Wat een dag. Ik ben voor het eerst in je appartement geweest waar je al ruim een jaar woonde. Het liefst wilde ik op de bank wachten met een kopje thee. Ik wilde kaarsjes aansteken, een beetje opruimen en je verrassen met een schoon en opgeruimd huis voor als je straks thuis zou komen. Maar ik kwam niet voor een gezellig kopje thee. Je huisje moest leeg zodat er iemand anders kan wonen. Jij komt nooit meer thuis.

Het was een bende. Dat is niet zo gek omdat je vrij onverwachts naar het ziekenhuis moest. Tijd om op te ruimen was er niet en is er voor jou nooit gekomen. Ik moest even slikken toen ik in jouw domein stond. Moedeloos tussen alle spullen van mijn dode zusje.

De knop ging om. We wisten allemaal dat dit een klus was die nou eenmaal gedaan moest worden. De opruimwoede kwam in ons naar boven en op een soort automatische piloot gingen we door je kleding, je laatjes, je douchespullen, de keukenkastjes. Door ál jouw spullen. En dat was raar, verdrietig, confronterend en toch ook fijn. Eventjes voelde je heel dichtbij.

Veel spullen hebben een mooie nieuwe bestemming gekregen. Veel spullen zijn in de prullenbak beland. De kersttrein met lampjes, die jij blijkbaar het hele jaar had staan, staat nu bij ons in de vensterbank. Spuuglelijk is hij, maar dat maakt me niet uit. Hij was van jou. En zo zijn er nu meer tastbare ‘sporen’ van jou in ons huis. Net als ik die van mij bij jou thuis vond. Ik noem ze sporen van liefde. En dat voelt fijn. Je was me niet vergeten.

Mijn foto stond op het dressoir en je had mijn agenda uit de brugklas bewaard. Er lag een hangertje van een engeltje die de eerste letter van mijn naam vasthoudt, tussen je sieraden. Veertien jaar geleden schreef ik een boekje vol met grappige verhaaltjes, lieve zinnetjes, puzzeltjes en gekke foto’s voor je reis naar een ver eiland. Ik was dat alweer vergeten maar jij had het boekje nog altijd in je kast. Ik schreef toen dat je me niet moest vergeten en dat je het liefste, mooiste en stoerste zusje ooit was. En dat blijf je.

We hebben alles in een sneltreinvaart opgeruimd en het netjes achtergelaten. En hoewel ik het moeilijk vond om jouw fijne huisje uit handen te geven, is het klaar voor een nieuwe start en nieuwe bewoners.

Het was een rare dag. Jouw leven ging letterlijk door m’n vingers en herinneringen volgenden elkaar op. Ik lig moe in bed en hoor de regen tegen het raam tikken. Ik huil. De hemel huilt. Slaap lekker lief zusje.

Een gedachte over “Sporen van liefde

Comments are now closed.