Paardrijden was je hobby en passie, al van kleins af aan. In het dorp waar we opgroeiden had je een verzorgpony. Elke dag ging je, zodra je kon, naar de manege aan het einde van de straat. Je bracht er uren door. Soms ging ik mee maar eigenlijk vond ik die paarden maar eng. Ik bleef liever op gepaste afstand, was de held op sokken. Jij maakte buitenritten, ging het bos in en maakte zelfs pony’s zadelmak.

Later zaten we samen op paardrijles op de manege waar mijn toenmalige beste vriendinnetje woonde. Voordat de les begon, ging ik minstens drie keer naar de wc voor een ‘zenuw plasje’. De zenuwen gierden door m’n lijf als we te horen kregen op welke pony we mochten rijden. Opzadelen ik de box bij de pony vond ik eng en ik verzon daarom regelmatig smoesjes om er onderuit te komen.

Jij daarentegen, kon niet wachten tot je weer mocht. Zelfverzekerd liep je door de stallen en hielp je waar je kon. Angst leek je niet te hebben. Ik was wel eens jaloers op de manier waarop je dat allemaal deed. Zonder moeite stapte jij op welke pony dan ook, mak of niet. Je genoot er zo van. Ik wou altijd dat ik ook zo’n stukje durf had. Je kreeg het zelfs voor elkaar dat we samen op ponykamp gingen. Eigenlijk helemaal niet mijn ding, maar ik wilde toch graag met je mee. Je was een voorbeeld voor me en ik had bewondering voor jouw passie.

Vandaag verkocht ik de paardrijbroek die we vonden bij het opruimen van je appartementje. Je hebt ‘m nooit gedragen, het kaartje zat er nog aan. Je keek vast uit naar de dag dat je ‘m zou aantrekken. Slaap lekker lief zusje.