Error

Ik moet of in de ochtend sporten, of in de avond. Een ander tijdstip ‘klopt’ in mijn hoofd niet. Sporten in de middag? Uitgesloten. Waarom? Geen idee. Met werk is dat natuurlijk sowieso geen optie. Maar nu ik even niet werk en de huisarts me adviseerde ‘niets te moeten, alleen te willen’ probeer ik naar mijn gevoel te luisteren.

Gisteravond besloot ik dat ik vanochtend zou gaan sporten. Een lesje op de sportschool. Maar toen ik opstond had ik daar helemaal geen zin in. Ik ging niet. Intussen bedacht ik dat ik dan in de avond zou gaan. Maar naar mate de dag vorderde had ik al 100 excuses bedacht om ook niet in de avond te gaan. ‘Morgen een nieuwe kans.’ Zo gaat dat vaker.

Maar ineens, om 16uur, had ik zin (?) om een rondje te harlopen/wandelen. In mijn hoofd ontstond een soort error. Sporten midden op de dag?! Maar ik besloot, met de woorden van m’n huisarts in m’n achterhoofd, toch te gaan. En dat was natuurlijk het beste idee van de dag. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: vinkjes

Een open wond


Jouw ziekte voelt als een open wond. Soms groeit het een beetje dicht maar zodra ik je zie, aan je denk of iets over je hoor gaat de wond weer open. Eigenlijk is het al drie jaar steeds weer een beetje meer afscheid nemen van jou. Tijd om te helen heeft de wond daardoor niet.

Ik zoek nog altijd naar een pleister die de pijn kan verzachten. Want hoe ga je met zoiets om? Het loslaten van iemand die er nog is? Ik wil je niet loslaten maar je bent al weg. Ik zie je maar herken je nauwelijks meer.

Ik kan alleen maar lijdzaam toezien hoe jij steeds verder verdwaald. Gelukkig ben jij nog altijd tevreden. De wond zal nooit genezen maar stiekem zal ik blij zijn als het een litteken wordt. Tot snel lieve pap.

Lees ook: Elke dag koffie

Stilstaan

Het overlijden van jou en alles wat daaraan vooraf ging. Het wachten op de IC in het ziekenhuis, een hoopvolle nacht maar dan tot dat ene appje van mam. Je na twee jaar weer zien. In je kist. Een kaart ontwerpen, een lint uitzoeken. Het afscheid zonder pap maar met een andere man aan mams zijde. Het plaatsen van de deksel op je kist. Het in een sneltreinvaart leeghalen van je appartement. De sleutel in de brievenbus gooien voor de huisbaas. Je fiets zoeken om mee te nemen, hij moest daar ergens staan. En nog zoveel meer momenten waarvan ze nu lijken alsof ik ze niet bewust heb meegemaakt.

Gewoon maar doorgaan
Ook als ik even stil had moeten staan
Simpelweg omdat ik niet anders weet
En zo even m’n zorgen vergeet
Of doe ik maar alsof ze er niet zijn?
Masker op, ook al doet het van binnen pijn.

Nog geen half jaar later. Pap, de man die altijd alles wist en die voor zijn beroep mensen beter maakte. Diezelfde man die ineens mijn naam niet meer wist. Mam verhuizen naar haar eigen plekje. De laatste wandeling met pap om hem af te leiden terwijl zijn spullen uit huis werden gehaald, wat voelde ik me schuldig. Het meelokken van pap zijn eigen huis uit. Het moment waarop hij nieuwe woning binnenliep en zijn eigen spullen niet herkende. De verwarring bij hem, de onrust, de angst die daarop volgde. De afstand was nog nooit zo groot. Ons oude huis in de verkoop en alle emoties die daarbij kwamen. Wie zou er gaan wonen? Zou het erg veranderen? Oh toch niet in de verkoop, dus ik zou er nog blijven komen. Maar pap is daar niet meer en jullie sporen worden langzaam gewist.

M’n hoofd werd voller, m’n tranen bleven komen
M’n toekomst was me deels afgenomen
De bubbel van ‘een gelukkig leven’ was geknapt
Zomaar ineens van me afgepakt
Ik kon steeds moeilijker gewoon maar doorgaan
Maar het lukte niet om tóch even stil te staan.

