik vertelde dat m’n pols pijn deed.

Ik liet me niet kennen en dacht dat het wel mee zou vallen. Aan de rand van de bevroren sloot bleef ik even zitten. Er werd nog een foto gemaakt, ik sta er op als een boer met kiespijn. Na een tijdje ging ik toch maar naar binnen want het zat me niet lekker. Op m’n schaatsen liep ik over de houten vloer van de woonkamer om zo snel mogelijk bij de bank te komen, ik wist dat ik kon flauwvallen van de nare pijn. Toen ik mijn handschoen uit deed schrok ik.

Papa zat naast me in zijn stoel een of ander kerstconcert op tv te kijken. Toen hij de grote blauwe bult bovenop mijn hand zag, zei hij ietwat teleurgesteld: ‘Oh daar moeten we wel even mee naar het ziekenhuis.’ Hij wilde helemaal de deur niet uit. Heel langzaam trok hij, staand voor de tv, zijn trui aan.

In het ziekenhuis mochten we via de achteringang mochten we naar de gipskamer. Op de foto die even daarvoor was gemaakt, was een scheurtje in het bot van mijn pols te zien. Niets ernstigs maar het moest wel even gegipst.

Ik heb nooit meer met schaatsen het ijs op gedurfd en dat vind ik ook helemaal niet erg. Ijspret is niet aan mijn besteed maar ik ben oprecht blij dat iedereen die er wel van houdt, nu weer het ijs op kan. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een dag zonder zorgen

35 + 3

Het is vandaag je verjaardag. Vandaag word je 35 + 3. Wat doe je op zo’n dag nu er niets te vieren valt? Het is eigenlijk een ‘gewone’ dinsdag. Een werkdag, vanaf de bank.

Ik dacht eraan om een taartje te kopen. Maar jij hield niet zo van taart, en ik eigenlijk ook niet. Om jouw dag toch niet helemaal ‘zomaar’ voorbij te laten gaan, eet vandaag een ‘zoen’, op jou.

‘Ohhh zo lekker!’, zou je zeggen. Ik zie ons nog zitten. Twee kleine meisjes met hun voetjes net over de rand van de bank. Soms zaten we tegen elkaar aangeplakt in de grote stoel van papa, wachtende op mama. Zij was in de keuken iets lekker aan het maken. In het weekend mochten we opblijven en kregen we een ‘lekker schoteltje’.

Twee kleine meisjes met ieder een schoteltje op schoot. Een schoteltje met een spekje, twee snoepjes van het een of ander, een stukje chocola en een handje chipjes. Het hoogtepunt was toch wel de ‘zoen’, vroeger heetten ze anders. We keken eerst naar al het lekkers om vervolgens te overleggen wat we als eerste zouden eten. Soms ruilden we een snoepje. Feest was het, zoveel lekkers op dat schoteltje. Allemaal voor ons! De ‘zoen’ bleef vaak als laatste over, die vonden we het lekkerst. Meestal aten we het chocola topje eraf en lepelden we de binnenkant eruit met onze vingers.

Vanochtend stak ik je kaarsje aan, zoals ik elke ochtend doe. Vandaag denk ik aan je, zoals ik elke dag doe. Vandaag eet ik een ‘zoen’, zoals ik vaak met jou deed. Voor altijd 35. Gefeliciteerd lief zusje.


Lees ook: Gefeliciteerd met je verjaardag

Op bezoek bij papa

Vorig weekend was ik bij papa. Hij is erg achteruit gegaan. En dan vooral met zijn spraak. Veel woorden kan hij niet meer vinden en zinnen lopen door elkaar. Ik hoorde van een lieve verzorgster dat hij veel slaapt.

Wel is hij nog altijd tevreden en lief. Ik heb een klein filmpje gemaakt. Voor jou maar vooral omdat ik niet wil vergeten hoe hij nu is. Ik zie en hoor hem zo graag.

In het filmpje zie je dat hij een kaart voorleest die ik hem stuurde op zijn verjaardag. Op de voorkant staat een foto van hem en mij samen. Hij heeft geen idee wie ‘dat mannetje’ is.

Toen we er waren, hoorden we ineens een gek geluid. Het bleek uit zijn broekzak te komen…! In de video zie je wat het was.

En uiteraard zie je pap nog een stukje pianospelen. Slaap lekker lief zusje.

Lees verder “Op bezoek bij papa”

Zorgeloze meisjes

Steeds vaker ga ik in gedachten terug naar vroeger. Dan denk ik niet meer aan jouw laatste jaren en wat ik allemaal anders had kunnen/moeten doen. Ik denk dan aan vroeger, toen we twee kleine meisje waren. Jij met je springerige krulletjes en ik met m’n keurige kapseltje.

