Daar liepen we weer. In het ziekenhuis waar jij bent overleden. De laatste keer staat nog in m’n geheugen gegrift. Toen liep ik de deur uit en was alles ineens anders. Je was dood. Nu hadden we een gesprek met de arts die geprobeerd had je te redden. Het was vreemd om die aardige man weer te zien, maar tegelijkertijd ook fijn. Hij was degene die zich over je had ontfermd en je tot de laatste adem meegemaakt had. Zijn aanblik bracht me even terug in de tijd. Het maakte me verdrietig. Weer een bevestiging dat het écht geen nare droom is maar de harde werkelijkheid. Je komt niet meer terug.

Wat was de reden van je overlijden? Eigenlijk wisten we het wel. En deze aardige arts had daarom geen verrassingen voor ons. Je lever werkte niet meer. En dat is het begin van het einde geweest. Een paar jaar terug kwam het probleem met je lever al aan het licht. Je deed er niets mee en vertelde ons er niet over. Had het anders kunnen gaan als je wel ingegrepen had? Waarschijnlijk niet. Daarvoor was je al te ziek. Je hield veel voor ons verborgen. Het had niet gehoeven. We wilden alles voor je doen, we deden alles voor je. We hielden van je. En nog steeds. Slaap lekker lief zusje.