Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Ik dacht aan jou. Aan ons. Aan hoe het geweest had moeten zijn. Ik had je moeten opzoeken. Al had het niets uitgemaakt. Ik weet het. Je was er niet beter van geworden. Ik was er niet beter van geworden. Misschien had het dingen juist nog ingewikkelder gemaakt dan dat ze voor ons beiden al waren. Waarschijnlijk had het ons verder uit elkaar gedreven. Was het verdriet groter geworden.

Maar wat nou als dat niet zo was? Ik had het op z’n minst kunnen proberen. Nu ben je dood en wil ik je meer dan ooit vasthouden en vertellen dat alles goed komt. Nu is het verdriet niet te stoppen. Hier had ik geen rekening mee gehouden. Slaap lekker lief zusje.