We groeiden op in een klein dorp in een groot huis waar alles gelijkvloers was, behalve de kamer boven de koude grote bijkeuken, dat was mama’s naaikamer. Het huis had een grote tuin met gras, bosjes en veel mooie bloemen. Via het pad met houtschilfers kon je een rondje lopen om het huis. Langs de garage, over het smalle pad vanwaar je naar de buren kon gluren. Onderweg kwam je langs een composthoop en via grote tegels met stukjes gras ertussen kwam je bij de vijver.

Ik zie hem nog staan, papa met kaplaarzen aan in het water om de vijver schoon te maken en de sproeier te ontdoen van de begroeiing waardoor hij het minder goed deed. We vonden het altijd heel interessant, papa in de vijver. We stonden dan hand in hand te kijken, ik met m’n beertje in m’n andere hand.

Achterin de tuin was een zandbak. Eentje waar we op de houten rand ‘taartjes bakten’ en soms een emmer water in een zelf gegraven gat leeg gooiden. Naast de zandbak stond de schommel waarbij je, als je hard ging, met je voeten de bosjes achter je kon raken. En als je geluk had zag je de koeien van de buurman in het weiland grazen. Er is een foto die altijd weer tevoorschijn kwam, jij van achteren met je blote billetjes op het houten plankje. Naast de zandbak stond een lage glazen kas. Als we er stiekem zand op hadden gegooid, kraakten de glazen schuifdeurtjes als je deze open wilde doen.

Het grasveld lag tussen het huis en de zandbak. Het gras waar we op picknickten, door de tuinsproeier renden op een warme dag en waarop menig spelletje is gespeeld tijdens een van onze kinderfeestjes. Waar onze broer zijn eigen winkeltje had gemaakt inclusief geknutselde kassa, mama met de tuinstoel met de zon mee verplaatste en pap het onkruid wiedde van de planten ernaast.

Ook binnen gingen we weleens op avontuur. Op papa’s studeerkamer was een vide. Ik herinner me de grote, zwarte leren stoel die onder de trap stond met de grote stapel platen die ernaast stond, de enorme hoeveelheid boeken in kasten tegen de muren, en het imposante bureau met in een van de lades het witte bakje met gele deksel waar hij kleingeld in bewaarde. Soms kregen we een muntje. Ik herinner me de enorme rieten prullenbak naast het bureau waar we ons weleens in verstopt hebben. En de kapstok in de hoek waar zijn witte doktersjas aan hing. Ik hoor de klassieke muziek die altijd op stond als papa er was.

Ik denk aan de ochtenden in het weekend waarop je bij me in bed kroop, waar we samen hand in hand de gang op gingen, de keuken en eetkamer door slopen om de deur van de huiskamer langzaam te openen om daar stilletjes tv te kijken. Spannend vonden we dat altijd, in het grote huis in onze pyjama wachtend tot de rest wakker zou worden.

Of die keren dat ik van onder m’n dekbed met je probeerde te praten via een Walkie-talkie. Onze slaapkamers lagen ver uit elkaar. Ik geloof niet dat we bereik hadden. We hebben het eens geprobeerd met blikjes aan een touwtje, van jouw slaapkamer door de lange gang naar mijn kamer. Volgens mij werkte dat beter.

We hadden het er fijn en het plaatje was nog zoals het hoort te zijn. We hebben er veel meegemaakt maar we waren daar vooral kleine zorgeloze meisjes. Ik heb altijd een fijn gevoel als ik aan dat dorp, het huis en ons tweeƫn denk.

Ik denk aan vroeger, ik denk aan jou. Elke dag, overal en altijd. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: het stokoude boerinnetje

Lees ook: terug naar vroeger

Twee meisjes uit hetzelfde nest

Je noemde me altijd Sellie, ik hoor het je nog zeggen. Ik noemde jou Eef. Twee meisjes uit hetzelfde nest en toch zo verschillend.
Ik was rustiger, kon stilletjes in een hoekje de boel om me heen observeren, ik keek de kat uit de boom. Jij ging juist op ontdekking, was nieuwsgierig. Ik had steil haar netjes vastgezet met een speldje, jij had ‘onhandelbare’ krullen. Iets waar ik altijd jaloers op was.

Waar ik altijd netjes deed wat er van me gevraagd en verwacht werd, trok jij meer je eigen plan. Een piercing in je navel was not done volgens mam. Je deed het toch, stiekem. Een tattoo was voor ‘asociale mensen’. Je liet er toch eentje zetten om deze vervolgens jarenlang met armbandjes zorgvuldig te bedekken als je thuis kwam. Bij een sollicitatie durfde je te bluffen, ik niet. Je haarkleur veranderde met de seizoenen. Ik wou dat ik dat alles gedurfd had.

