Je bent alweer twee maanden niet meer bij ons. De eerste maand vloog voorbij. Er moesten praktische dingen geregeld worden. Het was hectisch, onwerkelijk. Een emotionele achtbaan. Zorgen, ongeloof, verdriet, boosheid, verwarring. Ik vond het niet leuk dat de tijd zonder jou blijkbaar zo snel voorbij ging. Stonden we wel genoeg stil bij jouw vertrek? We kregen er de kans niet echt voor.

Maar de tweede maand was anders en daardoor ging de tijd langzamer. Het werd rustiger. Ook in mijn hoofd. Er hoefden geen grote praktische dingen meer geregeld te worden. Er kwamen geen dagelijkse appjes meer binnen, de brievenbus bleef leeg en ik hoefde niet meer tig keer te vertellen wat er was gebeurd en hoe het met me ging. Dat deed ik met liefde, maar ik werd er wel letterlijk heel moe van.

Ik sta nu meer stil bij de gevolgen van jouw overlijden en het feit dat ik nooit meer iets samen met jou, mijn zusje, kan ondernemen. Het verdriet is niet minder. Ik had je zo graag álles gegeven waar je naar zocht. Ik had zoveel plannen samen met jou voor als je beter was. “Ooit komt het allemaal goed”, zoals ik in mijn laatste mail aan jou schreef. Maar ooit is niet gekomen.

Twee verdrietige maanden verder. Ik mis jou. Ik mis de toekomst die ik in gedachten met je had. Maar ik mis de zorgen die ik om je had niet. En dat geeft verlichting en ruimte in mijn hoofd. Ruimte voor mezelf, ruimte voor mensen om me heen. Gek hoe zo’n verdrietige gebeurtenis, die natuurlijk nooit had moeten plaatsvinden, toch rust geeft. Zorgen maken is een enorme last geweest. Die last ben ik kwijt. Slaap lekker lief zusje.