We zijn bij papa geweest. Lichtelijk gespannen zat ik in de auto, niet wetende hoe we hem zouden aantreffen. Gelukkig deed hij zelf de deur open en omdat ik hem niet in de war wilde brengen zei ik maar meteen wie ik was. Hij stond op het punt te gaan wandelen. Maar we konden wel even blijven voor een kopje thee.

Papa vertelde dat hij met jou ook vaak wandelde. Hij vond het ‘toch heel jammer dat je er niet meer bent. Je genoot zo van het leven en was een mooie meid’. Daarna ging hij verder met z’n verhaal over filosofen, wetenschap en natuur. Je weet hoe hij is. Het is raar om hem te moeten missen terwijl hij er lichamelijk nog is.

Jouw rouwkaart staat op de piano met twee mooie kaarsjes erbij. Tussen een paar andere foto’s. Die met ons drieën. En die van jou en mij in de tuin. Foto’s van toen we nog een familie waren. Je kent ze wel. Slaap lekker lief zusje.