En toen onze verhuizing van de stad naar een dorp. Van een stevig appartement naar een oud huis. Van een huurwoning naar een eigen plek. We moesten dingen uitzoeken en regelen. Een enorme lekkage. Elk weekend op en neer om te verbouwen. We kregen meer rust en natuur om ons heen en zelfs een eigen oprit en tuin. Allemaal heel fijn en ik ben dankbaar dat dat allemaal gelukt is. Maar even omschakelen was het wel.

‘Je hebt nogal wat meegemaakt’
Een zin die me plotseling raakt
Want ook al had ik zorgen, angst en verdriet
Zo erg is het nou toch ook weer niet?
Muurtje om me heen en gewoon maar doorgaan
Ook toen ik allang even stil had moeten staan
.

In tussentijd brak er een pandemie uit. Alle corona perikelen, de verdeeldheid, de onrust, de onzekerheid en alle andere ellende in de wereld gingen me niet in de koude kleren zitten. Ik ben gevoelig en ik trek het me aan. Ik kan me er moeilijk voor afsluiten al probeer ik dat steeds meer. Ik probeer mezelf nu te zien als piepklein puntje op de aarde. En dat piepkleine puntje moet zich focussen op haar eigen omgeving. De rest is te groot voor dat piepkleine puntje. De wereld draait toch wel door. Hier en nu, dat is wat telt. Makkelijker gezegd dan gedaan maar ik doe mijn best.

Zo zijn er nog een aantal gebeurtenissen
En ook echt wel dingen die ik niet had willen missen
Alles bij elkaar bleek toch een beetje veel
En rust nemen blijkt nu essentieel
Want niemand kan altijd maar doorgaan
Zonder af en toe even stil te staan.

‘Zo kun je niet door, sta nu even stil
Ook al is dat iets wat je liever niet wil
Want je bent veel te lang gewoon maar doorgegaan
En nu zet je jezelf even bovenaan.

Slaap lekker lief zusje

Lees ook: Een dag zonder zorgen

Boem

Ik hou van m’n werk. Nog nooit ben ik een dag met tegenzin gaan werken. En dat terwijl ik dit werk toch al heel wat jaar doe. Elke dag vind ik het nog steeds leuk om te doen. Ook in moeilijke tijden was m’n werk altijd een goede afleiding.

Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en wil altijd iedereen helpen. Ik voel me betrokken en ben gedreven. Sterke punten die nu m’n valkuil zijn geworden.

We zijn een fijn hecht team maar ineens ging het mis. Er vielen mensen uit, er gingen mensen weg, er waren nieuwe gezichten en we waren met z’n allen de weg een beetje kwijt. Toen er weer iemand uitviel en er weer taken verdeeld moesten worden, brak ik. De stabiele factor van m’n werk was ineens niet meer zo stabiel.

De energie die ik altijd kreeg van m’n werk bleef uit, ik kon me niet meer concentreren. Zocht items in verkeerde mappen, moest drie keer een video bekijken voordat ik wist wat ik nou gezien had en bladerde door de verkeerde mappen om iets op te slaan. Waar ik altijd gestructureerd en georganiseerd te werk ging, liep nu alles door elkaar. En steeds vaker opende ik m’n laptop met tranen in m’n ogen. Dit kon zo niet langer.

En dus moet ik, met pijn in m’n hart, een stap terug zetten. Een grote moeilijke stap terug om straks weer op volle kracht vooruit te kunnen. De komende tijd staat in het teken van niets moeten. Focussen op dingen die me energie geven, het niet erg vinden als ik niets doe omdat dat op dat moment zo voelt en zorgen voor mezelf.

