Het was in de auto onderweg van m’n werk naar huis. Ik weet niet hoe het kwam maar ineens zag ik een voorzichtig figuurlijk zonnetje. Een zonnetje die ik al jaren niet had gezien en gevoeld.

Van jongs af aan droeg ik een rugtas. Een fijne rugtas die ik graag met me meedroeg. Ik wilde niet zonder de rugtas, we hoorden bij elkaar. Jij en ik. Zussen. Opgegroeid in hetzelfde nest. Gaandeweg werd de rugtas gevuld met steentjes; zorgen om jou. Door de jaren heen werd deze tas zwaarder en zwaarder en raakte ik er meer en meer onder gebukt. Wat ik ook probeerde, het lukte maar niet om de tas lichter te krijgen of naast me neer te zetten. Uiteindelijk lukte het me eventjes om de rugtas in ieder geval niet zwaarder te maken. Maar dit was van korte duur. De tas was een last die ik 24/7 met me meedroeg. Het beperkte me in alles en zorgde voor een dikke wolk voor de zon die maar niet wegging.

Nu, in de auto, besefte ik ineens dat ik de tas kwijt was. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het voelde fijn. Opgelucht.
Ik draag nu een andere tas. Niet meer gevuld met zorgen maar met intens verdriet en een groot gemis. En hoe gek dat ook klinkt, deze tas voelt lichter. Natuurlijk had ik liever met jou de oude tas leeggemaakt. Maar het liep anders. Ik zal de nieuwe tas nooit afdoen maar met deze tas kan ik verder. Slaap lekker lief zusje.