Een ‘weggegooide’ dag

Gisternacht kon ik de slaap niet vatten, zoals zo vaak. Ik was onrustig en dacht alleen maar aan jou. ‘Wat als? Had ik maar..’ Ik heb zoveel vragen voor je. Wilde je nog zoveel duidelijk maken, uitleggen en vertellen. Dit kan nooit meer. Mijn vragen zullen nooit helemaal beantwoord worden en mijn liefde voor jou kan ik nooit meer naar jou uitspreken. Daar moet ik mee leren leven, dat moet ik leren accepteren.

Overdag lag ik lamlendig op de bank. Ik wilde zoveel, maar had geen energie. Ik ben zo moe. Dus liet ik de boel de boel, iets wat ik heel lastig vind. Ik wil weer vrolijk zijn, weer werken, weer productief zijn. Maar diep van binnen weet ik dat ik nu rust nodig heb om straks verder te kunnen. Als ik meer dan twee dingen op een dag ‘moet’ beangstigt me dat, ik word er onrustig van. Dus hoewel gister een ‘weggegooide’ dag lijkt, was deze ook nuttig. Vanaf het moment dat ik mijn bed uit stapte, had ik moeite mijn tranen in te houden. Overdag vocht ik een paar keer tegen mijn verdriet. Totdat ik ’s avonds de tranen niet meer tegen kon houden. En misschien is dat goed, ik mag verdrietig zijn en hoef dat gevoel niet tegen te houden zeg ik maar tegen mezelf.

Vannacht heb ik beter geslapen en de wereld ziet er weer een beetje zonniger uit. Vandaag heb ik twee verplichtingen en ik voel dat ik die aankan. Ik hoop vannacht weer lekker te slapen. You are always on my mind. Slaap lekker lief zusje.