Ik ben iemand die nog doorloopt met een gebroken been en ik kan moeilijk accepteren dat ik me zo voel. Maar dit uitspreken en deze stap zetten is denk ik al een goed begin. Ik wéét dat ik zoveel heb om dankbaar voor te zijn, ik vóel het alleen niet. Ik wil het leven weer vóelen. En daar ga ik aan werken. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Het leven vieren

Teveel spanning

De uitslag weten voordat de wedstrijd begonnen is, weten wie nog bij elkaar is voordat je aan een realityshow over daten begint en voor de eerste aflevering op tv is, willen weten wie toch de Mol is. De laatste bladzijde van een boek lezen voordat je aan de eerste begint en de cliffhanger van een spannende serie of film weten voordat je eraan begint. Kortom, de uitkomst al weten voordat iets begonnen is. Niet uit nieuwsgierigheid maar omdat de spanning gewoon teveel is en je het kijken of lezen daardoor als minder leuk ervaart. Of gewoon ronduit vervelend.

Als je dit vertelt verklaren veel mensen je vaak voor gek. ‘Dan is er toch niets meer aan?!’. Voor mij dus wel. Ik geniet veel meer van de weg naar het einde toe. Ik heb meer aandacht voor alles wat er gebeurt onderweg en bovendien scheelt het me heel wat ongename gierende zenuwen door mijn hele lichaam. En nagels.

Lang dacht ik dat ik de enige was en omdat zoiets niet ‘hoort’ deed ik maar wat iedereen doet. Ik weet heus dat meer mensen dit hebben en ik echt niet de enige ben, alleen die spreken zich blijkbaar niet graag uit. En dat snap ik want mensen verklaren je voor gek of nemen je niet serieus.

Vorige week las ik een column van iemand die precies schreef zoals ik het ook ervaar. Het was oprecht een opluchting. ‘Ha, ik ben dus niet raar!’. En dat is iets waar ik steeds vaker achterkom. Iedereen is anders, iedereen is uniek. En iedereen heeft zijn of haar ‘eigenaardigheden’. Zoals er jàren geleden door de organisatie ingestampt werd toen ik voor een jaar High School naar California vertrok: ‘Het is niet goed, het is niet fout, het is gewoon anders’.

Dus laatst keek ik een serie op mijn manier, ik zocht op internet wie van de koppels nog bij elkaar waren. En toen ik dat uitgeplozen had kon ik met een gerust hart aan de realityshow beginnen. Met een ontspannen gevoel en aandacht voor alles wat er gebeurde. Heerlijk. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Ik geloof het gewoon

Liefde voor het strand

De wind aait langs mijn gezicht, de zon verwarmt mijn wangen. Er vliegt een vrolijk schreeuwende meeuw over die iets verderop in de rustige zee neerstrijkt. Aan de rand van het water staan vier scholeksters te wachten tot hun moeder ze iets lekkers brengt. Zij wroet wild met haar oranje snavel in het natte zand op zoek naar voedsel. Achter haar kabbelen de golfjes van de zee. Ze maken een kalmerend geluid.

De grote vlakte met zand strekt zich voor me uit. Hier en daar loopt een baasje met een hond. Het dier vrolijk rennend over het strand, kop in de wind en snuffelend aan alles wat op zijn pad komt. Ik geniet van het eindeloze uitzicht over de enorme zee en probeer het leven te snappen. Hier moet ik even niets en ik loop tot ik geen zin meer heb.

De structuur van het zand is om de paar meter anders. Ik zie sporen van voetstappen, van de zandschuiver die in de verte aan het werk is, van vogels, honden en teruggetrokken water. Ik loop langs aangespoelde schatten van de zee. Tussen de afdrukken van hondenpootjes in het zand, over vele schelpjes die in een lange rij langs de waterlijn liggen. Ze knisperen onder mijn schoenen. De wind aait langs mijn gezicht, de zon verwarmt mijn wangen. Ik hou van het strand. Slaap lekker lief zusje, tot snel lieve pap.

Klik hier voor 2 foto’s van vandaag

Lees ook: Tranen van het lachen

Jouw medische kennis

Toen ik tijdens het sporten in mijn tienerjaren last had van mijn knie, wist jij me te vertellen dat dat Osgood-Schlatter was. Jaren daarvoor had de huisarts een knobbeltje uit mijn hand gesneden en jij haalde later de hechtingen eruit, thuis op de bank. Bij het aanzien van de zwelling op mijn hand na een val op het ijs wist jij meteen, hiermee moeten we naar het ziekenhuis.