Omdat ik ‘de verantwoordelijke’ was, mocht ik een jaar naar het buitenland. Jij wilde dit ook, maar dat was ‘niet verstandig’. Je keek tegen me op, wilde vaak wat ik ook had. Jij lag regelmatig in de clinche met mam, simpelweg omdat je je eigen plan trok of voor jezelf opkwam. Ik had nooit ruzie thuis.

We hebben het er een keer over gehad. ‘Jij hebt makkelijk praten want jij doet altijd alles goed’, zei je tegen me. ‘Maar daar heb ik nu juist last van. Ik heb geen eigen mening, ik weet niet wat ik denk, ik weet niet wie ik ben’, was mijn antwoord. Ik wilde juist ook dingen durven en gewoon doen. Doen wat Ć­k wilde. Ik vertelde je dat ik graag wat eigenschappen van jou zou willen. Ik keek ook tegen jou op. Je had meer lef en stapte makkelijker op het onbekende af. Dat wilde ik ook. ‘Zo heb ik er nooit over nagedacht’, zei je.

Ondanks onze verschillen hadden we allebei een diep verlangen, liefde en gezien worden. Twee zussen, zo verschillend en toch hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Een nare droom

Alleen maar liefde

Het is 31 december, een dag waarop er massaal teruggeblikt wordt op het afgelopen jaar. 2020 zal niet de boeken ingaan als een goed jaar. Velen zullen niet met veel plezier terugkijken op dit toch wel onwerkelijke jaar waarin een virus de wereld op z’n kop zette.

Corona veranderde levens. Soms voorgoed, soms tijdelijk maar iedereen kreeg ermee te maken. Jong, oud, arm rijk, groot of klein. Winkels moesten hun deuren sluiten, de horeca mocht niet open, sportscholen gingen dicht. Feestjes waren verboden, sociale contacten werden tot een minimum beperkt en uitjes waren er niet meer bij. Het hele sociale- en buitenleven werd aan banden gelegd.

Mensen verloren hun baan, ondernemers probeerden met moeite hun hoofd boven water te houden, bedrijven gingen failliet. Iedereen zat ineens thuis. Ouders moesten onderwijs geven en ondertussen hun werk afkrijgen. Want kinderen konden niet naar school. Klasgenootjes zagen ze alleen via een scherm, sporten met leeftijdsgenoten mocht niet meer en een bezoekje aan opa en oma was ineens ‘gevaarlijk’. Kinderen werden ‘onzichtbaar’ voor scholen en juffen en meesters moesten alle zeilen bijzetten. Ook de zorg kreeg het zwaar te verduren. Werkelijk iedereen zag verdriet, wanhoop en angst.

Ik wordt verdrietig door al het leed in dit land, in de wereld. En ik hoop oprecht dat er in 2021 weer concerten mogen worden bezocht, er weer onbeperkt geknuffeld mag worden en de angst voor het virus wegebt. Dat ondernemers hun omzet weer zien groeien, dat de horeca weer mag doen waar ze goed in zijn en we weer mogen reizen. Dat sporten weer gewoon mag, dat kinderen weer kunnen samenwerken in de klas en dat we onze opa’s en oma’s weer gewoon kunnen bezoeken. Dat we weer naar de film kunnen, weer live kunnen praten met collega’s en feestjes weer mogen worden gegeven. Dat er meer aandacht wordt besteed aan gezond blijven, aan aandacht voor elkaar en aan het welzijn van de aarde. Dat de anderhalve meter verdwijnt.

Ik wens voor iedereen gezondheid en wijsheid. Geen machtsspelletjes meer, niet oordelen als je het verhaal niet kent en iedereen in z’n waarde laten. Luister naar elkaar en respecteer een andere mening. Probeer door de chaos het licht te zien. Want lichtpuntjes waren er zeker weten ook. Mij persoonlijk gaf dit jaar me rust en het thuiswerken bevalt me meer dan goed. Ik heb veel tijd met mijn dochter mogen doorbrengen en de stad op een andere manier kunnen ontdekken.

Maar voor het nieuwe jaar wens ik vooral liefde in deze tijden van verdeeldheid. Want liefde is de basis van alles. Zonder liefde geen pijn, zonder pijn geen liefde. Ik wens liefde voor de natuur, liefde voor je lijf en mentale gezondheid. Ik wens liefde voor jezelf, voor wat je doet en vooral ook liefde voor elkaar.

”Jij kon geen boze brief naar je zusje schrijven omdat je geen boosheid voelde. Jij voelde liefde.” Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: De boze brief

Al het andere is niet belangrijk

Een gesprek kan ik niet meer met je voeren maar ik hoor je graag praten. Je woorden maken geen kloppende zinnen en ik kan er soms geen touw aan vastknopen. Is het in jouw hoofd wel logisch of weet je eigenlijk ook niet wat je nou vertellen wil?

