De crematie is geweest en ik denk dat het leven gewoon door moet gaan. Tot mijn verbazing voel ik me best goed. De nare drukke periode waarin alles onwerkelijk leek, is voorbij. Ik duik weer in het ‘normale’ leven. Ik spreek af met vriendinnen, ga sporten, doe boodschappen en breng en haal m’n kind naar school en allerlei clubjes. Alles lijkt normaal.

Maar er is één groot verschil. Je bent weg en komt nooit meer terug. En dat verwart me. Niets is meer hetzelfde. In een tv serie hebben ze een lijk gevonden. Ik weet nu hoe een lijk eruit ziet. “Mijn vader is dood”, lees ik en ik weet nu precies wat dood zijn is. Natuurlijk wist ik dat wel, maar nu ik zo aan de rand van je kist heb gestaan, weet ik het ineens écht. Quotes die ik tegenkom lijken allemaal over jou te gaan en als iemand het over zijn of haar zusje heeft, heeft dat ineens een heel andere lading voor mij.

De bloemen die we hebben ontvangen en meegenomen van de crematie gaan langzaam dood. Er ligt al een bos in de vuilnisbak. En zo wordt de hele periode langzaam maar pijnlijk afgesloten. Alsof er niets is gebeurd.

Ik ben moe, in de war. Ik wil te snel weer ‘normaal’ leven, maar niets is meer hetzelfde. Slaap lekker lief zusje.