En zo kan ik nog tig voorbeelden bedenken van de keren dat ik jouw medische kennis vroeg of goed kon gebruiken. Als ik vroeger ergens last van had, wist jij me gerust te stellen. Naar de huisarts gingen we zelden.

Nog steeds wil ik jouw bellen als ik iets wil weten op medisch gebied. In een split second denk ik dan; even pap vragen! Maar dat kan niet meer. Wonderbaarlijk genoeg gebruik je nog best veel medische termen. Niet in de juiste context maar ergens in je hoofd zijn ze er nog en op compleet random momenten gebruik je ze.

De vroegere hoofdverpleegkundige, waar je veel me hebt samengewerkt, kwam een paar maanden geleden bij je op de afdeling. Er was geen blik van enige herkenning. Ook zij had dementie. Inmiddels is ze overleden. Wie had vroeger ooit kunnen bedenken dat jullie elkaar in deze situatie weer zouden tegenkomen. En dat notabene naast de plek waar jullie jarenlang vele mensen hebben geholpen als arts.

De laatste dagen ben je wat onrustig en wil je weg. Waarheen weet niemand. Je liep op de andere kant van de afdeling en zocht de weg naar naar beneden. Later wilde je naar boven om zeker te weten dat ik sliep en weer een andere keer moest je naar de auto. Gelukkig weten ze je altijd liefdevol af te leiden en zit je vervolgens weer tevreden op je bank. Tot snel lieve pap.

Lees ook: jouw mening over het virus

Boos op de situatie

Soms heb ik helemaal geen zin om naar je toe te gaan. Wel om je te zien, maar niet om naar je toe te gaan. 148 kilometer heen om diezelfde kilometers niet veel later weer terug te rijden. Je zit niet op me te wachten, je hebt geen idee wie ik ben en een gesprek met je voeren is niet te doen. Soms vind ik dat gewoon heel stom en ben ik zelfs een beetje boos op de situatie.

Vandaag was zo’n dag. Ik had geen zin om te gaan. Ik wilde thuis blijven bij m’n gezin. Even een dag niets. Maar omdat ik door de afstand niet zomaar even bij je langs kan gaan, moet ik het plannen. En omdat ik de komende twee weekenden niet kan, zou ik vandaag gaan.

Een bezoekje aan jou vind ik emotioneel beladen. Ik vind het nog altijd moeilijk om te zien hoe jij in je eigen wereld zit en van mijn bestaan niets meer weet. Maar ik ging toch, met lichte tegenzin. Het leek alsof ik een blok beton achter de auto meesleepte.

Maar als je dan zegt dat je het gezellig vind dat ik er ben, je gezellig kletst met je twee vrienden en geniet van een stukje frikadel en een glas ‘heerlijk zoet goedje’ dan ben ik alles weer vergeten. En als je met twee armen naar me staat te zwaaien van achter het raam als ik weer ga, dan weet ik weer waar ik het voor doe en is het blok beton spontaan kwijt. Ik mis je pap, tot snel.

Lees ook: platte groene bergen

Vinkjes

Ik ben ‘blij’ dat je de waanzin die momenteel speelt in het land niet meekrijgt. Mensen lijken het volkomen normaal te vinden dat andere mensen niet welkom zijn in een restaurant, bioscoop, sportclub of het theater. Alleen omdat ze geen groen vinkje willen of kunnen tonen in een app.

Beloond worden met een geldige code om deel te nemen aan iets wat altijd normaal was. We doen alles om zo’n vinkje te bemachtigen. Niet voor onze gezondheid maar zodat we op vakantie mogen, elk restaurant binnenkomen en naar het theater kunnen. Dit heeft niets meer te maken met onze gezondheid. Dit gaat over gedragsbeinvloeding en we lijken er massaal in te trappen.

Het gemak waarmee een groep mensen nu omgaat met het buitensluiten van een andere groep mensen, vind ik schokkerend. Het raakt me enorm en maakt me verdrietig. Ik hoop van harte dat íedereen snel weer welkom is, óveral.