Je vraagt me vaak naar je moeder. Wanneer ze komt en hoe het met haar gaat. Vervolgens heb je het over ‘onze moeder’ en twee zinnen later spreek je me aan als je vrouw. Mijn naam komt soms voorbij in je zinnen maar over wie heb je het dan eigenlijk? Je kort m’n naam nog altijd af, net als vroeger. Fijn vind ik dat. Op foto’s herken je me niet, ookal zit ik tegenover je. Het verband ben je kwijt.

Je maakt nog altijd grapjes en lacht daar zelf ook om. Je oordeelt niet en bij jou lijkt al het andere niet belangrijk. Bij jou bestaat de boze buitenwereld met het virus, verdeeldheid, onzekerheid en andere ellende even niet.

Lieve pap, stop niet met praten. Want wat je ook zegt, ik hoor je graag. Tot snel.

Met m’n neus op de feiten

Vannacht was weer zo’n nacht, als altijd. Tussen 3 en 4 uur word ik wakker om te plassen. Daarna gaat mijn hoofd ‘aan’ en lig ik wakker en te piekeren. Rond 6 uur val ik weer in slaap en een half uur later gaat de wekker. En zo word ik elke ochtend gebroken wakker en tel ik de uren af totdat ik weer naar bed kan. Heel af en toe lukt het om na het plassen weer in slaap te vallen, wauw wat een heerlijkheid!

Vannacht gingen mijn gedachten weer naar jou, naar pap, naar mam. Naar hoe alles ‘ingestort’ is. Het plaatje wat ik vroeger zo graag wilde zien, is weg. Ik kon mijn tranen niet bedwingen. Om afleiding te zoeken om niet in een totale huilbui uit te breken, pakte ik na een uur woelen mijn telefoon. Ik weet het, dat is niet slim. Ik zou dat ding niet moeten meenemen naar bed. Vaak doe ik dat ook niet, soms dus wel.

Het was alsof het universum mijn gedachten kon lezen, niet om ze beter te maken maar om me met de neus op de feiten te drukken. Ik stuitte op een aantal artikelen die voor mij herkenbaar zijn. Via Facebook kwam ik op een stuk over emotionele vermoeidheid. Daarin stond onder andere; ‘Misschien kun je een emotioneel dagboek bijhouden om jezelf uit te drukken en je gedachten op een rij te zetten.’ Dat is eigenlijk wat ik doe met dit blog. Via diezelfde site stuitte ik op een artikel over omgang met giftige mensen.

Een andere link bracht me naar een artikel over een vervette lever. Precies wat het einde van jouw leven betekende… Waarom kreeg ik deze Tweet te zien, midden in de nacht? Toeval?

Als laatste las ik in een artikel met de titel ‘De wond van verwaarlozing’: ‘Om niet langer gevangenen te zijn van onze wonden uit het verleden, is het van essentieel belang dat we voor onszelf leren zorgen, dat we onszelf elke dag weer totĀ prioriteit maken zodat we beetje bij beetje losgekoppeld raken van alle woede en wrok.Ā We kunnen het verdriet van het verleden niet uitwissen, maar we kunnen het wel een plekje geven. Visualiseer al je verdriet als een kalme en vredig stromende rivier:Ā alles gebeurt en hoewel de koudste, donkerste stenen altijd op de boden zullen blijven liggen, zal het water dat over hen heen stroomt helder en puur zijn.Ā We kunnen opnieuw beginnenā€¦

Met tranen in mijn ogen legde ik mijn telefoon weg, draaide me om en viel uiteindelijk toch nog in slaap. Ik mis jou, ik mis pap, ik mis het leven. Het was mijn vrije dag dus ik had me ’s ochtends nogmaals om kunnen draaien toen de rest uit huis was, maar dat besloot ik niet te doen. Ik heb een vrolijke playlist via Spotify opgezet en besloot er een mooie dag van te maken. Ik kan opnieuw beginnen, jij kan het niet meer. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Leven met een hoofdletter

Een uniek bankje

Een bankje in de natuur. In de winter zal het er koud en rustig zijn, de lentebloemen op de hei zullen het kleur geven, de zomerzon zal het opwarmen en de herfstbladeren zullen het bedekken. Het zal de seizoenen trotseren.

Er zullen wandelaars op rusten, een gesprek voeren of juist genieten van de rust. Er zullen onbekenden langslopen, sommigen zullen die het plaatje lezen en er even over nadenken. Er zullen vriendinnen, vrienden en familie van je op gaan zitten om stil te staan bij herinneringen die ze met je hadden. Ongetwijfeld zal het ze een glimlach op hun gezicht toveren.

Er zit een beetje as van je in verwerkt, en dat maakt het uniek. Een bankje in de natuur, speciaal voor jou. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Een plekje voor jou

Lieve Eef, je verdiende nog zoveel meer. We missen je.

Niet alleen maar verdriet

Als je met me meeleest, wat ik graag zou willen geloven, denk je misschien dat ik elke dag verdrietig ben. Je zou willen zien dat ik blij was. En natuurlijk mis ik je elke dag, en vind ik het allemaal nog steeds onwerkelijk. Maar verdriet en blijdschap kunnen ook naast elkaar voorkomen weet ik nu.

Ik schijf nou eenmaal het makkelijkst over de minder leuke dingen in het leven. Dat is altijd zo geweest en daarom vind ik het ook erg leuk om heftige persoonlijke verhalen op te schrijven, zoals ik veel voor mijn werk heb gedaan. Ik kan me er mijn empathie en gevoel in kwijt.

Maar er zijn echt ook goede dagen en leuke dingen. Ik word blij van m’n dochter, die me laat kijken door de ogen van een kind en dingen ziet die wij niet meer zien. Die me soms een confronterende spiegel voorhoudt en me zoveel liefde en knuffels geeft.

Ik word blij van m’n vriend die me een knuffel geeft en zorgt voor het avondeten. Hoe hij op z’n gitaar speelt. Ik word blij van lieve vrienden en collega’s. Van de warmte die ik voel van mensen om me heen. Van ons konijn die rare sprongen maakt, van de duiven die ‘lachen’ en van het geluid als ze met hun snaveltjes door de bodembedekking van hun kooi wroeten. Van wandelen met z’n drietjes en m’n veilige thuis.

Jij kon ook genieten van kleine dingen. Zoals met een kopje thee op de bank Friends kijken, een kaarsje aan of lekker in bad. Ik zal je altijd blijven missen, ook als ik blij ben. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het leven vieren

Een pilletje

Er is overal een pilletje voor. Maar die om je gedachten stop te zetten heb ik nog niet gevonden. Overdag is er genoeg afleiding door werk, tv, telefoon, dingen die ik moet doen, mensen en geluiden om me heen etc.

Maar ā€˜s nachts ben ik alleen met mā€™n gedachten. En die gaan alle kanten op. Van kleine dingen die totaal niet belangrijk zijn, tot de vraag des levens. Soms hou ik het zelf amper bij.

Mijn holistische massagetherapeute gaf me een tip: elke keer als je gedachten afdwalen en je gaat piekeren, roep je jezelf terug naar een bepaalde plek waar je het fijn vindt. En zo zit ik tig keer per nacht een paar seconden op een bankje aan het water om me vervolgens weer af te vragen of er nog mozerella in huis is en wat jouw laatste gedachten waren.

In de stilte van de nacht vallen er tranen op m’n kussen en ben ik alleen met mā€™n gedachten. Dat is enorm vermoeiend. Dan denk ik aan jouw profielfoto op WhatsApp: ā€˜kon ik de stilte af en toe maar wat luider zettenā€™. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: de wens

Schuldig

Ik heb dit lang niet durven zeggen maar ik zeg het nu toch omdat het gevoel aan me knaagt. Helemaal nu jouw sterfdag dichterbij komt. Ik heb me vaak schuldig gevoeld over mijn verdriet om jou. Tijdens jouw afscheidsborrel, de dag voor je crematie, voelde ik me schuldig en was ik bang. Bang voor wat anderen van me zouden vinden.

Mocht ik wel verdrietig zijn? Had ik wel het recht daar aanwezig te zijn? Daar samen met zoveel lieve mensen die speciaal voor jou gekomen waren. Sommigen hadden je een week eerder nog gesproken, met anderen was je datzelfde jaar nog op vakantie geweest, met weer anderen had je elke dag contact en er waren mensen die meer van je wisten dan ik. Misschien had ik daarom mijn ‘masker’ op…

Ik had jou twee jaar eerder gezegd dat ik geen contact met je kon hebben. Ik had je twee jaar niet gezien, slechts een paar keer via de App ‘gesproken’. Ik had geen leuke selfies met jou, geen leuke recente herinneringen en ik had geen idee hoe je huisje eruit zag want ik was er nog nooit geweest.