En om af te sluiten met iets positiefs en iets waar je wel om zou kunnen lachen: vandaag vindt het NK Tegenwindfietsen plaats. En met windsnelheden van maar liefst 80 kilometer per uur, zijn de omstandigheden perfect. Slaap lekker lief zusje.

Ps. Heb je de fotopagina al ontdekt?

Lees ook: Gewoon even mee wapperen

35+4

Tijdens een van mijn wandelingen luisterde ik een podcast over rouw en van jezelf houden. Alles wat ik hoorde was zo herkenbaar dat ik de tranen moeilijk kon inhouden.

Ik dacht dat je na 3 jaar toch wel genoeg verdriet zou moeten hebben gehad. Dat je ‘gewoon’ weer door kon met je leven. Maar het voelt helemaal niet zo. Soms flitst er ineens een gedachte voorbij of hoor ik een nummer waardoor het verdriet ineens weer bovenkomt. En soms komt het uit het niets.

‘Maar je wil mensen ook niet meer tot last zijn met je verdriet’. Ik wil niet wéér zeggen dat ik je mis, weer m’n tranen laten zien. De verteller zei dat dat allemaal heel begrijpelijk is en juist niet raar. Je verdriet mag er zijn, ook na zoveel jaar. Laat het er zijn, geef er aan over.

Want ‘rouw is liefde die zijn oorspronkelijke adres is kwijtgeraakt’. En op deze dag, de dag dat je 39 zou zijn geworden, voel je zoiets sterker. Je kan je liefde niet meer kwijt in een knuffel, een kaartje of op welke andere manier dan ook. Precies dat voel ik, ik zou je zó graag willen zien. Met je willen praten en lachen. Ik wil je vertellen hoeveel je voor me betekent en hoe blij ik ben dat jij m’n zusje bent. Ik wil je warmte weer even voelen, je lach horen en selfies met je maken.

Maar dat gaat niet meer en zal nooit meer kunnen. Vandaag vier ik jouw leven omdat je het zelf niet meer kan. Gefeliciteerd lief zusje, 39!

Lees ook: 35+3

Angst voor dode personen

De buurman was overleden en lag thuis opgebaard. Drie jaar geleden had ik dat doodeng gevonden. Het idee van een lijk in een huis, dat hoorde gewoon niet. Lijken horen in de koelcel, veilig in een mortuarium. Maar zo denk ik er na jouw overlijden niet meer over. Dan is een lijk niet zomaar een dood persoon, dan is het iemand van wie je houdt, waar je herinneringen aan hebt. Jij, of iemand anders die de overledene heeft gekend.

Ik dacht dat ik het heel eng zou vinden, een dood persoon in het echt zien. Ik had dat niet eerder meegemaakt. Maar ik moest het doen, ik wilde je nog één keer zien. Dat was ik je verschuldigd en dit was m’n allerlaatste kans.

Het was het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan, jou na twee jaar weer zien. Niet in levende lijve maar in je kist, levenloos en koud. Maar ook heel mooi en rustig.

Het was helemaal niet eng. Vrijwel meteen na mijn eerste blik op jouw wilde ik niet meer weg. Het was juist heel erg fijn om bij je te zijn. Mijn gedachte bij ‘een lijk’ was meteen anders. En dus vond ik de dode buurman ook niet meer eng.

Ik weet dat het praktisch niet zou kunnen maar ik wou dat je bij me thuis had gelegen. Dan was ik misschien wel naast je gaan liggen. Dan was ik elke minuut van de dag bij je geweest. Door je haar gestreken, je handen vastgepakt. Dan had ik je van alles verteld. Misschien had je het stiekem nog gehoord, mijn aanwezigheid gevoeld.

Maar je was niet bij me. Je lag in een koelcel tussen andere overledenen. Als ik het over kon doen, zou ik het anders hebben gewild. Maar we kunnen het niet over doen, en ik wil zoiets nooit meer overdoen. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Dit hoort niet

N. 8 jaar

Liefde blijf je voelen


Mensen met dementie zijn oud en staren apathisch voor zich uit. Ze kwijlen en kijken niet op of om. Om heel eerlijk te zijn was dat mijn beeld van mensen met dementie. Wist ik veel. Ik had er nooit mee te maken gehad. Totdat papa dementie kreeg…

Ik heb nu twee boeken geluisterd met als thema ‘dementie’. ‘Verpleegthuis’ van Teun Toebes en ‘Het zal je moeder maar wezen’ van schrijfster Karin Bruers. Dit heeft me geraakt.