En toch stond ik daar. Natuurlijk stond ik daar, je bent en blijft mijn zusje. Maar toen het te laat was, was ik er ‘ineens’. En dat gevoel maakt me soms intens verdrietig. En nog altijd voel ik me schuldig. Niet alleen naar jou, maar ook naar iedereen die jou lief heeft. Ik hoop dat ze begrijpen dat je alles voor me was, dat ik vurig hoopte dat we ooit weer echte zussen zouden zijn, dat ik echt elke dag aan je dacht, dat ik het beste met je voor had maar dat ik op dat moment niet anders kon dan voor mezelf kiezen… Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: De zee kunnen huilen

In de stilte van de nacht

s Nachts word ik standaard wakker om te plassen. Soms lukt het me om daarna weer in slaap te vallen, vaak genoeg ook niet. Mijn hoofd gaat dan ‘aan’ en mijn gedachtes gaan alle kanten op. Jij komt altijd voorbij en in de stilte en donkerte van de nacht branden de tranen in mijn ogen als ik aan je denk. Ik heb nog zoveel vragen, over wat er is gebeurd maar ook hoe het in de toekomst zou zijn geweest. Ik mis je nog altijd, elke dag en elke nacht. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon

Zo dichtbij, zo ver weg

Ik zou graag met je praten. Vertellen hoe het met me gaat. Dat zou ik zeggen dat ik mijn werk nog altijd leuk vind, dat ik een wandeling heb gemaakt door de stad en dat je kleindochter nu alleen op de fiets naar school gaat. Ik zou jouw medische kijk op het corona virus willen horen. Je zou me kunnen geruststellen, of juist extra waakzaam kunnen maken. Ik hechtte altijd veel waarde aan jouw kennis.

De realiteit is dat je geen idee meer hebt van mijn bestaan. Je hersenen zijn aangetast en hebben je herinneringen gewist. Je gesprekken gaan over de bomen die je ziet waaien in de wind, over de auto’s die in de verte voorbij rijden en over de vuilnisbak die jij aanziet voor een hondje. ‘Kijk, dan zwaai ik zo naar hem en dat vindt ie altijd leuk als ik dat doe!, vertel je dan enthousiast. Ik luister terwijl mijn gedachten afdwalen. Ik denk aan vroeger en hoop ergens in je ogen de oude jij te zien. Tevergeefs.

Ik mis je pap, het is zo gek dat je er bent maar ik je niets kan vertellen. Tot snel lieve pap.

M’n knuffelbeer

Ik slaap met een knuffelbeer. Soms houd ik ‘m stevig vast en soms ligt hij ergens verdwaald onder de dekens.

De beer, jij en ik hebben veel meegemaakt. Elke zaterdagochtend op de bank in pyjama tv kijken, de ochtenden wanneer jij stiekem naar mijn kamer sloop en bij me in bed kwam liggen, de vele zonnige strandvakanties, zandkasteeltjes bouwen in de zandbak in de tuin… Altijd was de beer erbij. We zijn zelfs een keer na een vakantie rechtsomkeert gereden naar Schiphol omdat ik de beer in het vliegtuig had laten liggen.

De beer was m’n vriendje, m’n troost en toeverlaat. Later was het ‘gewoon’ een beer. De beer en ik zijn ook tijden gescheiden geweest. Zo stond hij nog ergens bij pap en mam thuis toen ik uit huis was. Later zat hij ergens in een verhuisdoos. Zo gaat dat soms met knuffelberen, op een gegeven moment raken ze in de vergetelheid.

Misschien is het raar maar sinds jouw overlijden betekend de beer weer iets voor me. Het is niet meer ‘gewoon’ een beer maar eentje met herinneringen aan jou. Er zijn talloze foto’s van jou, de beer en mij. De beer en jij zijn nu onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar knuffelberen raak je kwijt, zusjes niet. Zo hoort het te gaan. Zo ging het niet. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: kunnen we de tijd even terug draaien?

Wat maakt het ook uit

Voorzichtig vraag ik naar je verjaardag. ‘Ja’, zeg je. ‘Ik was 3 september jarig zeiden ze hier’. Dat je die dag bezoek hebt gehad van meerdere mensen kan je je niet herinneren, je rept er met geen woord over. De man op de foto op de taart die je die dag kreeg, had je ook niet herkend, hoewel dit toch al 81 jaar een vertrouwd gezicht in de spiegel moet zijn.

Op het tafeltje voor je staan bloemen en ik zeg dat ik ze mooi vind en benoem de kleuren. Jij vindt ze ‘prachtig’ en zegt dat je geen idee hebt hoe je aan ze komt. Ik vraag hoe oud je bent geworden en ik zie je denken. ‘Ik ben geboren in 1939 en heb 61 jaar geleefd in de vorige eeuw. Plus wat het nu hier is.’ Je loopt naar de klok, deze geeft aan dat het 15 uur is. ‘Drie uur. Dat is dus 61 plus 3.’ Ik zeg dat het nu 2020 is en dat je dus 61 plus 20 jaar oud bent. ‘Ben ik dan 81? Nee, dat klopt niet hoor. Zo voel ik me helemaal niet en daar handel ik ook niet naar. En als je 81 bent kun je dit ook niet meer.’ Je neuriet een riedeltje die je altijd op de piano speelt. Je lacht.

‘Nee hoor, ik ben 61 plus wat het hier is. Maar ja, die dingen veranderen ook altijd dus ik weet het ook niet meer.’ Je wijst naar ‘die dingen’. De klok op de piano en naar de kalender die je, zo lang ik me kan herinneren, elke ochtend handmatig verzet. Nooit sloeg je een dag over. Nu staat ‘ie op donderdag 3 september. Het is zaterdag 5 september. Wat maakt het ook uit. 61 of 81, wat maakt het ook uit. Tot snel lieve pap.

‘It’s me, papa
Can’t you see?
Please wake up
and recognize me.
I search your eyes
So empty and blue
Hoping for a flicker
Of what used to be you.’

Lees ook: Bloemen voor papa

Overspoeld

Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan je denk. Soms schiet je ineens even door m’n gedachten, soms denk ik dat er nooit iets is gebeurd en soms ben je de hele dag bij me. Maar er zijn ook momenten dat ik word overspoeld door een golf van verdriet, gemis, vragen en verlangens.Dan branden de tranen de hele dag achter m’n ogen, soms lukt het niet ze tegen te houden. Dan mis ik je intens, heb ik spijt dat ik je zolang niet had gezien voordat je overleed. Dan komen de vragen; wat als…? Hoe zou je leven eruit zien, zouden we samen op onze veel besproken stedentrip gaan? Zou je ooit kinderen hebben gekregen? Voor eeuwig onbeantwoorde vragen.Tijdens zo’n golf wil ik je vasthouden, horen en zien. Maar dat kan niet meer. De dood is zo definitief. Nooit is echt meer nooit. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een dag zonder zorgen

Het laatste stukje

Je bent er nog, maar je bent weg. Ik zie je lichaam, je bewegingen. Ik zie je denken, zoeken naar woorden. Ik hoor je onsamenhangende zinnen, je grapjes. Ik hoor je eindeloze verhalen over, ja waarover eigenlijk? Ik voel je vriendelijkheid, je zachtheid, je liefde. Je bent tevreden, lief en vrolijk. Ik wil je vasthouden en nooit meer loslaten. Ik wil naast je zitten en nooit meer opstaan.

Ik herken je amper, maar achter de piano zie ik je weer. Tranen schieten in je ogen tijdens het pianospelen. Ik probeer aan wat anders te denken om mijn tranen tegen te houden. Ik weet dat als ik ze nu laat lopen, ik niet meer kan stoppen. Achter de piano ben je nog papa zoals ik je ken. Het laatste en enige stukje herkenning. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Geen herkenning

Platte groene bergen

Lieve zus, ik zie pap veel te weinig. Door de coronacrisis kon ik niet meer elke week langs omdat dat simpelweg niet mocht vanwege de veiligheid van de bewoners. Sinds de versoepelingen ben ik twee keer geweest. Het liefst ga ik elke dag even langs. Gewoon bij hem zitten. Naar hem kijken en luisteren. Ik vind het fijn om er te zijn. Hoewel hij weinig doet, is zijn belevingswereld nog groot. Ik maak veel foto’s van hem en heb de laatste keer een ‘gesprek’ opgenomen. Van jou had ik geen recente foto’s en ik had je stem al veel te lang niet gehoord… Ik mis je. Slaap lekker lief zusje.

Luister: Pap vertelt over wandelingen door de weilanden

Luister: Pianospelen gaat nog altijd goed

40

Zus, ik ben 40 geworden. Aan de ene kant baal ik, want zelfs na 40 jaar heb ik nog geen idee wie ik ben. Ik zou graag wat jaren over willen doen met de kennis die ik nu heb. Aan de andere kant mag ik absoluut niet klagen. Ik mocht de 40 aantikken. Iets wat niet vanzelfsprekend is. En daar ben ik dankbaar voor. ClichĆ© maar zo waar. Ik hoor het je zeggen: ‘Zus! Je bent gewoon 40! Dat is echt oud!’.

Ik ben overladen door liefde. Liefde in de vorm van vele lieve berichtjes, kaartjes, een bos bloemen, de mooiste cadeaus, 40 ballonnen, slingers, een lunch met onze broer, avondeten met mijn liefdes. Het was een hele fijne dag en ik voelde me geliefd. En dat deed wel wat met me. Zoveel lieve mensen die de moeite hebben genomen me te feliciteren.