Teun Toebes is student verpleegkunde en woont op een gesloten afdeling in een verzorgtehuis voor mensen met dementie. Hij wilde zelf ervaren hoe het is om daar te wonen. Hoe het is aan de kant van de cliënten. De dingen die hij meemaakt en omschrijft zijn naast grappig vaak ook schrijnend.

‘Het zal je moeder maar wezen’ gaat over een moeder die dementie krijgt. Haar kinderen dikken het een beetje aan zodat ze een indicatie krijgt om uit huis te kunnen worden geplaatst. Eén dochter is het er niet mee eens. Bij het aantreffen van haar doodongelukkig moeder op haar nieuwe woonplek, besluit ze haar in huis te nemen. Een beslissing waarvan ze de gevolgen niet had kunnen voorzien. Het ontwricht niet alleen de familie maar ook de zorg voor haar moeder had ze onderschat.

Van allebei de boeken werd ik verdrietig. Ze zijn ook geschreven met humor maar ik besefte me dat pap véél verder is dan de mensen omschreven in deze twee boeken. Niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal.

Wel zag ik een overeenkomst met hoe deze mensen veranderden toen ze het huis uit moesten. Ze voelden zich verdwaald, alleen en verdrietig. Ze waren in de war. Dat was bij pap ook het geval.

Thuis scharrelde hij wat rond. Liep van zijn stoel naar de keuken voor een kopje koffie, ging even buiten in de tuin kijken, ‘las’ de krant en ‘studeerde’ aan de eettafel in een boek. Hij luisterde muziek, neuride wat of lag te suffen op de bank.

De mensen omschreven in de boeken herkenden hun spullen nog toen ze in hun nieuwe leefomgeving kwam. Pap niet. In zijn nieuwe thuis herkende hij niets van zijn spullen die we hadden meegenomen. Boeken raakte hij op de eerste dag al niet meer aan, kranten verzamelde hij in de la van zijn bureau en hij vroeg elke willekeurig persoon die hij tegenkwam of ze de deur naar buiten open konden maken. Het duurde even maar inmiddels zit hij op zijn plek en is hij weer rustig.

Een andere overeenkomst met de twee boeken zag ik in het feit dat mensen met dementie nog steeds mensen zijn maar vaak niet zo behandeld worden. Ze worden in een soort stramien geduwd. Maar ook mensen met dementie hebben gevoelens, verlangens en belangen. Gelukkig gaat het bij pap, voor zover ik meekrijg, anders. Hij heeft een eigen ruime kamer en hoeft geen toilet of badkamer te delen. Hij mag op zijn kamer eten, iets wat hij prettig vindt, en zijn verzorgers weten inmiddels dat als hij iets echt niet wil, ze de strijd beter niet aan kunnen gaan. Zoals je weet kan pap erg koppig zijn.

Bij het idee alleen al word ik heel verdrietig maar ik kan alleen maar hopen dat, mocht ik ook dementie krijgen, mijn geliefden me blijven zien zoals ik was. Dat ze weten dat ik diep van binnen de liefde voel die ze me altijd hebben gegeven. Dat ze voor me opkomen als ik dat zelf niet meer kan. Dat ze me, met plezier, blijven bezoeken. Dat ze me niet steeds verbeteren als ik iets niet meer weet of denk te weten hoe iets werkt. Dat ze me in m’n waarde laten. Dat ze weten dat ik dingen niet opzettelijk verkeerd doe of zeg.

Ik wil geloven dat papa nog weet wie ik ben, dat hij nog weet dat hij twee dochters heeft. Hij weet het vast, diep van binnen. Want hoewel zijn hersenen aangetast zijn, klopt zijn hart nog steeds. Slaap lekker lief zusje.

Lees ook: Liegen of zwijgen

Een banaantje, sapje en zijn vriendje de kat
Mobiele versie afsluiten
%%footer%%