Maar er bleven twee felicitaties uit. Die van jou en pap. En juist die had ik zĆ³ graag gewild… Jij had ook ooit 40 moeten worden, dan had ik je kunnen vertellen dat het wel meevalt. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: een jaar ouder

Terug naar vroeger

Ik maakte een ongeplande fietstocht in de buurt waar we opgroeiden. Omdat ik er was en er zin in had. Ik hoefde met niemand rekening te houden.

En zo kwam ik langs de plek waar je eens werd aangereden door een scooter, je fiets was bijna dubbelgevouwen. Gelukkig kwam jij er zonder botbreuken vanaf. De plek waar je verzorgpony stond en waar je bijna elke dag te vinden was om te helpen. Je was totaal niet bang voor paarden, dat vond ik altijd stoer van je. Ik was stiekem doodsbang maar wilde toch graag mee. De lange weg waar we zo vaak met mama in de witte Panda reden op weg naar school, of juist naar huis.

De grote oude boerderij waar we samen eitjes haalden. Het huis waarin we geboren zijn. De grote tuin waar we in de zomer onder de sproeier door rende, waar we schommelden en de rand van de zandbak volbouwde met zandtaartjes en kastelen. Waar papa met kaplaarzen aan in de vijver stond om deze schoon te maken. Waar de composthoop stonk. Het bosje waarin we ā€˜heksjeā€™ speelden en in de winter met de slee de heuvel afgleden. Het huis van je toenmalige vriendinnetje, die met de vlechtjes.

Even terug naar de plek waar we samen groter werden, waar we echte zusjes waren, waar het leven nog onbezonnen en vrolijk was. Ik had deze fietstocht graag samen met je gemaakt. Ik weet zeker dat we niet uitgepraat zouden raken over de vele mooie herinneringen. Ik maakte hem alleen, maar je bent altijd bij me. Slaap lekker lief zusje.

Een bijzonder steentje

Vorige week heb ik een beetje as van je opgehaald bij mam. Al een tijd had ik een keitje in huis, speciaal voor as van een overledene. Maar echt haast om deze te vullen had ik niet. Misschien ook omdat ik het raar vond je ‘uit elkaar’ te halen. Jouw as zit nog altijd in een ‘doos’ en staat weer in ons ouderlijk huis. We zijn nog op zoek naar een gedenkplekje.Maar de zegel van de ‘doos’ is nu verbroken en een deel van jou zit in mijn keitje. Voor anderen is het misschien maar as en een steentje maar voor mij is het dierbaar. Het is een tastbaar stukje van jou. Buiten herinneringen, het enige wat er nog van je over is. En ik vind het fijn je nu hier te hebben, ook al zit je in een steentje. Slaap lekker lief zusje.

Hoe dan ook

Ziekte, de dood, de intensive care en de woorden ‘het komt goed’. Allemaal woorden die we in deze coronatijd veel horen. Ook allemaal woorden die voor mij, voor jouw overlijden, maar abstract klonken. Ver van mijn bed. Echte ziekte had ik niet meegemaakt, de dood kende ik niet Ć©cht en met een intensive care was ik gelukkig nog nooit in aanraking geweest.

De woorden ‘het komt goed’ schreef ik in mijn laatste mail naar jou. Maar het kwam niet goed en daarom klinken deze woorden me nu anders in de oren. Het komt goed, dat geloof ik nog wel. Hoe dan ook, het komt altijd goed. Voor jou kwam het niet goed. Of juist wel? Heb je nu de rust die je altijd zocht? Ik hou me er maar aan vast. Het komt goed, hoe dan ook. Ook al voelt dat soms niet zo. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Kunnen we de tijd terugdraaien?

Voordat de wereld ontwaakt

Sinds een paar weken wandel ik elke ochtend. Om 7uur of iets later als ik m’n bed moeilijk uit kan komen. Met m’n slaaphoofd, zonder make-up. Douchen doe ik daarna.

Nu ik thuiswerk heb ik er de tijd voor. Ik weet dat je voor zoiets tijd moet maken, maar in de praktijk werkt dat vaak niet omdat ik word opgeslokt door de waan van de dag. Te snel in de ratrace zit en mezelf erin verlies.

Ik heb een hekel aan opstaan maar zo’n wandeling is zĆ³ fijn. Dat is het het waard. Voordat iedereen wakker wordt, de wereld zien ontwaken. Ik luister een podcast of laat m’n gedachten gaan. Het is dan even alsof ik alleen op de wereld ben. Ik ben nu al aan het bedenken hoe ik dit kan volhouden als alles weer zo goed als ‘normaal’ is. En dan weet ik meteen niet hoe ik dat moet doen. Maar tot het zover is, geniet ik van de ochtenden. Ik zet er op een vrije dag zelfs m’n wekker voor. Het zijn momenten helemaal van mezelf. Een een beetje met jou en pap. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon